RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/880669-17 Datum uitspraak : 18 februari 2019 Tegenspraak vonnis van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat te Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 februari 2019. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 23 maart 2016, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 maart 2016 tot en met 27 maart 2016 te Ermelo, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of worden overgedragen, te weten gegevens die zijn opgeslagen in de bestandsmap (van [naam 1] ) "Beheer- en Bedrijfsvoering" op de netwerkschijf, de N-schijf [vindplaats] van het (computer)netwerk van het Ministerie van Defensie, heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk gemaakt, immers heeft hij, verdachte, al dan niet in zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als sergeant-majoor Beheer & Bedrijfsvoering ( [naam 1] ) en/of (hierbij) gebruikmakende van macht en/of gelegenheid en/of middel(
(3)verdachte heeft gelogen over de omstandigheden waaronder die zijn gebrand, heeft de militaire kamer de overtuiging dat verdachte het tenlastegelegde in feit 1 heeft gepleegd. De militaire kamer merkt ten overvloede op dat in het procesdossier de termen ‘CD-Rom’ en ‘DVD’ door elkaar worden gebruikt. De militaire kamer gaat ervan uit dat met beide woorden eenzelfde gegevensdrager wordt bedoeld. Feit 2 De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Tussen 1 maart 2017 en 27 juli 2017 heeft verdachte op zijn kantoor in Arnhem een arbeidsovereenkomst en salarisspecificatie opgemaakt van de onderneming [bedrijf 1] . In de arbeidsovereenkomst stond vermeld dat [betrokkene 1] op 1 mei 2017 in dienst was getreden bij [bedrijf 1] op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van coördinerend begeleider. Op de salarisspecificatie stond vermeld dat [betrokkene 1] tussen 1 mei 2017 en 31 mei 2017 in loondienst was bij [bedrijf 1] en daarvoor een salaris van € 5.145,83 per maand verdiende. In werkelijkheid was [betrokkene 1] nooit in dienst van [bedrijf 1] . [betrokkene 1] heeft de salarisspecificatie overgelegd aan REBO vastgoed management om een huurwoning te kunnen krijgen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte het feit heeft gepleegd. Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit vrijspraak. Daartoe is aangevoerd dat verdachte geen opzet had op het valselijk opmaken van de arbeidsovereenkomst. Beoordeling door de militaire kamer De militaire kamer ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte op het moment van opmaken wist dat [betrokkene 1] niet in dienst was bij [bedrijf 1] en dus een vals document heeft opgesteld dat door [betrokkene 1] zou worden gebruikt als ware het een echt document. De militaire kamer overweegt daartoe als volgt. In het kader van het onderzoek naar verdachte zijn verschillende telefoongesprekken getapt, waaronder ook gesprekken tussen verdachte en [betrokkene 1] . Op 13 mei 2017 heeft een gesprek tussen hen plaatsgevonden waarin [betrokkene 1] aan verdachte vraagt om voor hem een arbeidsovereenkomst op te stellen. Op 18 mei 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen verdachte en [betrokkene 1] dat ermee begint dat verdachte nog een paar zaken mist. Dit gesprek ging als volgt (S= verdachte, A= [betrokkene 1] ). S: [betrokkene 1] , Ik ben bijna zover, alleen ik mis nog een paar zaken. A:Ja. S: Je had mij gisteren aangegeven dat Je onder de ABOE ehhh ABU valt, onder de ABU-cao... A: Volgens mij wel maar dat weet ik niet zeker. S: Maar dat is een uitzend CAO, klopt dat? A: Weetje wat het is. Ik ehhh mijn werkgever vraagt gewoon, wil voor mij een dinges maken een contractvorm, omdat ik op zoek ben naar een woning weet je? S: Ahhh. A: (ntv) mij helpen, maak maar een contract bij die vriend van jou, betalen wij wel, kun jij een woning gaan aannemen, particulier, snap Je? S: Ja. A: Maar (ntv) daarmee kan ik geen woning krijgen omdat ik nog geen jaar tegoed had, jaarverslag heb of weet ik veel hoe je dat ook al noemt ... S: Ja precies, maar eh luister ... A: Kies jij maar gewoon iets in. S: Lekkere vriend van me, dat had jij gelijk moeten zeggen, want nu doe ik heel moeilijk, kijk want dat zeg ik gewoon: geen CAO. Want, kijk