vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/317945 / HZ ZA 17-167 Vonnis van 28 augustus 2019 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VENTILEX B.V., gevestigd te Heerde, eiseres in conventie, gedaagde in reconventie, advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TEMA PROCESS BV, gevestigd te Heerde, 2. [gedaagde 1], wonende te [woonplaats], 3. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats], 4. [gedaagde 3], wonende te [woonplaats], 5. [gedaagde 4], wonende te [woonplaats], gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. H. Eijer te Zoetermeer. Partijen zullen hierna Ventilex, Tema Process (gedaagde sub. 1) en gedaagden gezamenlijk Tema c.s. genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 17 juli 2019 de akte houdende uitlating na tussenvonnis van Ventilex de antwoord akte voordragen deskundige van Tema c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.1. In haar laatste akte heeft Ventilex als haar voorkeur uitgesproken geen comparitie van partijen te bepalen voor het benoemen van de derde deskundige maar dat de rechtbank zelf de knoop doorhakt en de derde deskundige aanwijst. Ventilex stelt dat een comparitie van partijen alleen maar tot nieuwe vertraging gaat leiden. Zij wijst er op dat uit de door Ventilex overgelegde correspondentie niet blijkt van serieuze bezwaren bij [naam 1] (de door Tema c.s. aangewezen deskundige) tegen de door [naam 2] (de door Ventilex aangewezen deskundige) voorgestelde voorzitter/derde deskundige. De door [naam 2] voorgestelde deskundige is de heer dr. ing. W.J. Coumans. 2.2. Tema c.s. heeft in haar laatste akte de voorkeur uitgesproken voor het houden van een comparitie van partijen in aanwezigheid van de twee partij-deskundigen. Tema c.s. stelt dat de twee deskundige onderling niet in staat zijn de impasse over de te benoemen voorzitter/derde deskundige te doorbreken. Het voordeel van een comparitie van partijen is dat partijen en de rechtbank dan door de twee deskundigen hierover kunnen worden ingelicht, zonder dat zij “spreekbuis” worden van partijen. 2.3. De rechtbank meent dat voor de beide standpunten wat te zeggen is. Wel is zij, na (her)lezing van de door [naam 2] en [naam 1] gevoerde correspondentie, het met Ventilex eens dat in die correspondentie geen door [naam 1] geuite inhoudelijke bezwaren tegen de persoon van Coumans zijn te vinden, ook niet nadat [naam 2] [naam 1] uitdrukkelijk verzoekt dergelijke bezwaren kenbaar te maken. [naam 2] wijst er in die correspondentie op dat Coumans een bekende droogexpert in Nederland is en dat hij blij en vereerd is dat een man met zoveel ervaring in het ontwerpen van drogers met hen wil samenwerken. In een e-mail van 16 mei 2019 schrijft [naam 1] dat het hem verbaast dat [naam 2] niet bereid is met een nieuwe deskundige te komen. [naam 1] plaatst in verband met het vasthouden aan Coumans vraagtekens bij de onpartijdigheid van [naam 2]. “Conclusie, wij komen er niet uit. Laat de rechter hier maar verder over zijn oordeel vellen”, zo besluit [naam 1] deze e-mail. 2.4. Nu er van de zijde van Tema c.s. geen inhoudelijke bezwaren bekend zijn tegen Coumans als voorzitter/derde deskundige en om de procedure niet nog langer te vertragen zal de rechtbank overgaan tot benoeming van Coumans als derde deskundige. Zoals door partijen is afgesproken zal de derde deskundige de positie van voorzitter hebben. De andere twee deskundigen zijn door partijen zelf benoemd, een en ander conform hetgeen in het eerdere tussenvonnis van 10 april 2019 is beslist. Het is aan de voorzitter om, nadat het hierna genoemde voorschot is overgemaakt, in samenspraak met de twee partij-deskundigen, het onderzoek aan te vangen. 2.5. Ten aanzien van het door de deskundige verlangde voorschot geldt hetgeen partijen op 3 april 2018 in een procedure bij het Gerechtshof zijn overeengekomen. Dit houdt in dat partijen de kosten van de eigen deskundige ieder zelf zullen dragen en dat Ventilex het voorschot draagt van de derde (door de rechtbank te benoemen) deskundige. 2.6. De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vaststellen op het in de beslissing vermelde bedrag. 2.7. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen en dat onderzoek niet te verhinderen. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.8. Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken. 2.9. De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Onderwerp van het door de deskundigen uit te voeren onderzoek 2.10. Het onderwerp van het onderzoek ligt besloten in een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2015 (zaaknummers 200.123.957 en 200.123.947). Een kopie van dit arrest is door Ventilex als productie 1 bij de dagvaarding in het geding gebracht. Ventilex dient aan de drie deskundigen een kopie van dit arrest ter beschikking te stellen. 2.11. In het arrest staat geformuleerd wat de deskundigen dienen te onderzoeken. Uit die formulering, die hierna wordt toegelicht, volgt dat van de deskundigen niet méér wordt verwacht dan dat zij – op een wijze die door het hof is beschreven – een selectie maken uit bewijsmateriaal dat door Ventilex in beslag is genomen en dat zich bij een gerechtelijke bewaarder bevindt. Het Hof was van oordeel dat dit in beslag genomen materiaal niet zonder meer aan Ventilex kon worden overhandigd omdat het niet is uit te sluiten dat Ventilex daarmee ook de beschikking zou kunnen krijgen over bedrijfsgeheimen van Tema Process. Zie overweging 3.72 van dat arrest. In overweging 3.73 formuleert het hof vervolgens in algemene zin waartoe het werk van de deskundige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.