← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2019:2831

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zitting houdende in de extra beveiligde zittingszaal van de rechtbank Noord-Holland, Haarlemmermeer (Justitieel Complex Schiphol) te Badhoevedorp. Parketnummers : 05/881324-16 en 05/780084-17 (gev. ttz. 7 december 2017) Datum uitspraak : 26 juni 2019 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaken van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans gedetineerd te PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht, raadsman: mr. S.R. Bordewijk, advocaat te Schiedam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 februari 2017, 19 april 2017, 5 juli 2017, 20 september 2017, 7 december 2017, 5 februari 2018, 10 april 2018, 27 juni 2018, 24 september 2018, 13 december 2018, 11 maart 2019, 14 mei 2019, 21 mei 2019, [datum 8] 2019, 27 mei 2019, 28 mei 2019, 29 mei 2019 en 26 juni

  1. De inhoud van de tenlastelegging [verdachte] wordt onder parketnummer 05/881324-16 (Bosnië) – kort gezegd – verweten dat hij op 31 december 2015 in Kerkdriel samen met een ander of anderen dan wel alleen met voorbedachten rade [slachtoffer 1] om het leven heeft gebracht, dan wel dat hij met die anderen of alleen [slachtoffer 1] opzettelijk heeft gedood (feit 1); op 31 december 2015 in Kerkdriel samen met een ander of anderen dan wel alleen geprobeerd heeft [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] met voorbedachten rade om het leven te brengen, dan wel dat hij met die anderen of alleen opzettelijk heeft geprobeerd [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te doden (feit 2); in de periode van 27 december 2015 tot en met 30 december 2015 in Kerkdriel, Amsterdam en/of Capelle aan den IJssel de liquidatie van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft voorbereid (feit 3). [verdachte] wordt onder parketnummer 05/780084-17 (IJshamer) – kort gezegd – verweten dat hij op 3 april 2016 in Amsterdam samen met een ander of anderen of alleen geprobeerd heeft [slachtoffer 4] en een onbekend gebleven persoon met voorbedachten rade om het leven te brengen, dan wel dat hij bij dit feit medeplichtig is geweest. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Bewijsverweren inzake Ennetcom Het standpunt van de verdediging Door de verdediging is aangesloten bij de in de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte 2] gevoerde verweren. Door de verdediging in de zaak [medeverdachte 2] is aangevoerd dat de inhoud van de e-mailberichten en de notities afkomstig van de Ennetcom-server (verder gezamenlijk aangeduid als Ennetcom-data) door technische omstandigheden zouden kunnen zijn aangetast of menselijk ingrijpen zouden kunnen zijn vervalst. Dit maakt dat de authenticiteit en de betrouwbaarheid van de Ennetcom-data feitelijk en juridisch niet kunnen worden gecontroleerd. Daartoe is aangevoerd dat: voor Ennetcom B.V. meerdere werknemers werkten die toegang hadden tot de servers. Zo ook bij de door Ennetcom ingehuurde bedrijven Dahvo B.V. en RIN B.V., de resellers van de PGP-telefoons en Bitflow, de verhuurder van de server in Canada. Wie er allemaal over de wachtwoorden kon beschikken is onduidelijk, maar alle Ennetcom-data konden worden benaderd en ontsleuteld als men de beschikking had over al de benodigde wachtwoorden. Na de ontsleuteling kunnen berichten worden gelezen, gekopieerd, verplaatst en aangepast; door het retentiebeleid op de S/MIME-server grote hoeveelheden e-mailberichten zijn bewaard terwijl deze berichten na korte tijd automatisch zouden worden verwijderd; de eigenaar en bestuurder van Ennetcom door het Openbaar Ministerie wordt verdacht van het onderhouden van nauwe relaties met bekende criminelen en criminele organisaties; er hardnekkige geruchten zijn dat Ennetcom gefinancierd is door partijen die stevig verankerd zijn in het internationale drugsmilieu en dat deze partijen een stevige vinger in de pap hebben gehouden bij het bedrijf om informatie te krijgen over anderen in het criminele milieu en om zelf een sturende rol te kunnen spelen; uit de beschikbare Ennetcom-data blijkt dat er beveiligingsproblemen waren bij Ennetcom, te weten bij de behandeling van kopieer- en wipe verzoeken, dat het “stelen” van een Ennetcom-adres mogelijk was en dat e-mails werden ontvangen die niet bestemd waren voor de ontvanger; beheer en manipulatie van versleutelde communicatie voor criminele groeperingen aantrekkelijk is, wat volgt uit het Marengo-onderzoek waar de criminele groepering over een eigen reseller (van PGP-telefoons) zou kunnen beschikken en men probeerde om de schuld van een vergismoord bij [medeverdachte 2] te leggen. Daarom dient bij de controle van de authenticiteit van de Ennetcom-data ervan uit te worden gegaan dat (onbekende) derden toegang tot de (key)servers hadden en het oogmerk hadden om informatie te manipuleren. Door deze kwetsbaarheid en de manipuleerbaarheid van het Ennetcom-systeem moeten voorafgaand aan de interpretatie van de Ennetcom-data de volgende vragen gesteld worden: is de inhoud van de tekst van de e-mailberichten en notities authentiek; zijn de tijdstippen en de data van verzending en ontvangst wel correct (geregistreerd); zijn de e-mails en notities wel afkomstig van de geregistreerde afzender en zijn deze teksten wel ontvangen door de geregistreerde ontvanger. Artikel 344 lid 5 Sv De informatie afkomstig van de Ennetcom-server dient juridisch gezien gekwalificeerd te worden als “andere geschriften” als bedoeld in artikel 344 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) en kunnen slechts als bewijsmiddel gelden “in verband met den inhoud van andere bewijsmiddelen”. Voorts is de bewijskracht van de Ennetcom-data door de kwetsbaarheid en de manipuleerbaarheid zwakker dan de bewijskracht die volgens de CAG bij het arrest van de Hoge Raad van 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO9193 aan door verbalisanten uitgewerkte tapverslagen kan worden toegekend. Daarbij komt dat de Ennetcom-berichten en notities regelmatig afkomstig zijn van onbekend gebleven personen en in gevolge het bepaalde in artikel 344a derde lid Sv slechts voor het bewijs mogen worden gebruikt: als het geschrift in belangrijke mate steun vindt in ander bewijsmateriaal; waarbij de rechter in gevolge het bepaalde in artikel 360 Sv het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een onbekend gebleven persoon moet motiveren. Ook voor schriftelijke bescheiden geldt dat deze, gelet op jurisprudentie van het EHRM, slechts voor het bewijs kunnen worden gebruikt wanneer de inhoud voldoende steun vindt in andersoortige los van deze schriftelijke bescheiden staande bewijsmiddelen die zien op het daderschap van verdachte. Ennetcom-data zijn gefragmenteerd bewaard en geven een incompleet beeld In aanvulling op en/of in afwijking van de verweren gevoerd in de zaak [medeverdachte 2] is betoogd dat niet alle berichten bewaard zijn gebleven waardoor een incompleet beeld kan zijn ontstaan. Ook daarom wordt de rechtbank verzocht de Ennetcom-data niet voor het bewijs te gebruiken. Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie kan zich niet verenigen met het standpunt van de verdediging over het gebrek aan integriteit en beveiliging van het Ennetcom-systeem. Het Openbaar Ministerie baseert zich daarbij op de volgende punten. Het Ennetcom-systeem is ontwikkeld om betrouwbaar te zijn, om communicatie af te schermen en geheim te houden. Als bekend zou worden dat het systeem ondeugdelijk was, zou dat funest zijn voor de bedrijfsvoering. Voorts volgt uit het dossier dat er binnen de Ennetcom-organisatie zorg werd besteed aan het bewaken van de integriteit en dat er werd opgetreden in het geval van bedreiging daarvan. Anders dan de verdediging suggereert, staat niet vast dat hele groepen personen van verschillende bedrijven toegang hadden tot cruciale delen van de servers. Medewerkers van Dahvo en Ennetcom hadden beheerderstoegang tot bepaalde servers, maar zij konden de versleutelde e-mails niet lezen. Verder is uit de verhoren bij de rechter-commissaris niet gebleken dat iemand voor zijn werkzaamheden toegang had tot de keyserver en de zich daarop bevindende private keys. Voor het werk van RIN B.V. was geen toegang tot de server nodig. [naam 1] (Bitflow) was de verhuurder van de servers. Om de data te kunnen veranderen is naast toegang tot de servers middels de wachtwoorden ook (algemene) kennis nodig over Microsoft Exchange en de BlackBerry Enterprise Servers en specialistische kennis over de wijze waarop de sleutels opgeslagen waren op de S/MIME server, omdat hiervoor niet was gekozen voor een standaard IT-oplossing. Hoewel het onderzoek van de server niet gericht was op het vinden van sporen die er op duiden dat de Ennetcom-servers gehackt of gemanipuleerd waren, zijn er geen aanwijzingen gevonden dat hiervan sprake was. Op basis van de voorgaande argumenten mag de rechter ervan uit gaan dat bestanden die zijn aangetroffen in een digitale omgeving, daar geplaatst zijn door de gebruiker van die digitale omgeving. Een bewezenverklaring op basis van de data is mogelijk, zelfs als deskundigen in het algemeen of theoretisch niet kunnen uitsluiten dat er is gehackt. Dit is pas anders als aannemelijk is dat de integriteit van de data is aangetast. Overige onderzoeksresultaten valideren de integriteit van de Ennetcom-data.  Context-informatie uit andere onderzoeksresultaten valideren de integriteit en authenticiteit van de Ennetcom-data, bijvoorbeeld als via een Ennetcom-account wordt gemaild over een afspraak bij de reclassering en de gebruiker van dat account een afspraak met de reclassering heeft.  De communicatie tussen de Ennetcom-accounts verloopt adequaat. Het Openbaar Ministerie kan zich niet verenigen met het standpunt van de verdediging over de bewijswaarde van de Ennetcom-berichten en volgt de vergelijking met de unus testis rechtspraak niet op grond van het volgende. uit het arrest van de Hoge Raad van 2004 volgt dat “andere geschriften”, inhoudende de weergave van telefoontaps, kunnen worden bevestigd door de weergave van andere telefoontaps, ook zijnde “andere geschriften” in de zin van artikel 344 Sv. Dit geldt ook voor de weergave van Ennetcom-berichten; de Ennetcom-berichten zijn middels processen-verbaal van bevindingen in het dossier gevoegd, en de inhoud van deze berichten wordt in deze processen-verbaal bevestigd door andere bewijsmiddelen; er daarom geen sprake is van een situatie waarin het unus-testis beginsel geldt, het gaat immers niet om het aannemen van een gebeurtenis op basis van één getuigenverklaring; ook uit de unus-testis jurisprudentie volgt niet dat sprake moet zijn van twee bewijsmiddelen die de verdachte als dader aanwijzen. Beoordeling door de rechtbank Voordat de rechtbank de verweren zal behandelen, zal zij in het algemeen ingaan op de Ennetcom-data en het gebruik daarvan in de onderzoeken Bosnië, Brandberg en IJshamer. De Ennetcom-data Het Nederlandse bedrijf Ennetcom B.V. verkocht “Pretty Good Privacy telefoons” (verder PGP-telefoons) waarmee alleen versleutelde e-mails konden worden verstuurd en ontvangen en waarmee notities konden worden opgeslagen. De e-mailadressen bestonden uit een willekeurige, niet tot een persoon te herleiden, combinatie van cijfers en letters. De e-mailadressen werden door de gebruikers op de “telefoons” opgeslagen onder door hen gebruikte en bij hen bekende bijnamen. Door de versleuteling konden derden de e-mailberichten niet lezen en door het gebruik van bijnamen bleven de verzender en de ontvanger van de berichten voor derden anoniem. Ennetcom maakte gebruik van BlackBerry Enterprice Servers (verder: BES) gehuurd bij het bedrijf Bitflow in Toronto, Canada. Ongeveer 19.000 mensen maakten gebruik van deze dienst van het bedrijf Ennetcom B.V. [slachtoffer 1] werd op 31 december 2015 te Kerkdriel geliquideerd. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] raakten gewond maar overleefden de aanslag. Uit de historische verkeersgegevens van een zendmast in de directe omgeving van de plaats delict, bleek dat deze mast in de periode van deze aanslag en in de dagen daarvoor werd aangestraald door een PGP-toestel voorzien van het telefoonnummer eindigend op 5126 met het bijbehorende IMEl-nummer [nummer 1] . Uit gegevens gevorderd van BlackBerry Nederland bleek dat het toestel gebruik maakte van het e-mailadres beginnende met 9b
  2. Naar aanleiding van deze liquidatie werd een strafrechtelijk onderzoek opgestart onder de naam Bosnië. Uit dit onderzoek kwamen de volgende deelonderzoeken voort: Brandberg, naar de liquidatie van [naam 52] op [datum 1] te Krommenie; IJshamer, naar een poging tot liquidatie van [slachtoffer 4] op 3 april 2016 te Amsterdam; Maan, naar voorbereidingshandelingen voor de liquidatie van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op 20/21 november 2015 te Utrecht. De betrouwbaarheid en authenticiteit van de Ennetcom-data De rechtbank stelt voorop dat Ennetcom B.V. de communicatie met PGP-telefoons heeft ontwikkeld om anonieme en versleutelde communicatie tussen de gebruikers mogelijk te maken. Verdachte ontkent dat hij een PGP-telefoon in zijn bezit heeft gehad. De rechtbank merkt op dat de verdediging als zij spreekt over de betrouwbaarheid en authenticiteit van de Ennetcom-data vaak de woorden “het valt niet uit te sluiten” en “het is niet ondenkbaar” gebruikt of woorden met een soortgelijke betekenis. Met de verdediging en de officieren van justitie is de rechtbank van oordeel dat kan worden gesteld dat van geen enkel ICT-systeem dat verbinding heeft met het internet “valt uit te sluiten” dat het systeem kan worden gehackt of dat data op andere wijze door technische omstandigheden zouden kunnen zijn aangetast of menselijk ingrijpen zouden kunnen zijn vervalst. Iedereen die het nieuws volgt, weet bijvoorbeeld dat zelfs computers van het Amerikaanse ministerie van defensie zijn gehackt en dat een containeroverslagbedrijf in de Rotterdamse haven is lamgelegd door een computervirus. Echter, voor een bewezenverklaring die mede gebaseerd is op de Ennetcom-data hoeft de rechtbank geen “bewijsmiddelen” op te nemen waaruit volgt dat de theoretische mogelijkheid is uitgesloten dat de Ennetcom-data zijn aangetast of vervalst. De rechtbank moet beoordelen of de verweren van de verdediging hierover voldoende aannemelijk zijn geworden. Het is aan de verdediging om aannemelijk te maken dat de Ennetcom-data zijn aangetast of vervalst door deze stelling met feiten en omstandigheden te onderbouwen. Bij de beoordeling van de verweren mag de rechter volgens vaste jurisprudentie, naast de weerlegging in de bewijsmotivering, ook de onwaarschijnlijkheid, onaannemelijkheid en/of de ongeloofwaardigheid van alternatieve scenario’s in zijn oordeelsvorming betrekken. