RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/720165-18 Datum uitspraak : 19 juni 2020 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] . Raadsman: mr. P.T. Pel, advocaat te Hattem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 maart 2020 en 5 juni
(40)dagen; veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van een bedrag van € 1.500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil; verstaat dat indien en voor zover door de mededaders [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering; legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] , een bedrag te betalen van € 1.500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 25 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen; verstaat dat indien en voor zover door de mededaders [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Raat (voorzitter), mr. P.J.C. Cremers en H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 juni
- Mr. H.C. Leemreize is buiten deze staat dit vonnis mede te ondertekenen. . Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 2] van de politie Oost- Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer ONR3R018050, gesloten op 2 oktober 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. proces-verbaal van verhoor [benadeelde 3] p. 198, proces-verbaal van verhoor verdachte [benadeelde 2] p.
- proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] p. 498 en 503 en proces-verbaal van bevindingen p.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] p. 405-406, proces-verbaal van bevindingen p. 290, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] p.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] p.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] p.
- Verklaringen van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 5 juni 2020 en proces-verbaal van bevindingen p.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [benadeelde 2] p. 549, 553, 554,
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] p. 498 en
- Verklaringen van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 5 juni
- Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 407, 412 en
- Verklaring Forensisch Geneeskunde p.
- Verklaring Forensisch Geneeskunde p.
- Verklaring van verdachte afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 5 juni
- Proces-verbaal p. 264-
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] p. 498 en 504, proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] p.
- Zie onder meer HR 3 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:496 en HR 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456.