vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 8055912 \ CV EXPL 19-11512 \ 398 uitspraak van Vonnis in de zaak van [naam] h.o.d.n. [bedrijfsnaam eiser] wonende te [woonplaats] eiser in conventie verweerder in reconventie gemachtigde: mr. J.C. Hennipman tegen [naam] h.o.d.n. [bedrijfsnaam gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde in conventie eiser in reconventie gemachtigde: mr. M.J.W. van Osch Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 23 oktober 2019; - de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte vermeerdering van eis met producties - de op 4 maart 2020 gehouden comparitie van partijen; - de akte ter zake vermeerdering van eis van [gedaagde] . 1.2 Vervolgens is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1 [eiser] heeft een vervoersbedrijf te [plaats] . Ten behoeve van een nieuw kantoorgebouw met parkeerterrein voor vrachtauto’s op [adres] heeft [eiser] [gedaagde] opdracht gegeven tot het maken van een betonnen fundering voor het kantoorgebouw. Tevens zou [gedaagde] in verband daarmee enig grondwerk verrichten. Voor het maken van de fundering is een aanneemsom van € 14.000,- exclusief btw overeengekomen, waarvan de helft door [eiser] is voldaan. 2.2.1 De werkzaamheden zijn door [gedaagde] omstreeks eind september 2018 afgerond. Op 28 september 2018 heeft [gedaagde] aan [eiser] de factuur voor de tweede termijn gestuurd, ter hoogte van € 8.470,- inclusief btw. Op 9 oktober 2018 is een factuur gevolgd ter hoogte van € 2.067,16 inclusief btw voor grondwerk. Over deze laatste factuur heeft [eiser] op 14 oktober 2018 aan [gedaagde] het volgende geschreven: Goedemorgen, nadat ik je factuur van het grondwerk heb bekeken heb ik toch enkele opmerkingen. Ten eerste ben ik van mening dat wij hadden afgesproken dat alleen het grondwerk, de inzet van een kraan, bij de afgesproken prijs erbij kwam. Nu staat er in de bijlage van [naam] ook de gehele hoeveelheid ophoogzand berekent, ik neem toch aan dat dit bij de fundering hoort? Daarnaast bereken je 8 arbeidsuren op je eigen factuur, waarvan is dat? Naar mijn mening hoef ik alleen de extra kosten van de kraan te betalen (..) 2.2.2 Daarop heeft [gedaagde] op 14 oktober 2018 geantwoord: Misschien is het goed om even aan te geven wat afgesproken is. Wij hebben € 14.000,-- excl. B.t.w. afgesproken voor het complete betonwerk. Op dat moment zou [naam grondwerker] het grondwerk verzorgen. Grondwerk houdt in: ontgraven, het aanvullen van de binnen kist onder de monolietvloer. Dit kan alleen met ophoogzand. Omdat [naam grondwerker] de bouwput al te diep had uitgegraven +/- 30 cm is er extra veel ophoogzand ingegaan. Het ophoogzand wat er nog lag om de fundering aan te vullen heeft [naam grondwerker] gebruikt om kabels en leidingen aan te vullen. Ik ben +/- 16 uur bezig geweest met ontgraven, aantrillen, riolering leggen en het aanbrengen van de mantelpijpen t.b.v. de meterkast. Hiervoor heb ik 8 uur in rekening gebracht. De riolering en mantelpijpen heb ik er zo bijgedaan. Deze zijn niet in rekening gebracht. 2.3.1 Op 21 oktober 2018 heeft [eiser] [gedaagde] het volgende bericht: Helaas hebben wij vrijdag 19 Oktober 2018 moeten constateren dat de door u geplaatste onderbouw op [adres] niet conform onze afspraken en de door ons ter beschikking gestelde tekeningen is gebouwd. Zoals u op de tekening kan zien moet het gebouw in 1 lijn met het hekwerk van [naam] staan zodat de betonplaten op het gebouw aan kunnen sluiten, wat nu niet meer mogelijk is. Omdat u zowel het uitgraven, uitzetten en realiseren van deze onderbouw heeft uitgevoerd stel ik u aansprakelijk voor deze fout. Ik stel u dan ook aansprakelijk voor het volgende, -De extra kosten voor het aanpassen van de terreinverharding en het aanpassen van de afwateringsgoot. -Het mogelijke probleem dat in de toekomst kan ontstaan met de Gemeente [naam gemeente] , omdat er binnen de grens van 3 meter is gebouwd. Hierover ga ik nog informeren bij mijn architect. Daarnaast is het aanzicht vanaf de voorzijde verstoord, ik wil u dan ook middels dit schrijven in de gelegenheid stellen om tot een gesprek te komen en zo tot een oplossing te komen. Tot die tijd zal de betaling van de laatste termijn aan u niet worden voldaan. 