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank -behoudens aanwijzingen van het tegendeel- als uitgangspunt neemt dat Ennetcom-berichten of notities aangetroffen in het account van een gebruiker, afkomstig zijn van deze gebruiker of aan hem zijn verzonden en dat deze berichten of notities niet zijn aangetast of vervalst. Met betrekking tot de aangevoerde verweren overweegt de rechtbank als volgt:  Het enkele feit dat het bedrijf Ennetcom B.V. en de eigenaar zijn vervolgd wegens witwassen en deelneming aan een criminele organisatie of dat er volgens de verdediging “hardnekkige geruchten” zijn dat Ennetcom B.V. is gefinancierd door een partij die stevig verankerd is in het internationale drugsmilieu, is onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat het Ennetcom-systeem zo was ingericht dat de Ennetcom-data konden worden aangetast of vervalst, en zeker niet voor de verweren dat dit daadwerkelijk is gebeurd in de onderhavige strafzaken.  Ennetcom B.V. had ongeveer 19.000 gebruikers. Dit betekent dat er accounts moesten worden geactiveerd en verwijderd, dat er onderhoud aan het systeem moest worden verricht en service aan de gebruikers moest worden verleend. Daarvoor moesten helpdesk- en onderhoudsmedewerkers van Ennetcom (beperkte) toegang hebben tot de Ennetcom-servers. Ook medewerkers van de serververhuurder Bitflow zullen werkzaamheden op de servers hebben moeten verrichten en daartoe (beperkt) toegang hebben gehad tot de servers. Dat deze medewerkers ook toegang hadden tot de keyserver en de kennis hadden om (metadata van) de Ennetcom-berichten en notities aan te passen, is onvoldoende onderbouwd. Dit volgt ook niet uit de verhoren van verbalisanten, noch uit de verhoren van andere getuigen en de deskundige [naam 4] . De theoretische mogelijkheid dat één of meer personen beschikten over de benodigde wachtwoorden en daarbij ook de kennis hadden om daarmee de Ennetcom-data te vervalsen, betekent nog niet dat aannemelijk is dat dit ook daadwerkelijk is gebeurd. Dit geldt te meer nu op de Ennetcom-servers de personalia van de gebruikers niet aan hun accounts zijn gekoppeld. De verdediging heeft gesteld dat uit het Marengo-onderzoek is af te leiden dat een criminele organisatie [medeverdachte 2] de schuld probeerde te geven van een vergismoord. Als deze stelling al waar is, volgt uit hetgeen de verdediging ter onderbouwing heeft aangevoerd enkel dat hierover is gecommuniceerd met PGP-telefoons, niet dat de valse beschuldiging tot stand is gekomen door het vervalsen van PGP-berichten. De verdediging heeft gewezen op communicatie tussen gebruikers en helpdeskmedewerkers van Ennetcom, waaruit zou volgen dat data van het ene naar het andere account konden worden gekopieerd, er fouten zijn gemaakt bij de uitvoering van wipe-verzoeken en een gebruiker e-mails heeft ontvangen die niet voor hem bestemd waren. Dit is onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat het gehele Ennetcom-systeem onbetrouwbaar is. Ten eerste kende Ennetcom ongeveer 19.000 gebruikers en het gaat slechts om enkele voorbeelden. Ten tweede kan sprake zijn van menselijke fouten van een of meer gebruikers en een of meer helpdeskmedewerkers. De PGP-communicatie die via de S/MIME-server verliep, kende een retentiebeleid waarbij berichten automatisch na één dag werden verwijderd. Als berichten werden verplaatst naar een andere map op de server, was dit retentiebeleid niet meer van kracht. Door een bericht handmatig te wissen, werd dit bericht naar de map “prullenbak” verplaatst. Ook door de “verplaatsing naar de prullenbak” werd het bericht niet meer automatisch en definitief gewist. Anders dan de verdediging gaat de rechtbank uit van een systeemfout en niet van boze opzet om berichten tegen de zin van de gebruiker te bewaren. Dit omdat: o dit retentiebeleid gold voor alle gebruikers van PGP-toestellen die via de S/MIME-server communiceerden, niet voor slechts enkele accounts; o de informatie hierdoor slechts gefragmenteerd beschikbaar kwam, immers alleen handmatig “gewiste” informatie bleef op de server achter; o en de informatie versleuteld werd bewaard. Het dossier bevat daarnaast informatie, die de betrouwbaarheid en authenticiteit van de Ennetcom-data bevestigt. De rechtbank wijst hiervoor op de volgende punten die verder zullen worden uitgewerkt bij het linken van de PGP-accounts aan de verschillende gebruikers:  Onderzoeksgegevens uit andere bronnen valideren de integriteit en authenticiteit van de Ennetcom-data. Het gaat hier bijvoorbeeld om: o reizen van de gebruiker van de PGP-telefoon waarbij de PGP-telefoon lijkt mee te reizen met een gewone telefoon of de auto van de gebruiker; o het aanstralen van telefoonmasten in de directe omgeving van Schiphol door de PGP-telefoon, op de momenten dat de gebruiker aankomt in Nederland of vanaf Schiphol vertrekt; o afspraken en gebeurtenissen waarover wordt gemaild en waarvan uit andere onderzoeksgegevens blijkt dat die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden; o berichten over en notities van telefoonnummers van familie en/of de vriendin van de gebruikers. De berichtenuitwisseling tussen de verschillende gebruikers van de PGP-telefoons verloopt adequaat. Ondanks dat e-mailberichten slechts gedeeltelijk zijn bewaard, valt uit de bewaarde data te concluderen dat men weet met wie men mailt en (een deel) van de berichten sluit op elkaar aan. Zoals hiervoor reeds is opgemerkt, wordt een deel van de berichten gerelateerd aan gebeurtenissen die bevestigd worden door andere onderzoeksresultaten. Hierdoor wordt het account niet alleen gelinkt aan een gebruiker, maar wordt ook het tijdstip en de datum van verzending bevestigd. Het beroep op artikel 344 lid 5 Sv Het beroep op artikel 344 lid 5 Sv wordt verworpen. Uit de hieronder opgenomen bewijsmiddelen volgt dat naast de PGP-berichten ook andere bewijsmiddelen worden gebruikt zoals getuigenverklaringen, sectieverslagen, processen-verbaal van bevindingen, zendmastgegevens, gegevens van automatische nummerplaatherkenningscamera’s en opnamen van beveiligingscamera’s. Dit geldt te meer nu “het andere bewijsmiddel” die het gebruik van “andere geschriften” voor het bewijs mogelijk maken, ook “een ander geschrift” kan zijn. Ennetcom-berichten zijn gedeeltelijk bewaard en geven een incompleet beeld Met de verdediging vindt de rechtbank dat uit het dossier volgt dat de Ennetcom-data een incompleet beeld geven van (delen van) de communicatie tussen de verschillende Ennetcom-accounts en de in die accounts opgeslagen notities. De stelling dat daarom de Ennetcom-data niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, vindt echter geen steun in het recht. Immers, de zittingsrechter die over de feiten oordeelt, selecteert -binnen de door de wet getrokken grenzen- uit het beschikbare materiaal, het materiaal waar geen waarde aan wordt gehecht en het materiaal dat betrouwbare redengevende bewijsmiddelen oplevert. Vervolgens moet de rechter beoordelen of er voldoende wettige bewijs is om tot de overtuiging te komen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de Ennetcom-data voldoende betrouwbaar zijn en dat met deze bewijsmiddelen niet terughoudend behoeft te worden omgegaan. Daarmee wordt het beroep op bewijsuitsluiting verworpen. Onderzoek Bosnië (05/881324-16) Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officieren van justitie hebben gesteld dat het alternatieve scenario van [verdachte] door de politie is onderzocht. Uit dit onderzoek volgt dat dit alternatieve scenario niet aannemelijk is geworden. Op grond van het zich in het dossier bevindende wettige bewijs zijn de officieren van justitie tot de overtuiging gekomen dat [verdachte] kan worden veroordeeld voor medeplegen van: de moord op [slachtoffer 1] op 31 december 2015 te Kerkdriel; de poging tot moord op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op 31 december 2015 te Kerkdriel, en de voorbereidingshandelingen voor de liquidatie van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de periode van 27 december 2015 tot en met 30 december 2015 te Kerkdriel, Amsterdam en/of Capelle aan den IJssel. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de moord op [slachtoffer 1] , de pogingen tot moord op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en tot slot de voorbereiding op de liquidatie van de [slachtoffers] . Daartoe is onder meer aangevoerd dat de politie op basis van onder meer zendmastgegevens de verkeerde conclusies trekt over verdachtes reisbewegingen in de periode van 28 tot en met 31 december 2015 en het doel en de exacte bestemming van de reizen. Verdachte schetst een alternatief scenario dat volgens de verdediging past bij de zich in het dossier bevindende zendmastgegevens, maar betrokkenheid bij de tenlastegelegde feiten uitsluit. Verder is aangevoerd dat [verdachte] niet door de getuige [getuige 2] als één van de mannen op de camping is herkend en dat de schoenmaat van [verdachte] afwijkt van de schutter(s). Evenmin kan worden bewezen dat [verdachte] de gebruiker is geweest van de PGP-accounts o95w en 8g90, dan wel dat hij hiervan de enige gebruiker is geweest. Beoordeling door de rechtbank Vooraf De rechtbank zal het alternatieve scenario van de verdediging -voor zover de aannemelijkheid daarvan kan worden getoetst- bespreken tijdens de behandeling van de bewijsmiddelen. Voor zover het alternatieve scenario niet te verifiëren is door het ontbreken van een naam, telefoonnummer of camerabeelden, is dit te wijten aan de onderbouwing die de verdediging geeft voor het alternatieve scenario en het tijdstip waarop verdachte zijn verklaring heeft afgelegd. Wat verder door en namens verdachte is aangevoerd ter ondersteuning van de Ennetcom-verweren, het alternatieve scenario en de overige bewijsverweren, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen of hoeft niet besproken te worden omdat het verweer onvoldoende is onderbouwd en/of omdat de verdediging niet heeft aangegeven welk rechtsgevolg aan het verweer dient te worden verbonden. De feiten Op 31 december 2015 om 18:14 uur vertrokken [slachtoffer 2] (achterin), [slachtoffer 3] (bijrijder) en [slachtoffer 1] (bestuurder) van de camping in Kerkdriel. Ze verbleven pas maximaal drie weken, vanaf na Sinterklaas, in het chalet van [naam 5] (rechtbank: [naam 5]). Ze reden naar de slagboom. De slagboom ging open en [slachtoffer 2] hoorde knallen. Zijn broertje [slachtoffer 1] schreeuwde, hij was geraakt. Er waren twee schutters. Ze werden van rechts en van voren beschoten. [slachtoffer 2] zag een schutter voor hem staan. Er ging door het portier een kogel langs zijn hoofd. [slachtoffer 3] zag een schutter recht voor hem. Het was een getinte man van ongeveer 1.83 meter met een normaal dan wel slank postuur, een zwarte hoodie, een korte jas tot aan de heupen en gezichtsbedekkende kleding van kin tot neus. De man begon gericht te schieten. [slachtoffer 3] dook weg. Hij ging in een foetushouding zitten en hoorde knallen van rechts. Hij werd door een kogel via de bijrijdersdeur geraakt. Dit was rechts boven zijn bil, in zijn onderrug. De schoten waren heel snel achter elkaar. Hij hoorde [slachtoffer 1] zeggen dat hij ook was geraakt en zag bloed op zijn T-shirt. Niettemin reed [slachtoffer 1] door. Ze sloegen bij de uitgang van de camping links af en vervolgden hun weg via de dijk. [slachtoffer 1] hield het vervolgens niet meer vol en [slachtoffer 2] nam het stuur vanuit de achterbank over. Samen met [slachtoffer 3] bracht hij het voertuig tot stilstand, waarna [slachtoffer 1] achterin werd gelegd en [slachtoffer 2] verder reed. Een paar minuten later kwamen ze aan bij een woning waar [slachtoffer 3] aanbelde. Aan de [straatnaam 1] in Hoenzadriel werd tussen 18:15 uur en 18:20 uur getoeterd door een auto. De bewoners van nummer 4, waaronder [naam 6] , zagen ineens een vrij nieuwe witte Mercedes met kenteken [kenteken 1] op hun oprit staan. Deze auto was met grote snelheid aan komen rijden. Er werd geroepen dat ze beschoten waren en er een ambulance gebeld moest worden. De jongen (rechtbank: [slachtoffer 2]) haalde daarop een gewonde man, zijn broertje (rechtbank: [slachtoffer 1]), uit de auto. De derde betrokken persoon (rechtbank: [slachtoffer 3] ) – met een verwonding aan zijn heup – belde bij de overburen aan, waar hij vervolgens in elkaar zakte. De melding luidde vervolgens als volgt: “M: Goedendag met [naam 6] (de rechtbank begrijpt: [naam 6] ), [straatnaam 1] in Hoenzadriel. Ik heb met spoed een ambulance nodig. (…) De zijn mensen hier melden zich bij mij die zijn beschoten. Ik heb een gewonde man op straat en de bestuurder is ook gewond. De man vertelt over 3 man, 3 man die gewond zijn. (…) 3 gewonden waarvan 1 man op straat ligt te kermen. (…) A: zijn de daders daar nog mijnheer? M: nee hun zijn weggereden. (…) Ik geef u even 1 van de gewonden. NM1: hij krijgt moeilijk adem. Moet ik hem optillen of laten liggen? A: laten liggen mijnheer. NM1: Ok laten liggen. Hij krijgt moeilijk adem wat moet ik dan? A: U kunt hem het beste even op de zij draaien. Lukt dat? NM1: Op de zij, ga maar op je zij liggen [slachtoffer 1] . A: Luister eens. Hij is beschoten zegt u? NM1: hij is beschoten in zijn buik. A: in zijn buik geschoten. NM1: Ja ik ben in mijn hoofd geraakt. A: U in uw hoofd geraakt en die ander? NM1: die ander is ook geraakt. (…) Ik weet niet waar mevrouw. Mevrouw wilt u aub. Mijn broertje is even belangrijker op dit moment. (…) NM1; Hoe laat zijn ze hier denkt u. Mevrouw ik kan daar niet over beginnen. Alleen mijn broertje. weet u hoe lang ze hier zijn? Ik ben geraakt in mijn gezicht volgens mij. Hij krijgt moeilijk adem. A: Ademt diegene nog wel? NM1: Ja je ademt toch nog een beetje [slachtoffer 1] . Je ademt nog. (…)NM1: ja er komt bloed uit de buik. Moet ik me hand daar houden? (…) NM1: Ja ik weet het niet mevrouw. Ik voel geen pijn, maar ik ben wel geraakt. Paar keer in mijn gezicht volgens mij.