RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/861417-13 Datum uitspraak : 12 december 2018 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [woonplaats] , raadsvrouw: mr. C.H.W. Janssen, advocaat te Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 en 28 november 2018. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot en met 05 september 2013, in elk geval op 5 september 2013 te Hummelo, gemeente Bronckhorst, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van ongeveer 420 hennepplanten en 548 hennepstekken, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl er sprake is van een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2013 tot en met 25 juni 2014, in elk geval op 25 juni 2014 te Finsterwolde tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ) grote hoeveelheden hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1740 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl er sprake is van een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet; 3. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 25 juni 2014 te Velp en/of Lathum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen: - een geldbedrag van in totaal van euro 19.222,-, althans een of meer geldbedragen, welk(
(2012)netto per jaar. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij en [medeverdachte] van het inkomen van [medeverdachte] leefden. Daarnaast stond [medeverdachte] in de periode van 10 juni 2011 tot 1 mei 2013 in het handelsregister ingeschreven met haar [bedrijf] ‘ [naam 19] .’ In de periode van 2 augustus 2011 tot en met 30 januari 2013 werden contante stortingen van in totaal € 7.665,- verricht op Rabobankrekening [nummer 2] ten name van [medeverdachte] . Kasopstelling Het dossier bevat een kasopstelling over de periode 1 januari 2011 tot en met 25 juni 2014. In de kasopstelling worden de totale contante uitgaven afgezet tegen de beschikbare legale contante gelden. Indien de totale contante uitgaven groter zijn dan de beschikbare legale contante gelden, is er sprake van onbekende contante ontvangsten. Beginsaldo Het beginsaldo op 1 januari 2011 is bepaald op nihil. Noch uit gegevens van de fiscus, noch uit andere gegevens is enige informatie voorhanden om objectief de aanwezigheid van een (legaal) kassaldo te kunnen vaststellen. Verdachte heeft hieromtrent – bij de politie – geen enkel inzicht willen geven. Uitgaven Contante stortingen rekening verdachte In de periode van 1 januari 2011 tot en met 25 juni 2014 is een bedrag van in totaal € 23.220,- contant gestort op de privérekening [nummer 1] ten name van verdachte. De bedragen € 778,- (privéopname [naam 2] ), € 2020,- en € 1200,- (contante opbrengsten verkopen [naam 2] ) zijn op dit bedrag in mindering gebracht, omdat deze bedragen een legale herkomst zouden hebben. Er resteert dan een bedrag van € 19.222,- aan contante stortingen. Contante stortingen rekening [medeverdachte] In de periode van 1 januari 2011 tot en met 25 juni 2014 is een bedrag van in totaal € 15.990,- contant gestort op de privérekening [nummer 2] ten name van [medeverdachte] . Een bedrag van € 7.655,- (opbrengsten uit ‘ [naam 19] ’) is op dit bedrag in mindering gebracht, zodat een bedrag van € 8.325,- resteert. Contante aankoop en opknappen chalet [nummer 3] Verdachte en [medeverdachte] hebben op 16 maart 2013 een chalet, gelegen op het recreatiepark “ [naam 1] ” [adres 5] te Lathum, aangekocht voor een bedrag van € 25.000,- De contante investeringen in het chalet worden door de recherche geschat op € 38.900,-. In de berekening van de recherche wordt de geschatte waarde van het chalet en een waardestijging in verband met verrichte werkzaamheden aan het chalet meegenomen. De rechtbank volgt deze redenering niet. Een geschatte waarde en waardestijging van een chalet hoeft immers niet noodzakelijkerwijs te worden gezien als contante investeringen in het chalet, maar kan ook worden gezien als een vermeerdering van het vermogen, nadat bijvoorbeeld werkzaamheden zijn verricht. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte en zijn medeverdachte daadwerkelijk meer contant hebben betaald dan blijkt uit de stukken. De rechtbank zal daarom alleen de daadwerkelijk gebleken contante uitgaven aan het chalet in de kasopstelling betrekken. Dit is een bedrag van € 3.300,- voor de aanschaf van een keuken en een bedrag van € 799,78 voor aankopen bij de [naam 4] . Contante betalingen recreatiepark [naam 1] Verdachte en [medeverdachte] hebben diverse contante betalingen gedaan aan het recreatiepark [naam 1] voor de jaarplaats, borg, vastrecht en verbruik van water, elektra en gas. Op onderstaande data werden contante betalingen verricht: 8 maart 2013 € 3.375 27 september 2013 € 257,47 9 januari 2014 € 350,76 17 april 2014 € 3.130 Totaal: € 7.113,23 Contante aankoop Opel [type 1] Op 5 april 2014 kochten verdachte en [medeverdachte] een Opel [type 1] ( [kenteken 1] ) voor een bedrag van € 16.550. Het voertuig werd verkregen door inruil van een auto en contante bijbetaling van € 11.550. Het kenteken werd geregistreerd op naam van [medeverdachte] . Contante inbreng startkapitaal [naam 2] Het kasboek van [naam 2] start op 1 juli 2012 met een startkapitaal van € 10.000,-. Hiermee werden de eerste (contante) inkopen van goederen verricht. Contante betaling aankoop Mercedes bestelbus Op 12 maart 2013 werd een Mercedes Benz bestelbus ( [kenteken 2] ) gekocht. Er werd een bedrag van € 6.655,- contant voldaan. De factuur is ondertekend door verdachte. In de boekhouding van [naam 2] is op 12 maart 2013 geregistreerd dat er een bedrag van € 1500,- is opgenomen uit de kas en dat er een bedrag van € 5.155,- vanuit privé is betaald. Contante betalingen [naam 3] In 2012 en 2013 werden op naam van [medeverdachte] diverse reizen geboekt bij [naam 3] voor een totaalbedrag van € 6.233,80. Factuur [nummer 7] .1 € 345,- op 3 maart 2012 € 1.750,- op 22 mei 2012 Factuur [nummer 8] .1 € 325,- op 29 augustus 2012 € 1.053,70 op 28 september 2012 Factuur [nummer 9] .1 € 2.748,58 op 30 november 2013 Contante betalingen [naam 4] en [naam 5] Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte en [medeverdachte] werden in een portemonnee van verdachte voordeelpassen van [naam 5] en [naam 4] aangetroffen. Beide voordeelpassen stonden geregistreerd op naam van [medeverdachte] . Er werden van de [naam 5] en de [naam 4] afdrukkopieën verkregen van kassabonnen waarbij de voordeelpassen werden gebruikt en waarbij er contant was betaald. In de periode van 25 januari 2011 tot en met 7 mei 2014 werd bij [naam 4] voor een bedrag van in totaal € 730,68 aan goederen contact betaald. Bij [naam 5] voor een bedrag van € 1.803,50. Op 6 juli werd door [naam 5] een bedrag van € 43,95 teruggegeven. Dit komt neer op een totaalbedrag van € 2.490,23 aan contante uitgaven bij [naam 5] en [naam 4] . Verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de voordeelpassen op de zaak lagen en dat iedereen ze meegenomen kan hebben en dus contant kan hebben afgerekend bij de [naam 5] en de [naam 4] . De rechtbank overweegt hieromtrent dat de voordeelpassen zijn aangetroffen in de portemonnee van verdachte en dat daarnaast op geen enkele wijze is gebleken dat anderen dan verdachte en/of [medeverdachte] van deze passen gebruik hebben gemaakt. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verdachte en/of [medeverdachte] het genoemde bedrag van € 2.490,32 hebben betaald. Contante betaalde facturen (diversen) In de woning van verdachte en [medeverdachte] werden diverse facturen van contante betalingen aangetroffen. In de periode van 2 april 2011 t/m 5 mei 2014 bedroeg het totale bedrag aan contante betalingen € 20.981,54. Verdachte heeft ter zitting aangevoerd dat hij nooit iets bij de [naam 20] heeft gekocht, ook heeft hij geen gereedschap aangeschaft. Dat hij facturen van de [naam 20] in zijn woning heeft liggen, is volgens verdachte te verklaren vanuit het feit dat hij voor zijn zaak [naam 2] huisontruimingen doet. Verdachte heeft verklaard dat hij bij huisontruimingen gratis of heel goedkoop de meubels kan meenemen. Bij deze huisontruimingen nam hij ook wel eens voorwerpen als een laptop, inclusief de factuur, mee. De rechtbank vindt de verklaring van verdachte niet geloofwaardig. Alle facturen die in de kasopstelling zijn betrokken, zijn in de woning van verdachte aangetroffen. De rechtbank ziet niet in waarom verdachte facturen van kennelijk een ander in zijn huis zou bewaren. Ook vindt de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat bij een huisontruiming, gelet op het karakter hiervan, verdachte goederen als laptops en computers inclusief facturen mee mag/kan nemen. Bovendien heeft verdachte deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verdachte en [medeverdachte] het genoemde bedrag van in totaal € 20.981,54 contant hebben betaald. Contante betaling aankoop snorfiets Tijdens de doorzoeking van het chalet van verdachte en [medeverdachte] werd een elektrische snorfiets met het kenteken [kenteken 3] aangetroffen. De snorfiets stond op naam van [medeverdachte] . De verkoper heeft verklaard dat verdachte de scooter heeft gekocht en deze contant bij hem heeft afgerekend. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de scooter in bruikleen had en er nooit voor heeft betaald. De rechtbank volgt dit verweer van verdachte niet, nu zij geen reden heeft om aan de verklaring van de verkoper te twijfelen en zich in het dossier bovendien een factuur bevindt waarin de koopprijs van € 1.210,- staat vermeld, alsook dat het bedrag contant is betaald. Contante geldlening aan [naam 6] Op 18, 19 en 20 maart 2013 ontving [medeverdachte] op haar rekening telkens een bedrag van € 1.000,- onder vermelding van “lening auto bedankt” “lening auto deel 2” en “laatste deel lening auto bedankt.” De bedragen waren afkomstig van [naam 21] , een familielid van medeverdachte [medeverdachte] . Op 28 maart 2013 werd het totale bedrag overgeboekt naar de rekening van verdachte. In de mutatieoverzichten van de rekeningen van verdachte en [medeverdachte] werden geen overboekingen aangetroffen naar de rekening van [naam 6] . De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het geld contant is uitgeleend. Ter terechtzitting heeft verdachte bevestigd dat hij wel eens geld aan [naam 6] heeft uitgeleend. Dat verdachte dit al vanaf het jaar 2006/2007 deed, zoals verdachte ter terechtzitting aangevoerd, vindt de rechtbank niet aannemelijk, nu [naam 6] het bedrag pas in 2013 heeft terugbetaald. Bovendien is het door verdachte gestelde op geen enkele wijze nader onderbouwd. Afwerking woning [adres 1] in Velp Op 29 december 2011 kochten verdachte en [medeverdachte] een woning aan de [adres 1] in Velp. Op 21 januari 2015 werd in de strafzaak tegen de verkoper een schouw verricht. Door twee deskundigen is een calculatie gemaakt van de kosten van renovatie/verbouwingen in de periode dat de verkoper nog eigenaar was. In het rapport wordt aangeven dat de huidige bewoners (verdachte en [medeverdachte] ) verantwoordelijk waren voor de afwerking van de vloeren en het straatwerk in de tuin. Volgens de deskundigen is het redelijk een bedrag van € 3.095,63 uit de begroting te halen voor alle vloerafwerkingen en het straatwerk. Bij onderzoek in de mutatieoverzichten van de (betaal)rekeningen van verdachte en [medeverdachte] in de periode van 29 december 2011 tot juni 2012 zijn geen betalingen aangetroffen die duiden op vloerafwerking of straatwerk. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de betalingen contant hebben plaatsgevonden. Inkomsten In de periode van de kasopstelling werd van de bankrekeningen van verdachte en [medeverdachte] in totaal een bedrag van € 7.701,13 opgenomen als contante opnamen bankrekeningen. Daarnaast is er ten aanzien van verdachte een bedrag van 3.998,- opgenomen als contante inkomsten. Dit betreffen contante opnames en opbrengsten van verkopen van [naam 2] . Ten aanzien van [medeverdachte] is een bedrag van € 7.665,- in de kasopstelling opgenomen. Dit zijn inkomsten vanuit ‘ [naam 19] .’ Ten slotte is een bedrag van € 43,95 opgenomen (retourbedrag [naam 5] ). Eindsaldo contant geld Onder verdachte en [medeverdachte] werd tijdens de doorzoeking van hun woning in totaal een contant geldbedrag aangetroffen van € 13.235,- Portemonnee € 235,- Lederen portemonnee € 1.755,- Geldkistje (lichtgrijs) € 9.335,- Geldkistje (donkergrijs) € 1.910,- Van het aangetroffen bedrag van € 1.755,- gaf verdachte aan dat dit bedrag van zijn zaak [naam 2] was. Daarom is dit bedrag niet in de kasopstelling meegenomen. Over het aanwezige geld in de geldkistjes heeft verdachte verklaard dat dit geld niet van hem was. Hij wilde echter niet zeggen aan wie het geld dan wel toebehoort. In de kasopstelling is als eindsaldo daarom een bedrag van € 11.480,- (€ 13.235,- – € 1.755,-) opgenomen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat een bedrag van € 6.000,- kasgeld was van [naam 2] . Dit is in tegenspraak met hetgeen verdachte hierover tijdens de doorzoeking van zijn woning heeft verklaard. Dit wordt bovendien niet door andere bewijsmiddelen ondersteund of door verdachte nader onderbouwd. De rechtbank gaat daarom uit van een eindsaldo contant geld van € 11.480 zoals in de kasopstelling is opgenomen. Samenvatting kasopstelling Beginsaldo contant geld € 0 Legale contante ontvangsten € 19.408,08 Eindsaldo contant geld € 11.480 Beschikbaar voor het doen van uitgaven € 7.928,08 Werkelijke contante uitgaven € 114.172,53 Verschil € 106.244,45 Conclusie rechtbank De rechtbank stelt vast dat verdachte en [medeverdachte] , gelet op de kasopstelling en gelet op hetgeen hierboven is overwogen, meer contant geld hebben uitgegeven dan er zichtbaar en controleerbaar binnen is gekomen. Dit uitgegeven bedrag staat niet in verhouding tot de legale inkomsten van verdachte en [medeverdachte] . Daarnaast heeft de rechtbank in dit vonnis bewezen verklaard dat verdachte betrokken is geweest bij hennepkwekerijen in Hummelo en Finsterwolde en bevat het dossier tevens aanwijzingen dat verdachte betrokken is geweest bij hennepkwekerijen in