vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/354868 / KG ZA 19-242 Vonnis in kort geding van 31 juli 2019 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RANONKEL WONEN B.V., statutair gevestigd te Dordrecht, 2. [eiser sub 2] wonende te [woonplaats] , 3. [gedaagde sub 2] wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. J. de Haan te Utrecht, tegen 1. de coöperatie COÖPERATIE VGZ U.A., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VGZ ZORGKANTOOR B.V. statutair gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem, gedaagden, advocaat mr. G.D. Bosman te Veldhoven. Partijen zullen hierna gezamenlijk Ranonkel c.s. en VGZ c.s. worden genoemd. Eisers worden hierna afzonderlijk aangeduid met Ranonkel Wonen, [eiser sub 2] en [gedaagde sub 2] . Gedaagden worden hierna afzonderlijk aangeduid met VGZ en VGZ Zorgkantoor. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 tot en met 16 de brief van de zijde van VGZ c.s. van 18 juli 2019 met bijgevoegd productie A (een conceptdagvaarding met bijgevoegd producties 1 tot en met 111) de brief van de zijde van Ranonkel c.s. van 21 juli 2019 met bijgevoegd productie 17 tot en met 27 de brief van de zijde van VGZ c.s. van 22 juli 2019 met bijgevoegd productie B de mondelinge behandeling de pleitnota van Ranonkel c.s. de pleitnota van VGZ c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Ranonkel Wonen is een in 2015 opgerichte kleinschalige thuiszorginstelling die woonruimte en zorg biedt aan cliënten met niet-aangeboren hersenletsel. Thans wordt Ranonkel Wonen bestuurd door [gedaagde sub 2] . [eiser sub 2] was voor [gedaagde sub 2] bestuurder van Ranonkel Wonen. Samen met hun zoon, [de heer X] , verlenen [eiser sub 2] en [gedaagde sub 2] zorg aan de cliënten. [eiser sub 2] biedt tevens ambulante zorg vanuit zijn eenmanszaak [eenmanszaak eiser sub 2] (hierna: [eenmanszaak eiser sub 2] ). 2.2. VGZ is een zorgverzekeraar in de zin van de Zorgverzekeringswet. De zorgkantoren van VGZ voeren onder meer de regeling betreffende het persoonsgebonden budget (hierna: pgb) uit. 2.3. In de periode van juni 2015 tot en met februari 2016 en van maart 2017 tot en met november 2018 hebben drie budgethouders zorg ingekocht bij Ranonkel Wonen en [eenmanszaak eiser sub 2] . Dit waren [de heer A] (hierna: [de heer A] ), [de heer B] (hierna: [de heer B] ) en [de heer C] (hierna: [de heer C] ) (hierna samen te noemen: de budgethouders). [de heer A] heeft enkel bij Ranonkel Wonen zorg ingekocht, [de heer B] heeft bij zowel Ranonkel Wonen als [eenmanszaak eiser sub 2] zorg ingekocht en [de heer C] heeft enkel bij [eenmanszaak eiser sub 2] zorg ingekocht. De cliënten van Ranonkel Wonen waren (op het moment dat zij bij Ranonkel Wonen woonden) verzekerd bij VGZ en kochten bij VGZ Zorgkantoor zorg in vanuit het pgb, gefinancierd vanuit de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz). Daarnaast betaalden zij een bedrag aan huur aan Ranonkel Wonen. 2.4. Bij brief van 11 september 2018 heeft VGZ aan Ranonkel c.s. te kennen gegeven dat een fraudeonderzoek plaatsvindt door de afdeling Veiligheidszaken van VGZ (hierna: Veiligheidszaken) naar de besteding van de pgb’s van budgethouders die in de periode juni 2015 tot en met februari 2016 en van maart 2017 tot en met heden (september 2018) zorg hebben ingekocht bij [eenmanszaak eiser sub 2] en Ranonkel Wonen. In deze brief verzoekt VGZ Ranonkel Wonen allerhande informatie aan haar te verstrekken betreffende de besteding en verantwoording van de pgb’s van de genoemde budgethouders. Hierop hebben Ranonkel c.s. verschillende stukken aan VGZ toegezonden. 