RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05-018050-20 Bvs-nummer: 20-858 Op 28 januari 2020 is op de griffie van deze rechtbank ingediend een verzoekschrift als bedoeld in artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering van: naam: [verzoeker] , geboren op : [geboortedag verzoeker] 1983, te [geboorteplaats verzoeker] , adres : [adres verzoeker] woonplaats kiezende te (7400 AT) Deventer, Postbus 797, ten kantore van zijn advocaat mr. A.R. Maarsingh. De rechtbank heeft de processtukken bezien. Motivering In de strafzaak met parketnummer 05-018050-20 heeft de officier van justitie op 21 januari 2020 aan verzoeker schriftelijk meegedeeld dat hij ter zake van genoemde strafzaak niet zal worden vervolgd. De zaak is dus geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Verzoeker kan daarom in aanmerking komen voor een vergoeding in de zin van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering. Het verzoek is tijdig ingediend en verzoeker is in zoverre ontvankelijk in het verzoekschrift. Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van - € 392,65, zijnde kosten van rechtsbijstand en - € 280,00, zijnde kosten ten behoeve van het indienen van het onderhavig verzoekschrift. De officier van justitie heeft schriftelijk geconcludeerd tot toekenning van de verzochte vergoeding. Gelet op alle omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor het toekennen van een vergoeding zoals is verzocht. Beslissing De rechtbank kent aan verzoeker toe een vergoeding ten laste van de Staat van € 672,65 (zeshonderd tweeënzeventig euro en vijfenzestig cent). Deze beschikking is gewezen door mr. C. Kleinrensink, in tegenwoordigheid van K. Jonker, en uitgesproken op 2 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.