Zelhem en Bergen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier zonder meer een vermoeden van witwassen volgt. Verklaringen van verdachte over het (gestelde onverklaarbare) verschil Op 25 juni 2014 werd de Opel [type 1] in beslag genomen. Verdachte en [medeverdachte] hebben de reservesleutel op het politiebureau afgegeven en daarbij een brief, geschreven door [medeverdachte] , overgelegd. In deze brief, gedateerd 3 juli 2014 staat vermeld dat verdachte en [medeverdachte] een bedrag van de vader van [medeverdachte] hebben geleend om de auto te kunnen kopen. De politie heeft naar aanleiding hiervan de vader van [medeverdachte] gehoord. Hij heeft verklaard dat hij een bedrag van € 11.000,- heeft geleend aan zijn dochter. Dit bedrag had hij contant in huis liggen. Gebleken is dat de vader van [medeverdachte] met zijn vrouw een kredietschuld had van € 15.000,-. Gelet hierop vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat de vader van [medeverdachte] een bedrag van € 11.000,- aan zijn dochter heeft geleend. Tijdens verhoren bij de politie is verdachte uitvoerig bevraagd over de herkomst van het geld en de gedane stortingen en uitgaven. Verdachte heeft zich steeds beroepen op zijn zwijgrecht. Dat is zijn goed recht, maar het maakt dat de politie geen nader onderzoek heeft kunnen doen naar de herkomst van het geld. Eerst ter terechtzitting op 14 november 2018 heeft verdachte naar voren gebracht dat hij, toen hij zijn eigen zaak wilde beginnen, geen lening van de bank kon krijgen en daarom eind 2010 van een particuliere investeerder, van wie hij desgevraagd de naam niet wil noemen, contant € 40.000,- heeft geleend. Van de lening is volgens verdachte niets op papier gezet, er is geen rente betaald, de aflosperiode bedroeg 10 jaar, maar er is nog niets terugbetaald. Een deel van de lening is gebruikt om [naam 2] op te starten en een deel is gebruikt voor het opknappen van het chalet. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij inkomsten uit [naam 2] heeft geïnvesteerd in zijn bedrijf, huis en chalet. Deze inkomsten zijn niet in de boekhouding opgenomen, omdat verdachte het lastig vond om zijn inkomsten met betrekking tot de handel in tweedehands goederen goed in de boekhouding te verwerken. Met betrekking tot de betalingen aan recreatiepark [naam 1] heeft verdachte naar voren gebracht dat hij het chalet verhuurde aan vrienden en bekenden. Van de opbrengsten daarvan betaalde hij de jaarlijkse kosten voor het chalet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven over de herkomst van het uitgegeven geldbedrag. Dat verdachte een bedrag van € 40.000,- van een particulier heeft geleend, inkomsten had vanuit [naam 2] ‘buiten de boekhouding om’ en kosten voldeed vanuit huurinkomsten is op geen enkele wijze onderbouwd en daarmee dus niet verifieerbaar. Sterker, met betrekking tot de inkomsten uit [naam 2] is uit het dossier gebleken dat het bedrijf met verlies heeft gedraaid. Ook is het (mobiele) nummer van dit bedrijf afgeluisterd. Er werden slechts twee gesprekken gehoord die objectief konden worden toegeschreven aan klanten van [naam 2] . Dat verdachte inkomsten genereerde vanuit [naam 2] vindt de rechtbank ook om die reden niet aannemelijk. Conclusie rechtbank De rechtbank is van oordeel dat verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het geldbedrag van € 106.244,45, oftewel het verschil tussen de werkelijke contante uitgaven en het beschikbare geld voor het doen van uitgaven, en de met dat geld aangeschafte ten laste gelegde voorwerpen. Uit de resultaten van het nader onderzoek van het openbaar ministerie kan met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat het geldbedrag en de voorwerpen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben. Een criminele herkomst kan als enige aanvaardbare verklaring gelden. Medeplegen en wetenschap [medeverdachte] De rechtbank is van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] in vereniging het ten laste gelegde onder feit 3 hebben gepleegd. Verdachte en [medeverdachte] kunnen worden aangemerkt als economische eenheid. Er zijn betalingen gedaan die kunnen worden beschouwd als gezamenlijk te zijn gedaan, zoals betalingen voor het chalet, voor gezamenlijke vakantiereizen en voor het opknappen van de woning van verdachte en [medeverdachte] . Ook heeft zowel verdachte als [medeverdachte] binnen hun gezamenlijk huishouden profijt gehad van de uitgaven. Ten aanzien van de contante uitgaven is daarom sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte] wetenschap had van het feit dat het gezamenlijke legale inkomen onvoldoende was om daaruit de contante uitgaven van € 106.244,45 te bekostigen. Deze wetenschap blijkt