RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/841201-16 Datum uitspraak : 18 januari 2018 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , raadsman: mr. M. Wagemans, advocaat te Nijmegen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 september 2017 en 4 januari
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
- hij op of omstreeks 28 januari 2016 te Wijchen op een op meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 december 2015 tot en met 28 januari 2016, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand/loods aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1373 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten ongeveer 1373 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);
- hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 september 2014 tot en met 28 januari 2016 te Wijchen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand/loods gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen hoeveelheid elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel; 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van feit 1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep in de tenlastegelegde periode. De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte nadat de huur was overgenomen door medeverdachte [medeverdachte] , contact bleef houden over de huur met de verhuurder. Ook is verdachte meerdere malen samen met medeverdachte [medeverdachte] in de loods gezien door getuigen [getuigen] . De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte tot de ontdekking van de hennepkwekerij op 28 januari 2016 de hennepplanten water heeft gegeven. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Verdachte heeft van 20 december 2014 tot en met 24 maart 2015 werkzaamheden verricht ten behoeve van de hennepkwekerij, dit ligt echter buiten de ten laste gelegde periode. Verdachte heeft ontkend hierna bemoeienis met de hennepkwekerij te hebben gehad. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij in de ten laste gelegde periode betrokken is geweest bij de hennepkwekerij. Beoordeling door de rechtbank Verdachte heeft verklaard dat hij heeft geholpen bij het opzetten van de hennepkwekerij en dat hij gedurende één kweekcyclus werkzaamheden ten behoeve van de hennepkwekerij heeft verricht. Verdachte heeft ontkend dat hij werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de hennepkwekerij na 1 april
- De rechtbank heeft diverse redenen om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Een van die redenen betreft de omstandigheid dat er meerdere oogsten in de hennepkwekerij moeten hebben plaatsgevonden, dat hun woning daar vlakbij stond en het nogal twijfelachtig is dat zij daarvan niets hebben gemerkt of niets hebben geroken. Deze verklaringen zullen daarom niet gebruikt worden voor het bewijs. De rechtbank is van oordeel dat de WhatsApp berichten tussen verdachte en getuige [getuigen] en verdachtes aanwezigheid bij de loods op 29 januari 2016 onvoldoende zijn om vast te kunnen stellen dat verdachte in de ten laste gelegde periode nog actief betrokken was bij de hennepkwekerij. Bovendien bevestigt het oversluiten van de contracten op naam van medeverdachte [medeverdachte] per 1 april 2015 de verklaring van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep en zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde feit. Ten aanzien van feit 2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft aangevoerd dat de aansluiting buiten de meters om niet door verdachte is gemaakt. Ook is het verbruik niet ten goede van verdachte gekomen. Beoordeling door de rechtbank Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf juni 2014 heeft geholpen bij het opzetten van de hennepkwekerij. De hennepkwekerij was niet van hem zelf, een ander heeft hem de opdracht gegeven en de kosten betaald. Hij heeft het huurcontract en het contract met de energiemaatschappij afgesloten. Verdachte heeft verklaard dat er een nieuwe stroomkast aangevraagd moest worden, omdat er nog geen stroom in de loods aanwezig was. Het aanvragen van de nieuwe stroomkast duurde lang volgens verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij wist van de illegale stroomaansluiting, maar dat een ander die heeft aangelegd. Hij heeft gedurende één kweek werkzaamheden in de hennepkwekerij verricht, zoals het geven van water aan de hennepplanten. Verdachte heeft ontkend dat hij werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de hennepkwekerij na 1 april
- Aangever [naam] heeft namens Liander verklaard dat het zegel van de hoofdaansluitkast was verbroken en dat er een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt die de hennepplantage van stroom voorzag. In de periode van april 2015 tot en met 28 januari 2016 was in ieder geval een hennepplantage ingericht op het perceel en er is minimaal 416.692 kWh illegaal afgenomen. Op 5 september 2014 is de levering naar het bedrijf gevestigd op de [adres 3] te Wijchen gestart. De rechtbank overweegt dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij wist dat ten behoeve van de hennepkwekerij een illegale stroomaansluiting is gemaakt. Verdachte heeft verklaard te hebben meegeholpen met het opzetten van de hennepkwekerij, hij heeft het contract met de energiemaatschappij afgesloten, de nieuwe stroomkast voor de loods aangevraagd en tot 1 april 2015 werkzaamheden voor de hennepkwekerij verricht. Er was aldus sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en de handelingen van verdachte leveren naar het oordeel van de rechtbank een bijdrage van voldoende gewicht aan de diefstal van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij. De rechtbank is dan ook van oordeel dat uit de uiterlijke verschijningsvorm van deze gedragingen blijkt dat verdachte opzet had op deze diefstal. Dat verdachte niet zelf de illegale stroomaansluiting heeft gemaakt, doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. De rechtbank overweegt dat aangever [naam] heeft verklaard dat in ieder geval in de periode van april 2015 tot en met 28 januari 2016 illegaal stroom is afgenomen. Aangezien verdachte vanaf juni 2014 is gestart met het opbouwen van de hennepkwekerij en per 5 september 2014 ten behoeve van de hennepkwekerij een nieuwe stroomkast is geplaatst, is de rechtbank van oordeel dat omstreeks 5 september 2014 de illegale stroomaansluiting moet zijn gemaakt en elektriciteit is weggenomen. Gezien hetgeen de rechtbank heeft overwogen onder feit 1, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte na 1 april 2015 een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal van stroom. De rechtbank acht op basis van voorgaande bewijsmiddelen, is onderling verband gezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte omstreeks de periode van 5 september 2014 tot 1 april 2015 tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening elektriciteit heeft weggenomen, waarbij het goed door middel van verbreking onder hun bereik is gebracht. 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
- hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 september 2014 tot en met 1 april 2015 te Wijchen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand/loods gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen hoeveelheid elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van feit 2: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd. 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat op grond van de persoonlijke omstandigheden van verdachte kan worden volstaan met een werkstraf en/of een voorwaardelijke gevangenisstraf. Het is van groot belang dat verdachte zijn woning en uitkering kan behouden. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op: - het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 14 november
- Verdachte heeft samen met een ander gedurende een aantal maanden elektriciteit weggenomen ten behoeve van een hennepkwekerij. Hierbij is een forse hoeveelheid elektriciteit gestolen. Diefstal van elektriciteit door het verbreken van zegels in de meterkast is gevaarlijk door een grote kans op kortsluiting, elektrocutie en/of brand. Daarnaast is hennep, ten behoeve waarvan de elektriciteit is gestolen, bij gebruik niet alleen schadelijk voor de volksgezondheid, maar ook direct en indirect de oorzaak van vele vormen van criminaliteit. Verdachte is eerder veroordeeld voor het telen van hennep en diefstal. De rechtbank acht, gezien de ernst van het feit en gezien de eerdere veroordeling van verdachte, een werkstraf van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis, passend en geboden. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde feit; verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 40 (veertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen; beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. van Apeldoorn (voorzitter), mr. R.S. Croll en mr. R.G.J. Welbergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 januari
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL060-2015552297, gesloten op 5 oktober 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari
- Het proces-verbaal van aangifte van [naam] , p.
- Het proces-verbaal van bevindingen, p.
- De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018.