(…)”. De politie kwam na de melding van omstreeks 18:19 uur ter plaatse bij de [straatnaam 1] (ter hoogte van nummer 1a) in Hoenzadriel aan. Midden op de weg lag een man op zijn linkerzij. Er was bloed op zijn borst te zien. Een ander slachtoffer, met zijn hele hoofd onder het bloed, hing over hem heen. Hij vertelde dat ze beschoten waren op de camping bij de grote sporthal en sportschool. Het was de verbalisant ambtshalve bekend dat de sporthal [naam 7] zich nabij [naam 4] aan de [adres 1] in Kerkdriel bevond. Het slachtoffer gaf zijn eigen en zijn broers personalia door, [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 2] 1985) en [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 3] 1988). Het derde slachtoffer lag in de voortuin, rechts naast een voordeur, op de grond. Deze persoon, [slachtoffer 3] , hield een doek op zijn rechterbil vast en zei dat hij was beschoten. Vervolgens werden alle slachtoffers de ambulance in geholpen en naar het ziekenhuis gebracht. Verder werden de witte Mercedes met kenteken [kenteken 1] met diverse schotbeschadigingen en bloedvegen -en spatten, en de bebloede witte toegangspas in de berm veiliggesteld. [slachtoffer 1] werd tussen 19:00 en 19:10 uur op de SEH van het UMCU binnengebracht met vele kogelverwondingen. Er was sprake van ernstig inwendig bloedverlies. Om 19:28 uur werd [slachtoffer 1] officieel als overleden beschouwd. Er werd dan ook sectie op het lichaam van [slachtoffer 1] verricht. Er waren totaal ongeveer 27 perforaties, grotendeels het gevolg van schotletsels. Het betrof zowel directe als indirecte schotletsels, al dan niet via het afketsen van kogels dan wel ook door uiteenspattende munitiedelen, losgeschoten autodelen en/of losgeschoten botdelen. Er bevonden zich circa 15 projectiel(delen) in het lichaam. Alle schotletsels en schotkanalen bevonden zich aan de rechterzijde van het lichaam. Als gevolg van de schotverwondingen was massaal bloedverlies en algehele orgaanschade door zuurstofgebrek opgetreden. De patholoog concludeerde: “ [slachtoffer 1] , 27 jaar oud geworden, is overleden als gevolg van verwikkelingen van meermalen bij leven opgelopen schotverwondingen”. [slachtoffer 2] werd op 31 december 2015 ook in het Universitair Medisch Centrum te Utrecht behandeld aan zijn verwondingen. Het ging daarbij om een schotwond aan de linkerzijde van de borstkas, een schotwond aan het onderbeen rechts en tot slot een schampwond van een kogel op de bovenzijde van het hoofd. Bij [slachtoffer 3] werden op 31 december 2015 twee huiddefecten in de bilregio waargenomen. Daarbij was sprake van ernstig bloedverlies. Beelden Van de schietpartij zijn camerabeelden beschikbaar, die door de politie zijn bekeken. Op de beelden is te zien dat er om 17:35 uur een donkerkleurige auto, type stationwagen, met dimlicht over de [adres 1] komt aanrijden en op de parkeerplaats van [naam 4] parkeert (met de achterzijde richting de dijk). De auto wordt vervolgens, zodra mogelijk, twee keer dichterbij de ingang van de camping geparkeerd. Om 18:14 uur is te zien dat er een lichtgekleurde personenauto stopt voor de slagboom. Het logo van het automerk Mercedes wordt herkend. De bestuurder steekt zijn arm uit in de richting van de detectiepaal. Op dat moment komt vanuit de donkerkleurige personenauto schutter 1 (NN03) over de stoep aangerend. De slagboom gaat omhoog en rechtsvoor van de Mercedes komt een capuchon dragende (met bontkraag en verder schoenen met anders gekleurde neuzen) schutter 1 aangerend in de richting van de Mercedes. Schutter 1 schiet vervolgens gericht, op ongeveer een afstand van twee meter, op de witte Mercedes in de richting van de bestuurder. Terwijl de slagboom verder omhoog gaat, blijft schutter 1 in de richting van de Mercedes schieten. Rechtsachter schutter 1 is schutter 2 (NN04 met een jas met een horizontale reflecterende streep op borsthoogte) te zien. De witte Mercedes rijdt onder de slagboom door, in de richting van de uitgang, terwijl schutter 1 doorgaat met schieten. Wanneer de auto ter hoogte van schutter 2 is, vuurt deze schutter voor de eerste keer in de richting van de Mercedes. Schutter 1 en 2 blijven op de witte Mercedes schieten, terwijl het voertuig verder richting de uitgang rijdt. De Mercedes rijdt met hoge snelheid het parkeerterrein van de camping af, links de [adres 1] op in de richting van Hoenzadriel. Op de beelden is gezien (en geteld) dat schutter 1 en 2 allebei meer dan 10 keer hebben gevuurd. Omstreeks 18:15 uur stappen de schutters in een donkerkleurige auto, type stationwagen, en rijden weg richting sporthal [naam 7] . Camping De politie heeft op 31 december 2015 ter plaatse op de camping aan de [adres 1] , [postcode 1] in Kerkdriel, gemeente Maasdriel, nader onderzoek verricht. Voor het bedrijfsgebouw op de camping – waarin de receptie, het eetcafé [naam 8] en de cafetaria [naam 9] zijn gevestigd – langs loopt de toegangsweg naar het campingterrein. Deze toegangsweg is versperd door één slagboom. Bij het onderzoek zijn (in)schotbeschadigingen in het bedrijfsgebouw, waaronder in een ruit die behoorde tot de receptie van de camping en een ruit die behoorde tot de cafetaria (met ook een dergelijke beschadiging in de reclamepop die buiten in de hoek voor cafetaria [naam 9] stond), waargenomen. Op het wegdek van het parkeerterrein zijn verder 17 hulzen aangetroffen. Alle aangetroffen hulzen op de parkeerplaats (AAIP8573NL, - 74NL, -75NL, - 76NL, -77NL, - 78NL, - 79NL, -80NL, -81NL, -82NL, -83NL, -84NL, -85NL, -86NL, -87NL, -88NL, -89NL) en op de tafel – welke al door de beheerder waren opgeveegd en daar waren neergelegd – in de receptie (AAIP8563NL, - 62NL, -61NL, -60NL, -59NL en -58NL) zijn veiliggesteld. BMW Op 31 december 2015 is vervolgens omstreeks 18:24 uur een autobrand ter hoogte van de [adres 2] in Zaltbommel gemeld. Op het moment dat de brandweer arriveert, staat de auto al helemaal in brand. Nadat de brandweer rondom de auto hulzen en kogels vindt, wordt de politie ingeschakeld. Het kenteken van de auto is [kenteken 2] , aldus de getuigen [getuige 15] en [getuige 16] van de brandweer. De vraag is of dit ook het echte kenteken van de auto betreft en zo ja aan wie deze auto toebehoort. Daartoe is onder meer onderzoek gedaan naar het chassisnummer. Op de rechter schroefveerkoker onder de motorkap is chassisnummer [nummer 3] aangetroffen, een nummer dat behoort bij een personenauto van het merk BMW, type 535D Touring Automaat, kleur zwart met kenteken [kenteken 3] . Dit voertuig staat sinds 23 oktober 2015 als gestolen geregistreerd. Sinds 10 januari 2014 is [naam 10] de eigenaar van dit voertuig. Het kenteken [kenteken 2] hoort, aldus navraag bij het RDW, bij een BMW van het type 525XI Touring Automaat, kleur blauw met chassisnummer [nummer 4] en staat sinds 19 april 2015 op naam van [naam 11] . Hieruit volgt dat een gestolen voertuig en valse/van diefstal afkomstige kentekenplaten zijn gebruikt. De politie heeft ook de inhoud van de auto en de omgeving rondom de auto onderzocht. In een straal van ongeveer twintig meter bevonden zich restanten van munitie. Deze munitie bestond uit losse onderdelen (hulzen, kogelpunten en manteldelen) van geëxplodeerde geweerpatronen, wat onder meer kan plaatsvinden in geval van hitte-inwerking zoals bijvoorbeeld door een brand. In het voertuig zelf werden voor de bijrijdersstoel verbrande resten van twee wapens aangetroffen. De wapens (SIN AAIK9061NL en AAIK9062NL) konden aan de hand van nader onderzoek worden aangemerkt als automatische wapens van het merk CZ, type VZOR-58 met kaliber 7,62 mm. Vervolgens werd onderzoek gedaan naar een mogelijk verband tussen de schietpartij en de negen minuten later aangetroffen BMW in Zaltbommel. Hiervoor is onder meer gekeken naar uiterlijke overeenkomsten tussen foto’s van de BMW 535D Touring in originele en uitgebrande staat en vervolgens de donkerkleurige personenauto op de camerabeelden van [naam 4] . Bij de vergelijking zijn overeenkomsten aangetroffen qua: Merk/Type: BMW type 5 serie; Model E61 Touring (stationwagen); Donkerkleurig/zwart carrosserie; Lijn van de koplichten behorende bij het model; Dakrails; Shadowline zijraam lijsten kleur zwart; Derde remlicht in achterruit; GPS antenne op het dak (driehoekige vorm); Naar binnen gebogen achterlichten; Richtingaanwijzer op spatschermen voor; Originele BMW lichtmetalen velgen (dubbelspaak). Vervolgens zijn de twee (verbrande) automatische wapens met de aangetroffen hulzen op de camping (en later ook in het lichaam van [slachtoffer 1] ) vergeleken. Bij dit onderzoek zijn naar aanleiding van alle veiliggestelde hulzen twee groepen gevormd, waarbij beide groepen hulzen bestaan uit zowel hulzen van de parkeerplaats als hulzen van de tafel op de camping. Deze hulzen zijn vergeleken met de twee automatische wapens. Het NFI-concludeert dat het meer dan één miljoen keer waarschijnlijker is (rechtbank: hoogste gradatie van het NFI) dat de hulzen uit groep І (AAIP8558NL, -60NL, -61NL, -62NL, -63NL, -81NL, -82NL, -86NL, -87NL, -88NL en -89NL) zijn verschoten met het geweer AAIK9062NL dan dat zij zijn verschoten met één of meer vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. Hetzelfde geldt vervolgens voor de hulzen van groep ІІ (AAIP8559NL, -73NL, -74NL, -75NL, -76NL, -77NL, -78NL,-79NL, -80NL, -83NL, -84NL en -85NL), waarvan ook wordt geconcludeerd dat het meer dan één miljoen keer waarschijnlijker is (rechtbank: hoogste gradatie van het NFI) dat zij zijn verschoten met het geweer AAIK9061NL dan met één of meerdere wapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. Verder zijn 12 kogels dan wel delen van munitie uit het lichaam van [slachtoffer 1] veiliggesteld (SIN: AAJA3703NL). Daarvan wordt geconcludeerd dat het 10 tot 100 keer waarschijnlijker is dat de kogelmanteldelen (AAJA3703NL#8.1 en -#11) zijn afgevuurd uit de loop van het geweer AAIK9062NL dan uit het geweer AAIK9061NL of een andere loop van hetzelfde kaliber en met dezelfde kenmerken. Gelet op deze resultaten van het vergelijkend onderzoek in samenhang met de genoemde overeenkomsten tussen de auto op de beelden van de camping en het voertuig aan de Hogeweg in Zaltbommel, acht de rechtbank bewezen dat deze wapens door de schutters op de camping zijn gebruikt en dat de auto is gebruikt voor de vlucht vanaf de camping naar Zaltbommel. Voorbereiding Zoals overwogen, verbleven de [slachtoffers] pas hooguit drie weken in het chalet op de camping in Kerkdriel. Het gaat hierbij om chalet [nummer 5] , waarvan de sleutel ook aan de sleutelbos in de Mercedes Benz met kenteken [kenteken 1] is aangetroffen. Het chalet ligt aan het water, een eind van het hoofdpad af. Eén van de buurtbewoners noemt de waterscooter van [naam 5] van chalet [nummer 5] . Over het chalet heeft [slachtoffer 2] verklaard dat het moeilijk te vinden is. Je moet echt weten om welk chalet het gaat. [slachtoffer 3] bevestigt dat ze verbleven aan een huisje aan het einde van een pad. Hij verklaart: “het is aan het water ongeveer 300 of 400 meter en dan ga je naar rechts en dan zie je een huisje met een terras”. De witte Mercedes hebben ze ook maar maximaal drie weken in hun bezit gehad. Daarvoor is het een Volvo V60 geweest. De getuige [getuige 2] verklaart dat hij één-twee dagen voor de schietpartij rond 19:00 uur met zijn Renault Traffic de camping op reed en werd aangesproken door twee Marokkaanse jongens. Eén van de jongens vroeg waar chalet [nummer 6] was. De getuige had geantwoord dat dit ongeveer in het midden was. De andere jongen liep door, de camping af, en riep tegen de jongen die bij de getuige stond dat hij moest opschieten. De jongen gaf vervolgens aan hij weg moest en liep achter hem aan. De jongen die de getuige aan had gesproken, was begin twintig, mager en ongeveer 1.90 meter lang. Verder had hij een licht getinte huidskleur, kort zwart haar, en droeg hij naast donkere kleding een capuchon (zonder verdere kraag) over zijn hoofd. De jongen die door liep, was ook rond de 20 jaar oud. Verder had de jongen een licht getinte huidskleur, donker kort haar, een mager postuur, een lengte van ongeveer 1.80 meter en droeg hij donkere kleding. Chalet [nummer 6] lag net voor het pad dat leidt naar chalet [nummer 5] . Als vanuit het naastgelegen grindpad naar het water werd gelopen, was chalet [nummer 5] goed zichtbaar. Tot slot overweegt de rechtbank dat het chalet een schuiladres was. [naam 12] (rechtbank: [naam 12]) had aangegeven dat hij “die broers” zou gaan pakken. Vanuit de groep van [naam 12] en [naam 13] werden [slachtoffer 2] en zijn broertje [slachtoffer 1] “de zusjes” genoemd. Eerdere bezoeken aan de camping De rechtbank leidt uit dit voorgaande af dat voor wat betreft het achterhalen van de verblijfplaats van de [slachtoffers] een voorbereiding kort voor het feit nodig is geweest. Naast de camerabeelden van 31 december 2015, zijn vervolgens ook de overige camerabeelden bekeken om te onderzoeken of de verdachten dan wel de door hen gebruikte voertuigen, de BMW en zoals nog volgt de Ford Fiesta, eerder op de beelden van de camping zijn geregistreerd. Dit heeft geleid tot een beschrijving van vijf bezoeken. Op de beelden van 28 december 2015 (bezoek 1) zijn daarbij de volgende bijzonderheden geconstateerd. Omstreeks 20:38 uur lopen twee onbekende mannen vanaf de [adres 1] richting de ingang van [naam 4] . Eén van de personen heeft een capuchon op zijn hoofd en draagt schoenen met verschillende kleuren (persoon 2, NN04). Deze persoon heeft een vreemd loopje. De andere persoon (persoon 1, NN03) heeft zijn capuchon met bontkraag niet op zijn hoofd en draagt verder schoenen met anders gekleurde neuzen. Op de hoek van de receptie blijven ze staan. Omstreeks 20:42 uur lopen de twee onbekende personen langs de slagboom in de richting van het campingterrein. Om 20:47 uur rijdt een donkerkleurige Renault Traffic het terrein op en stopt enkele meters na de slagboom. Omstreeks 20:48 uur is te zien dat de twee onbekende personen het campingterrein af lopen, langs de slagboom, terug in de richting van de parkeerplaats aan de dijk. Gelet op de inhoud van deze beelden in samenhang met de verklaring van de getuige [getuige 2] – in de zin dat hij met zijn Renault Traffic het terrein is opgereden en vervolgens is gevraagd naar een chalet dichtbij het chalet van de slachtoffers (passend bij een voorbereidend bezoek en waarna de jongens ook snel zijn vertrokken) –, acht de rechtbank bewezen dat de bewoner [getuige 2] getuige is geweest van het laatste deel van het eerste bezoek van de mannen aan de camping. Op 29 december 2015 zijn er meerdere bezoeken waar te nemen, te beginnen met een donkerkleurige personenauto, type stationwagen, die om 03:20-03:21 uur (bezoek 2) over de [adres 1] komt aanrijden uit de richting van Zaltbommel. De auto rijdt het parkeerterrein van [naam 4] op en wordt met de achterzijde in de richting van de [adres 1] geparkeerd. Twee onbekende personen stappen uit en lopen via de slagboom het campingterrein op. Wederom gaat het om een persoon met een jas zonder bontkraag (en schoenen met verschillende kleuren, NN04) en persoon met een jas met bontkraag (NN03 en schoenen met anders gekleurde neuzen). Verder is een op een automatisch vuurwapen gelijkend voorwerp bij NN04 te zien. Deze persoon heeft opnieuw een afwijkende manier van lopen. Vervolgens komen de twee onbekende personen om 03:36 uur teruggelopen uit de richting van het campingterrein en stappen in de donkerkleurige personenauto, type stationwagen, die boven aan de [adres 1] rechts in de richting van Zaltbommel rijdt. Later deze dag, om 20:42 uur, is op de beelden waar te nemen dat er twee onbekende personen vanaf de parkeerplaats aan de dijk in de richting van de receptie lopen (bezoek 3). Het betreffen opnieuw twee personen, waarvan één persoon een jas met bontkraag (NN03) en de andere persoon een jas zonder bontkraag (NN04, met verder een afwijkende manier van lopen) draagt. Om 20:53-20:54 uur komen de personen uit de richting van het campingterrein en lopen over de parkeerplaats in de richting van de [adres 1] , waar om 20:55 uur een donkerkleurige stationwagen uit de richting van Hoenzadriel komt rijden en in de richting van Zaltbommel gaat. Het voertuig lijkt op het model en type waarmee de twee verdachten na de schietpartij zijn weggereden. Om 21:30 uur komt vervolgens een donkerkleurige personenauto, type stationwagen, aanrijden over de [adres 1] . De auto komt uit de richting van Zaltbommel, rijdt links het parkeerterrein van [naam 4] op en parkeert daar met de achterzijde in de richting van het watersportcentrum. De bestuurder van de donkerkleurige personenauto (NN03) en de bijrijder (NN04) stappen om 22:11 uur uit de auto. Zij passeren de slagboom en lopen in de richting van het campingterrein. Zij dragen dezelfde kleding als eerder deze avond. Om 22:13 uur komen deze personen uit de richting van het campingterrein teruggelopen en stappen de donkerkleurige personenauto weer in. Om 22:35-22:36 uur gaat het autoportier van de bestuurder open en stapt NN03 uit de auto. Deze persoon rent – vermoedelijk met een vuurwapen, model automatisch geweer, in zijn linkerhand – in de richting van een kleine lichtkleurige personenauto, merk Peugeot. Nadat er een auto voorbij is gereden, rent NN03 terug naar de donkerkleurige personenauto en stapt weer aan de bestuurderszijde in. Om 23:01 uur en 23:03-23:04 uur herhaalt zich dit, waarbij NN03 zich de laatste keer ook achter de Peugeot verbergt tot een bestelauto voorbij is gereden. Om 23:06 uur verlaat de donkerkleurige personenauto de parkeerplaats en gaat rechts boven aan de dijk richting Zaltbommel. De auto die op 29 december 2015 is gebruikt, vertoont grote overeenkomsten met de auto waarmee de twee verdachten na het schietincident zijn weggereden, zijnde de BMW met kenteken [kenteken 2] . Gelet op de overeenkomsten voor wat betreft de auto en de kleding in de avond, acht de rechtbank bewezen dat in het tijdvak van 20:42 tot 23:06 uur de camping meermalen door dezelfde personen is bezocht. Op 30 december 2015 zijn de volgende bijzonderheden waargenomen. Omstreeks 19:20 uur komen er twee NN-mannen uit de richting van de campinginrit aan de dijk gelopen. Zij lopen met gebogen hoofd en capuchon langs de slagboom het campingterrein op. Daarbij is te zien dat bij het lopen het linkerbeen van één van de mannen een opvallende “zwabberbeweging” maakt. De man (NN04) draait zijn linkervoet bij het neerzetten naar “links buiten” (en draagt weer schoenen met verschillende stoffen/kleuren). Omstreeks 19:29 uur komt een fors gebouwde NN-man het campingterrein afgelopen in de richting van het parkeerterrein, gevolgd door de twee NN-mannen. De mannen verdwijnen uit het zicht tot omstreeks 20:44 uur NN04 (met dezelfde kleding) weer uit de richting van de campinginrit aan de dijk, langs de slagboom, het campingterrein oploopt. Deze persoon vertoont grote gelijkenis met één van de twee onbekende personen eerder die avond om 19:20 uur. Tien minuten later (20:54 uur) rent NN04 terug, het campingterrein af, in de richting van het parkeerterrein. De rechtbank acht ook hier – mede in samenhang met de nog te volgen reisbewegingen – bewezen dat het gaat om dezelfde persoon die deze avond meermalen op de camping is geweest. Vervolgens is gekeken naar de overeenkomsten van deze personen met de verdachten van de schietpartij op 31 december
  3. Daarbij is het volgende naar voren gekomen: “NN03 (rechtbank: schutter 1) Man ongeveer een halve hoofdlengte groter dan NN04 (…) Geschatte lengte tussen de 1,70 meter en 1,95 meter Normale manier van lopen Kort geknipt kapsel, vermoedelijk donkerkleurig haar Op 28-12, 29-12 's nachts en op 31-12 draagt hij een jas met capuchon met daaraan een bontkraag. (…) Op 28-12, 29-12 ’s nachts en op 31-12 draagt hij schoenen waarvan de neus anders gekleurd is (…) NN04 (rechtbank: schutter 2) Man ongeveer een halve hoofdlengte kleiner dan NN03 (…) Geschatte lengte tussen de 1,65 meter en 1,85 meter Afwijkende manier van lopen (…) Op 28, 29 en 30 december draagt hij een jas met capuchon, zonder bontkraag. (…) Schoenen met verschillende kleuren en/of materiaal (…) Op 31 december draagt hij een jas met een horizontale reflecterende streep op borsthoogte. Deze streep is zowel op de voor- als achterkant waar te nemen (…)”. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van een vijftal bezoeken. Het gaat om bezoeken op: 28 december 2015 tussen 20:38 uur en 20:48 uur (bezoek 1); 29 december 2015 tussen 03:20 en 03:36 uur (bezoek 2); 29 december 2015 tussen 20:42 en 23:06 uur (bezoek 3); 30 december 2015 tussen 19:20 en 20:54 uur (bezoek 4); 31 december 2015 tussen 17:35 uur en 18:15 uur (bezoek 5). Bij deze bezoeken zijn voor wat betreft het signalement op meerdere dagen overeenkomsten waar te nemen. Ford Fiesta Naast de BMW die in ieder geval op 31 december 2015 – en zoals ook nog zal volgen op 29 december 2015 – is gebruikt, is sprake geweest van een tweede voertuig waarmee de verdachten zich vanaf de [adres 2] in Zaltbommel hebben verplaatst. Om te ontdekken welk voertuig dit is geweest, is onderzocht of de BMW met (duplicaat) kenteken [kenteken 2] samen reist met een ander voertuig. Hiertoe zijn de geregistreerde kentekens in de periodes van vijf minuten voor en na de registraties van het kenteken [kenteken 2] opgevraagd. Vervolgens is te zien dat het voertuig met het kenteken [kenteken 4] op 29 december 2015 om 02:21:06 uur en de BMW met kenteken [kenteken 2] op 29 december 2015 om 02:21:08 uur dezelfde Vialis camera passeren. Er is sprake van een tussenruimte van twee seconden. Dit geldt vervolgens ook voor de registratie van het kenteken [kenteken 4] op 29 december 2015 om 02:21:08 uur en de registratie van de BMW ( [kenteken 2] ) op dezelfde dag om 02:21:10 uur door dezelfde ARS-camera aan de Nieuwe Leeuwarderweg in Amsterdam richting de ringweg Noord/A10 (richting zuid oost). Tot slot worden de kentekens [kenteken 4] en 18-TFP-Z om 02:21:21 uur en 02:21:24 uur – met een tussenruimte van drie seconden – door dezelfde ARS camera op de oprit A10 vanaf de N247 richting Watergraafsmeer geregistreerd. Uit dit voorgaande volgt dat de BMW en de Ford Fiesta zich in ieder geval op deze momenten in elkaars onmiddellijke nabijheid bevonden en zich in dezelfde richting verplaatsten, waarbij de beide auto’s tenminste éénmaal van rijrichting veranderen. Het kenteken [kenteken 4] is afgegeven voor een groene Ford Fiesta en heeft in de periode van 19 december 2015 tot en met 5 januari 2016 op naam gestaan van [medeverdachte 1] , wonend aan de [adres 3] in Amsterdam. Kenmerkend voor dit type voertuig is onder meer dat het derde remlicht aan de bovenkant zit, de achterlichten zich redelijk hoog ten opzichte van het nummerbord bevinden en dat de voorlichten – door de gebolde vorm – enigszins uitstralen naar de zijkant. Hierop zijn vervolgens (nogmaals) de beelden van de camera’s op en rond de in- en uitgang van [naam 4] bekeken. Op de camerabeelden is zoals voornoemd onder meer te zien dat op 28 december 2015 omstreeks 20:38 uur twee personen de parkeerplaats van de camping op lopen. Zij komen lopend vanaf de [adres 1] (uit de richting van Hoenzadriel). Gelet daarop is gekeken naar voertuigen die tussen 20:28 en 20:38 uur over de [adres 1] zijn gereden. Vervolgens zijn aan de hand van kenmerken van het voornoemde type Ford Fiesta – voornamelijk aan de hand van de positionering van de achterlichten en de reflectoren op de achterbumper – drie voertuigen gezien die grote overeenkomsten vertonen met het model van deze Ford Fiesta. Het gaat om een auto om 20:30:02 uur vanuit de richting Zaltbommel in de richting van Hoenzadriel, een voertuig om 20:32:50 uur – beduidend langzamer rijdend dan het overige verkeer – vanuit de richting Hoenzadriel naar Zaltbommel en tot slot een auto om 20:34:58 uur vanuit Zaltbommel naar Hoenzadriel. De vervolgvraag is of dit ook daadwerkelijk de Ford Fiesta met kenteken [kenteken 4] is geweest. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en verwijst hiertoe naar de reisbewegingen van de auto. Op onder meer 28 december 2015 reizen met de auto mee de telefoonnummers [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 1] . Telefoonnummers ten aanzien waarvan de rechtbank – zoals nog volgt – zal overwegen dat [medeverdachte 1] de gebruiker is geweest. De reisbewegingen van deze nummers, het nummer [telefoonnummer 4] – zoals nog volgt van [verdachte] – en tot slot de Ford Fiesta zullen nog nader aan de orde komen. [medeverdachte 1] heeft onder meer verklaard dat hij “de auto (…) die jullie aantonen” (de rechtbank begrijpt onder meer de Ford Fiesta met kenteken [kenteken 4]) in gebruik heeft gehad. Hij verklaart echter ook dat hij de auto in de periode van 28 tot en met 31 december 2015 heeft uitgeleend (p. 4270). Deze alternatieve verklaring acht de rechtbank niet aannemelijk. De rechtbank overweegt hiertoe dat, zoals zal volgen, bij alle bezoeken één of meerdere telefoonnummers van [medeverdachte 1] meereizen met de Ford Fiesta. Daar komt nog bij dat [medeverdachte 1] ook meermalen praat over zijn auto (m’n waggie/wakkie), te beginnen op 25 december 2015: Tapgesprek d.d. 25 december 2015 om 16:35 uur van 6666 ( [naam 14] ) naar 3028 ( [medeverdachte 1] ): “(…) H: ... ik ga naar garage, vriend, m'n waggie is kapot (…) H:...ntv...een kleine ... autootje (praten door elkaar) R: wat dan gewoon zo'n wegwerpding? H: juist, zo'n Fiesta, een beetje die nieuwe, je weet toch R: hee man je moet ééntje halen die je kan weggooien soldier, gewoon wegwerp-tielie je weet toch, zo eentje moet je halen.... H: ja he he he (lacht) R: gewoon weggooie-oes, broer, gewoon uitstapp-oes (fon) weggooie-oes, loesoe, rot op, je weet zelf!(…) H: he maar die ...ntv (klinkt als een naam of 'die ander') mag echt niet weten he, dat snap je toch? R ja ja ja nee ik ga hem bellen ik ga zeggen ja man [naam 34] heeft gedaan man, ben je gek, of zo?! H: nee nee, ben je gek, bek je gek, nou maak je niet druk! (…)”. Via stemherkenning is vastgesteld dat de gebruiker van telefoonnummer 3028 [medeverdachte 1] was, die in dit gesprek dus ook [naam 34] werd genoemd. Vervolgens stuurt [medeverdachte 1] als gebruiker van het account h249 aan de gebruiker van account 08rh ( [medeverdachte 2] ) – waarbij de rechtbank hierna nog op de identificatie zal ingaan – op 1 januari 2016 de volgende berichten: “19:59:25 h249 Bro met die wakkie weggrijden van mij als vluchtauto is ook fuckingg heet he gaan we nooit meer doen man beter huren en op iemand andere naam gooien ofso (…) 20:53:42 h249 Top broo lovee youu bro echt alleen aan wat ik nu denk bro is me wakkie ze kunnen niks doen toch is geen bewijs dat ik daar ben geweest met me wak neetoch (…)”. Uit al dit voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank niet alleen dat het niet aannemelijk is dat [medeverdachte 1] de auto heeft uitgeleend – hij heeft immers over “die wakkie van mij” en “me wakkie” en zijn telefoons reizen met de auto mee – , maar ook dat deze Ford Fiesta bij de liquidatie als verkennings- en vluchtauto is gebruikt. Reisbewegingen: Vervolgens zal de rechtbank, zoals aangekondigd, ingaan op de reisbewegingen van onder meer de verschillende telefoonnummers van [medeverdachte 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer 4] , een telefoonnummer van [verdachte] . Bij de reisbewegingen zullen ook de PGP-toestellen 9b16 en o95w worden betrokken, de toestellen – zoals de rechtbank later zal concluderen – van [medeverdachte 1] en [verdachte] . Bezoek 1: maandag 28 december 2015 (op de camping tussen ongeveer 20:38 en 20:48 uur) Telefoonnummer (eindigend op de laatste vier cijfers)/kenteken Tijd Locatie mast / camera en/of bijzonderheden 5126 (9b16) 15:40 uur [adres 4] in Amsterdam (thuismast) 3028 15:44 en 16:00 uur [adres 4] in Amsterdam (thuismast) 3173 17:03 uur [adres 5] in Capelle aan den IJssel (thuismast) 3173 vanaf 17:03 uur Meerdere gesprekken naar een taxibedrijf, waarbij om 16:51 uur een taxi is besteld vanaf de [adres 6] in Capelle aan den IJssel. Om 17:03 uur is door de taxichauffeur gebeld naar het telefoonnummer eindigend op
  4. De taxichauffeur verklaart dat hij heeft gebeld toen hij het adres niet kon vinden en dat de klant op de kruising van de Witte de Withstraat met de William Boothlaan in Rotterdam is uitgestapt. Dit is om 17:25 uur geweest, aldus de rittenstaat. [kenteken 4] 17:28 - 17:31 uur Stadhoudersviaduct / Henegouwenlaan Rotterdam, zijnde in de richting van centrum Rotterdam/Witte de Withstraat. 5126 (9b16) 18:27 uur [adres 7] te Oosterhout (bij de A59, de snelweg tussen de A16 en Den Bosch) 3173 18:28 uur [adres 8] te Raamsdonkveer (bij de A59, de snelweg tussen de A16 en Den Bosch) 3173 gebruikt 7x 19:49 - 20:16 uur Den Bosch / Rosmalen, waaronder de mast Hintham 117 op 20:15 en 20:16 uur 2202 20:12 uur [adres 9] en Godschalxstraat Den Bosch [kenteken 4] 20:15:53 20:17:12 20:17:46 A59 van Den Bosch naar Zevenbergen A59 van Zevenbergen naar Den Bosch A59 oprit naar A2, HMP 139,9 richting Noord West 5126 (9b16) 20:31 uur [adres 10] te Kerkdriel (gemeten tijdens netwerkmeting camping) NN1 en NN2 20:38 - 20.48 uur [naam 4] , Kerkdriel IMSI: [nummer 7] (behorend bij IMEI: 3567120639623400 en e-mailadres o95w) 21:13 uur [adres 11] , Kerkdriel 5126 (9b16) 22:01 uur [adres 10] te Kerkdriel GJ869V (in gebruik bij [slachtoffer 1] ) 22:05 uur Verlaten [naam 4] 2202 22:18 uur Gestelseweg en Voetboog te Boxtel (aan de snelweg A2 tussen Den Bosch en Eindhoven) GJ869V ( [slachtoffer 1] ) 7x geregistreerd 22:24 – 23:05 uur Eindhovenseweg Zuid in Best, Onze Lieve Vrouwestraat en verschillende locaties op John F. Kennedylaan in Eindhoven. [kenteken 4] 6x geregistreerd 22:26 – 23:14 uur Verschillende locaties op John F. Kennedylaan, Eindhoven (eerste registratie om 22:25 uur net na de afrit van de snelweg A50) 3173 gebruikt 6 x 22:36 – 22:59 uur Eindhoven 5524 ( [slachtoffer 1] ) 3x 23:04 – 23:05 uur [adres 12] en [adres 13] Eindhoven 5126 (9b16), 3028 en [kenteken 4] 23:17 uur tot 29-12-2015 om 00:43 uur Reisbeweging van Best (een paar kilometer ten noorden van Eindhoven) via Liempde, Enspijk, Beesd, Utrecht en Oudekerk aan de Amstel naar Amsterdam. 3028 00:40 uur [adres 14] te Amsterdam Zuidoost [kenteken 4] 00:43 uur Registratie Amsterdam op ongeveer 5,2 kilometer van de Borchlandweg. 