2.5. Op 11 december 2018 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen Veiligheidszaken en [eiser sub 2] . Ook heeft Veiligheidszaken (in ieder geval) gesprekken gevoerd met [de heer A] , zijn (toenmalige) gewaarborgde hulp, [de heer C] , zijn (toenmalige) gewaarborgde hulp, de zus van [de heer C] en [mentor B] (de mentor van [de heer B] ). 2.6. Bij brief van 13 februari 2019 heeft Veiligheidszaken Ranonkel Wonen, [eiser sub 2] en [gedaagde sub 2] individueel geïnformeerd over de uitkomst van het fraudeonderzoek. In haar brief heeft Veiligheidszaken toegelicht wat de aanleiding voor het uitgevoerde onderzoek was en toegelicht hoe men tijdens het onderzoek te werk is gegaan. Vervolgens heeft VGZ haar constateringen met betrekking tot de individuele budgethouders gedeeld, alsmede de bevindingen naar aanleiding van de bij Ranonkel c.s. opgevraagde informatie en de in 2.5. genoemde gesprekken. Aan de uitkomsten van het fraudeonderzoek verbindt VGZ, voor zover thans van belang, de volgende conclusies: […] Bevindingen Wij concluderen dat u de regie hebt gehad over de pgb’s van [de heer A] en [de heer B] . U stond in de systemen als contactpersoon vermeld, de post ging naar uw adres en de contactmomenten met het zorgkantoor zijn bijna uitsluitend met u geweest. Uw verklaringen komen niet overeen met de administratie en de verklaringen van de budgethouders en de gewaarborgde hulpen. Dit zijn onder andere tegenstrijdige verklaringen over het controleren van de facturen, het insturen van de facturen naar de SVB en het intensieve contact over de zorg. De aangeleverde urenlijsten komen niet overeen met de daadwerkelijk geleverde uren. Uit de aangeleverde urenlijsten en de dagrapportages wordt duidelijk dat Ranonkel zorg heeft geleverd die niet als Wlz zorg kan worden aangemerkt. Dit was u bekend. U hebt vervolgens toch uren gedeclareerd die volgens de Wlz niet betaald mogen worden uit het pgb. U hebt facturen naar de SVB gestuurd terwijl u wist dat de zorgovereenkomst was afgekeurd. Conclusie Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat de pgb’s van twee budgethouders in de periode van 6 maart 2017 tot en met 15 maart 2018 bij Ranonkel niet rechtmatig zijn besteed. U hebt tegenstrijdige verklaringen afgelegd met de verklaringen van de budgethouders en gewaarborgde hulpen. U hebt zorg gedeclareerd die feitelijk niet is geleverd. Wij concluderen dat er is gefraudeerd met zorggelden en dat u in de die periode als bestuurder van Ranonkel hiervoor verantwoordelijk moet worden gehouden. Maatregelen Bij fraude gaan wij over tot het treffen van passende maatregelen. In casu leggen wij, alles afwegende en rekening houdende met het geconstateerde, Ranonkel en u de volgende maatregelen op: Incidentenregister De afdeling Veiligheidszaken maakt voor het vastleggen en verwerken van (persoons)gegevens gebruik van een incidentenregister. Omdat Ranonkel en u betrokken zijn bij het onrechtmatig besteden van persoonsgebonden budgetten nemen wij de (persoons)gegevens op in ons incidentenregister. De afdeling Veiligheidszaken maakt voor het vastleggen en verwerken van persoonsgegevens gebruik van een incidentenregister. De maximum bewaartermijn voor (persoons)gegevens in dit register is acht jaar. Het incidentenregister ondersteunt activiteiten om de veiligheid en integriteit van ons bedrijf te waarborgen. […] Melding (door ZN) aan het Verbond van Verzekeraars We hebben de gegevens van Ranonkel en u opgenomen in ons incidentenregister. Omdat we hebben vastgesteld dat er sprake is van fraude melden we het dossier bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV) van het Verbond van Verzekeraars. Het