beschikking RECHTBANK GELDERLAND Wrakingskamer zaaknummer: C/05/334066 / KG RK 18/216 Beschikking van 30 april 2018 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [namen verzoekers] , wonende [adres verzoekers] hierna te noemen: verzoekers, strekkende tot de wraking van mr. J.M. Graat, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het schriftelijke wrakingsverzoek van 26 februari 2018, ingekomen op 28 februari 2018; het schriftelijke verweer van de rechter van 3 april 2018. Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen: - [verzoeker sub 1] en [naam 1] , namens haar zus [verzoeker sub 2] ; - [eiser sub 1] , [eiser sub 2] , [eiser sub 3], bijgestaan door mr. R.C.A. van Niftrik; - de rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen. 2Het wrakingsverzoek 2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de rechter als rechter in de zaak met nummer 6404376 CV EXPL 17 – 4961 tussen verzoekers en [eisende partij] (hierna: eiseres). 2.2 Verzoekers hebben in het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan het verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekers zijn van mening dat zij onvoldoende zijn gehoord waardoor zij niet hun hele verhaal hebben kunnen vertellen en zij zich niet voldoende hebben kunnen verdedigen, zoals zij zich hadden voorbereid. De rechter heeft niet de moeite genomen om zelf de betalingsbewijzen, waaruit blijkt dat er ten tijde van de zitting geen huurachterstand meer was, te bekijken. Verzoekers hebben noodgedwongen het voorstel van de wederpartij, waarmee zij het niet eens waren, moeten accepteren. Verder heeft de rechter de betaling van de huurpenningen gekoppeld aan de betaling van de kosten van de rechtszaak en de proceskosten. Als verzoekers de bedragen van de huur en van de afbetalingsregeling met betrekking tot de kosten niet telkens voor de eerste van de maand betalen dan zal het vonnis in werking treden en zal de tegenpartij meteen het huurcontract kunnen ontbinden. Volgens verzoekers heeft de rechter niet het volledige dossier en hun eerdere verdediging gelezen, waardoor zij de indruk hadden dat de rechter niet geïnteresseerd was in hun verhaal en dat zij haar oordeel al klaar had. 2.3 De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. De rechter stelt zich allereerst op het standpunt dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend. Vervolgens stelt zij zich op het standpunt dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. In de dagvaarding stelt eiseres dat al jarenlang sprake is van een (forse) huurachterstand. Eiseres stelt dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst en vordert op grond daarvan – kort gezegd – de ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, voldoening van de achterstand, voldoening van een contractuele boete van € 300,00 per maand, vergoeding van de huurprijs van de nog resterende huurtermijnen (tot en met 30 september 2019) en veroordeling van verzoekers in de proceskosten. Direct aan het begin van de zitting van 20 februari 2018 hebben verzoekers meegedeeld dat er geen achterstand meer was. Zij vertelden dat zij op 19 februari 2018 een totaal bedrag van € 10.484,12 hadden voldaan. Alvorens de rechter naar de betalingsbewijzen heeft gekeken, heeft zij aan (de vertegenwoordigers van) eiseres gevraagd of de gehele achterstand was ingelopen. Niet omdat – zoals verzoekers aanvoeren – verzoekers niet werden geloofd of omdat de rechter niet geïnteresseerd was in de betalingsbewijzen, maar omdat zij wilde nagaan of eiseres de ontvangst van de betaling erkende. Dan zou de betaling vast staan en dat heeft de rechter verzoekers ook uitgelegd. De gemachtigde van eiseres gaf aan dat de voldoening van de achterstand geen invloed had op de vorderingen van eiseres en dat zij de vorderingen tot de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde handhaafde. De rechter heeft, vanwege de wens van verzoekers om in het bedrijfspand te willen blijven, aan de gemachtigde van eiseres gevraagd of eiseres eventueel zouden willen meewerken aan een ‘regeling onder verband van vonnis’. Eiseres gaf aan met verzoekers hierover wel te willen praten. Eiseres wilde meewerken aan een regeling, maar alleen wanneer verzoekers ook een deel van de gevorderde boete en kosten zouden voldoen. De rechter heeft verzoekers uitgelegd dat zelfs in het geval dat verzoekers inmiddels de hele achterstand hadden ingelopen, in beginsel de ontbinding en ontruiming – gelet op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad – toegewezen kan en moet worden. Een eventuele aflossing van de huurachterstand (kort) voor de zitting maakt hierin geen verschil. Toen beide partijen bleken in te stemmen met de regeling, is afgesproken dat er een vonnis zou komen waarin de ontbinding en de ontruiming zou worden uitgesproken en waarin zou worden opgenomen dat eiseres het vonnis niet ten uitvoer zal leggen indien tot en met eind september 2019
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.