2202 00:48 uur [adres 15] in Amsterdam (afstand camera auto [kenteken 4] om 00:48 uur en deze zendmast bedraagt ongeveer 240 meter). Zowel het telefoonnummer eindigend op 5126 als op 3028 straalt voorafgaand aan bezoek 1 de mast aan de [adres 4] in Amsterdam aan. Deze zendmast bevindt zich op ongeveer 530 meter afstand van de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 3] in Amsterdam. Vervolgens is te zien dat het voertuig met het kenteken [kenteken 4] zich vanaf 17:28 uur voor het eerst – niet eerder in deze stad geregistreerd – in Rotterdam bevindt (Stadhoudersviaduct) en richting het centrum van Rotterdam rijdt (Henegouwenlaan). Vanaf het Stadshouderviaduct is het vervolgens 11 minuten rijden naar de kruising Witte de Withstraat/William Boothlaan, waar [verdachte] omstreeks 17:25 uur ook uit de taxi is gestapt. Vervolgens worden door de telefoons met de nummers eindigend op 5126 ( [medeverdachte 1] ) en 3173 ( [verdachte] ) telefoonmasten aangestraald die dichtbij elkaar liggen, zoals Oosterhout om 18:27 uur (nummer 5126) en Raamsdonkveer om 18:28 uur (nummer 3173) op hemelsbreed 3,2 kilometer afstand. Vervolgens is het voertuig met kenteken [kenteken 4] om 20:15:53, 20:17:12 en 20:17:46 uur vlakbij de afrit 48 op de A59 en het knooppunt Hintham (snelwegen A59 en A2) geregistreerd. Deze camera’s bevinden zich op vier kilometer afstand van de zendmasten aan de [adres 9] en Burgemeester Godschalxstraat, waarvan het telefoonnummer eindigend op 2202 (van [medeverdachte 1] ) om 20:12 uur gebruik gemaakt heeft. Voor wat betreft het telefoonnummer eindigend op 3173, straalt de telefoon om 20:15 en 20:16 uur een mast aan op ongeveer 200 meter afstand van de camera waarmee de auto met het kenteken [kenteken 4] om 20:17:46 uur is geregistreerd. De afstand van deze camera naar de camping in Kerkdriel bedraagt daarna ongeveer 13,6 kilometer, zijnde dertien minuten rijden. Vervolgens straalt het telefoonnummer eindigend op 5126 ( [medeverdachte 1] ) na bijna veertien minuten de mast aan de [adres 10] in Kerkdriel – welke ook vanuit de camping wordt gebruikt – aan, waarna vervolgens zeven minuten later het eerste bezoek op de camerabeelden is te zien. Tijdens dit bezoek straalt verder de PGP-telefoon met e-mailaccount o95w (en bijbehorend IMSI-nummer [nummer 7] en IMEI-nummer [nummer 8] ) – zoals nog aan de orde komt te relateren aan [verdachte] – de mast aan de Kerkstraat in Kerkdriel aan. De afstand van deze zendmast tot de zendmast aan de [adres 10] is hemelsbreed ongeveer 260 meter. De afstand van de mast aan de [adres 10] tot de ingang van de camping bedraagt hemelsbreed ongeveer 530 meter. Na 22:02 uur is aan de hand van de door de telefoonnummers 3028, 3173 en 2202 – de telefoonnummers van [medeverdachte 1] en [verdachte] – en tot slot de registraties van kenteken [kenteken 4] een reisbeweging naar Eindhoven te zien. Zo straalt bijvoorbeeld de telefoon van [medeverdachte 1]

(2202)om 22:18 uur de mast in Boxtel – op de snelweg van Den Bosch naar Eindhoven – aan en wordt vervolgens de Ford Fiesta ongeveer acht minuten – en 15,4 kilometer – later (net als ook de auto van [slachtoffer 1] ) in Eindhoven geregistreerd. Vervolgens wordt vanaf 22:36 uur ook door de telefoon van [verdachte] zesmaal gebruik gemaakt van een mast in Eindhoven. Gelet op al dit voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op 28 december 2015 samen – waarbij ook het aanstralen van de PGP-telefoon van [verdachte] past in de reisbewegingen – met de Ford Fiesta in de richting van Kerkdriel en daarna naar Eindhoven zijn gereisd. Nu verder de Ford Fiesta om 20:17 uur op een afstand van 13 minuten van de camping is geregistreerd, vervolgens vanaf 20:30 uur driemaal een auto wordt gezien met de kenmerken van dit specifieke type Ford Fiesta en tot slot de telefoon van [medeverdachte 1] om 20:31 uur ook gebruik gemaakt van de mast aan de Teisterbandstraat in Kerkdriel, acht de rechtbank bewezen dat niet alleen de telefoons met de gebruikers [medeverdachte 1] en [verdachte] maar ook dat de Ford Fiesta omstreeks het tijdstip van het eerste bezoek bij/op de camping is geweest. Verklaring [verdachte] Door [verdachte] is verklaard dat de geregistreerde reisbewegingen kloppen, maar de conclusies die hieruit zijn getrokken niet. [verdachte] verklaart dat hij op 28 december 2015 omstreeks 17:00 uur met de taxi naar het centrum van Rotterdam is gegaan, waar hij is afgezet op de Witte de Withstraat. Daar had hij via een vriend een afspraak gemaakt om nep geld te kopen. Hij vroeg deze jongen, [naam 15] , om mee te gaan naar Eindhoven. [naam 15] moest ergens anders heen en zette [verdachte] – naar schatting “iets voor achten” – af op station ’s-Hertogenbosch, waarna hij vervolgens met de trein tussen 20:30 uur en 20:45 uur op station Eindhoven aan kwam. Hij had daar om 21:00 uur met personen afgesproken om hasj te kopen. De telefoon met het nummer 3173 was leeg. Hij laadde de telefoon via de auto van deze personen een beetje op, maar de telefoon deed raar. Hij ging aan en uit. [verdachte] nam even na 23:00 uur een taxi terug naar Capelle aan den IJssel (p. 4473 t/m 4476). Nog daargelaten dat de telefoon van [verdachte] omstreeks 20:15 en 20:16 uur een mast aanstraalt op 200 meter afstand van de camera bij de snelweg, de telefoon van [verdachte] pas vanaf 22:26 uur masten in Eindhoven aanstraalt en het onderzoek bij taxicentrales niets heeft opgeleverd (p. 2531 e.v.), acht de rechtbank deze verklaring alleen al in verband met het vanaf Rotterdam meereizen met de telefoons van [medeverdachte 1] en de Ford Fiesta niet aannemelijk geworden. Gelet op dit voorgaande acht de rechtbank ook de verklaring van [verdachte] dat hij [medeverdachte 1] pas op 30 december 2015 voor het eerst heeft ontmoet (p. 4479) niet geloofwaardig. Bezoek 2: 29 december 2015 (op de camping tussen ongeveer 03:20 uur en 03:36 uur) Telefoon/kenteken Tijd Locatie mast / camera [kenteken 4] Vanaf 00:43 tot 02:01:06 uur Registraties in Amsterdam [kenteken 4] 02:21:06 uur Afrit Nieuwe Leeuwarderweg, Amsterdam (richting NO) [kenteken 2] 02:21:08 uur Afrit Nieuwe Leeuwarderweg, Amsterdam (richting NO) [kenteken 4] 02:21:08 uur Oprit A10 vanaf N247 richting Watergraafsmeer [kenteken 2] 02:21:10 uur Oprit A10 vanaf N247 richting Watergraafsmeer [kenteken 4] 02:21:21 uur ASR-camera 169-A [kenteken 2] 02:21:24 uur ASR-camera 169-A [kenteken 2] 02:23 uur Amsterdam, Ringweg Oost/A10 NN1 en NN2 03.20 - 03.36 uur [naam 4] , Kerkdriel 5126 (9b16) 03:40 uur [adres 16] te Hedel (gemeten tijdens netwerkmeting camping) [kenteken 4]
(3x)04:33 - 04:45 uur Capelle aan den IJssel, Abram van Rijckevorselweg 3028 04:45 uur [adres 17] , Capelle aan den IJssel 3028 04:45 - 05:43 uur Verplaatsing van Capelle aan den IJssel naar Amsterdam [kenteken 4] 05:24 uur Bekeurd op de Autosnelweg A2 (Baambrugge), bekeuring betaald door ouders [medeverdachte 1] [kenteken 4] Vanaf 05:30 uur Registraties in Amsterdam 2202 05:52 uur [adres 18] te Amsterdam (220 meter van de woning van [medeverdachte 1] ). 5126 06:48 uur [adres 4] te Amsterdam (530 meter van de woning van [medeverdachte 1] ). Bij dit bezoek komt de BMW met kenteken [kenteken 2] – welke kort na de liquidatie brandend is aangetroffen – in beeld. Zoals overwogen worden de BMW en Ford Fiesta vervolgens driemaal in elkaars nabijheid (binnen twee tot drie seconden na elkaar op dezelfde locatie) gezien. Vervolgens vindt 57 minuten later het tweede bezoek aan de camping plaats, waarbij de telefoon van [medeverdachte 1]
(5126)ook omstreeks dit bezoek (03:40 uur) een mast aanstraalt die vanuit de camping wordt gebruikt. Vervolgens is zowel via de registraties van het telefoonnummer van [medeverdachte 1]
(3028)als via het kenteken [kenteken 4] (ook op naam van [medeverdachte 1] ) een beweging via Capelle aan den IJssel naar Amsterdam waar te nemen. [verdachte] heeft verklaard dat hij in deze periode in de woning aan de [adres 20] in Capelle aan den IJssel sliep. Er is, aldus de verbalisanten, ruimte geweest om tussen de registraties van het kenteken [kenteken 4] in Capelle aan den IJssel langs de Hudsonbaai te rijden. De rechtbank overweegt dat na het eerste bezoek niet is gebleken van registraties van het telefoonnummer 3173 dan wel van de PGP-telefoon van [verdachte] onderweg naar dan wel in Capelle aan den IJssel. De verklaring van [verdachte] hiervoor – een niet goed werkende telefoon met nummer 3173 (en verder het nemen van een taxi) – acht de rechtbank zoals overwogen niet aannemelijk geworden. Zij acht bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] samen, met behulp van de Ford Fiesta hebben gereisd. Uit de historische gegevens van de telefoon van [medeverdachte 1] en de registraties van het kenteken [kenteken 4] volgt vervolgens dat zij na het eerste bezoek zijn teruggekeerd naar Amsterdam en daar tot omstreeks 02:01 uur zijn gebleven. Daarna vindt er, opnieuw rondom het tijdstip van een bezoek, een reisbeweging naar Kerkdriel plaats, waar de telefoon van [medeverdachte 1] ook omstreeks dit tijdstip gebruik maakt van een mast. Hierna volgt zoals genoemd, via Capelle aan den IJssel, een reisbeweging naar Amsterdam. De rechtbank overweegt ten aanzien van dit laatste punt dat de route van Kerkdriel ( [adres 1] ) via Capelle aan den IJssel naar Amsterdam (Statenjachtstraat) ruim vijftig minuten langer in beslag neemt (bron: Google maps) dan de rechtstreekse route van de camping naar de woning van [medeverdachte 1] . Gelet op al dit voorgaande, in onderlinge samenhang en in samenhang met de genoemde overeenkomsten in de signalementen, zal de rechtbank tot haar uitgangspunt nemen dat [medeverdachte 1] [verdachte] hier alsnog na het tweede bezoek aan de camping thuis heeft afgezet. Bezoek 3: 29 december 2015 (op de camping tussen 20:42 en 23:06 uur) Telefoon/kenteken Tijd Locatie mast / camera 3173, 3 x contact 18:00 - 18:09 uur [adres 21] in Rotterdam 3173 18:11 - 18:25 uur Reisbeweging naar Delfgauw, Rijswijk en Den Hoorn 5126 (9b16) 18:09 uur [adres 4] in Amsterdam (op 530 meter afstand van de woning van [medeverdachte 1] ) 3028 17:48, 18:18 uur [adres 4] in Amsterdam 36PTNH 18:23 uur Nieuw Leeuwardenweg in Amsterdam (Noord), richting IJtunnel 3028
(3x)18:26 -18:29 uur [adres 22] Amsterdam en tweemaal Kadijk 400 in Amsterdam NL601NGB0749424141 18:39 uur Pinbetaling bankrekening [medeverdachte 1] bij tankstation Shell Kriterion aan de IJberglaan 11 in Amsterdam 3028 18:41-19.23 uur Reisbeweging van Amsterdam naar Delft (Hoofddorp, Hoogmade, Zoeterwoude, Den Haag, Rijswijk en tot slot Delft). Past bij een reisbeweging over de A4 en A13. [kenteken 4] 19:23 uur Kruithuisweg in Delft (iets ten westen van afrit A13) [kenteken 4] 19:26 uur Oprit A13 richting Rotterdam 3028 3x 19:27-19:32 uur [adres 23] in Delft 3028 7x 19:33-19.39 uur Masten in Rotterdam 5126 (9b16) 20:35 uur [adres 24] in Velddriel (gemeten tijdens netwerkmeting plaats delict) 3028 20:40 uur Voicemail, toestel mogelijk uitgeschakeld. NN1 en NN2 20:42 - 23:06 uur [naam 4] . 5126 (9b16) 21:26 uur [adres 10] te Kerkdriel (gemeten tijdens netwerkmeting plaats delict) 3173 21:40 en 21:41 uur [adres 25] , Delft (uit - en ingaand SMS-bericht van/aan [naam 16] ) 5126 (9b16) 23:09 uur [adres 24] te Velddriel (gemeten tijdens netwerkmeting plaats delict). 3028 30-12-2015, vanaf 00:33 - 01:13 uur Reisbeweging vanaf Enspijk naar Capelle aan den IJssel (Enspijk, Sliedrecht en Capelle aan den IJssel, met drie contacten met [naam 16] ). 3028 00:48 uur Hardinxveld-Giessendam [kenteken 4] 01:08 uur Bekeurd op de Capelseweg (ter hoogte van perceel 399) te Capelle aan den IJssel, betaald vanaf de rekening van de ouders van [medeverdachte 1] . 5126 (9b16) 01:09 uur Hardinxveld-Giessendam 3028 01:13 uur [adres 17] in Capelle aan den IJssel (gesprek met [naam 16] ) [kenteken 4] 01:21 uur Abram van Rijkevorselweg in Capelle aan den IJssel 3173 01:50 - 03:23 uur [adres 5] in Capelle aan den IJssel (thuismast), contacten met Ouarda [naam 37] en [naam 16] . 3028 01:46 - 02:27 uur Reisbeweging via Utrecht naar Amsterdam (Utrecht, Vinkeveen en Amsterdam). NL601NG80749424141 01:58 uur Pinbetaling bankrekening [medeverdachte 1] Shell Ruwiel, A2, Breukelen. 3028 01:13-02:27 uur Reisbeweging van Capelle a.d. IJssel via Utrecht naar Amsterdam, [adres 4] (thuismast). [kenteken 4] 02:15 en 02:16 uur Ringweg Noord A10 en de Nieuwe Leeuwarderweg in Amsterdam (passend bij een route over de A20, A12 en A2 van Capelle naar Amsterdam) 3028 02:27 uur [adres 4] in Amsterdam (530 meter van de woning van [medeverdachte 1] ) 5126 (9b16) 03:09, 05:09 en 07:09 uur. [adres 26] in Nieuwer Ter Aa (aan de A2 tussen Breukelen en Vinkeveen) 5126 (9b16) 07:53 uur [adres 4] in Amsterdam 2202 01:04 en 03:50 uur [adres 18] in Amsterdam (niet meegereisd). Uit het voorgaande volgt dat de telefoon met het nummer eindigend op 5126 (9b16) rond 18:09 uur de thuismast aanstraalt en zowel voor (zeven minuten ervoor), tijdens als na het derde bezoek (drie minuten erna) masten gebruikt die binnen de netwerkmeting van de camping naar voren zijn gekomen. De telefoon met nummer 3028 straalt om 17:48 uur en 18:18 uur de thuismast in Amsterdam aan en reist daarna via Delft naar Rotterdam. Om 18:39 uur vindt een pinbetaling plaats van de bankrekening van [medeverdachte 1] bij tankstation Shell Kriterion aan de IJberglaan 11 in Amsterdam. Om 20:40 uur is het telefoontoestel met nummer 3028 mogelijk uitgeschakeld. Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat [medeverdachte 1] tussen ongeveer 18:23 uur en 20:35 uur met de Ford Fiesta vanaf Amsterdam via Delft/Rotterdam naar [naam 4] is gereisd. Het telefoonnummer 3173 heeft omstreeks het tijdstip van het derde bezoek telefoonmasten in Delft aangestraald. [verdachte] heeft verklaard dat hij op 29 december 2015 de Sisha-lounge in Delft heeft bezocht. Hij heeft daar [naam 16] een sms-bericht gestuurd met onder meer de vraag of [naam 16] hem later weg kon brengen. [naam 16] heeft hem vervolgens rond 01:00-01:30 uur opgehaald en weggebracht naar Capelle aan den IJssel. Het is maximaal tien minuten rijden, maar ze zijn verkeerd gereden. [naam 16] kan dit bevestigen, aldus [verdachte] (p. 4477). Nog daargelaten dat de reisbewegingen van het telefoonnummer 3028 en de Ford Fiesta – waarbij is omgereden via Capelle aan den IJssel – passen bij het eventueel thuis afzetten van [verdachte] , acht de rechtbank dit alternatieve scenario voor wat betreft het aanstralen van zijn toestel in Delft alleen al gelet op de ongeloofwaardige verklaring van [naam 16] bij de rechter-commissaris (in samenhang met het tapgesprek zoals nog volgt) niet verifieerbaar en aannemelijk geworden. De rechtbank overweegt echter ook dat zij in tegenstelling tot het Openbaar Ministerie van oordeel is dat niet kan worden bewezen dat [verdachte] daadwerkelijk zijn toestel bij [naam 16] heeft achtergelaten en deze dag met [medeverdachte 1] mee naar de camping is gereisd. Het dossier bevat onvoldoende bewijsmiddelen om hierover een conclusie te trekken. Op grond van al dit voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank worden bewezen dat in ieder geval [medeverdachte 1] , als gebruiker van de PGP-telefoon (9b16), omstreeks het tijdstip van het derde bezoek op de camping is geweest. Gelet op de voorgaande reisbewegingen, waarbij in de nacht van 29 december 2015 de BMW (samen met de Ford Fiesta) is gesignaleerd en waarbij bij het bezoek aan de camping in de avond ook meermalen een donkerkleurige stationwagen – met grote overeenkomsten met de auto op 31 december 2015 op de camerabeelden – is gezien, acht de rechtbank bewezen dat bij dit derde bezoek gebruik is gemaakt van de BMW. Mogelijk heeft [verdachte] de BMW bestuurd en was [medeverdachte 1] de bestuurder van de Ford Fiesta, maar conclusies hierover zijn niet met voldoende zekerheid te trekken. Bezoek 4: 30 december 2015 (op de camping tussen 19:20 en 20:54 uur) Telefoon/kenteken Tijd Locatie mast / camera 3028 14:46 uur [adres 27] , Amsterdam 3028 Vanaf 15:06 uur Geen contacten met een mast tot 21:58 uur 5126 (9b16) 15:15 - 16:45 uur 6 contacten met thuismast, [adres 4] , Amsterdam [kenteken 4] 17:23 uur Vialis camera, de nieuwe Leeuwardenweg, Amsterdam 3173, 14 x contact 15:24 - 16:57 uur [adres 5] , Capelle aan den IJssel (thuismast) 3173 17:41 - 18:05 uur Reisbeweging via Rotterdam naar Delft (Dawesweg 106, Delftweg 224, beide Rotterdam en vervolgens tweemaal Thijsseweg11, Delft). Vervolgens geen registraties meer tot 21:42 uur 5126 (9b16) 19:15 uur [adres 28] in Kerkdriel (tijdens netwerkmeting gemeten) NN1 en NN2 19:20 - 20:55 uur [naam 4] 5126 (9b16) 19:38 en 20:41 uur Contact met masten aan [adres 24] te Velddriel en de [adres 10] in Kerkdriel (gemeten in netwerkmetingen bij de camping). 3173 21:42 uur Vanaf dit tijdstip een reisbeweging van Herwijnen naar Capelle aan den IJssel, eerste mast: Nieuwe Steeg 68, Herwijnen. 3173
