← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2019:3921

RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaakgegevens 7836695 CV EXPL 19-2687 / uitspraak van 14 augustus 2019 vonnis van de kantonrechter in de zaak van Liander N.V. gemachtigden: mr. R.W. de Vlam en B.E.M. Wolffers eisende partij tegen [gedaagde] gemachtigde: T. Galema gedaagde partij Procesverloop De zaak is aanhangig gemaakt bij de aan dit vonnis gehechte en daarvan deel uitmakende (kopie) dagvaarding met het hiervoor genoemde zaaknummer. De eisende partij heeft de veroordeling gevorderd van de gedaagde partij overeenkomstig de dagvaarding. De gedaagde partij heeft om uitstel verzocht. Dit uitstel is verleend. Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft de gedaagde partij geen inhoudelijk verweer gevoerd. Vervolgens is vonnis bepaald. Beoordeling en beslissing De vordering wordt, omdat deze niet is weersproken door de gedaagde partij, toegewezen als volgt. De eisende partij heeft onweersproken gesteld dat de beslissing van 28 november 2018 haar verplicht om te handelen in strijd met een dwingendrechtelijk verbod in de Wet milieubeheer (Wm). Daarmee is vast komen te staan dat gebondenheid aan de beslissing van 28 november 2018 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De gevorderde vernietiging van de beslissing van 28 november 2018 zal dan ook op grond van artikel 7:904 BW worden toegewezen. De eisende partij heeft onweersproken gesteld dat de door haar gevorderde verwijderkosten ad € 687,00 op grond van de artikelen 5.

  1. en 14.
  2. van de toepasselijke algemene voorwaarden voor rekening van gedaagde komen. Dit onderdeel van de vordering alsmede de veroordeling om mee te werken aan de verwijdering van de aansluiting inclusief de aansluitleiding, die verder niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, zullen dan ook eveneens worden toegewezen. De gevorderde nakosten zullen worden begroot op een bedrag van € 60,00, zijnde een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. De gedaagde partij wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van de eisende partij, tot aan deze uitspraak vastgesteld op: € 81,83 aan explootkosten € 486,00 aan griffierecht en € 120,00 aan salaris gemachtigde € 60,00 aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.J. Heessels, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2019 in tegenwoordigheid van de griffier. d/lt

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.