vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/352029 / KZ ZA 19-80 Vonnis in kort geding van 19 april 2019 in de zaak van 1DE REGERING IN BALLINGSCHAP VAN DE REPUBLIEK DER ZUID-MOLUKKEN, gevestigd te Amsterdam,
(2018)b. Toekomst (…) Reactie Orpheus op inbreng RMS dag organisatie Orpheus, maar ook Apeldoorn, draagt de RMS-dag een warm hart toe. Als afspraken die worden gemaakt ook worden nagekomen en gerespecteerd, wil Orpheus graag de RMS-dag in 2019 onderdak bieden. Een aantal zaken zijn daarbij essentieel: - Alle afspraken die tussen partijen worden overeengekomen en vastgelegd worden ook nagekomen. - Orpheus is verantwoordelijk voor de veiligheid van bezoekers, medewerkers en eigendommen. Orpheus wil daarop dus ook invloed hebben. Orpheus zou in alle andere gevallen de beveiliging zelf in handen willen nemen. Orpheus werkt daarin met twee vaste partners. De heer [naam aanspreekpunt Rms] geeft aan, zoals ook in de vorige evaluatie, dat hij inschat dat dat niet goed werkt en dat dat meer problemen op zal leveren. Bovendien geeft de heer [naam aanspreekpunt Rms] aan dat de kosten dan te hoog worden. [naam medewerker Orpheus] geeft aan dat de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] , van Executive Options, dit jaar ook aanwezig was en wat Orpheus betreft een goede partij is. De heer [naam aanspreekpunt Rms] geeft aan dat hij zich kan vinden in de opstelling van Orpheus dat afspraken nagekomen moeten worden en dat namen van beveiligers en hun nummers tijdig bekend zijn. Niet een dag of week van tevoren, maar bijvoorbeeld al op 1 februari. (…) 4Vervolg en afspraken (…) e. Indien de RMS-organisatie de RMS-dag 2019 in Orpheus zou willen laten plaatsvinden, dan moet voor 1 februari 2019 overeenstemming bereikt zijn op de offerte en op de operationele aspecten genoemd onder punt
- (…) Indien er voor 1 februari geen overeenstemming is, dan gaat Orpheus ervan uit dat de RMS-dag elders zal plaatsvinden. (…)” 2.
- RMS c.s. heeft Orpheus per e-mail van 23 januari 2019, voor zover relevant, bericht: “(…) wij hebben intussen [naam medewerker beveiligingsorganisatie] gevraagd de beveiliging voor zijn rekening te nemen. Hij is daartoe bereid en zal in overleg met ons eerst een plan van aanpak opstellen en de noodzakelijke medewerkers selecteren; (…)” 2.
- Orpheus heeft RMS c.s. per brief van 8 februari 2019, voor zover relevant, bericht: “(…) Omdat wij uw mail van 23 januari niet hebben ontvangen en u hebt aangegeven deze weldegelijk te hebben verzonden, geven wij eenmalig respijt en wel tot en met vrijdag 15 februari
- Onze deadline van 1 februari (…) verschuift daarmee naar 15 februari
- Alle overige gemaakte afspraken op 20 december en vastgelegd in het verslag van 21 december blijven onverkort gelden. Het betekent dat wij uiterlijk op 15 februari 2019: - Onze offerte, die u uiterlijk 12 februari zult ontvangen, getekend retour hebben. - Een bevestiging op papier willen hebben via u van [naam medewerker beveiligingsorganisatie] , Executive Options, dat hij de persoon en organisatie is die verantwoordelijk is voor alle beveiligingsinzet op de RMS-dag op 25 april 2019 en dat deze voldoet aan de eisen die de wet stelt (gecertificeerde beveiligers). (…) Wanneer niet uiterlijk 15 februari 2019 aan een van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, dan zal de RMS dag in 2019 definitief niet in Orpheus plaatsvinden. (…)” 2.
- Orpheus heeft RMS c.s. per e-mail van 11 februari 2019 een offerte toegestuurd voor de RMS-dag van 25 april
- De e-mail van Orpheus luidt, voor zover relevant: “(…) Ongetwijfeld ten overvloede, maar graag benadruk ik nogmaals dat wanneer u de RMS-dag in Congrescentrum Orpheus wil laten plaatsvinden, dat wij uiterlijk vrijdag 15 februari aanstaande een schriftelijk akkoord hebben ontvangen op de bijgevoegde offerte. Om weer een mooie editie van de RMS-dag te verzorgen, plannen wij graag tussen 18 februari en 1 maart aanstaande een afspraak met de door u aangewezen operationele verantwoordelijken. Tijdens deze afspraak nemen wij de RMS-dag in haar geheel door en zetten we samen de operationele puntjes op de i. Graag ontvangen wij de contactgegevens van de operationeel verantwoordelijken zodat we een afspraak kunnen inplannen. (…)” 2.