(2x)21:44 uur [adres 29] , Vuren 3173 21:49 uur Neercasselstraat 1, Gorinchem 3173 3x 21:55, 21:56 en 22:00 uur Rijksweg A15, Hardinxveld-Giessendam (beweging van mast eindigend op 485 naar 487) 3028 3x 21:58 - 21:59 uur Rijksweg A15, Hardinxveld-Giessendam (beweging van mast eindigend op 485 naar 487) 3173 22:04 uur [adres 30] , Sliedrecht 3173 22:15 uur [adres 31] , Rotterdam 3173 22:16 uur [adres 32] Rotterdam 3173 2x 22:16 en 22:17 uur [adres 33] , Rotterdam 3173 22:19 uur [adres 34] , Capelle aan den IJssel [kenteken 4] 22:19 uur Capelseweg in Capelle aan den IJssel 3173 22:20 uur [adres 35] , Rotterdam 3173 2x 22:25 - 22:26 uur [adres 17] , Capelle aan den IJssel 3173 Vanaf 22:26 uur (onder meer ook 22:30 uur) [adres 5] , Capelle aan den IJssel (thuismast) 3028 22:30 uur [adres 5] in Capelle aan den IJssel 3028 22:31 uur [adres 17] , Capelle aan den IJssel (uitgaand gesprek naar de moeder van [medeverdachte 1] ) [kenteken 4] 22:33 - 22:35 uur Abram van Rijckevorselweg, Capelle aan den IJssel. [kenteken 4] 22:40 uur Capelle aan den IJssel, oprit A16 (vanaf Abram van Rijckevorselweg), vervolgens drie seconden later op Fysicabaan Rotterdam. [kenteken 4] 22:57 uur Den Haag, Oprit A4 vanaf A12 [kenteken 4] 22:58 uur Den Haag, Zoetermeerse Rijweg 3028 23:05 uur Kniplaan, Leidschendam 3028 23:28 uur [adres 36] , Amsterdam [kenteken 4] 23:32 uur Jan van Galenstraat, Amsterdam 5126 (9b16) 31-12-15, vanaf 02:42 uur-03.36 uur 3 contacten via de mast aan de [adres 4] in Amsterdam (op 530 meter afstand van de woning van [medeverdachte 1] ). Om 03:56 uur wordt ook contact gemaakt met een mast, maar hiervan zijn geen gegevens bekend 3028 03:58 uur [adres 4] Amsterdam Uit het voorgaande volgt dat het PGP-toestel van [medeverdachte 1]
(5126)zowel voor als tijdens het bezoek (tweemaal) masten heeft aangestraald, die vanuit de camping worden gebruikt. De toestellen 3028 (vanaf 15:06 uur) en 3173 (vanaf 18:05 uur) zijn op dit moment van de radar verdwenen en maken pas vanaf 21:42 en 21:58 uur weer gebruik van masten. Wat opvalt, is dat de eerste masten (485 en 487 in Hardinxveld-Giessendam) die de telefoon met het nummer eindigend op 3028 gebruikt dezelfde masten zijn als van het nummer eindigend op 3173 (om 21:55, 21:56 en 22:00 uur). Daarbij is ook dezelfde beweging van oost naar west te zien. Vervolgens vindt ook een verdere beweging naar het westen plaats, namelijk naar Rotterdam en Capelle aan den IJssel, waar vervolgens niet alleen de Ford Fiesta meermalen (waaronder wederom aan de Capelseweg en de Abram van Rijckevorselweg) wordt geregistreerd, maar ook de telefoons eindigend op de nummers 3028 en 3173 op hetzelfde tijdstip de mast aan de [adres 37] in Capelle aan den IJssel (thuismast [verdachte] ) aanstralen. Binnen de registraties van de Ford Fiesta (om 22:19 uur en 22:33 uur) is er ruimte geweest om langs de Hudsonbaai in Capelle aan den IJssel te rijden. Uit dit voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank – na een bezoek aan de camping waar de PGP-telefoon van [medeverdachte 1] ook voor en tijdens het bezoek masten in Kerkdriel en Velddriel aanstraalt – opnieuw dat sprake is geweest van een samen reizen van de gebruikers van de telefoonnummers eindigend op 3028 ( [medeverdachte 1] ) en 3173 ( [verdachte] ) in combinatie met de Ford Fiesta. De dag wordt vervolgens afgesloten met een reisbeweging naar Amsterdam, waar de toestellen eindigend op 5126 (eerstvolgend na Kerkdriel) en 3028, aansluitend op elkaar de thuismast van [medeverdachte 1] gebruiken. [verdachte] heeft verklaard dat hij om 20:30 uur een afspraak had met een persoon uit Duitsland in verband met de verkoop van hasj. Het was voor deze persoon makkelijk om af te spreken bij de A
  1. [verdachte] had contact met hem via zijn andere telefoon, niet de
  2. Ze hadden “net voorbij Gorinchem” afgesproken, bij een carpoolplaats/tankstation bij de afslag Vuren (rechtbank: [verdachte] bevestigt in zijn zevende verklaring dat dit het Total tankstation bij de afslag Leerdam/Herwijnen/Vuren was). Toen [verdachte] daar om 20:30/20:45 uur kwam, stapte hij bij de man in de auto. Ze waren een uurtje bezig en uiteindelijk spraken ze af de volgende dag om 18:00 uur opnieuw af te spreken. De man betaalde € 1.000,- aan voor de hasj. Daarna reed [verdachte] terug naar Capelle aan den IJssel. Om 22:30 uur zou er iemand langs komen waaraan hij hasj zou geven. Dit was [medeverdachte 1] , hij had hem niet eerder gezien. [verdachte] zou hasj sturen naar iemand in detentie. Hij sprak ook met [medeverdachte 1] de volgende dag om 19:00 uur bij de Oudendijk Kralingen af (p. 4478 t/m 4481 en p. 4493-4494). Nog daargelaten dat de telefoon van [verdachte] pas vanaf 21:42 uur de mast in Herwijnen heeft aangestraald, het zeer onaannemelijk is dat vanaf het Total benzinestation in Vuren de mast in Herwijnen wordt gebruikt (p. 2338) en uit het onderzoek naar de bij de politie bekende telefoonnummers van [verdachte] , eindigend op 9800, 4645, 7978, 6624 en 4305 geen contact met een Duits nummer in deze periode is gebleken (p. 2012 e.v.), acht de rechtbank de alternatieve verklaring alleen al gelet op de reisbewegingen van de telefoon 3173 samen met de Ford Fiesta en de telefoon met het nummer eindigend op 3028 onaannemelijk. Gelet op de gezamenlijke reisbewegingen van telefoonnummer 3173 ( [verdachte] ) samen met de telefoon eindigend op nummer 3028 ( [medeverdachte 1] ) en de Ford Fiesta in samenhang met het daarvoor door toestel 5126 (9b16) tussentijds (voor en tijdens het bezoek) aanstralen van masten in de nabijheid van de camping en tot de slot het (gezamenlijke) gebruik van masten die naar het oordeel van de rechtbank passen bij een route vanaf de camping naar Capelle aan den IJssel, acht de rechtbank niet alleen bewezen dat de telefoons van [medeverdachte 1] en [verdachte] samen hebben gereisd maar ook dat daar een gezamenlijk bezoek aan de camping aan vooraf is gegaan. Bezoek 5: 31 december 2015 (op de camping tussen 17:35 uur en 18:15 uur) Telefoon/kenteken Tijd Locatie mast / camera 3173 12:27, 13:19 uur [adres 38] Capelle aan den IJssel 3028
(4x)12:55-13:23 uur [adres 4] Amsterdam (thuismast) 5126 (gb16) 13:02-13:15 uur [adres 4] en Statenjachtlaan 182 Amsterdam 3173 (20
  1. x)13:23-15:14 uur Masten in Rotterdam [kenteken 4] 14:56 uur Nieuwe Leeuwarderweg in Amsterdam 3028 13:57-15:02 uur [adres 39] , [adres 40] en Leeuwenerf 114 in Amsterdam, met om 15:01 en 15:02 uur uit -en inkomende gesprekken met/van de moeder van [medeverdachte 1] 3173 15:19-15:36 uur Reisbeweging via Delft naar Den Haag, masten aangestraald aan de [adres 23] Delft, [adres 41] Delft, [adres 42] Den Haag (15:29 uur), [adres 43] Den Haag en tot slot opnieuw het Koningin Juliaplein 10 in Den Haag (bij centraal station Den Haag). 5126 15:34 uur Basisweg 10 Amsterdam 5126 Vanaf 15:34 uur Reisbeweging, waarbij enkel van het aanstralen om 15:46 uur mastgegevens bekend zijn (Hoeksteen 157 Hoofddorp, vlakbij de A4 van Amsterdam naar Den Haag). 3028 15:47 uur Geen contact met een telecomnetwerk 3173 16:06, 17:08 uur Geen contact met een telecomnetwerk 5126 (9b16) 17:33 uur [adres 10] Kerkdriel (gemeten binnen netwerkmeting plaats delict) IMEI: 3567120639623400 en IMSI: [nummer 7] (o95w) 17:33 uur [adres 10] Kerkdriel Auto schutters (donkerkleurige stationwagen) 17:35 uur De auto rijdt, aldus de camerabeelden, de camping op en wordt vervolgens met de achterkant naar de dijk geparkeerd. 3173 17:37 en 17:52 uur Geen contact met een telecomnetwerk 3028 17:47 uur Geen contact met een telecomnetwerk Auto schutters (donkerkleurige stationwagen) 18:15 uur Verlaat de camping en gaat vervolgens rechts de dijk op, richting Sporthal de Keek. BMW 18:24 uur Melding brandende auto aan de [adres 2] in Zaltbommel 3173 18:40 -19:32 uur Reisbeweging van Schelluinen naar Rotterdam/Capelle aan den IJssel, via [adres 44] Schelluinen, [adres 45] Giessenburg, [adres 46] Sliedrecht, Wilgenpad Papendrecht en vervolgens vanaf 18:53 uur diverse masten in Rotterdam (en één mast aan de Rivium Quadrant 2 in Capelle aan den IJssel om 18:55 uur). Hierbij 1 inkomend SMS-bericht om 19:09 uur van telefoonnummer 3028 ( [medeverdachte 1] ) via de mast [adres 47] (voorafgaand aan deze registratie en daarna, onder meer ook om 19:11 uur aan de Rhijnspoorkade). Betreffen diverse in -en uitgaande gesprekken van/naar [naam 16] . [kenteken 4] 5x 18:56-19:00 uur Abram van Rijckevorselweg in Capelle aan den IJssel, Kralingse Zoom in Rotterdam (3
  2. x)en de Jacques Dutilhweg. 3028 19:09 uur Uitgaand SMS-bericht naar het nummer 3173 via de zendmast Rhijnspoorkade, Rotterdam (eerste contact 3028 en 3173). 3028 5 x 19:44-19:58 uur Masten aan de [adres 25] in Delft (om 19:44 uur een uitgaand gesprek naar 3173, 19:54 uur en 19:58 uur), de Sint Jorisweg 2 in Delft (19:46 en 19:58 uur). 3173 19:44-20:15 uur Masten aan de [adres 25] in Delft om 19:46 uur, Groothandelsweg in Delfgauw om 20:06 uur en aan de [adres 23] in Delft om 20:15 uur (bij inkomend gesprek van telefoonnummer 3028 om 19:44 uur is geen mast bekend). 3028 vanaf 20:20 uur Reisbeweging via Schiphol (20:20 uur), Badhoevedorp (20:21 uur) naar Amsterdam (22:43 uur). 3173 20:26 - 21:04 uur Reisbeweging naar Rotterdam en Capelle aan den IJssel (mast [adres 5] , thuismast). Uit het voorgaande volgt dat de telefoons met de nummers eindigend op 3028 en 3173 vanaf 15:47 uur
(3028)en 16:06 uur
(3173)geen contact meer maken met een telecomnetwerk, wat erop duidt dat de toestellen zijn uitgeschakeld. Na het bezoek aan de camping maken de telefoons weer gebruik van masten, namelijk vanaf 18:40 uur
(3173)en 19:09 uur
(3028), waarbij dit eerste contact van het telefoonnummer eindigend op 3028 met het nummer 3173 is. Zij stralen hierbij ook omstreeks hetzelfde tijdstip dezelfde mast in Rotterdam aan (Rhijnspoorkade). Verder is niet alleen te zien dat de telefoons in Rotterdam aanstralen (en de telefoon met nummer 3173 binnen dit tijdvak eenmaal in Capelle aan den IJssel), maar ook dat de Ford Fiesta zich vanaf 18:56 uur in Capelle aan den IJssel en Rotterdam bevindt. [verdachte] heeft verklaard dat hij tegelijk, samen, met [medeverdachte 1] in Rotterdam (Kralingen) is geweest en zij samen naar Delft zijn gereisd. [medeverdachte 1] heeft daar de Ford laten staan. Om 19:44 uur stralen ze opnieuw omstreeks hetzelfde tijdstip de mast aan de [adres 25] in Delft aan. Hierna lopen de reisbewegingen uiteen, naar Amsterdam en Capelle aan den IJssel, zoals overwogen de woonplaatsen van [medeverdachte 1] en [verdachte] . Naast deze reisbewegingen die na het bezoek duiden op het (gedeeltelijk) samen reizen van de telefoonnummers eindigend op 3028 ( [medeverdachte 1] ) en 3173 ( [verdachte] ) met de Ford Fiesta tot Delft, is er het gebruik door de PGP-telefoons 9b16 en o95w van de mast aan de [adres 28] in Kerkdriel, van welke telefoons de rechtbank ook zal concluderen dat deze aan [medeverdachte 1] en [verdachte] toebehoren. Deze telefoons maken, slechts twee minuten – op precies hetzelfde tijdstip – voordat de auto van de schutters op de camerabeelden van de camping is te zien, gebruik van de mast die (ook) vanuit de camping wordt aangestraald. Dit duidt daarmee op gezamenlijke aanwezigheid op de camping omstreeks het tijdstip dat de schutters op de camping arriveren. De rechtbank zal later nog terugkomen op de inhoud van de berichten tussen onder meer de PGP-telefoons met de e-mailadressen 9b16 en o95w. [verdachte] heeft op 16 december 2016 verklaard dat hij de middag van 31 december 2015, “tot een uur of drie”, in Rotterdam heeft doorgebracht. Vervolgens is hij naar Den Haag vertrokken. Nadat hij een fles wodka heeft gekocht, is hij naar Wateringen gegaan om [naam 16] op te halen. Dat is rond 16:00 uur geweest. Hij vroeg [naam 16] of hij de hasj met hem wilde wegbrengen. Vervolgens reden ze naar Capelle aan den IJssel, vanaf waar ze om 17:30 uur zijn vertrokken in verband met de afspraak voor de hasj om 18:00 uur. Dat was op dezelfde plek, bij het pompstation van de afslag net na Gorinchem. Ze hebben nog even op de Duitser gewacht, waar [verdachte] bij de Duitser is ingestapt. Daarna zijn ze vertrokken. Op de terugweg begon de auto raar te doen. [verdachte] verklaarde hierover: “Ik reed en steeds als ik het gas indrukte maakte hij veel toeren. lk dacht iets met de koppeling. Hij reed nog wel." [naam 16] gebruikte de telefoon van [verdachte] , de 3173, om zijn broer [naam 17] (via de telefoon van [naam 16] zelf) te bellen en te vragen of hij hun kun ophalen. Dat was tussen half 7 en 7 uur op de snelweg richting Rotterdam. [verdachte] liet [naam 17] op dezelfde plek komen als waar hij met [medeverdachte 1] had afgesproken, op de Oudedijk in Kralingen. [medeverdachte 1] kwam naar deze plek en hij stuurde [verdachte] een SMS-bericht met zijn telefoonnummer. Ze vertrokken met zijn vieren – met [naam 16] , [naam 17] en [medeverdachte 1] – naar Delft. Daar werd [medeverdachte 1] opgehaald. [verdachte] werd teruggebracht naar de Hudsonbaai in Capelle aan den IJssel, dit was tussen 21:00 en 22:00 uur (p. 4480 t/m 4482). Het telefoontoestel met nummer 3173 maakte om 18:40:33 uur, contact met de KPN zendmast 318046053, [adres 48] , Schelluinen. Om 18:55:55 uur maakt de 3173 contact met zendmast 317050091, Rivium Quadrant 2, Capelle aan den IJssel. De afstand tussen deze twee masten bedraagt 31,3 km. De gemiddelde snelheid waarmee dit traject is afgelegd, bedraagt 122 km per uur. Deze gemiddelde snelheid past niet bij de verklaring van [verdachte] over het rijgedrag van de auto en het regelen van vervangend vervoer met een