RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/154018-19 ontneming Datum zitting : 8 november 2019 Datum uitspraak : 22 november 2019 Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , zonder bekende woon- of verblijfplaats, thans gedetineerd in de P.I. HvB Grave (Unit A + B), Muntlaan 1, 5361 ME in Grave. Raadsman: mr. S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo. 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is gesteld op € 5.885,-. 2De procedure Ter terechtzitting van 8 november 2019 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt. 3Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 8 november 2019 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. Hij heeft aangevoerd dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten door de verkoop van verdovende middelen. De vordering is beperkt, enkel op basis van de getuigenverklaringen is een optelsom gemaakt, maar het werkelijke bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel ligt vermoedelijk veel hoger. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde een gebruiker is en geen dealer. Hij koopt drugs om te gebruiken en koopt tegelijk voor zijn vrienden. De gebruikers verkopen onderling aan elkaar. Veroordeelde heeft niet verdiend aan de verkoop van drugs want het bedrag van inkoop en verkoop is gelijk aan elkaar. Op basis van het dossier kan niet geconcludeerd worden dat er winst is gemaakt. De getuigen zijn onbetrouwbaar want zij dealen zelf ook. Veroordeelde heeft contant geld omdat hij eerder problemen heeft gehad met zijn rekening. 4De beoordeling van de vordering Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 22 november 2019 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd die veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit de in genoemd strafvonnis bewezenverklaarde feiten of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan. In dit geval betekent dit dat de rechtbank voldoende aanwijzingen aanwezig acht voor een langere periode van dealen in harddrugs (amfetamine en GHB) dan in de bewezenverklaring bepaald. Deze beslissing is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen Door verschillende getuigen is verklaard dat ze drugs bij veroordeelde kochten. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat veroordeelde zijn vaste dealer is. Hij koopt speed bij hem. Sinds 1 januari 2017 kocht hij gemiddeld 5 gram speed per maand bij veroordeelde. Hier betaalde hij € 25,- voor. De laatste keer heeft hij in mei 2019 speed gekocht bij veroordeelde. Het klopt dat hij dan in totaal € 725,- voor speed heeft betaald aan veroordeelde. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij sinds halverwege 2016 speed koopt bij veroordeelde en sinds 1,5 jaar ook GHB. Hij kocht gemiddeld 20 gram speed per maand en betaalde daar €80,- voor. Het klopt dat hij in drie jaar tijd in totaal € 2.880,- voor speed heeft betaald aan veroordeelde. Afgelopen anderhalf jaar heeft hij in totaal ongeveer 30 keer GHB gekocht en hij hier betaalde hij € 50,- voor per kwart liter. Getuige [getuige 3] is op 27 juni 2019 aangehouden. Hij verklaarde bij zijn aanhouding dat hij 20 gram amfetamine en een flesje GHB bij zich had. [getuige 3] heeft verklaard dat hij voor het eerst speed kocht bij veroordeelde toen veroordeelde nog op camping De Roskam woonde. Dit was begin
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.