beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/357895 KG RK 19-704 Beslissing van 4 september 2019 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] wonende te [woonplaats] hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. P.I. Geers rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de kantonrechter. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 14 juli
- 2Het wrakingsverzoek 2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de kantonrechter in de zaak met zaakgegevens 6920610 \ CV EXPL 18-1839 \ 36633 (de hoofdzaak). 2.2 Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de kantonrechter de door het Hof van Justitie gestelde verplichtingen volledig heeft genegeerd en/of naast zich neer heeft gelegd. 3De beoordeling 3.1 De wrakingskamer begrijpt uit de inhoud en de strekking van het wrakingsverzoek dat het verzoek is gericht tegen de kantonrechter die het vonnis heeft gewezen. 3.2 De wrakingskamer overweegt dat een verzoek tot wraking in beginsel ter zitting wordt behandeld. De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking op grond van artikel 9.1 aanhef en sub c van het Wrakingsprotocol rechtbank Gelderland zonder behandeling ter zitting aanstonds afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek, indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het doen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van een rechter die deze uitspraak heeft gedaan (verwezen wordt naar de arresten van de Hoge Raad van 13 april 2010, ECLI:NL:2010:BJ9926, en 2 november 2010, ECLI:NL:2010:BN2366). 3.3 De kantonrechter heeft op 14 juni 2019 uitspraak gedaan in de hoofdzaak, waarmee de behandeling van die zaak is beëindigd. Het wrakingsverzoek dateert van 14 juli 2019 en is door de rechtbank ontvangen op 16 juli
- Nu het verzoek tot wraking is gedaan na de uitspraak in de hoofdzaak, is verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Daaraan doet niet af dat door verzoeker in de hoofdzaak is gevraagd om een herstel van de (eind-)uitspraak in verband met een kennelijke fout en daarop nog moet worden beslist. Herstel van een uitspraak op grond van een kennelijke fout verandert het karakter daarvan niet. Met het herstel van een kennelijke fout blijft de datum en de materiële inhoud van de uitspraak hetzelfde. Alleen de kennelijke fout wordt hersteld. 3.4 Gelet op het voorgaande is verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Op grond daarvan wordt van een mondelinge behandeling afgezien en zal onmiddellijk uitspraak worden gedaan. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Veerman, voorzitter, mr. D.R. Sonneveldt en mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Wolsink-van Veldhuizen en in het openbaar uitgesproken op 4 september
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.