CBV registreert de melding en gebruikt de informatie voor het coördineren van onderzoeken en om inzicht te krijgen in de aard en omvang van verzekeringsfraude. Verzekeraars kunnen de registratie bij het CBV raadplegen bij sollicitaties en aanstellingen. Extern Verwijzingsregister Wij hebben de (persoons)gegevens van Ranonkel en u opgenomen in het Extern Verwijzingsregister. Financiële instellingen in Nederland kunnen, volgens de regels van het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen, toetsen of (rechts)personen in dit register voorkomen. Dit register wordt door financiële instellingen gebruikt om de integriteit van klanten en relaties te beoordelen. Degene die toetst of uw gegevens voorkomen in dit register is verplicht om bij ons navraag te doen over de reden van uw registratie. Wij begrijpen dat de registratie gevolgen kan hebben als u bijvoorbeeld een andere verzekering of financieel product aanvraagt of solliciteert bij een financiële instelling. Daarom hebben wij een zorgvuldige afweging gemaakt tussen uw belangen en de belangen van de financiële instellingen. Tevens hebben wij een zorgvuldige afweging gemaakt met betrekking tot de duur van opname in het waarschuwingssysteem. De maximale termijn voor opname in het waarschuwingssysteem is 8 jaar. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de ernst van uw handelen opname in het waarschuwingssysteem rechtvaardigt. Ook achten wij het gezien uw rol als zorgverlener, het feit dat u tegenstrijdige verklaringen hebt afgelegd, u zelf facturen naar de SVB hebt gestuurd, het feit dat u stelselmatig over een langere periode fraude heeft gepleegd en de hoogte van het financieel belang gerechtvaardigd om u en Ranonkel voor de maximale termijn van 8 jaar te registeren. […] Afhandeling Vanwege het geconstateerde stellen wij vast dat een gedeelte van de pgb’s onrechtmatig is besteed. Voor [de heer A] vinden wij het, aan de hand van de rapportages, aannemelijk dat Ranonkel 170 uur begeleiding individueel heeft geleverd. Van de overige gefactureerde uren is het niet aannemelijk dat deze feitelijk zijn geleverd. Wij geven onze onderzoeksbevindingen door aan het zorgkantoor en zullen daarbij aangeven dat wij zowel u als Ranonkel verantwoordelijk houden voor de onrechtmatige besteding. Zij informeren u over de financiële afhandeling. Tevens gaan wij het zorgkantoor adviseren om geen pgb’s te verstrekken aan budgethouders die bij Ranonkel of een andere onderneming van u zorg willen inkopen. 2.7. Vervolgens zijn de praktijk- en persoonsgegevens van Ranonkel Wonen, [eiser sub 2] en [gedaagde sub 2] geregistreerd in het (interne) Incidentenregister van VGZ, het daaraan gekoppelde Extern Verwijzingsregister van Stichting Centraal Informatie Systeem (hierna: Stichting CIS) en het register van het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit van het Verbond van Verzekeraars (hierna: CBV). Ranonkel c.s. hebben tegen de conclusies en bevindingen van het fraudeonderzoek en de registraties geprotesteerd bij brief van 2 mei 2019. Hierop is door VGZ te kennen gegeven dat zij de maatregelen zal handhaven. 2.8. Op dit moment wonen twee andere budgethouders, [budgethouder D] en [budgethouder E] , beiden verzekerd bij VGZ, bij Ranonkel Wonen. De aanvragen van deze budgethouders om vanaf 1 januari 2019 (vanuit het pgb) zorg in te kopen bij Ranonkel Wonen zijn door VGZ Zorgkantoor afgewezen met als reden dat zij het advies van Veiligheidszaken opvolgt om geen pgb’s meer te verstrekken aan verzekerden die zorg bij Ranonkel Wonen willen inkopen. Het daartegen door Ranonkel Wonen ingediende bezwaar is vervolgens ongegrond verklaard. Om in de financiering van de zorg voor de twee budgethouders te voorzien heeft Ranonkel gepoogd om als onderaannemer zorg te verlenen met een derde partij als hoofdaannemer, maar VGZ Zorgkantoor heeft aan deze hoofdaannemer te kennen gegeven dat bij onderaanneming door Ranonkel Wonen geen uitbetaling van pgb-gelden zal plaatsvinden. 