RECHTBANK GELDERLAND Team familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: 354210 FZ RK 19/1447 beschikking van de meervoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 22 oktober 2019 op het verzoek van: [naam] , verder te noemen verzoeker, wonende op een geheim adres, advocaat: mr. C.H. Tjabringa te Zwolle, met als belanghebbende: [naam] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen: de adoptiefvader. Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 27 mei 2019; de brief van de adoptiefvader van 8 juli 2019; het proces-verbaal van de behandeling ter zitting van 24 september 2019. De feiten Blijkens de geboorteakte met nummer [nummer] is verzoeker op [datum] 1983 in [geboorteplaats] geboren, als zoon van: [naam] (hierna te noemen de moeder), en [naam] (verder te noemen de vader). Verzoeker kreeg bij geboorte de geslachtsnaam van de vader, te weten [geslachtsnaam vader] . Blijkens de overlijdensakte is de vader op [datum] 1989 in [gemeente] overleden. Bij beschikking van de rechtbank Zutphen van 24 januari 1996 is verzoeker geadopteerd door adoptiefvader, waarna de geslachtsnaam van verzoeker is gewijzigd in [geslachtsnaam adoptiefvader] . Bij Koninklijk Besluit van 26 januari 2001 is de geslachtsnaam van verzoeker gewijzigd in [geslachtsnaam vader] . Het verzoek Verzoeker verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de adoptie van verzoeker door adoptiefvader te herroepen. Hij stelt - kort samengevat - dat herroeping van de adoptie in zijn belang is. Verzoeker is in zijn jonge jaren opgegroeid in een liefdevol gezin met zijn ouders en zussen. Hij had een goede band met zijn vader. De vader is plotseling overleden. Na een onrustige periode is de moeder hertrouwd met adoptiefvader en heeft adoptiefvader verzoeker geadopteerd. Verzoeker is in dit besluit niet gekend. De tijd met adoptiefvader heeft verzoeker als een afschuwelijke tijd ervaren. Verzoeker had geen band met adoptiefvader en was bang voor hem; hij is geestelijk en fysiek mishandeld door adoptiefvader. Gezien het verleden wil verzoeker niet geassocieerd worden met adoptiefvader. Verzoeker ervaart het ontbreken van een juridische band met zijn vader als een leemte in zijn identiteit en hij wil dat de juridische band met de vader wordt hersteld. Verzoeker stelt dat hij niet binnen de gestelde termijn om herroeping van de adoptie heeft kunnen verzoeken. Hij is er in 2012 tijdens zijn ondertrouw pas achter gekomen dat de adoptie niet herroepen was, maar dat hij alleen de geslachtsnaam van de vader terug had gekregen. Daarnaast voelt de man sinds de geboorte van zijn kinderen steeds meer noodzaak tot herroeping; hij wil zijn afkomst doorgeven aan zijn kinderen en hij wil niet dat zijn kinderen nog langer familierechtelijk verbonden zijn aan adoptiefvader, met daarbij alle afstammingsrechtelijke consequenties. Verzoeker verzoekt de rechtbank om die reden de gestelde termijn voor herroeping van de adoptie te passeren. Het standpunt van belanghebbende Blijkens het schrijven van adoptievader van 8 juli 2019 voert hij geen verweer tegen het onderhavige verzoek. Hij stelt dat uit liefde, bij het huwelijk beloofde zorg voor verzoeker en de continuïteit in de dagelijkse zorg en de opvoeding van verzoeker, destijds de adoptieprocedure in werking is gesteld. Deze procedure is naar mening van adoptiefvader zorgvuldig verlopen. Hij begrijpt het verzoek tot herroeping van de adoptie, omdat het door de echtscheiding met de moeder niet tot een langdurige familieband tussen verzoeker en adoptiefvader heeft kunnen komen. De beoordeling Wettelijke grondslag en ontvankelijkheid Ingevolge het bepaalde in artikel 1:231 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat het verzoek alleen kan worden toegewezen, indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid der herroeping in gemoede overtuigd is en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. De in het tweede lid vermelde termijn was op het moment van indiening van het verzoekschrift door verzoeker reeds lang verstreken. Artikel 8 lid 1 van het EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Ingevolge het tweede lid van dit artikel is geen inmenging van enig openbaar gezag toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De rechtbank is van oordeel dat de mogelijkheid tot herroeping van de adoptie rechtstreeks betrekking heeft op de uitoefening van het recht op respect voor het privéleven van verzoeker, in die zin dat hij niet langer juridische banden met zijn adoptiefvader wenst te hebben en de familierechtelijke betrekking tot zijn (biologische) vader wordt hersteld, zodat verzoekers belang ingevolge artikel 8 EVRM bescherming verdient. De beperking van de termijn waarbinnen een verzoek tot herroeping van de adoptie kan worden ingediend als bedoeld in artikel 1:231 lid 2 BW is aldus te beschouwen als een bij wet voorziene inmenging door het openbaar gezag in het recht op privé-, familie- en gezinsleven van verzoeker. In het onderhavige geval zal dan ook moeten worden beoordeeld of deze inmenging in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Ter beantwoording van deze vraag overweegt de rechtbank allereerst dat blijkens de wetsgeschiedenis de herroeping van een adoptie aan een termijn is verbonden om te voorkomen dat louter materiële en zelfs onedele motieven een rol spelen en opdat de geadopteerde de herroeping niet kan gebruiken als dreigmiddel jegens zijn adoptiefouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.