ontmoetingsplaats in Kralingen. Gelet op de genoemde reisbewegingen en in het bijzonder het eerdere gelijktijdig aanstralen van de mast aan de [adres 10] in Kerkdriel van de PGP-telefoons van [medeverdachte 1] en [verdachte] , acht de rechtbank deze alternatieve verklaring van [verdachte] niet aannemelijk geworden. De omstandigheid dat er tussentijds contact is geweest tussen de telefoons eindigend op de nummers 3028 en 3173 doet daar niet aan af. Aan dit voorgaande voegt de rechtbank nog toe dat zij de verklaringen van [naam 16] en [naam 17] [achtrnaam] bij de rechter-commissaris niet geloofwaardig acht. De rechtbank overweegt hiertoe dat [naam 16] op 25 november 2016 heeft verklaard (p. 3687 e.v.) dat het adres aan de Hudsonbaai hem niets zegt en hij [verdachte] nergens heeft opgehaald. Op 24 januari 2017 – na de verklaring van [verdachte] op 16 december 2016 – verklaart [naam 16] bij de rechter-commissaris onder meer dat [verdachte] hem op 29 december 2015 ge-sms’t heeft, ze daarna shisha hebben gerookt en hij “Mo” naar huis heeft gebracht. Verder verklaart hij dat hij [verdachte] een keer thuis heeft opgehaald (het kan 31 december 2015 zijn geweest), ze een eindje zijn gaan rijden en [verdachte] even uit is gestapt om naar iemand toe te gaan. [verdachte] heeft hem later verteld dat deze afspraak te maken had met de verkoop van hasj. De naam [medeverdachte 1] zegt de getuige niets. Vanaf het moment dat ze vertrokken bij de Albert Heijn zijn ze met zijn drieën geweest. Hij, zijn broer [naam 17] en [verdachte] (p. 3694 e.v.). Verder heeft [naam 17] [achtrnaam] op 24 januari 2017 over 31 december 2015 verklaard dat hij zijn broertje in Rotterdam moest ophalen. Daar was [verdachte] bij. Ze stapten daar met zijn tweeën in (rechtbank: ze waren dus met zijn drieën). Vervolgens zijn ze teruggereden naar Delft en hebben ze [verdachte] thuis afgezet (p. 3702 e.v.). Voorafgaand aan de verhoren bij de rechter-commissaris vindt het volgende gesprek plaats: Tapgesprek d.d. 19 januari 2017 tussen [naam 17] en [naam 16] : “(…) G: ja, ja, sowieso man. Zeg maar dat jij niets weet.. Jij moet zeggen dat jij niets weet. (…) G Ja, maar jij moet tegen hem zeggen dat jij hem zeggen dat jij hem kent en dat jij hem paar keer gezien hebt,, maar… ( [naam 17] ontbreekt hem) O: Maar wat ga je dan zeggen? G: lk ga gewoon shoutta (fon) matti. O: Dus, jij gaat hem helpen? G: Ja. (…) G: Ja, hij zei: "we zeggen mensen niet vriend". lk zei tegen hem. lk zei ken jullie en ik weet wie jullie zijn. Hij zei tegen me mijn vriend heeft over jullie gehad. jij weet toch. Hij zei ik ben met jou matti, jij moet sowieso niet bang zijn. O: Maar heeft hij geld of niet? G: Ja, sowieso niet bang zijn/geen zorgen maken. O: Weet je waarom? Luister eens, als jij zegt dat jij met hem was en ik ik zeg ik kwam rijden jullie ophalen, jij weet toch dit, en dit en dit en als ik zeg ik weet het niet, ik weet het niet, dan neuk ik jou ook, begrijp jij? G: lk weet het wel. lk weet het wel, want ik heb afgesproken.,...(ntv). O: Daarom, het is geen probleem ehhh ehhh, jij weet toch sowieso back-up. Maar ik ben bang/ik maak er zorgen.....( [naam 16] onderbreekt hem en zegt) G: Luister, luister, jij kunt misschien tegen hen zeggen dat jij niet herinnert, dat jij gewoon zegt...( [naam 17] laat hem niet uitspreken) O: Nee, ik zal gewoon zeggen ik herinner me de dag niet meer toen ik mijn broer ging ophalen. Hij was met een jonge en ik weet niet ehhh ehhh jij weet toch. (…) G: Jij moet niet te veel praten. O: Nee, nee, we gingen uit toch? G: Daarna zal hij dan vragen hoe heb je dan de auto gereden? Jij weet toch. O: Nee, nee, daarna gingen ik die de dingen doen. Begrijp je? G: Ja, toch, jij moet gewoon zeggen dat jij niet meer herinnert , begrijp je het? O: Gewoon kort en krachtig matti "wat hebben we gedaan vriend? geen kanker". G: Daarom, ik weet niet wat deze mensen willen. (…)”. De rechtbank is van oordeel dat dit gesprek duidt op een overleg/afstemming voorafgaand aan de verhoren bij de rechter-commissaris die op 24 januari 2017 hebben plaatsgevonden. Daar komt ook bij dat deze verklaring van [naam 16] – in tegenstelling tot zijn eerdere verklaring – inderdaad aansluit bij de verklaring die [verdachte] op 16 december 2016 heeft afgelegd. Gelet op al dit voorgaande acht de rechtbank niet aannemelijk dat het hier enkel om een onschuldig “helpen” gaat. Op grond van dit voorgaande en omdat door de broers [achtrnaam] anders wordt verklaard over 31 december 2015 (drie personen, terwijl [verdachte] over vier personen – inclusief [medeverdachte 1] – verklaart) acht de rechtbank de verklaringen van [naam 16] en [naam 17] [achtrnaam] ongeloofwaardig. Daarmee acht zij ook met de verklaringen van [naam 16] niet aannemelijk geworden dat [verdachte] zich ‘slechts’ bezig heeft gehouden met een drugstransactie bij het tankstation. Conclusies Daarmee kan naar het oordeel van de rechtbank het volgende uit de reisbewegingen worden geconcludeerd dat: de gebruikers van de telefoons, [medeverdachte 1] en [verdachte] , op 28 december 2015 met behulp van de Ford Fiesta samen naar Kerkdriel zijn gereisd en daar omstreeks het tijdstip van het eerste bezoek allebei op de camping zijn geweest; [medeverdachte 1] en [verdachte] een paar uur later op 29 december 2015 (’s nachts) wederom samen naar Kerkdriel afreizen en daar – gelet op de registratie van de telefoon van [medeverdachte 1] – opnieuw de camping hebben bezocht; in ieder geval de gebruiker van de PGP-telefoon met account 9b16, [medeverdachte 1] , zowel voor, tijdens als enkele minuten na het tijdstip van het derde bezoek op de camping aanwezig is geweest; bij bezoek 4 de gebruikers van de telefoons, [medeverdachte 1] en [verdachte] , opnieuw samen hebben gereisd en omstreeks het tijdstip van het bezoek (vanaf vijf minuten ervoor) de camping hebben bezocht; en de gebruikers van de PGP-telefoons, [verdachte] en [medeverdachte 1] , omstreeks het tijdstip van aankomst van de schutters opnieuw op de camping aanwezig zijn geweest en tot slot (gedeeltelijk) samen terug reizen. Loopje Uit het voorgaande volgt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in de dagen voorafgaand aan de schietpartij en op de dag van de schietpartij zelf omstreeks de tijdstippen van de bezoeken op de camping zijn geweest. Zoals overwogen, is ook naar de camerabeelden van deze bezoeken gekeken, waarbij ook voor wat betreft de signalementen van de bezoekers op de verschillende dagen overeenkomsten zijn waar te nemen. Daarmee duiden niet alleen de reisbewegingen maar ook deze overeenkomsten op het door dezelfde personen bezoeken van de camping. De vervolgvraag is of [medeverdachte 1] en [verdachte] passen in deze signalementen en de beschrijving van de getuige [getuige 2] van de mannen tijdens het eerste bezoek. De signalementen van [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn als volgt: [medeverdachte 1] : een manpersoon met een Noord-Afrikaans/Arabisch uiterlijk; destijds 21 jaar; tenger postuur; lengte 1.79 centimeter kort zwart haar; zwarte/bruine ogen. [verdachte] ; een manspersoon met een Noord-Afrikaans/Arabisch uiterlijk; destijds 25 jaar; Breed/krachtig postuur; Lengte 1.85 centimeter; Kort/zwart haar; Zwarte/bruine ogen. Voor wat betreft [medeverdachte 1] is verder van belang dat hij in december 2015 mank liep. De getuige [getuige 4] van de reclassering heeft verklaard dat [medeverdachte 1] zich vanaf 17 december 2015 met deze klacht afmeldde. Het was alsof hij door zijn been zakte, aldus de getuige die [medeverdachte 1] ook zelf op 24 december 2015 mank zag lopen. Gelet op al dit voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] passen in de beschrijvingen van de mannen tijdens de bezoeken – waarbij ook een verschil van lengte tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] bestaat en [medeverdachte 1] in deze periode een afwijkende manier van lopen had (zoals schutter 2/NN04 tijdens alle bezoeken) – en de signalementen zoals door de getuige [getuige 2] genoemd. De omstandigheid dat de getuige [getuige 2] verdachte [verdachte] niet van de foto heeft herkend, doet hier – mede nu het gaat om een fotoconfrontatie in augustus 2016 (ZD02, p. 1089 e.v.) niet aan af. Voor wat betreft de schoenmaat van [verdachte] overweegt de rechtbank nog dat enkel in het proces-verbaal d.d. 18 januari 2016 – met daarin een eerste grove meting – een schoenmaat van 40/41 (bij een lengte van 1.50 meter/1.52 meter) is genoemd (ZD02, p. 305-306). Nu de lengte in het NFI-rapport d.d. 3 april 2019 (p. 361 aanvullend proces-verbaal d.d. 18 april 2019) op een hele andere wijze wordt ingeschat en in dit rapport ook niet langer deze schoenmaat wordt genoemd, zal de rechtbank ook de eerste inschatting van de schoenmaat ter zijde schuiven. PGP-telefoons Naast onder meer de camerabeelden en reisbewegingen – naar aanleiding waarvan het onderzoek naar de eerste PGP-telefoon met account 9b16 is gestart –, spelen in deze zaak verder de ontsleutelde berichten van dit account en de accounts die in het onderzoek verder naar voren zijn gekomen een rol. Dat zijn in het onderzoek Bosnië de accounts: h249, o95w, 8g90, 08rh en 4w12 (proces-verbaal Ennetcom, p. 7442 e.v.). Voorafgaand aan de bespreking van de inhoud van deze berichten zal worden ingegaan op de identificatie van de gebruikers van deze accounts. Identificatie van de Ennetcom-accounts De accounts van [medeverdachte 1] (9b16 en h249) [medeverdachte 1] erkent dat hij de telefoons met de telefoonnummers eindigend op 3028, 2202 en 5126 in gebruik had. Aan het telefoonnummer 5126 is een Ennetcom-account gekoppeld met bijbehorend e-mailadres [emailadres 1] (hierna te noemen: 9b16). De rechtbank concludeert dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van Ennetcom-account 9b16 en dat alle e-mailberichten met betrekking tot dit account aan [medeverdachte 1] zijn toe te schrijven. Hierna zal de rechtbank de gebruiker van 9b16 aanduiden als [medeverdachte 1] . Ennetcom e-mailadres [emailadres 2] (hierna: h249) Op 31 december 2015 is het Ennetcom-account 9b16 van [medeverdachte 1] voor het laatst gebruikt. [medeverdachte 1] wordt door anderen in hun accounts opgeslagen onder de contactnaam ‘ [naam 18] ’
(2x), ‘ [naam 19] ’
(3x), ‘ [naam 20] ’, ‘ [naam 18] ’, ‘ [naam 21] ’, ‘ [naam 22] ’, ‘ [naam 23] ’ en ‘ [naam 24] ’. Vanaf 1 januari 2016 zijn e-mailberichten van en naar het Ennetcom-account met e-mailadres [emailadres 2] (hierna te noemen: h249) beschikbaar en wordt h249 ook in andere accounts opgeslagen. De contactnamen waaronder dit is gebeurd zijn ‘ [naam 25] ’, ‘ [naam 26] ’, ‘ [naam 18] ’, ‘ [naam 19] ’
(2x), ‘ [naam 27] ’, ‘ [naam 20] ’, ‘ [naam 21] ’, ‘ [naam 23] ’, ‘ [naam 28] ’, ‘ [naam 29] ’, ‘ [naam 30] ’, ‘ [naam 31] ’, ‘ [naam 22] ’ en ‘ [naam 32] ’. Naar het oordeel van de rechtbank duidt dit er op dat het account h249 de opvolger is van de 9b16, in gebruik bij [medeverdachte 1] . De vraag is dus of [medeverdachte 1] ook de gebruiker is geweest van de h
  1. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De bijnamen ‘ [naam 33] ’ en ‘ [naam 30] ’ De bijnaam ‘ [naam 33] ’ of varianten daarop wordt – zoals hiervoor vermeld – door anderen toegeschreven aan [medeverdachte 1] . Ook in het herkenningsdienstsysteem van de politie staat als bijnaam van [medeverdachte 1] ‘ [naam 33] ’ vermeld. De bijnaam ‘ [naam 30] ’ en varianten daarop komen voor het eerst voor in de h
  2. Volgens [verdachte] wordt [medeverdachte 1] ‘ [naam 30] ’ genoemd. In een gesprek tussen hen noemt [verdachte] [medeverdachte 1] ‘groot hoofd’, waarop [medeverdachte 1] antwoordt ‘nou eh groot hoofd de tweede’. Op 25 december 2015 geeft NNMAN8303 het telefoonnummer van [medeverdachte 1] door en vermeldt daarbij ‘is nummer van [naam 34] ’. Op 20 mei 2016 wordt [medeverdachte 1] gebeld door een onbekende man. [naam 35] neemt ook deel aan dit gesprek met een ander telefoonnummer en hij noemt [medeverdachte 1] ‘ [naam 30] ’. De rechtbank concludeert op grond hiervan dat ook de naam ‘ [naam 30] ’ of varianten daarop bijnamen zijn voor [medeverdachte 1] . Snackbar Sphinx Op 1 januari 2016 vindt de volgende berichtenwisseling tussen h249 en [emailadres 3] (hierna te noemen: 08rh) plaats: 19:04:17 uur h249 : Ben net klar met eten bij spinx daar Op 1 januari 2016 maakt het telefoonnummer 3028 van [medeverdachte 1] om 18:58, 19:01 en 19:30 uur gebruik van de zendmast aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam. De snackbar Sphinx, [adres 49] , Amsterdam, ligt in de zendrichting van deze zendmast, op hemelsbreed 220 meter afstand. De gebruiker van h249 mailt op 1 januari 2016 om 19:04 uur: “ Ben net klar met eten bij spinx” in de periode dat de 3028 een zendmast aanstraalt in de directe omgeving van de snackbar Sphinx, [adres 49] in Amsterdam. De auto van [medeverdachte 1] Zoals reeds is vastgesteld is de personenauto van het merk Ford Fiesta met kenteken [kenteken 4] gebruikt als vluchtauto bij de liquidatie in Kerkdriel op 31 december