2.9. Thans is VGZ Zorgkantoor voornemens een bodemprocedure tegen Ranonkel aanhangig te maken ter terugvordering van de ten onrechte uitbetaalde declaraties voor de door de budgethouders bij Ranonkel Wonen en [eenmanszaak eiser sub 2] ingekochte en aan VGZ Zorgkantoor gefactureerde zorg. VGZ Zorgkantoor heeft [gedaagde sub 2] en [eiser sub 2] in haar/zijn hoedanigheid van bestuurder van respectievelijk Ranonkel Wonen en [eenmanszaak eiser sub 2] bij brief van 18 juli 2019 verzocht c.q. gesommeerd binnen vijftien dagen na dagtekening van de brief de ten behoeve van de budgethouders uitgekeerde bedragen aan haar terug te betalen. Hieraan hebben Ranonkel c.s. tot op heden geen gehoor gegeven. 3Het geschil 3.1. Ranonkel c.s. vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair I. VGZ c.s. veroordeelt binnen twee dagen na het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, de (persoons)gegevens van Ranonkel c.s. uit het Incidentenregister van VGZ, het Extern Verwijzingsregister van Stichting CIS en het register van het CBV te verwijderen en verwijderd te houden, totdat in rechte onherroepelijk zal zijn beslist omtrent eventuele frauduleuze handelingen van Ranonkel c.s.; II. VGZ c.s. veroordeelt binnen twee dagen, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, na verwijdering van de (persoons)gegevens van Ranonkel c.s. uit het Incidentenregister van VGZ, het Extern Verwijzingsregister van Stichting CIS en het register van het CBV van het Verbond van Verzekeraars, deugdelijk en schriftelijk aan Ranonkel c.s. te bevestigen dat de registraties van Ranonkel c.s. ongedaan zijn gemaakt en ongedaan gemaakt worden gehouden; III. VGZ c.s. verbiedt om hoofdaannemers mee te delen dat de zorg die in onderaanneming wordt verleend door Ranonkel Wonen niet wordt vergoed (vanwege de uitkomsten van het(fraude)onderzoek); IV. VGZ c.s. verbiedt om de budgethouders te verzoeken om aangifte te doen tegen Ranonkel Wonen wegens fraude op grond van het uitgevoerde fraudeonderzoek; V. bepaalt dat indien door VGZ c.s. niet, dan wel niet volledig, wordt voldaan aan hetgeen is gevorderd onder I, II, III en IV zij een dwangsom aan Ranonkel c.s. verbeuren van € 50.000,00 voor iedere overtreding, te vermeerderen met een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt met een maximum van € 250.000,00, althans zodanige bedragen aan dwangsommen als de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht; VI. VGZ c.s. veroordeelt tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding ad € 5.000,00 per budgethouder per maand met ingang van 1 januari 2019 voor elke maand dat VGZ weigert om te betalen voor de door Ranonkel Wonen geleverde zorg aan de budgethouder die beschikt over een geldige CIZ-indicatie; subsidiair VII. VGZ c.s. veroordeelt om aan Ranonkel c.s. in goed leesbaar en doorzoekbaar elektronisch format te verstrekken alle documenten betrekking hebbend op het door gedaagde naar Ranonkel c.s. ingestelde (fraude)onderzoek, binnen vier werkdagen na het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn; zowel primair als subsidiair VIII. VGZ c.s. veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de gebruikelijke nakosten (zowel zonder als met betekening), een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten vanaf de dag waarop in deze zaak vonnis wordt gewezen tot de dag van volledige betaling, dan wel de proceskosten te compenseren. 