2.3.2 Daarop heeft [gedaagde] op 28 oktober 2018 geantwoord: [gedaagde] aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor het naar uw mening verkeerd plaatsen van de onderbouw. Omdat er geen duidelijke tekening was zijn wij tot twee keer toe op de bouwplaats geweest om de juiste plaats van het gebouwtje te bepalen. Het uitgangspunt was de al gegraven put en het gegeven dat er zoveel mogelijk ruimte over moest blijven om met vrachtauto’s achterom te rijden. De locatie is samen met u bepaald. 2.3.3 Diezelfde dag heeft [eiser] daarover het volgende aan [gedaagde] teruggeschreven, voor zoveel van belang: Ik vindt t onbegrijpelijk dat u deze reactie geeft, wij zijn op de bouwplaats bij elkaar gekomen om de hoogte van het gebouw te bepalen welke dan ook klopt, maar niet om de plaats te bepalen want er was een duidelijke tekening aanwezig met de afmetingen van de fundering en de locatie, maar als dat naar uw idee niet zo was had u daar melding van moeten maken. U gaat ons toch niet proberen te vertellen dat u gaat bouwen als de exacte plaats u niet duidelijk is? De hoogte was het enige vraagteken, ivm de nog te bepalen hoogte van de weg en het terrein. De uitgegraven kavel was een indicatie van een gebouw wat wij later aangepast hebben, dat was ook de reden dat u de kavel opnieuw uit moest graven op de juiste manier. Dit heeft u gedaan zonder overleg met ons en naar ons idee volgens de tekening, daar mogen wij toch van uitgaan als u al 30 jaar funderingen bouwt? Daarnaast is er vanaf het eerste moment aangegeven dat de fundering de basis was voor het aanleggen van de betonplaten zodat het terrein optimaal benut kan worden. (..) 2.3.4 Bij brief van 18 december 2018 heeft de gemachtigde van [eiser] daar nog aan toegevoegd, voor zoveel van belang: Cliënt hoopt nog altijd dat de gemeente akkoord zal willen gaan met de gewijzigde situatie. Cliente zal aan de gemeente een verzoek doen om de gewijzigde situatie te accorderen. Als de gemeente alsnog haar akkoord geeft dan hoeft de fundering niet verwijderd te worden en vervolgens opnieuw te worden aangebracht. Dit zou onwenselijk zijn vanwege zowel het tijdsverlies als de hoge kosten die hiermee gepaard gaan. Indien de gemeente akkoord gaat met de wijziging dan zullen alleen de kosten voor het aanpassen van de erfverharding (en het noodgedwongen verplaatsen van een reeds aangelegde afwateringsgoot) door u vergoed dienen te worden. Dit is dan immers de gevolgschade die cliënt heeft geleden als gevolg van de door u gemaakte fout. Verder dienen de kosten vergoed te worden die cliënte heeft gemaakt voor het opnieuw aanvragen van toestemming bij de gemeente. Indien de gemeente niet akkoord gaat met de gewijzigde situatie dan zal cliënt u in de gelegenheid stellen om de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst te herstellen. Dit zal gebeuren in de vorm van een ingebrekestelling. Mocht u binnen de termijn die in de ingebrekestelling zal worden opgenomen niet tot herstel overgaan dan zal cliënt een derde partij inschakelen om tot een herstel over te gaan. De kosten van het herstel door de derde partij zullen dan op u verhaald worden. (..) 2.4 Op 8 april 2019 heeft de gemeente [naam gemeente] (waarin de gemeente [naam gemeente] is opgegaan) een nieuwe vergunning aan [eiser] verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2o van de Wabo in verbinding met artikel 4 van bijlage II BOR (buitenplanse afwijking; kruimelbeleid), met als motivering dat: a. Er ter plaatse in het werk de fundering verkeerd is gestort; b. Het pand 50 cm is opgeschoven, waardoor de [binnenplans kleinst mogelijke, kantonrechter] afstand tot de erfgrens minder is dan 3 meter; c. Er geen sprake is van opzet; d. Dit een nieuw bedrijventerrein is waarbij exacte verkaveling (zowel in aantal als in oppervlakte) nog lastig was vast te stellen en er voor de verdere invulling van het bedrijventerrein voldoende flexibiliteit aanwezig is om tot een goede invulling van dit bedrijventerrein te komen; e. De brandweer akkoord is met deze afstand van 2,5 meter tot de erfgrens; f. Het verplaatsen van het pand, vanwege de geringe overschrijding niet in verhouding staat; g. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het bouwplan op 5 maart 2019 positief heeft beoordeeld 2.5 Bij brief van 19 juni 2019 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] onder meer geschreven: Inmiddels heeft de gemeente een besluit genomen. De gewijzigde situatie wordt alsnog geaccordeerd door de gemeente. Wel zijn er kosten verbonden geweest aan de wijziging van de bouwvergunning. Deze kosten bedragen € 697,-. Zoals ik u al heb aangegeven zijn er daarnaast kosten gemaakt om de erfverharding rondom de fundering aan te passen. Zo moest de afwateringsgoot hersteld worden, moesten betonplaten worden aangepast en ingezaagd en heeft cliënt (voor het plaatsen en aanpassen van de betonplaten) kraanwerk moeten laten verrichten. In totaal hebben deze kosten nog eens € 8.600,10 aan kosten moeten maken (nog zonder de vergoedingskosten bij de gemeente). Een overzicht van de kosten voeg ik als bijlage toe. Cliënt zou voor uw werkzaamheden nog een bedrag ter hoogte van € 7.000,- moeten voldoen. Als de schadebedragen op de aanneemsom in mindering worden gebracht dan is er een verschil ter hoogte van € 2.297,10 (= € 2.779,49 inclusief btw). Middels deze brief wil cliënte u verzoeken om een bedrag ter hoogte van € 2.779,49 (inclusief btw) aan cliënte te voldoen. 3Het geschil en de vorderingen, in conventie en in reconventie 3.1 Bij dagvaarding heeft [eiser] de veroordeling van [gedaagde] gevorderd tot betaling van € 2.779,49, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente, op de gronden als onder 2.3.1, 2.3.4 en 2.5 weergegeven. Door de fundering niet evenwijdig te laten lopen met de zijkant van het perceel is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenis tot realisatie van de fundering. [gedaagde] had moeten weten waar hij de fundering had moeten plaatsen, nu hem meerdere keren tekeningen zijn gestuurd waaruit dat blijkt. Van [eiser] kon niet worden gevergd dat hij [gedaagde] in de gelegenheid stelde de gebrekkige fundering te herstellen. Te meer nu de gemeente de gewijzigde ligging van het kantoorgebouw heeft vergund, heeft [eiser] volstaan met het vorderen van vergoeding van de gevolgschade, te weten de extra kosten die nodig waren om de fundering en het gebouw te laten aansluiten bij de geplande inrichting van de rest van het perceel. Bij akte vermeerdering van eis heeft [eiser] zijn vordering verhoogd naar € 6.255,69, hoofdzakelijk vanwege de aanleg van een grotere poort dan aanvankelijk voorzien. 3.2 [gedaagde] voert verweer. Hij betwist toerekenbaar tekort te zijn geschoten. Hij beroept zich op een gezamenlijke bepaling van de locatie als onder 2.3.2 weergegeven. Verder stelt hij alleen een tekening te hebben ontvangen waaruit juist bleek dat de zijkant(en) van het gebouw iets schuin liepen. Die tekening heeft hij uitgevoerd. Daarnaast stelt hij niet in verzuim te zijn gekomen, nu hij nooit in gebreke is gesteld. Ten slotte betwist hij de door [eiser] gevorderde schadevergoeding per post. Een en ander kan er dus, aldus [gedaagde] , om verschillende redenen niet toe leiden dat [eiser] enig bedrag in verrekening kan brengen met de facturen van [gedaagde] . De kantonrechter gaat ervan uit dat, als [eiser] die bevoegdheid tot verrekening heeft, hij dat wil doen voor zover [gedaagde] iets van hem te vorderen zou hebben. Dat kan dus eventueel ook de factuur betreffende het grondwerk betreffen, ook al wordt deze factuur in de brief van 19 juni 2019 van de gemachtigde van [eiser] niet genoemd. 3.3 In reconventie vordert [gedaagde] de veroordeling van [eiser] tot betaling van de genoemde twee facturen – de kantonrechter neemt aan: indien en voor zover deze in conventie niet voor verrekening in aanmerking komen – te vermeerderen met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. 3.4 [eiser] voert verweer, in essentie overeenkomend met hetgeen onder 2.2.1 is weergegeven. 4De beoordeling in conventie en in reconventie 4.1 Voordat vast zal staan tot welk bedrag [eiser] bevoegd is zijn vordering met zijn schuld aan [gedaagde] in verrekening te brengen (waarbij de grootte van zowel die vordering als die schuld nog onzeker is totdat daarover zal zijn beslist) komt de kantonrechter aan een beoordeling van de reconventie niet toe. Om die reden worden de conventie en de reconventie, gelet ook op hetgeen hierna nog zal worden overwogen, onder dit nummer vooralsnog tezamen genomen. 4.2.1 Volgens [eiser] heeft hij op 4 april 2018 en op 4 juni 2018 onder meer een tekening met een plattegrond
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.