← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2019:2453

uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/840817-17 Datum zitting : 30 april 2019 Datum uitspraak : 14 mei 2019 Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] , postadres [adres 1] , raadsman: mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat te Ede. 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is gesteld op € 254.758,40 2De procedure Ter terechtzitting van 26 maart 2019 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt. Het onderzoek is vervolgens geschorst tot de terechtzitting van 30 april

  1. 3Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 30 april 2019 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat te Ede. De officier van justitie, mr. G. Steeghs, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 4De beoordeling van de vordering Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft voor de onderbouwing van de ontnemingsvordering verwezen naar de berekening die is uiteengezet in het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict, ex artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van 6 december 2017 (hierna: rapport). In het rapport is het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 254.758,
  2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering afgewezen dient te worden. De beoordeling van de rechtbank Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 14 mei 2019 tegen veroordeelde gewezen vonnis, waarbij veroordeelde is veroordeeld wegens het medeplegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet in de periode van 9 juni tot en met 14 november
  3. Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport en het proces-verbaal van politie eenheid Oost-Nederland. Voordeel uit ander strafbaar feit De rechtbank is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten uit een ander strafbaar feit, namelijk uit de productie van amfetamine als eindproduct. Uit de bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) is namelijk gebleken dat er op het perceel gelegen aan de [adres 2] te Laren eerder op zeer grote schaal amfetamine is vervaardigd, maar dat de productlocatie ten tijde van de doorzoeking grotendeels was leeggehaald/ontmanteld. Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op de voorwerpen/goederen die tijdens een doorzoeking op het perceel gelegen aan de [adres 2] te Laren zijn aangetroffen. Aan de hand van de bevindingen van de LFO en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) wordt er van uit gegaan dat op grote schaal amfetamine werd vervaardigd uit BMK via de Leuckartmethode. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er voldoende aanwijzingen dat er in ieder geval vanaf half mei 2016 is geproduceerd. Opbrengst Bij de vervaardiging van amfetamine via de Leuckartmethode wordt BMK met formamide gekookt. Op het perceel zijn drie 220 liter vaten aangetroffen met een ‘formamide’ etiket. Gesteld wordt dat deze vaten vol zijn geweest, zodat tenminste 600 liter formamide is verbruikt bij de productie van amfetamine. Uitgaande van 600 liter formamide, werd er bij de productie van amfetamine 400 liter BMK verbruikt. Van 400 liter BMK kan gemiddeld 640 kilogram amfetamine worden geproduceerd. De gemiddelde opbrengst van 1 kilo amfetamine is €
  4. Dat maakt dat de totale opbrengt € 512.000 is (640 kilogram x € 800). Kosten Bepaalde kosten kunnen in mindering op de opbrengst worden gebracht. Uit de analyses van het NFI blijkt dat er APAA en APAAN werd aangetoond in monsters. Gelet daarop acht de rechtbank het aannemelijk dat BMK werd verkregen uit APAA en APAAN. Met die methode betreffen de productiekosten voor 1 kilogram amfetamine € 170,
  5. De totale kosten voor 640 kilogram amfetamine zijn dan € 109.241,
  6. Daarnaast zijn er huurkosten gemaakt. Uit de verklaring van de verhuurder blijkt dat de huur van de maanden oktober en november 2016 niet is betaald. Dat maakt dat de huurkosten van de maanden mei tot en met september 2016 voor aftrek in aanmerking komen. De huurprijs bedroeg € 1.
  7. Dat maakt dat de totale kosten voor de huur € 8.000 zijn (5 x € 1.600). Gelet op het voorgaande bedragen de totale kosten € 117.241,
  8. Netto opbrengst Gelet op de opbrengst en de kosten bedraagt het voordeel: Totale opbrengst : € 512.000,00 Totale kosten -/- : € 117.241,60 Voordeel : € 394.758,40 De rechtbank zal vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 349.758,
  9. Verdeling In het veroordelend vonnis heeft de rechtbank bewezen verklaard dat sprake was van medeplegen met (in ieder geval) [medeverdachte] . Nu veroordeelde geen inzicht heeft gegeven in de betrokkenheid van meer anderen en de (onderlinge) verdeling van het behaalde voordeel, zal de rechtbank het verkregen voordeel pondspondsgewijs toerekenen, in die zin dat veroordeelde wordt veroordeeld tot betaling van de helft van het verkregen voordeel, zijnde € 197.379,
  10. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de veroordeelde de verplichting opleggen het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt vastgesteld aan de Staat te betalen. 5De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 6De beslissing De rechtbank: - stelt het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 197.379,20 (zegge: honderdzevenennegentigduizend driehonderdnegenenzeventig euro en twintig eurocent); - legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 197.379,20 (zegge: honderdzevenennegentigduizend driehonderdnegenenzeventig euro en twintig eurocent). Aldus gegeven door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. T. Bertens, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 mei
  11. mr. T. Bertens is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2016529664, gesloten op 15 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal onderzoek [adres 2] te Laren, p.
  12. Het proces-verbaal onderzoek [adres 2] te Laren, p. 201-
  13. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 642-645 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 633-
  14. Het proces-verbaal kosten amfetamineproductie
  15. Het NFI-rapport d.d. 23 december 2016 en het NFI-rapport d.d. 27 februari
  16. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 634.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.