3.2. VGZ c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende uit de stellingen van Ranonkel c.s. voort. 4.2. Ranonkel c.s. vorderen onder I. en II. dat de (persoons)gegevens van zowel Ranonkel Wonen, [eiser sub 2] en [gedaagde sub 2] uit het Incidentenregister van VGZ, het daaraan gekoppelde Extern Verwijzingsregister van Stichting CIS en het register van het CBV worden verwijderd en verwijderd gehouden, alsmede dat Ranonkel c.s. daarvan schriftelijk op de hoogte worden gesteld. Allereerst moet vastgesteld worden dat de vorderingen van Ranonkel c.s. niet zien op de (verwijdering van) registratie van [eenmanszaak eiser sub 2] in enig register, het gaat slechts om de registraties van Ranonkel c.s. Ranonkel c.s. leggen aan deze vorderingen ten grondslag dat VGZ hen ten onrechte beschuldigt van het niet rechtmatig besteden van pgb’s van budgethouders omdat de bij VGZ Zorgkantoor gedeclareerde zorg niet volledig zou zijn geleverd en bepaalde geleverde zorg geen Wlz-zorg betrof. Ranonkel c.s. betogen dat zij zelfs meer dan de bij VGZ gedeclareerde zorg aan de budgethouders hebben geleverd. Zij hebben steeds alle door VGZ opgevraagde informatie bij haar aangeleverd en [eiser sub 2] heeft naar eigen zeggen in het gesprek van 11 december 2018 uitgebreid en naar waarheid toegelicht welke zorg aan verzekerden werd geleverd en op welke wijze de verantwoording heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft VGZ steeds verzuimd het onderzoekdossier aan Ranonkel c.s. te sturen waardoor Ranonkel c.s. zich niet adequaat tegen de beschuldigingen konden weren. VGZ is veel te lichtvaardig en zonder deugdelijke onderbouwing tot registratie in de registers overgegaan, zo stellen Ranonkel c.s. VGZ c.s. voeren verweer en stellen zich op het standpunt dat het door Veiligheidszaken uitgevoerde fraudeonderzoek naar de besteding van de pgb’s van de budgethouders die zorg inkochten bij Ranonkel Wonen (en [eenmanszaak eiser sub 2] ) een sterk vermoeden van fraude heeft opgeleverd. Volgens VGZ c.s. is voldaan aan alle criteria voor het rechtmatig registreren van (persoons)gegevens van Ranonkel c.s. in de drie registers, op grond waarvan de vorderingen dienen te worden afgewezen. 4.3. Deze vorderingen doen de vraag rijzen of VGZ c.s. de (persoons)gegevens van Ranonkel Wonen, [eiser sub 2] en [gedaagde sub 2] op goede gronden in de drie registers hebben opgenomen c.q. laten opnemen. Vaststaat dat voor de registratie van gegevens in de in- en externe verwijzingsregisters een aantal voorwaarden gelden. Zoals Ranonkel c.s. in de dagvaarding naar voren hebben gebracht, is voor de rechtmatige opname van gegevens in het eigen incidentenregister van VGZ vereist dat sprake is van een incident, waaronder op de voet van het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2013 (hierna: PIFI) bijvoorbeeld wordt verstaan een gebeurtenis die tot gevolg heeft of zou kunnen hebben dat de belangen van een financiële instelling of de financiële sector als geheel in het geding zijn of kunnen zijn, zoals het falsificeren van nota’s en opzettelijke misleiding. Op grond van het bepaalde in artikel 4.2.2. en 4.2.3. PIFI mag in geval van een incident en opname in het incidentenregister melding worden gedaan bij het CBV. Voor het rechtmatig registreren van (persoons)gegevens in het Extern Verwijzingsregister gelden op grond van artikel 5.2.1. PIFI drie cumulatieve criteria, die er samengevat op neerkomen dat i. de gedraging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.