vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/357826 / KG ZA 19-367 Vonnis in kort geding van 30 september 2019 in de zaak van [eisende partij] wonende te [woonplaats] , eiser in conventie, verweerder in reconventie, advocaat mr. Z. Sivro te Amsterdam, tegen [gedaagde partij] , wonende te [woonplaats] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. E. Gürcan te Arnhem. Partijen zullen hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling de eis in reconventie. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Tot de voormalige gemeenschappelijke boedel behoort onder meer een huis in Suriname. Dit zal verkocht worden. 2.
- Ingevolge de beschikking van deze rechtbank van 15 augustus 2018 dient [eisende partij] aan [gedaagde partij] partneralimentatie te betalen. [gedaagde partij] heeft in maart 2019 beslag laten leggen op zijn inkomen toen betaling daarvan op een klein gedeelte na uitbleef. 3Het geschil in conventie en in reconventie 3.
- [eisende partij] heeft zijn vorderingen ingetrokken. Hij vorderde kort samengevat veroordeling van [gedaagde partij] om mee te werken aan de verkoop van de onroerende zaak in Suriname en opheffing van het beslag met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten. 3.
- [gedaagde partij] vordert in reconventie veroordeling van [eisende partij] in de proceskosten. 4De beoordeling in conventie en in reconventie 4.
- [eisende partij] is niet ter zitting verschenen. Zijn advocaat heeft de rechtbank laten weten ziek te zijn. Hij heeft geen vervanger kunnen vinden, aanhouding van de behandeling verzocht en laten weten dat als die aanhouding geweigerd wordt, de vordering wordt ingetrokken. De voorzieningenrechter heeft de aanhouding geweigerd. 4.
- [gedaagde partij] heeft tijdig voor de aangezegde datum laten weten dat het geding moet doorgaan omdat zij een beslissing over de proceskosten verlangt. Met de intrekking door [eisende partij] is het geding dus niet vervallen (HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087). 4.
- De zitting is doorgegaan. Na de intrekking van [eisende partij] vordering ligt slechts de vordering in reconventie ter beoordeling voor. 4.
- Gelet op de relatie tussen partijen dienen naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in beginsel de proceskosten tussen hen te worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Anders dan [gedaagde partij] stelt is onvoldoende aannemelijk geworden dat [eisende partij] uitsluitend om haar dwars te zitten is gaan procederen. Er is dan ook geen grond om van genoemd uitgangspunt af te wijken. Dit is temeer van belang waar een van de eis in conventie afwijkende visie op de proceskostenveroordeling in de conventionele procedure naar voren kan worden gebracht en geen vordering in reconventie vergt. De slotsom is dat de proceskosten gecompenseerd zullen worden. 5De beslissing De voorzieningenrechter in reconventie 5.
- wijst de vordering af, 5.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2019.