- RMS c.s. heeft Orpheus per brief van 15 februari 2019 (kennelijk per abuis gedateerd op 15 februari 2018), voor zover relevant, bericht: “(…) De heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] heeft laten weten, dat hij wegens andere verplichtingen – anders dan ons eerder te kennen is gegeven – helaas niet in staat is de beveiliging op 25 april 2019 voor zijn rekening te nemen. Wij hebben echter de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] bereid gevonden op 25 april 2019 de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van onze zijde te dragen. Bijgaand treft u zijn verklaring aan. (bijlage 1) Ik verwijs u kortheidshalve naar de inhoud van zijn schrijven. De heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] is vorig ook betrokken geweest bij de beveiliging en is bij de heer [naam medewerker Orpheus] wel bekend. De offerte zend ik u tevens ondertekend retour. (…) De contactpersonen van de zijde van de RMS zijn de heer [naam aanspreekpunt Rms] en de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] . (…) ” 2.
- Daarop heeft Orpheus per brief van 18 februari 2019, voor zover relevant, gereageerd: “(…) Tot mijn spijt moet ik u berichten dat wij het besluit hebben genomen dat uw RMS-dag dit jaar niet in Theater & Congrescentrum Orpheus kan plaatsvinden. Ik zal ons besluit toelichten. Op 15 februari jl. ontvingen wij per mail uw brief met bijlagen waarmee u antwoord gaf op de door Orpheus gestelde eisen aangaande organisatie en veiligheid van de RMS-dag op 25 april. U hebt aangeven welke twee personen contacten zullen onderhouden met Orpheus en u bent, onder voorbehoud van enkele punten, akkoord met onze offerte. Aan de meest pregnante voorwaarde is echter niet voldaan. In uw brief laat u weten dat de beveiligingsorganisatie van de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] niet beschikbaar is c.q. elders verplichtingen heeft. Het is meer dan onaangenaam om in deze brief, die op de dag van de deadline is verstuurd, hiermee geconfronteerd te worden. U had er ook voor kunnen kiezen om met ons in overleg te treden toen u wist dat de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] niet beschikbaar was. Wij stellen ons op het standpunt dat uw organisatie, sinds 20 december 2018, alle tijd en gelegenheid heeft gehad om de afspraken met een professionele beveiligingspartij te bespreken en vast te leggen. Voor ons is het door u aangedragen alternatief niet acceptabel in het waarborgen van de veiligheid. De heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] zou ook vorig jaar de coördinatie op zich nemen, maar liet kort voor het event weten dat niet langer te zullen doen. In een dergelijke situatie willen wij niet meer belanden. Wij zijn verantwoordelijk voor ons eigen huis, onze medewerkers en gasten en hebben niet het vertrouwen in uw oplossing. Er is geen sprake van een professionele beveiligingsorganisatie die gekwalificeerde en gecertificeerde mensen in dienst heeft. Daarmee blijft de veiligheid voor ons ongewis en kunnen wij geen regie voeren op de veiligheid. (…)” 2.
- RMS c.s. heeft daarop per brief van 6 maart 2019, voor zover relevant gereageerd: “(…) In uw schrijven van 18 februari 2018 laat u weten, dat de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] als vervanger van de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] voor u niet aanvaardbaar zou zijn. Dit laatste heeft ons onaangenaam verrast, omdat in ons gesprek van 20 december 2018 – waarbij u aanwezig was – door de heer [naam medewerker Orpheus] (operationeel manager) meerdere keren de bijdrage van de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] aan het verloop van de viering van 25 april 2018 in theater Orpheus is geprezen. Het deed mij deugd te horen, dat de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] als een professionele beveiliger zijn bijdrage heeft geleverd op 25 april
- Met grote verbazing moeten wij echter vaststellen, dat de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] thans als een “onbetrouwbare“ partner wordt gekwalificeerd. Ik heb u in ons gesprek van 1 maart 2019 gezegd, dat wanneer ik van tevoren ook maar had kunnen vermoeden – dat in werkelijkheid de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] niet acceptabel zou zijn – ik eerst met u in overleg zou zijn getreden alvorens ik zou hebben overwogen de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] voor te dragen als vervanger van de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] . In ons voornoemde onderhoud heb ik u verteld, dat wij na uw schrijven van 18 februari 2019 met de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] contact hebben opgenomen. Wij hebben hem voorgehouden, dat wij gelet op de ontstane situatie hem wensen te houden aan zijn eerdere mondelinge toezegging, dat hij de coördinatie van de veiligheid en orde binnen Theater Orpheus voor zijn rekening zou nemen. De heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] van Executive Options heeft intussen toegezegd – conform zijn eerder mondelinge toezegging – vanuit zijn bedrijf de coördinerende taken omtrent veiligheid en orde op 25 april a.s. op zich te willen nemen. Deze toezegging heeft hij schriftelijk vastgelegd middels zijn verklaring van 5 maart
- Een afschrift van deze verklaring treft u als bijlage aan. ( bijlage 1 ) Voor het geval óók de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] niet meer door u als voldoende betrouwbaar wordt gekwalificeerd laat ik u hierbij weten dat wij akkoord gaan met de inzet van een door theater Orpheus voor te dragen beveiligingsbedrijf. Uiteraard wensen wij dan wel gaarne vooraf een prijsopgave tegemoet te zien. (…) Gelet op het vorenoverwogene verzoeken wij u dan ook met klem uw eerdere besluit – de RMS geen toestemming te verlenen op 25 april haar onafhankelijkheidsdag in theater Orpheus te vieren – te herzien. (…)” 2.