dat bedrag dat daar staat... A:Ja. S: Eh wat je aan jaarsalaris ... ; hé: ik wil die baan! Weet Je? ( [verdachte] lacht) A: Ja maar, dat is zeg maar een beetje ongeveer mijn ZZP-salaris. S: Ja precies, nee ik snap 'm. Eh, dan word het al weer heel anders. Maar, ik snap waarom het op papier komt te staan, maar dan weet ik nu voldoende. Dan maak ik er een mooi verhaal van. A: Ja is goed. S: Zonder CAO, 23 vakantiedagen, nou heel verhaal ... en pensioenregeling zelf… of nee verplicht via de werkgever, dat moeten we even kijken ... A: Ja ... S: ik maak wel ... A: Maak er maar iets officieels van, voor echt in loondienst weet Je wel ... S: Ja precies, Ik maak er wat van, maar ik zat even te zoeken dus eh, maar is goed ... ik pas hem aan en dan krijg je hem vandaag in de mail van mij. Uit dit gesprek leidt de militaire kamer af dat [betrokkene 1] alleen maar een arbeidscontract wil om een woning te kunnen krijgen. Verdachte moet zelf maar iets kiezen met betrekking tot de missende gegevens. Verdachte zegt er een mooi verhaal van te zullen maken en vult zelf het aantal vakantiedagen in en zegt nog even met [betrokkene 1] te zullen kijken hoe ze de pensioenregeling invullen. [betrokkene 1] zegt dat hij er maar iets officieels van moet maken, “voor echt in loondienst” en verdachte zegt er wat van te maken. Dit gesprek kan naar het oordeel van de militaire kamer niet anders worden geïnterpreteerd dan dat verdachte op dat moment wist dat [betrokkene 1] een vals arbeidscontract en een valse salarisspecificatie nodig had om een woning te verkrijgen en daaraan meewerkt. Op grond van het vorenstaande acht de militaire kamer ook feit 2 bewezen. Feit 3 De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Tussen 1 juni 2017 en 27 juli 2017 heeft verdachte op zijn kantoor in Arnhem een arbeidsovereenkomst, salarisspecificaties en een opgaaf gegevens voor de loonheffingen van de Belastingdienst opgemaakt op naam van [betrokkene 2] . In de arbeidsovereenkomst stond dat [betrokkene 2] in dienst was getreden bij [bedrijf 2] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in de functie van medewerker algemeen. In de salarisspecificaties gedateerd 01-05-2017 / 31-05-2017 stond dat [betrokkene 2] in loondienst was van [bedrijf 2] en 431,91 euro loon zou ontvangen op bankrekening [rekeningnummer] t.n.v. [betrokkene 2] . In de salarisspecificaties gedateerd 01-06-2017 / 30-06-2017 stond dat [betrokkene 2] in loondienst was van [bedrijf 2] en 400 euro loon zou ontvangen op diezelfde bankrekening. In de opgaaf gegevens voor de loonheffingen van de Belastingdienst d.d. 27-04-2017 stond vermeld dat de werkgever vanaf 01-05-2017 rekening zou houden met de loonheffingskorting. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte het feit heeft gepleegd. Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit vrijspraak. Daartoe is aangevoerd dat verdachte geen opzet had op het valselijk opmaken van de arbeidsovereenkomst. . Verdachte ging er vanuit dat hij een arbeidsovereenkomst had gemaakt voor een schoonmaakster die [betrokkene 2] heette. Beoordeling door de militaire kamer In het kader van het onderzoek naar verdachte zijn verschillende telefoongesprekken getapt, waaronder ook gesprekken tussen verdachte en de secretaris van [bedrijf 2] , [betrokkene 3] . Een gesprek op 1 juni 2016 gaat als volgt (K=al [betrokkene 3] , M = verdachte) K: Eh, eh, Ik heb een eh, wij hebben een nieuwe eh, medewerker in dienst, bij de stichting. M: Ja? K: Eh, eh, en ik heb daar eh, dat Is parttime. Eh ... (man praat niet voluit en heeft tussenposes bij het kiezen van woorden). M: Ja? K: Moet eh, eh, een vergoeding is, de vergoeding is 400 euro, eh, netto. Dus dat moet even omgerekend worden wat dat bruto betekent voor ons. Eh, eh .... M: Ja? K: Eeuh ... Het is een dame, een zuster. En in de functie van interieurverzorgster, dus schoonmaakster. Maar dat Is in eh, in plaats van eh, haar man die bij ons als slager komt werken. Leg ik Je het verhaal, dat leg Ik Je nog wel uit. Maar het gaat om die, eh om die zuster. M: Ja? K: Eh, dus er moet eigenlijk een contract opgesteld worden. Ehm, en ik wil nu per direct eigenlijk, Ingang, Ik weet niet of het per terugwerkende kracht kan? Of wordt dat lastig? M: Ja dat kan wel. (…) M: Is goed. Dat ga Ik eh, dat ga ik in orde maken. K: En met broeder, en met broeder haar man in kwestie, daar gaan we het dan mee verrekenen snap Je? Maar Ja, dat verhaal ken je. Maar dat zal ik je nog wel uitleggen. M: Ja precies. K:Ja? M: komt goed eh, [betrokkene 3] . De militaire kamer leidt uit dit gesprek af dat verdachte wist dat een arbeidscontract voor een vrouw moest worden gemaakt, maar dat het geld moest worden verrekend met haar man. In een tapgesprek van 6 juni 2016 tussen verdachte en [betrokkene 3] werd het volgende gezegd: K: Ja? Oké. Hoe is het eh, hoe staat het met het contract? M: Ik ben er nog niet aan toe gekomen, dat moet ik vanavond doen. (…) K: Morgenavond? Oké .. Maar dan moet je echt, eh, dinge .. want hij heeft, hij heeft die procedure wil ie snel gaan inzetten oké? Helemaal goed, dat zal ik tegen hem zeggen 'morgenavond'. M: Ja is goed Joh, ik maak het morgenavond in orde. K: Ja? Oké. Ennuhm, Ik heb jou, die ik stuur jou ook die email door waarbij de loonstrook kan toe sturen De militaire kamer leidt uit dit gesprek af dat verdachte wist dat er haast moest worden gemaakt met het contract omdat een man de procedure snel wilde inzetten. In een tapgesprek van 8 juni 2016 tussen verdachte en [betrokkene 3] werd het volgende gezegd: (K=al [betrokkene 3] , M = verdachte): M: Dus eh… is er, is er vanmiddag iemand bij [bedrijf 2] aanwezig? Is er, is er, is de slager zelf daar aanwezig? Weet je dat? Want anders geef ik het gewoon even aan hem. K: (onv) de slager is zelf aanwezig, die kun je geven. M: Hij is gewoon zelf aanwezig? Oké. Nou dan geef ik het gewoon. K: (onv) hij wil het contract natuurlijk wel eerst zelf zien hè? IK weet niet of je een digitale versie kan mailen of zo? (…) K: Als jij mij, eh als jij, als jij mij die digitale versie kan mailen dan kan ik er al naar kijken. En jij kan wat mij betreft, eh in een enveloppe, kan ik aan die slager geven. Dan ga ik later wel met de slager even zitten. In een tapgesprek van 10 juni 2016 tussen verdachte en [betrokkene 3] werd het volgende gezegd (K=al [betrokkene 3] , M = verdachte): M: Ik zal het contract aanpassen naar 1 mei en eh, dat pensioen en zo dat kan er allemaal uit. K: Ja, want wij hebben liever dat ie niet meer .. Het is, het is eigenlijk maar voor het moment dat hij, op het moment dat hij de status heeft, ja dan eh, dan wordt er ook al ontslag genomen, zeg maar. Snap je? (…) M: Ja, maar dat maakt niet uit. Ik zal het wel even aanpassen en je kan het aangeven dat Ie het mee moet nemen .. Ehm, Ik had het contract voor een jaar gemaakt. Zal ik daar dan een half jaar van maken? Of zal ik het op een jaar laten staan? Dat duurt wel eventjes hè, voordat het rond is? K: Hoe bedoel je, 'voordat het rond is'? M: Nou, met de status. Voordat ie de status heeft. K: Ja. Laat maar gewoon een jaar staan, laat maar gewoon een jaar staan weet je. Dat komt wel goed. Laat maar gewoon een jaar staan. Uit dit gesprek leidt de militaire kamer af dat met verdachte werd besproken dat de persoon, voor wie de arbeidsovereenkomst is gemaakt, ontslag zou nemen wanneer een ander een bepaalde status zou hebben die hem in de gelegenheid stelt voor de stichting te werken. Omdat dat even kon duren, zou verdachte de duur van de arbeidsovereenkomst voor wie de arbeidsovereenkomst is gemaakt op een jaar laten staan. In de mobiele telefoon van verdachte zijn WhatsApp-berichten en emailberichten gevonden van WhatsApp-gesprekken tussen verdachte en [betrokkene 3] . Daaronder: 6 juni 2017: appbericht van [betrokkene 3] : “dit is het e-mailadres van onze slager tbv loonstrook”. 8 juni 2017: emailbericht verdachte aan [betrokkene 3] met als kop “Arbeidsovereenkomst [naam 5] ” en de tekst “Hierbij de arbeidsovereenkomst. Zoals gezegd heb ik deze in tweevoud met opgave loonheffingen aan de slager overhandigd. Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij het arbeidscontract aan de slager heeft overhandigd. Uit voorgaande bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de militaire kamer dat verdachte wist dat de documenten die hij maakte niet waren bedoeld voor [betrokkene 2] maar voor een man die kennelijk slager was, of zo werd genoemd, en die geen arbeidscontract op naam kon hebben vanwege zijn (vreemdelingrechtelijke) status. De militaire kamer heeft - gelet op het vorenstaande - de overtuiging dat verdachte ook feit 3 heeft gepleegd. 