beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats: Zutphen Zaakgegevens: C/05/365128 / FZ RK 20-126 Datum mondelinge uitspraak: 21 januari 2020 schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling inzake het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op: [geboortedatum] te [geboorteplaats] , woonadres: [adres] , [postcode] [woonplaats] , verblijfadres: [verblijfadres] , locatie [locatie] te [plaats] , hierna te noemen: cliënte, advocaat: mr. R.M. Hendriksen te Hengelo. 1Procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 januari
- 1.
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de beschikking van de burgemeester van 17 januari 2020; - de medische verklaring van 17 januari
- 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 januari 2020, op de locatie [verblijfadres] te [plaats] . 1.
- Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en zijn gehoord: - cliënte bijgestaan door mr. Hendriksen; - mw. P.F.M. Bouwhuis, als gz-psycholoog en regiebehandelaar verbonden aan bovengenoemde instelling; - mw. S. Spel, curator van cliënte; - de ouders van cliënte. 2Beoordeling 2.
- Cliënte voert, mede bij monde van haar advocaat, verweer tegen de voortzetting van de inbewaringstelling. De advocaat stelt ter zitting, na overlegging van pleitaantekeningen, het volgende. Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 23 december 2019 is ten aanzien van cliënte een voortzetting van de inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis verleend voor de duur van drie weken. De voortzetting van de inbewaringstelling is op 10 januari 2020 verlopen. Op grond van artikel 15:1 lid 4 Wvggz geldt deze machtiging als een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Door geneesheer-directeur Uijterwaal-op ’t Roodt van Mediant wordt op 14 januari 2020 een nieuwe medische verklaring opgesteld in het kader van de Wvggz. Op deze dag wordt een crisismaatregel afgegeven welke op 17 januari 2020 verloopt. Op 17 januari 2020 wordt vervolgens door mw. Uijterwaal-op ’t Roodt opnieuw een medische verklaring opgesteld echter nu in het kader van de Wet Zorg en Dwang (Wzd). Een inbewaringstelling wordt door de burgemeester van de gemeente Enschede op 17 januari 2020 afgegeven. De advocaat stelt dat op deze wijze de wet wordt overtreden. Bovendien verblijft cliënte op 17 januari 2020 nog altijd bij [verblijfadres] , locatie [locatie] te Enschede. De verklaring kan dan niet worden verstrekt door een arts die werkzaam is bij de zorgorganisatie die de accommodatie in stand houdt (artikel 30 lid 2 Wzd). In onderhavige zaak is dit wel het geval nu mw. Uijterwaal-op ’t Roodt bij Mediant Enschede (dezelfde locatie als waar cliënte verbleef) werkzaam is. De advocaat stelt vervolgens dat er bovendien geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend nadeel, omdat cliënte al weken was opgenomen, niet terug wil naar haar woning en zodoende niet meer in aanraking zal komen met de loverboy(s) en drugs. Cliënte heeft met haar ouders afgesproken dat zij tijdelijk bij hen kan verblijven, in afwachting van een geschikte plek voor begeleid wonen. Een behandeling kan zij ambulant volgen. De advocaat concludeert tot afwijzing van het verzoek. 2.
- De rechtbank kan aansluiten bij hetgeen de advocaat ter zitting stelt. Naar het oordeel van de rechtbank had mw. Uijterwaal-op ’t Roodt, werkzaam als arts bij Mediant te Enschede, de medische verklaring niet mogen afgeven aangezien cliënte (nog altijd) verbleef bij [verblijfadres] , locatie [locatie] te Enschede (artikel 30 lid 2 Wzd). Bovenal is er in onderhavige situatie geen sprake (meer) van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor cliënte. Er zijn immers minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben, te weten een tijdelijk verblijf van cliënte bij haar ouders totdat er plaats is in een begeleide woonsetting. 2.
- Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de toepasselijke bepalingen van de Wet Zorg en Dwang. 3Beslissing De rechtbank: 3.
- wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2020 door mr. T. ter Brugge, rechter, in tegenwoordigheid van [griffier] , griffier, en op 29 januari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.