uit het volgende. Uit tapgesprekken kan worden afgeleid dat [medeverdachte] inzicht had in de privé- en zakelijke rekeningen en de zakelijke kas van verdachte. Op 3 juli 2013 belde verdachte naar [medeverdachte] . Uit het gesprek volgt dat [medeverdachte] zicht heeft op het saldo van de bankrekening en overschrijvingshandelingen verricht. Ze benoemt dat de huur is gestort, dat de hypotheek eraf is en welke kosten nog meer betaald moeten worden. In een gesprek van 4 juli 2013 tussen verdachte en [medeverdachte] zegt [medeverdachte] dat ze op de zaak is en dat ze heeft uitgerekend wat er in de kas moet zitten en dat ze dit aan verdachte zal uitleggen. In dat gesprek meldt verdachte dat de politie achter hem aanzat. [medeverdachte] antwoordt ‘Dat meen je niet, hang maar op.’ Daarnaast zijn tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte en [medeverdachte] twee handgeschreven overzichten aangetroffen met de vaste lasten en inkomsten van verdachte en [medeverdachte] . Gezien de overeenkomsten tussen het handschrift van deze aantekeningen en het handschrift van de brief van [medeverdachte] − waarin ze aangeeft dat ze een bedrag van haar vader heeft geleend voor de aankoop van de Opel− zijn deze aantekeningen kennelijk afkomstig van [medeverdachte] . Het eerste overzicht betreft een overzicht uit 2014 nu als inkomen van [medeverdachte] een bedrag van € 2.006,99 is opgenomen en uit mutatieoverzichten van haar bankrekeningnummer blijkt dat zij sinds het jaar 2014 een (netto) salaris ontvangt van genoemd bedrag. In de overzichten is geen vermelding opgenomen van (legaal) inkomen van verdachte. Tevens blijkt uit versluierde gesprekken dat [medeverdachte] wetenschap had van de illegale activiteiten van verdachte. Op 31 juni 2013 belde verdachte naar [medeverdachte] . Verdachte vroeg of [medeverdachte] even op die ene telefoon kon kijken. Verdachte: ‘4 berichtjes?’ [medeverdachte] : ‘Ja. Wacht effe hoor, ik zal effe kijken…Van wie moet je wat hebben?’ Verdachte: ‘die i eeeeh, met die i’ [medeverdachte] : “Oh, die? en ‘Hier staat om 5 voor 9 “doe ik” En…morgen heb je nog P. En dan 6x” Verdachte: ‘Stuur maar als ie bij mij op de zaak kan komen, dat ik er ben . Ja?’ Ten slotte is verdachte in 2004 veroordeeld voor hennepteelt en in 2009 is hij nogmaals met justitie in aanraking gekomen aangaande hennepteelt,terwijl verdachte en [medeverdachte] al vanaf 2001 samenwoonden. Gelet op het bovenstaande is gebleken dat [medeverdachte] inzicht had in de privé- en zakelijke rekeningen en de zakelijke kas van verdachte, en dus wist dat het bedrijf niet goed draaide, en bovendien wetenschap had van de illegale activiteiten van verdachte. Het kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet anders zijn dan dat [medeverdachte] wist dat de contante uitgaven niet met legaal inkomen zijn gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , in de ten laste gelegde periode een geldbedrag van € 106.244,45 heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en van de in de ten laste gelegde genoemde geldbedragen de werkelijke aard en/of herkomst heeft verhuld terwijl hij wist dat deze geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf. Gewoontewitwassen Gelet op de hoogte van het geldbedrag, het grote aantal voorwerpen en het feit dat het witwassen heeft plaatsgevonden over een periode van ruim 3 jaar, is de rechtbank van oordeel dat verdachte en medeverdachte van het witwassen een gewoonte hebben gemaakt. 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot en met 5 september 2013, in elk geval op 5 september 2013 te Hummelo, gemeente Bronckhorst, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van ongeveer 420 hennepplanten en 548 hennepstekken, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl er sprake is van een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2013 tot en met 25 juni 2014, in elk geval op 25 juni 2014 te Finsterwolde tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ) grote hoeveelheden hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1740 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl er sprake is van een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet; 3. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 25 juni 2014 te Velp en/of Lathum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen: - een geldbedrag van in totaal van euro 19.222,-, althans een of meer geldbedragen, welk(
- e)geldbedrag(
- en)contant gestort is/zijn op bankrekening [nummer 1] ten name van [verdachte] (p. 0018-fr en p. 0021-
- fr)en/of - een geldbedrag van in totaal van euro 8.325,- althans een of meer geldbedragen, welk(
- e)geldbedrag(
