vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/370570 / KZ ZA 20-78 Vonnis in kort geding van 4 juni 2020 in de zaak van [eiser] wonende te [woonplaats 1], eiseres, advocaat mr. J. Zeegers te Doetinchem, tegen 1 [gedaagde 1] 2. [gedaagde 2], beiden wonende te [woonplaats 2] gedaagden, advocaat mr. R. Stam te Doetinchem. Eiseres zal hierna [eiser] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna worden aangeduid als de [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de pleitnotitie van mr. Stam namens de [gedaagde 1] en [gedaagde 2], vanwege de huidige coronamaatregelen vooraf ingediend op 26 mei 2020 de mondelinge behandeling van 28 mei 2020, die vanwege de huidige coronamaatregelen is gehouden via Skype voor Bedrijven. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] is huurster van een huurwoning gelegen aan de [adres], gemeente Montferland (hierna: de woning). 2.2. De [gedaagde 1] is de zoon van [eiser]. In 2016/2017 is hij bij [eiser] in de woning gaan wonen. Later is ook [gedaagde 2], de echtgenote van de [gedaagde 1], bij [eiser] ingetrokken. Nadien hebben de [gedaagde 1] en [gedaagde 2] twee kinderen gekregen, die eveneens in de woning wonen. 2.3. De [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben zich bij de gemeente [woonplaats 2] laten inschrijven op het bovengenoemde adres van [eiser]. 2.4. Op enig moment heeft [eiser] de woning verlaten en is zij in [woonplaats 1] gaan wonen. Daar woont zij ook nu nog meestentijds. 2.5. Bij brief van 16 april 2020 heeft de advocaat van [eiser] de [gedaagde 1] en zijn gezin gesommeerd om samen met zijn gezin de woning van [eiser] uiterlijk een week na 16 april 2020 te verlaten en ook binnen die termijn ervoor zorg te dragen dat hij en zijn gezin zijn uitgeschreven van het adres van [eiser]. De [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben tot op heden niet aan deze sommatie voldaan. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert, samengevat, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren bij wijze van voorlopige voorzieningen in kort geding: de [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zal veroordelen om de woning aan de [adres] binnen twee weken na betekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen, onder de opgave (de voorzieningenrechter begrijpt: afgifte) van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort, ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen, één en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van en dag waarop de [gedaagde 1] en [gedaagde 2] nalatig blijven aan het vonnis te voldoen; de [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zal veroordelen tot het uitschrijven van henzelf en hun gezin bij de gemeente Montferland aan het adres [adres] uiterlijk binnen een week na betekening van dit vonnis, waarbij het vonnis in de plaats treedt van de daarvoor benodigde handtekening van de [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wanneer zij in gebreke blijven om hieraan te voldoen; de proceskosten tussen partijen zal compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3.2. [eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij huurster is van de woning en dat de [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zonder recht of titel in de woning verblijven en op haar adres staan ingeschreven. Volgens [eiser] heeft zij hun hiervoor nooit toestemming gegeven. De [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de woning ontruimen, omdat [eiser] daar zo spoedig mogelijk zelf weer wil gaan wonen, zo voert zij aan. 3.3. De [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in haar vorderingen, dan wel afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. 3.4. De voorzieningenrechter zal hierna nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover van belang voor de beoordeling. 4De beoordeling 4.1. Uit wat partijen in de dagvaarding en de pleitnotitie en tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, is het de voorzieningenrechter duidelijk geworden dat de huidige situatie voor beide partijen onhoudbaar is. De relatie tussen partijen is zodanig verslechterd, dat de [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun gezin onmogelijk nog langer in de woning van [eiser] kunnen blijven wonen. 4.2. Partijen zien dat zelf ook in. Tijdens de mondelinge behandeling zijn zij overeengekomen dat de [gedaagde 1] en [gedaagde 2] met hun gezin de woning uiterlijk op 1 november 2020 zullen verlaten en dat zij zullen trachten de woning eerder dan 1 november 2020 te verlaten. De voorzieningenrechter zal de vordering onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.