beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/362022 / KG RK 19 - 915 Beslissing van 12 december 2019 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] wonende te [woonplaats]hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. G.W.B. Heijmans, mr. A. Tegelaar en mr. M.J.C. van Leeuwen, in hun hoedanigheid van leden van de wrakingskamer in de rechtbank Gelderland met betrekking tot het wrakingsverzoek met zaaknummer C/05/360255 / KG RK 19/820hierna te noemen: de rechters. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 8 november
- 2Het wrakingsverzoek 2.
- Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de wrakingszaak met nummer C/05/360255/KG RK 19/
- 2.
- Verzoeker heeft volgens het schriftelijke verzoek het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. De rechters hebben in strijd met het bepaalde in artikel 39 lid 3 Rv gehandeld, nu er op 30 oktober 2019 alleen een emailbericht aan verzoeker is gestuurd waarin staat dat in de wraking uitspraak is gedaan, dat het verzoek is afgewezen en dat verzoeker binnen twee weken een afschrift ontvangt van de beslissing. Op deze wijze is voor verzoeker niet controleerbaar of de beslissing en de motivatie ook daadwerkelijk zijn uitgesproken. Aangezien de motivering van de beslissing verzoeker wordt onthouden, is volgens verzoeker sprake van vooringenomenheid. Ook heeft verzoeker geëist dat de wrakingsprocedure nietig wordt verklaard. 3De beoordeling 3.
- De wrakingskamer overweegt dat de stellingen van verzoeker feitelijk onjuist zijn. Op 29 oktober 2019 is in de wraking met nummer C/05/360255/KG RK 19/820 een beslissing genomen door de rechters. Deze ondertekende beslissing is ook op die datum in het openbaar uitgesproken. Het emailbericht van 30 oktober 2019, waar verzoeker naar verwijst, is slechts een mededeling dat uitspraak is gedaan en dat het verzoek is afgewezen. 3.
- Verzoeker heeft het onderhavige wrakingsverzoek ingediend nadat de wrakingskamer einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. Een nietigverklaring van de wrakingsprocedure behoort evenmin tot de mogelijkheden. 4De beslissing De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door de mrs. A.M.F. Geerling, M.S.T. Belt en D.R. Sonneveldt, in tegenwoordigheid van de griffier [X] en in het openbaar uitgesproken op 12 december
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.