vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/355282 / KG ZA 19-265 Vonnis in kort geding van 28 juni 2019 in de zaak van
(1)jaar na betekening van dit vonnis in persoon of door een derde namens hem contact op te (doen) nemen met [Eiser sub 2] , [Eiser sub 3] en [Eiser sub 4] op hun privéadres, werkadres, per post, per e-mail, of in welke vorm dan ook, 5.
- veroordeelt [Gedaagde] om aan de Staat c.s. een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 5.
- uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt, 5.
- veroordeelt [Gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van de Staat c.s. tot op heden begroot op € 2.016,61, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [Gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [Gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mans en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2019 in tegenwoordigheid van de griffier, terwijl de overwegingen waarop de beslissing stoelt afzonderlijk zijn vastgelegd op 11 juli
- Coll.: MvG