- De brief van Orpheus van 6 maart 2019 bevat als bijlage een verklaring van de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] (hierna: “ [naam medewerker beveiligingsorganisatie] ”). Deze verklaring luidt, voor zover relevant: “(…) Ondergetekende [naam medewerker beveiligingsorganisatie] , verklaart hierbij in tegenstelling tot een eerdere melding van verhindering, dat hij evenals het vorig jaar 2018 alsnog bereid is de coördinerende taken op zich te nemen rondom veiligheid, orde en toezicht op de aanstaande viering van 69 jaar proclamatie van de Republiek der Zuid-Molukken op 25 april 2019 in Theater & Congres Orpheus. (…) Hopende dat met deze verklaring u uw besluit tot afwijzing van verhuur van Theater & Congres Orpheus voor de viering van de Zuid-Molukse nationale dag 25 april a.s. herziet, daar dit besluit gebaseerd was op mijn eerdere verhindering en wijziging van de verantwoordelijke voor de coördinerende taken. (…)” 2.
- Orpheus heeft RMS c.s. per brief van 20 maart 2019 bericht dat zij haar eerdere besluit handhaaft en dat de RMS-dag niet in haar zalencentrum kan plaatsvinden. 2.
- Vervolgens hebben partijen hun standpunten per brieven van 2 respectievelijk 3 april 2019 nader aan elkaar uiteengezet. Dit heeft niet tot overeenstemming geleid. 3Het geschil 3.
- RMS c.s. vordert dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad: I. bepaalt dat Orpheus op donderdag 25 april 2019 het zalencentrum ongehinderd beschikbaar stelt aan RMS c.s. van 07.00 uur tot 20.00 uur op basis van de offerte van 11 februari 2019 rekening houdend met de kanttekeningen, die in het begeleidend schrijven van 15 februari 2019 zijn neergelegd, II. bepaalt dat Orpheus een bedrag van € 250.000,00 als dwangsom verschuldigd is aan RMS c.s. voor elke overtreding, in welk opzicht dan ook, tot een maximum van € 1.000.000,00, III. Orpheus veroordeelt in de kosten van dit geding. 3.
- Ter onderbouwing van haar vorderingen stelt RMS c.s. het volgende. Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen. Op grond van deze overeenkomst behoort Orpheus haar zalencentrum aan RMS c.s. op 25 april 2019 ter beschikking te stellen. De weigering van Orpheus om haar zalencentrum ter beschikking te stellen is in strijd met de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid. Ook schendt Orpheus daardoor grondrechten en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 3.
- Orpheus voert als volgt verweer. Eiseres sub 1 kent geen rechtspersoonlijkheid. Tussen partijen is slechts een overeenkomst tot stand gekomen onder opschortende voorwaarden, waaraan niet is voldaan. Van schending van grondrechten of algemene beginselen van behoorlijk bestuur is geen sprake. Het is voor Orpheus praktisch onmogelijk om op een dergelijk korte termijn alsnog de RMS-dag te laten plaatsvinden. Orpheus concludeert tot niet-ontvankelijkheid althans tot ontzegging van RMS c.s. in hun vorderingen, met veroordeling van RMS c.s. in de kosten van dit geding. 4De beslissing De voorzieningenrechter, 4.
- bepaalt dat Orpheus op donderdag 25 april 2019 het zalencentrum ongehinderd beschikbaar stelt aan RMS c.s. van 07.00 uur tot 20.00 uur op basis van de offerte van 11 februari 2019 rekening houdend met de kanttekeningen, die in het begeleidend schrijven van 15 februari 2019 zijn neergelegd, 4.
- bepaalt dat Orpheus een dwangsom van € 250.000,00 (zegge: tweehonderdenvijftigduizend euro) aan RMS c.s. verschuldigd raakt indien zij niet aan de hoofdveroordeling uit rechtsoverweging 5.
- voldoet, 4.
- veroordeelt Orpheus in de proceskosten, aan de zijde van RMS c.s. tot op heden begroot op € 1.633,40, 4.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- wijst het anders of meer gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 19 april
- De voorzieningenrechter is buiten staat om dit vonnis te ondertekenen. eh/kh