vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/334261 / KG ZA 18-88 Vonnis in kort geding van 8 maart 2018 in de zaak van 1 [eisers 1 t/m 71] , eisers, advocaat mr. P.A.C. van Buul te Nijmegen, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde partij] ., gevestigd te Oosterhout Gld, gedaagde, advocaat mr. P.J.A. Plattel te Arnhem. Partijen zullen hierna de eisers en [gedaagde partij] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 tot en met 33 het emailbericht d.d. 7 maart 2018 van de zijde van [gedaagde partij] met producties 1 tot en met 14 - het emailbericht d.d. 7 maart 2018 van de zijde van de eisers met productie 18 - de mondelinge behandeling, gehouden op 8 maart 2018 - de pleitnota van de eisers - de pleitnota van [gedaagde partij] met producties. 1.2. Ten slotte heeft de voorzieningenrechter in verband met de spoedeisendheid van de zaak bepaald dat op 8 maart 2018 een zogenaamd ‘kop-staart vonnis’ zal worden gewezen en dat de nadere motivering van de beslissing op een later tijdstip op schrift zal worden gesteld. De nadere motivering volgt hierna en de datum daarvan is door de voorzieningenrechter bepaald op 16 maart 2018. 2De feiten 2.1. [gedaagde partij] exploiteert aan de [adres] (gemeente Over-Betuwe) een bungalowpark (hierna: het park). 2.2. Eisers zijn allen eigenaar van een chalet op het park. Een deel van eisers heeft een chalet én de kavel waar het chalet op staat in eigendom, de anderen hebben alleen het chalet in eigendom en huren de kavel waar het chalet op staat van [gedaagde partij] . 2.3. Partijen hebben een langslepend geschil over de betalingsverplichting van eisers aan [gedaagde partij] voor bepaalde door [gedaagde partij] gemaakte kosten en verrichte werkzaamheden/diensten. In de afgelopen jaren zijn diverse gerechtelijke procedures gevoerd. 2.4. In die procedures heeft [gedaagde partij] onder meer betaling gevorderd van deze door haar in rekening gebrachte kosten/vergoedingen. In procedures bij het gerechtshof Amsterdam – nevenzittingsplaats Arnhem, het gerechtshof Arnhem – Leeuwaren en de rechtbank Gelderland zijn de vorderingen van [gedaagde partij] afgewezen, omdat de hoogte van de in rekening gebrachte bedragen onvoldoende zijn onderbouwd en [gedaagde partij] nalaat inzichtelijk te maken hoe de in rekening gebrachte kosten (of voorschotten daarop) zijn berekend en welke bescheiden daaraan ten grondslag liggen. 2.5. Inmiddels hebben 73 bewoners (en oud bewoners) een procedure bij de rechtbank Midden-Nederland geëntameerd waarin in conventie van [gedaagde partij] als onverschuldigd betaald wordt teruggevorderd een deel van hetgeen de bewoners in het verleden (tot en met 2014) aan door [gedaagde partij] in rekening gebrachte kosten/vergoedingen hebben betaald. In reconventie vordert [gedaagde partij] betaling van door haar gezonden en onbetaald gelaten facturen aan de bewoners die zien op die periode, maar ook op de periode 2015, 2016 en 2017. Van de oorspronkelijk eisers resteren er thans nog 65. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 januari 2018 een tussenvonnis gewezen. 2.6. Daarnaast speelt tussen partijen een discussie over de door [gedaagde partij] ingezette herinrichting van het park, gebaseerd op inmiddels publiekrechtelijk toegestane permanente bewoning. [gedaagde partij] wil dat de bewoners op het park onder meer instemmen met gewijzigde algemene voorwaarden en een gewijzigd parkreglement. Eisers weigeren dit om hen moverende redenen. 2.7. Bij de processtukken is een brief van 18 januari 2018 van de advocaat van [gedaagde partij] , mr. Plattel aan [eiser sub 3] gevoegd waarin hij namens [gedaagde partij] verzoekt met de gewijzigde algemene voorwaarden (AV2016) akkoord te gaan. 2.8. Daarnaast bevindt zich bij de processtukken een brief van 22 februari 2018 van mr. Plattel aan [eiser sub 4] en [eiser sub 5] waarin hij hen er op wijst dat zij de nieuwe algemene voorwaarden niet hebben geaccepteerd, dat zij het verbod op permanente bewoning, zoals opgenomen in de voor hen geldende algemene voorwaarden, overtreden en dat daarom aanspraak wordt gemaakt op een contractuele boete van € 22.689,00. Verder staat in deze brief dat de boete niet behoeft te worden betaald als zij de gewijzigde algemene voorwaarden alsnog accepteren en dat, wanneer zij er voor kiezen om hiermee niet akoord te gaan, de boete binnen 8 dagen betaald moet worden. Tot slot staat in de brief dat wanneer de betaling niet binnen de gestelde termijn wordt gedaan, [gedaagde partij] hen het gebruik tot het park zal ontzeggen door de slagboomkaart onbruikbaar te maken. 2.9. De overige eisers hebben vergelijkbare brieven ontvangen. 2.10. Op 6 maart 2018 heeft [gedaagde partij] de toegangspassen (de keys) van de slagbomen van een groot deel van eisers geblokkeerd. Zij kunnen hun chalet niet meer met de auto bereiken. 3De vordering en het verweer 3.1. Eisers vorderen dat [gedaagde partij] bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld de toegangspassen (keys) waarmee eisers de slagbomen kunnen bedienen en die toegang geven om op het park te geraken te activeren en hen de ongestoorde toegang tot/van het park te verschaffen, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag en per eiser/toegangspas (key) dat [gedaagde partij] daarmee in gebreke is, alsmede met veroordeling van [gedaagde partij] in de kosten van deze procedure. 3.2. Zij leggen aan hun vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] misbruik van bevoegdheid maakt door de toegangspas te blokkeren, nu uit de hiervoor aangehaalde brieven van mr. Plattel volgt dat [gedaagde partij] de blokkade alleen als pressiemiddel gebruikt om eisers de gewijzigde voorwaarden te laten accepteren. Eisers stellen dat [gedaagde partij] is gehouden om eisers het ongestoorde woongenot en dus de toegang tot het park te verschaffen. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [gedaagde partij] eisers de toegang op deze wijze onthoudt en het dient geen enkel te respecteren doel. Het is oneigenlijk gebruik van een pressiemiddel, aldus eisers. 3.3. [gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer. Zij beroept zich op een opschortingsrecht. 3.4. Op de stellingen van partijen zal, voor zover, relevant hierna worden ingegaan. 4 4. De beoordeling 4.1. Zoals onder de feiten weergegeven, zijn eisers en [gedaagde partij] in een langslepend geschil verwikkeld over de (de hoogte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.