← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2019:5666

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/740017-19 Datum uitspraak : 5 december 2019 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Raadsman: mr. W.L.M. Fleuren, advocaat te Apeldoorn. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 november

  1. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 08 september 2018 te Apeldoorn, met [slachtoffer] , van wie verdachte wist dat deze in staat van bewusteloosheid en/of verminderd bewustzijn (slaap) verkeerde, één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van haar vagina. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verklaring van aangeefster [slachtoffer] is authentiek en betrouwbaar en wordt ondersteund door de WhatsApp-berichten die verdachte na het incident naar [slachtoffer] heeft gestuurd. De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte [slachtoffer] heeft aangerand terwijl zij sliep. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank overweegt dat zij de verklaring van aangeefster [slachtoffer] weliswaar betrouwbaar acht, maar dat zij op basis van het dossier en wat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, niet kan vaststellen dat verdachte wist dat [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid en/of verminderd bewustzijn (slaap) verkeerde. Het tenlastegelegde feit kan daarom niet wettig en overtuigend bewezen worden. De rechtbank zal verdachte vrijspreken.
  2. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.
  3. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering tot een bedrag van € 2.250 toegewezen wordt, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank overweegt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. 4De beslissing De rechtbank:  spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;  De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] . verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering. Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Yeniay-Cenik (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 december 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.