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 23 maart 2016, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 maart 2016 tot en met 27 maart 2016 te Ermelo, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of worden overgedragen, te weten gegevens die zijn opgeslagen in de bestandsmap (van [naam 1] ) "Beheer- en Bedrijfsvoering" op de netwerkschijf, de N-schijf [vindplaats] van het (computer)netwerk van het Ministerie van Defensie, heeft veranderd en gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk gemaakt, immers heeft hij, verdachte, al dan niet in zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als sergeant-majoor Beheer & Bedrijfsvoering ( [naam 1] ) en/of (hierbij) gebruikmakende van macht en/of gelegenheid en/of middel(
- en)hem door zijn ambt geschonken, (terwijl hij, verdachte voor voornoemde bestandsmap was geautoriseerd en/of gerechtigd en waarbij hij, verdachte, gebruik heeft gemaakt van zijn schrijfrechten en/of leesrechten) de (inhoud van
- de)(sub)mappen: - Verslag B&B en/of - PPP en/of - Diversen en/of - Rapportages en/of - E-portfolio en/of - Stage en/of - Dashboard en/of - Medailles en/of - Beheer Financien en/of - Intranet en/of - Reiskosten afdoening en/of - BHV en/of - Oefentoelage en/of - Begeleiding-coaching en/of - StstCie + Batst documenten en/of - SMT-SMR en/of - Rki en/of - MH17 en/of - Nota's veranderd en/of gewist en/of onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt; 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van maart 2017 tot en met 27 juli 2017 te Arnhem, in elk geval in Nederland, een arbeidsovereenkomst en/of een salarisspecificatie, zijnde (telkens) (een) geschrift(
- en)die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft hij, verdachte, valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven – in die arbeidsovereenkomst van [bedrijf 1] d.d. 04-05-2017 vermeld/opgenomen dat [betrokkene 1] op 01-05-2017 in dienst was getreden bij [bedrijf 1] op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van coordinerend begeleider en/of in die salarisspecificatie van [bedrijf 1] van 01-05-2017 t/m 31-05-2017 vermeld/opgenomen dat [betrokkene 1] in loondienst was van [bedrijf 1] en/of een hoger salaris/inkomen dan het daadwerkelijke salaris/inkomen van die [betrokkene 1] zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; 3. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2017 tot en met 27 juli 2017 te Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een arbeidsovereenkomst en/of een of meer salarisspecificatie(
- s)en/of een opgaaf gegevens voor de loonheffingen van de Belastingdienst, zijnde (telkens) (een) geschrift(
- en)die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven – in die arbeidsovereenkomst van [bedrijf 2] d.d. 27-04-2017 vermeld/opgenomen dat [betrokkene 2] op 01-05-2017 in dienst was getreden bij [bedrijf 2] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in de functie van medewerker algemeen en/of in die salarisspecificatie van [bedrijf 2] t.n.v. [betrokkene 2] d.d. 01-05-2017 / 31-05-2017 vermeld/opgenomen dat [betrokkene 2] in loondienst was van [bedrijf 2] en/of EURO 431,91 loon zou ontvangen op bankrekening [rekeningnummer] t.n.v. [betrokkene 2] en/of in die salarisspecificatie van [bedrijf 2] t.n.v. [betrokkene 2] d.d. 01-06-2017 / 30-06-2017 vermeld/opgenomen dat [betrokkene 2] in loondienst was van [bedrijf 2] en/of EURO 400,00 loon zou ontvangen op bankrekening [rekeningnummer] t.n.v. [betrokkene 2] en/of in die opgaaf gegevens voor de loonheffingen van de Belastingdienst d.d. 27-04-2017 vermeld/opgenomen dat de werkgever van [betrokkene 2] vanaf 01-05-2017 rekening zou houden met de loonheffingskorting zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Met betrekking tot feit 1 verstaat de militaire kamer dat met de woorden “in zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als sergeant-majoor Beheer & Bedrijfsvoering ( [naam 1] ) en hierbij gebruikmakende van gelegenheid en middelen hem door zijn ambt geschonken” in de bewezenverklaring wordt gedoeld op de strafverzwarende omstandigheden als opgenomen in artikel 44 Wetboek van Strafrecht. Het bewezenverklaarde levert aldus op: Ten aanzien van feit 1: Opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen veranderen, wissen, onbruikbaar maken of ontoegankelijk maken, terwijl de schuldige als ambtenaar bij het begaan van het strafbare feit gebruik maakt van gelegenheid hem door zijn ambt geschonken. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 telkens: Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. 5De strafbaarheid van het feit De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht bij oplegging van een straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals beschreven in het reclasseringsrapport, en met de omstandigheden dat verdachte first offender is en sinds de feiten niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen. Beoordeling door de militaire kamer De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op: - het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 14 december 2018; - een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland gedateerd 30 januari 2019. De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft als militair een aantal bestanden van de netwerkschijf van zijn bataljon gewist. De gewiste bestanden betroffen onder meer persoonlijke gegevens van militairen in actieve dienst. Door het laten verdwijnen van die gegevens had de inzetbaarheid van een deel van de krijgsmacht in gevaar kunnen komen. De militaire kamer beschouwt dit dan ook als een zeer ernstig feit. Daarnaast heeft verdachte valse arbeidscontracten en bijbehorende documenten opgemaakt waarmee een ander onder valse voorwendselen een woning wilde huren, en een ander onder andermans naam wilde werken. Ook dit zijn ernstige feiten. Verdachte ondermijnde hiermee de Nederlandse regelgeving en leverde er een actieve bijdrage aan dat een persoon onder een valse identiteit in Nederland kon gaan werken, terwijl deze persoon op dat moment kennelijk geen verblijfsstatus had om legaal in Nederland te verblijven. Door valse documenten op te maken heeft verdachte daarnaast een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van dergelijke documenten moet kunnen worden gesteld. Gelet op de ernst van de feiten en rekening houdend met het tijdsverloop en de omstandigheid dat verdachte first offender is, acht de militaire kamer de straf zoals geëist door de officier van justitie passend en zal die aan verdachte worden opgelegd. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 44, 47, 57, 225 en 350a van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De meervoudige militaire kamer: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden. bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald, te weten: - dat de veroordeelde zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter) en mr. Y. van Wezel, rechters, en Kol. mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 februari 2019 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, GLM BVH dossiernummer 2017579289, gesloten op 21 februari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte, p. 670-671, proces-verbaal van verhoor [naam 2] , p. 740-741. Proces-verbaal van bevindingen, p. 695-696 Proces-verbaal van verhoor [naam 2] , p. 741. Proces-verbaal van verhoor [naam 3] , p. 775. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 895-896 Proces-verbaal van bevindingen, p. 721-723. Processen-verbaal verhoor verdachte, p. 882, 894, 895. Proces-verbaal [getuige 1] , p. 852. Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , p. 858 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , p. 866 Proces-verbaal van verhoor [getuige 3] , p. 871-873 Verklaring verdachte ter terechtzitting; arbeidsovereenkomst, p. 982; salarisspecificatie, p. 954. Proces-verbaal van verhoor [getuige 4] , p. 1187 Proces-verbaal van bevindingen, p. 986-987 Tapgesprek, p. 933-934. Verklaring verdachte ter terechtzitting; arbeidsovereenkomst, p. 1349; Model opgaaf gegevens loonheffingen p. 1352; Salarisspecificaties, p. 1474-1475. Tapgesprek, p. 1311-1312. Tapgesprek, p. 1313. Tapgesprek, p. 1314. Tapgesprek, p. 1316. Proces-verbaal van bevindingen p. 1397. Whatsapp-bericht, p. 1399. Emailbericht, p. 1403 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 1424.