← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2019:1550

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/841075-17 Datum uitspraak : 8 april 2019 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , raadsman: mr. R. Stam, advocaat te Doetinchem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart

  1. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 oktober 2017 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, zijn vader, althans een persoon, te weten [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] (met kracht) tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en/of (nadat die [slachtoffer] op de grond is gevallen) (met kracht) in/tegen de buik- /maagstreek, in ieder geval in/tegen het (onder)lichaam te schoppen en/of te trappen.
  2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft bekend zijn vader te hebben geslagen. De beoordeling door de rechtbank Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat zijn zoon, verdachte, hem in zijn woning op 1 oktober 2017 met zijn vuist een klap heeft gegeven in het gezicht. Hierdoor is aangever op de grond gevallen. Vervolgens heeft verdachte hem geschopt in de maagstreek. Aangever heeft van het slaan veel last ondervonden aan zijn rechterkaak. Getuige [getuige] , moeder van verdachte, heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte aangever met kracht en gestrekt been heeft getrapt in zijn onderbuik, terwijl aangever op de grond lag. Verdachte heeft bekend dat hij zijn vader in zijn gezicht heeft geslagen. Verder heeft verdachte verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij zijn vader heeft getrapt. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zijn vader heeft mishandeld door hem in het gezicht te stompen. Eveneens acht de rechtbank het trappen in de buikstreek wettig en overtuigend bewezen, gelet op de overeenkomstige verklaringen daarover van aangever en getuige [getuige] . 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 1 oktober 2017 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, zijn vader, althans een persoon, te weten [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] (met kracht) tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en/of (nadat die [slachtoffer] op de grond is gevallen) (met kracht) in/tegen de buik-/maagstreek, in ieder geval in/tegen het (onder)lichaam te schoppen en/of te trappen. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat. 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van honderd uren taakstraf, te vervangen door vijftig dagen hechtenis, waarvan vijftig uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de officier van justitie gevraagd om opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte bereid is een taakstraf uit te voeren en dat daarvan een gedeelte voorwaardelijk kan worden opgelegd. De rechtbank dient bij de strafoplegging rekening te houden met de positieve ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt en met het tijdsverloop. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op: - het uittreksel justitiële documentatie van 21 februari 2019; - een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 20 maart
  3. Verdachte heeft zijn vader mishandeld door hem te stompen en te trappen. Daarmee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn vader. De mishandeling heeft bovendien plaatsgevonden in de woning van zijn ouders, waar zijn vader zich juist bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte al eens eerder is veroordeeld voor mishandeling van zijn vader. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat blijkens het reclasseringsrapport de band tussen verdachte en zijn vader en de rest van het gezin inmiddels is verbeterd. Ook blijkt uit het rapport dat verdachte na het feit aan zichzelf en aan zijn problemen op het gebied van onder meer agressieregulatie, huisvesting en dagbesteding heeft gewerkt. Verdachte heeft grote stappen gezet waardoor er volgens de reclassering op dit moment geen problemen meer waarneembaar zijn. Gelet op deze positieve ontwikkeling zal de rechtbank de eis van de officier van justitie volgen en volstaan met oplegging van een deels onvoorwaardelijke taakstraf met een proeftijd van twee jaren. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf gedurende 100 (honderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;  bepaalt, dat een gedeelte van de taakstraf groot 50 (vijftig) uren, subsidiair 25 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;  dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;  beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht twee uur in mindering wordt gebracht;  heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. B.F.M. Klappe, voorzitter, mr. C. Kleinrensink en mr. S.C.A.M. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 april
  4. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer] , gesloten op 2 oktober 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p.
  5. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p.
  6. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 maart 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.