vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/359962 / HA ZA 19-61 Vonnis in incident van 18 maart 2020 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Eiser 1] gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Eiser 2] ., gevestigd te [vestigingsplaats] eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in reconventie in de hoofdzaak, verweersters in het incident, advocaat mr. R. Klöters te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Gedaagde 1] gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Gedaagde 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] , 3. [Gedaagde 3], wonende te [woonplaats] , 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Gedaagde 4] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident, advocaat mr. M.R. Rijks te Eindhoven. 1De procedure in de hoofdzaak en het incident 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 8 januari 2020 de akte houdende wijziging eis van 8 januari 2020 van de zijde van gedaagden (eisers in het incident) de akte uitlating verwijzing ex artikel 93 sub c Rv van 5 februari 2020 van de zijde van eiseressen (verweersters in het incident) de akte uitlating in het incident en hoofdzaak van 5 februari 2020 van de zijde van gedaagden (eisers in het incident). 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in het incident 2.1. Het incident strekt tot een verwijzing van een deel van de zaak naar de rechtbank Den Haag. 2.2. Met hun hiervoor vermelde akte van 8 januari 2020 hebben eiseressen (verweersters in het incident) hun eis in de hoofdzaak vermeerderd. Over de eis zelf en over de toelaatbaarheid van de vermeerdering als zodanig, wordt hangende dit incident nog niet beslist. 2.3. De eis in de hoofdzaak is na vermeerdering – de vermeerdering vetgedrukt – als volgt: I. voor recht te verklaren dat verweerders met het gebruik van de (handels)namen en/of de tekens ' [handelsnaam en/of tekens] ’, ' [handelsnaam en/of tekens] ', het [handelsnaam en/of tekens] , ' [handelsnaam en/of tekens] ' en: ' [handelsnaam en/of tekens] ' en/of van soortgelijke namen en/of tekens zoals omschreven in het lichaam van de procesinleiding, jegens eiseressen onrechtmatig handelen nu daarmee inbreuk wordt gemaakt op de handelsnaamrechten en/of de Benelux- en/of Uniemerken van eiseressen, althans dat anderszins sprake is van jegens eiseressen onrechtmatig handelen; II. voor recht te verklaren dat verweerders met het gebruik van de in het lichaam van de procesinleiding omschreven foto's van eiseressen, jegens hen onrechtmatig hebben gehandeld nu daarmee inbreuk is gemaakt op de auteursrechten van eiseressen, althans dat anderszins sprake is van jegens eiseressen onrechtmatig handelen; III. voor recht te verklaren dat verweerders met de in het lichaam van de procesinleiding omschreven, wijze van reclame maken, jegens eiseressen onrechtmatig hebben gehandeld, nu dit kwalificeert als misleidende reclame, althans dat anderszins sprake is van jegens eiseressen onrechtmatig handelen; IV. voor recht te verklaren dat verweerders [Gedaagde 1] (sub 1) en [Gedaagde 4] (sub 4) met het door hen gemaakte gebruik van de in het lichaam van de procesinleiding omschreven bedrijfswagen van eiseres [Eiser 1] (sub 1), jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld, althans dat anderszins sprake is van jegens eiseressen onrechtmatig handelen; V. voor recht te verklaren dat verweerders jegens eiseressen aansprakelijk zijn voor de door hen geleden en nog te lijden schade als gevolg van de inbreuk op hun merken- en/of handelsnaam- en/of auteursrechten, dan wel door het jegens eiseressen onrechtmatige handelen; VI. voor recht te verklaren dat verweerders [Gedaagde 1] (sub 1), [Gedaagde 2] (sub 3) en [Gedaagde 4] (sub 4) jegens eiseres [Eiser 1] (sub 1) aansprakelijk zijn voor de door haar geleden schade, voortvloeiend uit het