RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/862465-13 Datum zitting : 23 november 2018 Datum uitspraak: 7 december 2018 tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde), geboren op : [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] , adres : [adres] , plaats : [woonplaats] , raadsman : mr. Y. Quint, advocaat te Eindhoven. 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 340.000,- 2De procedure Ter terechtzitting van 23 november 2018 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt en gewijzigd in die zin dat het geschatte voordeel thans € 312.222,- bedraagt. 3Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 23 november 2018 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. Y. Quint, advocaat te Eindhoven. De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de (gewijzigde) vordering. Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 4De beoordeling van de vordering Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 7 december 2018 tegen veroordeelde gewezen vonnis. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit schuldwitwassen, door ten volle mee te profiteren van de door haar echtgenoot, medeverdachte [medeveroordeelde] , door gewoontewitwassen verkregen gelden, terwijl zij had moeten vermoeden dat deze gelden van één of meerdere misdrijven afkomstig waren. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank als uitgangspunt de door de Dienst Regionale Recherche van de politie Eenheid Oost-Nederland van de politie Gelderland Midden opgemaakte kasopstelling met berekening. De rechtbank wijkt op de navolgende punten af van de kasopstelling. Naar het oordeel van de rechtbank is het aannemelijk dat medeveroordeelde [medeveroordeelde] leningen heeft afgesloten bij zes personen voor een totaalbedrag van € 130.000,-; Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat [medeveroordeelde] in de jaren 2006 tot en met 2009 wel inkomsten heeft gehad uit loon en WW-uitkering. Het is aannemelijk dat veroordeelde daaruit geld kan hebben gespaard. Gelet op de berekening van het [naam 1] met betrekking tot de minimaal noodzakelijke uitgaven die door een huishouden als dat van veroordeelde moeten worden gedaan om te kunnen leven begroot de rechtbank dit spaargeld op een bedrag van € 27.600,-. De rechtbank zal daarom uitgaan van een beginsaldo ter hoogte van dat bedrag. Zowel de officier van justitie als de verdediging concluderen dat [medeveroordeelde] voor de B & O apparatuur geen € 34.810,- heeft betaald maar € 4000,-. De rechtbank is het met die conclusies eens. Dit betekent dat een bedrag van € 30.810,- wordt afgetrokken van de contante uitgaven. In het rapport van [naam 2] van de Belastingdienst is geconcludeerd dat veroordeelde en haar medeveroordeelde maximaal € 47.228,26 privébestedingen hebben kunnen doen met gelden vanuit de onderneming [naam 3] van veroordeelde. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit bedrag dient te worden afgetrokken van het verschil tussen legale inkomsten en contante uitgaven. De rechtbank zal het bedrag afronden naar € 47.228,-. Ten aanzien van de hotelkosten van [medeveroordeelde] in Spanje zal de rechtbank uitgaan van het rapport van de Spaanse autoriteiten waarin de hotelovernachtingen van [medeveroordeelde] staan gedocumenteerd, en van de laagste prijzen die volgens internet voor deze hotels van toepassing zijn. Door de verdediging is - kort samengevat - het volgende aangevoerd. Niet is vast te stellen dat [medeveroordeelde] contante betalingen heeft verricht voor het chalet op camping [naam 4] ; uit het dossier blijkt niet dat € 3.500,- contant aan de leasemaatschappij is betaald; [medeveroordeelde] heeft geen contante betalingen gedaan aan [getuige 1] omdat die hem de Blackberry gratis heeft gegeven; Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.