  3. Deze auto stond van 19 december 2015 tot en met 5 januari 2016 op naam van [medeverdachte 1] . Op 1 januari 2016 vindt de volgende berichtenwisseling tussen h249 en 08rh plaats: 19:59:25 uur h249 : Bro met die wakkie (de rechtbank begrijpt: auto) weggrijden van mij als vluchtauto is ook fuckingg heet he gaan we nooit meer doen man 20:53:42 uur h249 : Top broo lovee youu bro echt alleen aan wat ik nu denk bro is me wakkie ze kunnen niks doen toch is geen bewijs dat ik daar geweest ben met me wak (de rechtbank begrijpt: auto) neetoch. De rechtbank concludeert op grond hiervan dat de h249 communiceert over de Ford Fiesta [kenteken 4] , van [medeverdachte 1] als zijnde zijn auto. Afspraken h249 en [medeverdachte 1] Op 5 februari 2016 vindt de volgende berichtenwisseling plaats tussen h249 en [emailadres 4] : 11:23:34 uur h249 : Oke ik heb half 2 afspraak bij dwi in noord dan mail ik je Op 29 januari 2016 is namens [naam 36] , medewerkster WPI, een uitnodiging aan [medeverdachte 1] verzonden voor een vervolggesprek op 5 februari om 13.30 uur aan de [adres 50] in Noord. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] en h249 dezelfde afspraak hebben bij de DWI in Amsterdam Noord. Op 14 februari 2016 vindt de volgende berichtenwisseling plaats tussen h249 en [emailadres 5] (hierna te noemen: o95w): 19:11:39 uur h249 : heb morgen om 4uur reclaseriingg bulshit ze hebben brief gestuurd naar osso laatste kans anders moet ik me voorwaardelijke uitzitten (…) Op 15 februari 2016 vindt de volgende berichtenwisseling plaats tussen h249 en o95w: 14:04:45 uur h249 : (…) zo ja snel na die afspraak gaan 14:06:30 uur h249 : (…) Osso ga zo naar keizrgracht 16:28:30 uur h249 : Nu west was bij recla net. [getuige 5] , medewerkster Reclassering, heeft verklaard dat er een afspraak met [medeverdachte 1] is geweest op 15 februari 2016 tussen 13.00 uur en 15.00 uur op de locatie Keizersgracht. [medeverdachte 1] heeft zich op die datum ook gemeld en gesproken met een collega van Van de Randeraat. De rechtbank leidt hieruit af dat h249 en [medeverdachte 1] beiden rond dezelfde tijd op 15 februari 2016 naar een afspraak met de Reclassering aan de Keizersgracht zijn geweest. Conclusie [medeverdachte 1] is ook de gebruiker van h249 Gelet op het voorgaande en in het bijzonder: dat het account van [medeverdachte 1] op 31 december 2015 voor het laatst actief was en h249 op 1 januari 2016 vervolgens actief werd; deze twee e-mailadressen in andere accounts onder soortgelijke namen worden opgeslagen; deze namen grotendeels afgeleid zijn van de bijnamen van [medeverdachte 1] , te weten ‘ [naam 20] ’ en ‘ [naam 30] ’; een telefoon 3028 van [medeverdachte 1] en h249 op 1 januari 2016 op hetzelfde moment in (de omgeving van) snackbar Sphinx, [adres 49] Amsterdam, aanwezig waren; h249 een gesprek heeft met 08rh over de Ford Fiesta op naam van [medeverdachte 1] , als zijnde zijn auto; h249 en [medeverdachte 1] dezelfde afspraak hadden op 5 februari 2016 bij de DWI in Amsterdam Noord; h249 en [medeverdachte 1] op 15 februari 2016 rond dezelfde tijd naar een afspraak met de reclassering aan de Keizersgracht zijn geweest, acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] de gebruiker van het Ennetcom-account met e-mailadres h249 was en dat -zoals hiervoor reeds is overwogen- alle e-mailberichten met betrekking tot dit account aan [medeverdachte 1] zijn toe te schrijven. Hierna zal de rechtbank de gebruiker van h249 ook aanduiden als [medeverdachte 1] . De accounts van [verdachte] (o95w en 8g90) Zoals reeds is vastgesteld, reisde het telefoonnummer 3173 op meerdere bezoeken aan de camping mee met het nummer 3028 en de Ford Fiesta, beide in gebruik bij [medeverdachte 1] . Dit telefoonnummer – eindigend op 3173 – is van [verdachte] . In de telefoon van Ouarda [naam 37] staat dit nummer van [verdachte] opgeslagen als ‘ [naam 38] ’. Ook het telefoonnummer [telefoonnummer 5] (hierna te noemen: 6624) was onder die naam opgeslagen. [naam 37] herkent [verdachte] van een foto als deze [naam 38] . Zij kent geen andere [naam 38] . De stem van de gebruiker van 6624 wordt bovendien herkend als zijnde de stem van [verdachte] . De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat, naast 3173, ook het telefoonnummer 6624 in gebruik was bij [verdachte] . Hierna zal de rechtbank de gebruiker van 3173 en 6624 aanduiden als [verdachte] . Verkoop van de Ford Fiesta Zoals reeds vastgesteld stond de personenauto van het merk Ford Fiesta met kenteken [kenteken 4] – die is gebruikt als vluchtauto bij de liquidatie in Kerkdriel – van 19 december 2015 tot en met 5 januari 2016 op naam van [medeverdachte 1] . Op 2 januari 2016 vindt een berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 1] en [emailadres 5] (hierna te noemen: o95w). 00:58:28 uur o95w : Yo faka bro hoe is het wat moet er gebeuren met die waggie (de rechtbank begrijpt: auto) (…) 01:30:01 uur o95w : (…) hij is gewassen en schoon en hij staat geparkeerd 17:16:21 uur [medeverdachte 1] : ja rustig kifesh is er shie koper voor die auto(de rechtbank begrijpt: is er een koper voor de auto?). [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] aan hem vroeg ‘ken je iemand die deze auto – een donkergroene Ford Fiesta [kenteken 4] – wil kopen voor een spotprijsje’. [verdachte] heeft die auto van [medeverdachte 1] op 5 januari 2016 verkocht aan [getuige 7] . De auto werd overgeschreven bij een sigarenboer op de Schiedamseweg. Dezelfde dag is [verdachte] naar Amsterdam gereden en heeft hij de papieren bij [medeverdachte 1] opgehaald. [getuige 7] kende de persoon van wie hij de auto heeft gekocht als ‘ [naam 45] ’. Naar het oordeel van de rechtbank duidt de berichtenwisseling tussen [medeverdachte 1] en o95w erop dat de o95w betrokken was bij de verkoop van de auto van [medeverdachte 1] en zij ziet zich, mede gelet op de verklaringen van [verdachte] en [getuige 7] , voor de vraag gesteld of [verdachte] de gebruiker van o95w was. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Bijnamen Het e-mailadres o95w wordt door anderen in hun accounts opgeslagen onder meer onder de accountnamen ‘ [naam 39] ’, ‘ [naam 40] ’, ‘ [naam 41] ’, ‘ [naam 42] ’
(2x), ‘ [naam 43] ’, ‘ [naam 44] ’. De rechtbank stelt vast dat ‘ [naam 44] ’ straattaal is voor Rotterdam. [verdachte] verbleef aan de [adres 20] in Capelle aan den IJssel, naast Rotterdam. De bijnaam ‘ [naam 44] ’ In verschillende gesprekken tussen [verdachte] en anderen zegt [verdachte] : - ‘ ‘Ik ben het van/uit [naam 44] .’ - ´(…) ´(…) zeg tegen hem, [naam 44] is wel teleurgesteld, [naam 44] zegt tegen je euh, je vraagt niet of [naam 44] wat nodig heeft of zo, he! Zeg tegen hem [naam 44] is teleurgesteld.’ - ‘ ‘zeg tegen hem [naam 44] zegt, je staat op [naam 44] verzocht nummer 1!’ De rechtbank concludeert op grond hiervan dat [verdachte] zichzelf regelmatig ‘ [naam 44] ’ noemt en dat dit een bijnaam van hem is. De bijnaam ‘ [naam 45] ’ [verdachte] heeft veelvuldig contact met het telefoonnummer [telefoonnummer 6] van [naam 46] . Zij had hem in haar telefoon staan als ‘ [naam 38] ’ en herkent [verdachte] als deze [naam 38] . De bijnaam van [naam 38] was ‘ [naam 45] ’. Ook volgens [getuige 9] is de bijnaam van [verdachte] ‘ [naam 45] ’. In de telefoon van [naam 48] staat [verdachte] omschreven als ‘ [naam 49] ’. De rechtbank concludeert op grond hiervan dat de namen ‘ [naam 45] ’ en ‘ [naam 49] ’ en varianten daarop bijnamen zijn voor [verdachte] . Het kopen van een nieuwe telefoon De telefoon van [verdachte] straalt op 3 maart 2016 – verkort weergegeven – de volgende zendmasten aan: om 15:05:45 uur Havenstraat 79 in Rotterdam; om 15:21:14 uur Laan van Oversteen 2 in Rijswijk; om 15:24:57 uur Binckhorstlaan 38 in Den Haag; om 16:43:13 uur H. Sneevlietweg 20 in Amsterdam; om 18:04:36 uur Slotermeerlaan 1 in Amsterdam; om 20:17:07 uur Plesmanlaan 1 in Amsterdam. De rechtbank overweegt dat hieruit blijkt dat [verdachte] op 3 maart 2016 tussen 15:05 uur en 18:04 van Rotterdam via Rijswijk en Den Haag naar Amsterdam is gereisd en dat hij om 15:24 uur in Den Haag was. Op 3 maart 2016 vindt een berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 1] en o95w: 16:04:51 uur o95w : Yo faka bro ik vertrek nu van den haag naar damsco (de rechtbank begrijpt: Amsterdam)(…) 16:11:45 uur o95w : Ik moet daar toch zijn want ik moest een nieuwe phonna (de rechtbank begrijpt: telefoon) ophalen dan timer ik gewoon op je want ik slaap niet in rotje meer begrijp je. (…) 16:23:26 uur o95w : Ik ben al onderweg ben daar bijna maar je weet toch die chick van laatst bij jou deur ik ken wehd vriendin van der ik heb er gebeld ze gaat komen ga ik met haar tijd dooien tot [naam 50] reageert. (…) 16:42:59 uur [medeverdachte 1] : Ewa hoelang ben je der ongeveer 16:44:30 uur o95w : Max 10 min. Nu de telefoon van [verdachte] om 15:24 uur in Den Haag was, de gebruiker van o95w omstreeks 16:04 uur is vertrokken vanuit Den Haag richting Amsterdam, de gebruiker van o95w om 16:42 uur over maximaal 10 minuten in Amsterdam is en [verdachte] van 16:43 tot en met 20:17 uur gebruik maakt van zendmasten in Amsterdam, stelt de rechtbank vast dat de beweging van [verdachte] past bij de berichtenwisseling tussen [medeverdachte 1] en o95w. Conclusie [verdachte] is de gebruiker van o95w Gelet op het voorgaande en in het bijzonder dat: het gesprek tussen de o95w en [medeverdachte 1] erop wijst dat o95w betrokken is bij de verkoop van de Ford Fiesta; [verdachte] vervolgens heeft verklaard dat hij de auto van [medeverdachte 1] heeft verkocht aan [getuige 7] ; [getuige 7] zijn auto heeft gekocht van ‘ [naam 45] ’; o95w in andere accounts grotendeels wordt opgeslagen onder afgeleiden van de bijnamen ‘ [naam 45] ’ en ‘ [naam 44] ’; ‘ [naam 45] ’ en ‘ [naam 44] ’ bijnamen van [verdachte] zijn, en de o95w vanuit Den Haag naar Amsterdam vertrekt om een nieuwe telefoon te kopen en de reisbeweging van de telefoon van [verdachte] op dat moment exact daarbij past, acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] de gebruiker van het Ennetcom-account met e-mailadres o95w was en dat alle e-mailberichten met betrekking tot dit account aan [verdachte] zijn toe te schrijven. Hierna zal de rechtbank de gebruiker van o95w aanduiden als [verdachte] . Overgang naar [emailadres 6] (hierna te noemen: 8g90) Het e-mailbericht van 3 maart 2016 om 18:39:48 uur, vlak na voormelde aankoop van een nieuwe telefoon, is het laatste bericht dat op het account van [verdachte] aanwezig is. Op 3 maart 2016, 18:53:50 uur – 14 minuten na het laatste bericht van [verdachte] – wordt het eerste e-mailbericht vanaf account 8g90 verzonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit er op duiden dat 8g90 de opvolger is van het account van [verdachte] . De vraag is of hij dus ook de gebruiker is geweest van 8g
  1. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Gegevens uit 8g90 Zoals reeds vastgesteld, werd [verdachte] in verschillende accounts opgeslagen onder contactnaam ‘ [naam 39] ’ en ‘ [naam 44] ’ dan wel afgeleiden daarvan. Het account 8g90 werd met name opgeslagen onder ‘ [naam 42] ’, ‘ [naam 43] ’, ‘ [naam 44] ’, ‘ [naam 42] ’, ‘ [naam 41] ’ en ‘ [naam 51] ’. Hiervan sloegen de accounts [emailadres 7] .com en 08rh de 095w van [verdachte] en 8g90 onder identieke namen op, te weten ‘ [naam 42] ’ en ‘ [naam 51] ’. De rechtbank concludeert hieruit dat 8g90 door anderen vrijwel onder dezelfde namen wordt opgeslagen als het account 095w van [verdachte] en dat deze anderen [verdachte] en de gebruiker van 8g90 dan ook kennen onder dezelfde namen. Zoals reeds vastgesteld, noemde [verdachte] zichzelf regelmatig ‘ [naam 77] ’. Op 3 maart 2016 vindt een berichtenwisseling plaats tussen 8g90 en 08rh: 19:43:49 8g90 : Yo bro nieuwe mail [naam 44] . Op 3 maart 2016 vindt ook een berichtenwisseling plaats tussen 8g90 en [medeverdachte 1] : 19:44:09 8g90 : Yo bro nieuwe mail [naam 44] . Conclusie [verdachte] is ook de gebruiker van 8g90 Gelet op het voorgaande en in het bijzonder dat: [verdachte] een nieuwe telefoon gaat halen op 3 maart 2016; 14 minuten na het laatste bericht van [verdachte] het account 8g90 in gebruik wordt genomen; op 3 maart 2016 – vlak na het in gebruik nemen van 8g90 – mails worden verzonden vanaf 8g90 waarin wordt aangegeven dat het gaat om het nieuwe mailadres van ‘ [naam 44] ’, [verdachte] zichzelf regelmatig ‘ [naam 44] ’ noemt; 8g90 onder grotendeels dezelfde contactnamen wordt opgeslagen als het account 095w van [verdachte] , en twee gebruikers de 8g90 onder identieke contactnamen opslaan als het account 095w van [verdachte] , acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] , naast o95w, ook de gebruiker van het opvolgende Ennetcom-account met e-mailadres 8g90 was en dat alle e-mailberichten met betrekking tot dit account aan hem zijn toe te schrijven. Hierna zal de rechtbank de gebruiker van 8g90 aanduiden als [verdachte] . De accounts van [medeverdachte 2] (4w12 en 08rh) De accounts 4w12 en 08rh Uit onderzoek naar de e-mailadressen van [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn, zoals later zal blijken, ook de volgende voor dit vonnis relevante e-mailadressen naar voren gekomen: [emailadres 8] (hierna te noemen: 4w12); [emailadres 3] (hierna te noemen: 08rh). Van deze accounts werden het daarbij behorende IMEI- en IMSI-nummer en Sim-ID verkregen. Dit betreffen bij 4w12 IMEI [nummer 9] (hierna te noemen: IMEI 5676), IMSI [nummer 10] en Sim-ID [nummer 11] . Voor 08rh waren dit IMEI [nummer 12] , IMSI [nummer 10] en Sim-ID [nummer 11] . De rechtbank stelt vast dat de gebruiker van de genoemde accounts gebruik maakt van twee verschillende telefoons (IMEI-nummers), maar van dezelfde SIM-kaart (IMSI en Sim-ID). Bij beide accounts: zijn 61 unieke e-mailaccounts opgeslagen als contact door zowel 4w12 als 08rh; zijn er van deze 61 unieke e-mailaccounts 53 e-mailaccounts onder een identieke contactnaam opgeslagen door zowel 4w12 als 08rh; en zijn er in totaal 39 unieke e-mailaccounts waarvan de gebruikers zowel 4w12 als 08rh hebben opgeslagen; zijn er van deze 39 unieke e-mailaccounts 10 e-mailaccounts zijn waarvan de gebruikers een identieke contactnaam hebben gegeven aan zowel account 4w12 als 08rh; zijn er van deze 39 unieke e-mailaccounts 14 e-mailaccounts waarvan de gebruikers een zeer gelijkende contactnaam hebben gegeven aan zowel account 4w12 als 08rh. De rechtbank concludeert op grond hiervan dat door de 4w12 en 08rh dezelfde e-mailaccounts grotendeels zijn opgeslagen onder een identieke, dan wel gelijkende contactnaam. Bovendien worden 4w12 en 08rh ook door 39 andere e-mailaccounts onder identieke, dan wel zeer gelijkende contactnamen opgeslagen. De rechtbank stelt dan ook vast dat de gebruikers van 4w12 en 08rh bekend zijn met veelal dezelfde contacten. In de contactenlijst van 4w12 is op 15 november 2015 het account 08rh opgeslagen onder de accountnaam ‘nieuwe’. De laatste opgeslagen verzonden berichten van 4w12 zijn van 17 november
  2. Op 1 januari 2016 vindt de volgende berichtenwisseling tussen [medeverdachte 1] en [emailadres 9] plaats. 13:41:18 [medeverdachte 1] : Die andere zegt dat hij niks van mij ontvangt heb hem 6x gemald maar er komt niks aan bij hem ben die gozer die net tel bij je heeft gehaald. 13:47:22 2229 : Ooo wacht. Ik heb je denk ik die oude mail van hem gegeven. Zie onderaan. 12:07:18 2229 : 08RH 4W12 Ik denk dat je de bovenste moet hebben. Probeer ze allebei maar. Ik mail hem altijd met die tweede. Tussenconclusie 4w12 en 08rh zijn van dezelfde gebruiker Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat de e-mailaccounts 4w12 en 08rh dezelfde gebruiker hebben. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld wie als de gebruiker van deze e-mailaccounts kan worden geïdentificeerd en overweegt hierover het volgende. Het artikel in Het Parool Naar aanleiding van de liquidatie van [naam 52] verschijnt op [datum 1] een bericht op de internetwebsite van de krant ‘Het Parool’. In dit artikel worden de namen genoemd van de volgende personen: [medeverdachte 2] [naam 52] : vermoord op [datum 1] ; [naam 53] : vermoord op [datum 2] ; [naam 54] : vermoord op [datum 3] ; [naam 55] : vermoord op [datum 4] ; [naam 56] : vermoord op [datum 5] ; [naam 35] [naam 57] : vermoord op [datum 9] ; [naam 12] . Op [datum 7] vindt de volgende berichtenwisseling plaats tussen 4w12 en [emailadres 10] (hierna te noemen: 08z9). 08z9 : Je naam staat kk heet op parol wtf 4w12 : Hahahahaha ja man die denken natuurlijk dat ik erachter zit 4w12 : Ja lekker belangrijk ahahah. Praten mensen op straat? 08z9 : Nee parol praat madefackers. [naam 12] is naar aanleiding van de moord op [naam 56] veroordeeld en zat ten tijde van de liquidatie van [naam 52] gedetineerd. Gelet op de door middel van de historische verkeersgegevens verkregen locatiebepal

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.