ongeoorloofde gebruik van de in het lichaam omschreven bedrijfswagen; VII. voor recht te verklaren dat verweerders [Gedaagde 1] (sub 1) en [Gedaagde 4] (sub 4) jegens eiseressen dwangsommen hebben verbeurd op grond van de niet-naleving van het kort geding vonnis van de Rechtbank Gelderland van 24 oktober 2014, alsmede voor recht te verklaren dat deze dwangsommen een bedrag van € 250.000,- belopen, dan wel een door Uw Rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag; VIII. verweerders te gebieden met onmiddellijke ingang ieder gebruik van de Beneluxmerken ' [Beneluxmerk] ' ( [omschrijving] ), het woord/beeldmerk ' [Beneluxmerk] ' ( [omschrijving] ) en het [Beneluxmerk] ( [omschrijving] ), en/of van soortgelijke tekens die inbreuk maken op deze merken te staken en gestaakt te houden; IX. verweerders te gebieden met onmiddellijke ingang ieder gebruik van de Uniemerken, bestaande uit het [uniemerk] ( [omschrijving] ) en het woord/beeldmerk ' [uniemerk] ' ( [omschrijving] ), en/of van soortgelijke tekens die inbreuk maken op deze merken te staken en gestaakt te houden; X. verweerders te gebieden met onmiddellijke ingang ieder gebruik van de handelsnamen ' [handelsnaam] en ' [handelsnaam] ', of daarvan slechts in geringe mate afwijkende handelsnamen, te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen maar niet beperkt tot ieder gebruik van de handelsnaam ' [handelsnaam] '; XI. verweerders te gebieden met onmiddellijke ingang alle in het lichaam van de procesinleiding en onderhavige akte omschreven vormen van oneerlijke handelspraktijken waaronder mede begrepen alle onrechtmatige misleidende reclame en/of mededelingen te staken en gestaakt te houden, waaronder in ieder geval wordt begrepen het staken en gestaakt houden van het openbaar (laten) maken van mededelingen waarom wordt gesteld en/of gesuggereerd dat gedaagde [Gedaagde 2] (sub 3) een 'Erkend Vochtexpert' is volgens de Stichting Erkende Vochtexperts en/of waarbij gebruik gemaakt wordt van het in deze akte omschreven logo van de Stichting Erkende Vochtexperts; XII. verweerders te gebieden met onmiddellijke ingang de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van de auteursrechtelijke werken van eiseres [Eiser 1] (sub 1) zoals in het lichaam van de procesinleiding omschreven, alsmede iedere ongeoorloofde bewerking hiervan, te staken en gestaakt te houden; XIII. verweerders te bevelen aan eiseressen ten titel van dwangsom te betalen een bedrag van € 10.000,00 (zegge: tienduizend euro) per overtreding van één van de hiervoor onder VIII tot en met XII genoemde geboden, dan wel, naar keuze van eiseressen, voor iedere dag of dagdeel dat gedaagde in strijd handelt met enig bovengenoemd gebod, of enig gedeelte daarvan; XIV. verweerders [Gedaagde 1] (sub 1), [Gedaagde 2] (sub 3) en [Gedaagde 4] (sub 4) hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door eiseres [Eiser 1] (sub 1) als gevolg van het door verweerders sub 1, 3 en 4 ten onrechte en zonder toestemming van eiseressen in de periode tussen 2013 en 2018 gemaakte gebruik van de in het lichaam van de procesinleiding omschreven bedrijfswagen, waaronder onder meer de hiervoor gemaakte kosten; Deze kosten worden door eiseressen begroot op een bedrag van € 15.233,70 (zegge: vijftienduizendtweehonderddrieëndertig euro en zeventig eurocent, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening; XV. verweerders [Gedaagde 1] (sub 1) en [Gedaagde 4] (sub 4) hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 250.000,- (zegge: tweehonderdvijftigduizend euro) aan verbeurde dwangsommen, als gevolg van het niet tijdig en/of volledig naleven van het kort geding vonnis van 24 oktober 2014 (zaak- en rolnummer C1051270165 I KG ZA 14-466), dan wel een door Uw Rechtbank in goede justitie te betalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening; XVI. verweerders hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van een bedrag aan schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, ter vergoeding van de door eiseressen geleden schade als gevolg van de inbreuk op de aan hen toekomende merken- en/of handelsnaam- en/of auteursrechten en/of op grond van het jegens hen onrechtmatige handelen zoals in het lichaam van de procesinleiding omschreven, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening; XVII. verweerders te veroordelen binnen 14 (veertien) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan eiseressen kopieën te verstrekken van alle bescheiden zoals omschreven in het lichaam van de procesinleiding, althans van dat gedeelte van de omschreven bescheiden dat Uw Rechtbank in goede justitie bepaalt, in een gangbare digitale en bruikbare vorm; XVIII. verweerders te bevelen aan eiseressen ten titel van dwangsom te betalen een bedrag van € 10.000,00 (zegge: tienduizend euro) per dag of dagdeel dat gedaagde nalaat de hiervoor onder XVII genoemde veroordeling, of enig gedeelte daarvan, na te leven; XIX. verweerders te veroordelen binnen 3 (drie) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis voor de duur van 3 (drie) maanden vanaf de eerste dag van plaatsing de navolgende mededeling te plaatsen in een goed leesbaar lettertype tegen een witte achtergrond, op het zonder te scrollen - zowel via een desktopscherm, een laptop, tablet alsook smartphone - direct zichtbaar deel van de homepagina van de website http:// [Gedaagde 2] .nl: Geachte bezoeker, Wij wijzen u erop dat het door ons via deze website onder de naam [Gedaagde 2] aangeboden vochtbestrijdingssysteem afwijkt van het in de jaren zeventig ontwikkelde [Naam systeem] van [naam] . Dit betekent dat [Gedaagde 2] ook niet dezelfde garanties en kwaliteit biedt als het [Naam systeem] en dat de klantervaringen met het [Naam systeem] geen relevantie hebben voor het [Gedaagde 2] systeem. Tussen de personen achter [Gedaagde 2] en het [Naam systeem] bestaat daarnaast geen enkele zakelijke relatie. Nu er door [Gedaagde 2] en haar oprichters op onrechtmatige wijze getracht is te profiteren van de bekendheid en goede reputatie van het [Naam systeem] en wij derhalve het gevaar van verwarring bij (potentiële) klanten hebben veroorzaakt, heeft de Rechtbank Gelderland ons veroordeeld tot het plaatsen van deze tekst, waarmee beoogd wordt iedere verdere verwarring in de toekomst te voorkomen. [naam directeur/oprichter] Directeuren/oprichters [Gedaagde 2] gedaagden te veroordelen binnen 7 (zeven) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis opgave te hebben gedaan aan eiseressen van alle ondernemingen die zijn aangesloten bij de Stichting Erkende Vochtexperts; verweerders te bevelen aan eiseressen ten titel van dwangsom te betalen een bedrag van € 10.000,00 (zegge: tienduizend euro) per dag of dagdeel dat gedaagde nalaat de hiervoor onder XIX en XX genoemde veroordelingen, of enig gedeelte daarvan, na te leven; verweerders ex artikel 1019h Rv te veroordelen in de volledige proceskosten, waaronder de volledige door eiseres in het kader van het geding gemaakte kosten van rechtsbijstand conform de specificaties die als productie in het geding zullen worden gebracht, alsook in de nakosten. 2.4. De grondslag van de vermeerderde deel van de eis is, kort gezegd, gelegen in een door eiseressen gesteld onrechtmatig handelen van gedaagden jegens onder meer eiseressen, door gebruik te maken van een vals keurmerk voor de vochtbestrijdingsbranche, waarmee gedaagden zich volgens eiseressen schuldig maken aan het voeren van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193b lid 2 onder a BW en artikel 6:193g onder b BW. 2.5. De niet gewijzigde tegenvordering in de hoofdzaak van gedaagden (eisers in het incident) is als volgt:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.