- en)contant gestort is/zijn op bankrekening [nummer 2] ten name van [medeverdachte] (p. 0017-fr en p. 0021-
- fr)en/of - - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 4.099,78, althans een geldbedrag, gebruikt in verband met de (contante) aankoop en/of het renoveren van een chalet [nummer 3] (p. 0021-
- fr)en/of - - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 7.113,23, althans een geldbedrag, welke bedragen contant zijn betaald aan recreatiepark [naam 1] (p. 0022-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 11.550,--,althans een geldbedrag, welk bedrag contant is betaald in verband met de aankoop van een Opel [type 1] met kenteken [kenteken 1] (p. 0022-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 10.000,-, althans een geldbedrag, welk bedrag is gebruikt als startkapitaal voor het bedrijf [naam 2] (p. 0023-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 5.155,- althans een geldbedrag, welk geldbedrag is gebruikt voor de contante aankoop van een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 2] (p.0023-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 6.223,80, althans een geldbedrag, welke geldbedragen zijn gebruikt voor de contante betaling van bij [naam 3] geboekte vakantiereizen (p.0023/0025-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 2.490,23, althans een geldbedrag, welke geldbedragen zijn gebruikt voor contante betalingen bij [naam 4] en/of [naam 5] (p.0025-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 20.981,54, althans een geldbedrag, welke geldbedragen zijn gebruikt voor contante betaling van facturen (p.0025-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 1.210,-, althans een geldbedrag, welk geldbedrag is gebruikt voor de contante aankoop van een snorfiets met kenteken [kenteken 3] (p. 0026-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 3.000,-, althans een geldbedrag, in verband met een lening aan [naam 6] (p.0026-
- fr)en/of - een of meer geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van euro 3.095,-, althans een geldbedrag, in verband met de contante betaling ten behoeve van afwerkingswerkzaamheden in het perceel [adres 1] te Velp (p. 0027-
- fr)heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat bovenomschreven geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt en/of van die/dat bovenomschreven geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verhuld, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)(telkens) wist(
- en)dat bovenomschreven geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk, geheel of gedeeltelijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en verdachte (tezamen met zijn mededader(s)) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde De verdediging heeft zich met betrekking tot feit 3 beroepen op de zogenoemde kwalificatie-uitsluitingsgrond. De rechtspraak over de kwalificeerbaarheid van (schuld)witwassen houdt het volgende in. Wanneer het gaat om het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, moeten bepaalde eisen worden gesteld aan de motivering van het oordeel dat sprake is van (schuld)witwassen. Uit die motivering moet kunnen worden afgeleid dat de verdachte het voorwerp niet slechts heeft verworven of voorhanden heeft gehad, maar dat zijn gedragingen ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp. Het storten van contante geldbedragen op de bankrekening van verdachte en medeverdachte kan, nu in deze zaak vast is komen te staan dat de geldbedragen afkomstig zijn uit een door verdachte zelf begaan misdrijf, alleen worden aangemerkt als (schuld)witwassen als er sprake is van gedragingen die zien op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen. Van dergelijke gedragingen is niet gebleken. De rechtbank zal verdachte daarom voor dit deel van de tenlastelegging (eerste twee gedachtestreepjes van feit 3) ontslaan van alle rechtsvervolging. Het bewezenverklaarde levert op: Feit 1 en 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel Feit 3: medeplegen van gewoontewitwassen 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft naar voren gebracht dat er sprake is van een forse schending van de redelijke termijn. Hier dient dan ook een compensatie tegenover te staan in de (eventuele) strafmaat. Daarnaast heeft de zaak al veel gevolgen gehad voor verdachte. De langdurige onzekerheid over wat hem boven het hoofd hangt drukt zwaar op hem, zijn gezin en hun toekomstplannen. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft een actieve en coördinerende rol gehad bij de exploitatie van twee hennepkwekerijen waarbij een grote hoeveelheid hennep werd geteeld. Hij heeft ook anderen bij de hennepteelt betrokken, zoals de personen die als dekmantel bij de hennepkwekerijen woonden en de knippers. Verdachte heeft hierbij slechts gehandeld uit eigen financieel gewin. Ook zijn er aanwijzingen voor een groter crimineel verband. Verdachte heeft zo meegewerkt aan het in stand houden van de vraag naar hennep, het bevorderen van drugscriminaliteit en het schaden van de volksgezondheid. Daarnaast heeft verdachte zich over een lange periode schuldig gemaakt aan het witwassen van grote geldbedragen. Het is onacceptabel dat mensen die zich bezig houden met strafbare feiten goede sier kunnen maken met de verdiensten uit misdaad. Ook hebben witwashandelingen een ondermijnende werking. Crimineel geld zal weer in het legale economische circuit moeten worden gebracht. Het effect hiervan is dat deelnemers aan het economische verkeer besmet raken met crimineel geld. Hierdoor kan het normale functioneren van die partijen en de economische markt worden bedreigd. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte ook in 2004 is veroordeeld voor hennepteelt en in 2009 in aanraking is geweest met justitie voor hennepteelt. Hoewel de rechtbank verdachte voor een gedeelte van het ten laste gelegde onder feit 3, heeft ontslagen van alle rechtsvervolging, vindt de rechtbank dat de eis van de officier van justitie, gelet op de rol van verdachte in het geheel, recht doet aan het bewezenverklaarde. De rechtbank zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het lange tijdsverloop in deze zaak is al verdisconteerd in de eis en daarmee ook in de opgelegde straf. De rechtbank ziet geen aanleiding om, gelet op de omvang van het onderzoek, een grotere korting op de straf toe te passen dan al door de officier van justitie is gedaan. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 47, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. 9De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het bewezenverklaarde onder feit 1, 2 en 3 (met uitzondering van de eerste twee gedachtestreepjes) oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; verklaart het onder feit 3, eerste twee gedachtestreepjes, bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte voor dit onderdeel van de tenlastelegging van alle rechtsvervolging; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden; - bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van de voorwaarde dat verdachte zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit; - bepaalt dat de proeftijd twee jaren bedraagt. Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. drs. J.M. Klep en mr. P.J.C. Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders en mr. E. Bruinsma, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 december 2018. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] , brigadier van de politie Oost Nederland, district Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 07DZW11003 ( [naam 22] ), BVH zaaknummer PL07AH-2014039122 (verdachte [verdachte] , map 1 – 11), gesloten op 28 juni 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van bevindingen, p. 4 – 145. Proces-verbaal van bevindingen, p. 4 – 159 en 160. Proces-verbaal van bevindingen, p. 4 – 162. Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 4 – 234. Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 1] , p. 4 – 281 t/m 284. Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 2] , p. 4 – 319 en 320. Proces-verbaal van bevindingen, p. 4 – 187, huurovereenkomst woonruimte [adres 4] , p. 4 – 188 t/m 190 en huurovereenkomst bedrijfsruimte [adres 2] , p. 4 – 193 t/m 203. Tapgesprek, p. 4 - 42. Tapgesprek, p. 4 – 43. Tapgesprek, p. 4 – 44. Stam proces-verbaal p. 4- 6 en 7. Methodieken proces-verbaal, p. 291. Afschrift Marktplaats advertentie, p. 4 – 139. Tapgesprek, p. 4 – 57. Proces-verbaal van bevindingen, p. 4 – 145. Tapgesprek, p. 4 – 58. Tapgesprek, p. 4 – 59. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 7 – 190 en 191. Koopovereenkomst, p. 7 – 240. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 265. Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 7 – 204. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 281 en 308. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 281. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 256. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 281. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 299. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 281. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 300 en 302. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 281 en 308. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 10] , p. 7 – 310 en 311. Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] , p. 7 – 383 en 384. Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 2] , p. 7 – 422. Observatiewaarnemingen 14 juni 2013, p. 7 – 86, 8 juli 2013, p. 7 – 95, 22 juli 2013, p. 7 – 102, 24 juli 2013, p. 7 – 117, 8 augustus 2013, p. 7 – 122 en 13 augustus 2013, p. 7 – 130. Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 november 2018. Stam proces-verbaal, p. 7 – 11. Stam proces-verbaal, p. 7 – 11 en bakengegevens, p. 7 – 165. Proces-verbaal van bevindingen, p. 7 – 471. Proces-verbaal van bevindingen, p. 7 – 472 en 473. Afschrift uittreksel Kamer van Koophandel, p. 272-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, p. 8 en 9-fr en de door de Belastingdienst verstrekte gegevens, p. 48 t/m 114-fr. Resultaat GBA-bevraging, p. 8 – 27, 29, 31 en 33. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 12-fr, koopovereenkomst, p. 131-fr, koopovereenkomst, p. 145-fr, akte van levering, p. 154-fr, akte van levering, p. 162-fr, akte van levering, p. 171-fr en koopovereenkomst p. 633-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 9-fr en de door de Belastingdienst verstrekte gegevens, p. 193 t/m 206-fr. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 november 2014. Afschrift uittreksel Kamer van Koophandel, p. 121-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 9 en 10-fr, boekhouding [naam 19] , p. 548- 583-fr en overzicht uitgaven en inkomsten, p. 34 – 37-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 1 t/m 32-fr, en de daarin genoemde bijlagen. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 16-fr. Overzicht uitgaven en inkomsten, p. 34 – 37-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 17 en 18-fr en boekhouding [naam 2] , p. 339, 344 en 352-fr. Overzicht uitgaven en inkomsten, p. 34 – 37-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 18-fr en boekhouding [naam 19] , p. 548 t/m 583-fr. Koopovereenkomst chalet, p. 633-fr. Proces-verbaal beredeneerde schatting van contante uitgaven mbt de aankoop en het opknappen van chalet [nummer 3] , p. 613 en 614-fr. Facturen aankoop keuken, p. 686 en 687-fr. Aankoopbonnen [naam 4] , p. 688-fr. Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] , p. 642-fr en lijst betalingen uit administratie eigenaar park, p. 650 en 654-fr. Koopovereenkomst, p. 705-fr en proces-verbaal van bevindingen, p. 707-fr. Kentekenregistratie, p. 699-fr en wilsverklaring, p. 709-fr. Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot onderneming ‘ [naam 2] ’ p. 260-fr en grootboek kas, p. 311-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 25-fr en factuur, p. 780-fr. Boekhouding [naam 2] , p. 782-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 24 en 25-fr. Factuur, p. 795-fr. Factuur p. 799-fr. Factuur p. 803-fr en schriftelijk bescheid (ongenummerd) waarin [naam 3] vermeldt dat de betalingen contant zijn gedaan. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 25-fr en bonnen [naam 4] en [naam 5] p. 822 t/m 858-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 25 en 26-fr en in woning verdachte aangetroffen facturen p. 866 t/m 882-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 26-fr en kentekenregistratie snorfiets p. 884 en 885-fr. Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 11] , p. 889 en 890-fr en factuur, p. 891. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 26-fr en kopie rekeningafschrift, p. 894-fr. Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 november 2018. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 27-fr. Rapport schouw, p. 916-fr. Rapport schouw, p. 931-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 17-fr en overzicht uitgaven en inkomsten, p. 34 – 37-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 17- en 18-fr en boekhouding [naam 2] , p. 339, 344 en 352-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 18-fr en boekhouding [naam 19] , p. 548 t/m 583-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 25-fr en kopie bon [naam 5] , p. 847-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 19 – fr. Proces-verbaal van bevindingen, p. 585-fr. Stam proces-verbaal procesdossier, p. 14 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 723-fr en rekeningafschrift p. 759-fr. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, p. 8 en 9-fr, door de Belastingdienst verstrekte gegevens, p. 48 t/m 114-fr, proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot onderneming [naam 2] , p. 263-fr en tapgesprekken, p. 420 tot en met 422-fr. Tapgesprek, p. 8 – 70. Tapgesprek, p. 8 – 71. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 10 en 11-fr. Tapgesprek, p. 8 – 38 Uittreksel justitiële documentatie verdachte, p. 8-16 en 17 en proces-verbaal van aanhouding verdachte, p. 8 – 20 en 21.