vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/367560 / HA ZA 20-189 754 / 1496 Vonnis in incident van 24 juni 2020 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOP ACTIVA B.V., gevestigd te Barneveld, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. A. Klaassen te Barneveld, tegen De vennootschap naar Belgisch recht PLASTIKA SPRL, gevestigd te Spa, België, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. H.R. Flipse te Rotterdam. Partijen zullen hierna Hop Activa en Plastika genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 11 maart 2020, de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, de conclusie van antwoord in incident (vrijwaring). 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De bevoegdheid van de rechtbank 2.
- Inzet in de hoofdzaak is vergoeding van schade door Plastika aan Hop Activa. Volgens Hop Activa hebben partijen een overeenkomst gesloten voor de verkoop en levering door Hop Activa aan Plastika van een verzinkerij met machines en toebehoren en voor het beschikbaar stellen van materiaal en personeel door Hop Activa aan Plastika. Op 22 juli 2019 heeft Plastika de verzinkerij op het terrein van Hop Activa in Barneveld ontmanteld. Daarbij heeft Plastika gebruik gemaakt van door Hop Activa beschikbaar gesteld personeel. Een medewerker die betrokken was bij de ontmanteling heeft met een heftruck schade veroorzaakt aan een op dat terrein gelegen zoutzuurbad. Hierdoor zijn er enkele duizenden liters zoutzuur uit het bad gestroomd, waardoor schade is ontstaan aan verschillende zaken in de bedrijfshal en op het buitenterrein van Hop Activa, aldus Hop Activa. 2.
- De rechtbank dient ambtshalve te onderzoeken of zij rechtsmacht heeft in de hoofdzaak en dit incident, nu Plastika in België is gevestigd. 2.
- Hop Activa betoogt dat op grond van art. 25 Verordening (EU) nr. 1215/2012 de rechtbank Gelderland rechtsmacht heeft, nu partijen een forumkeuzebeding in de overeenkomst hebben opgenomen waarin is bepaald dat de rechtbank Arnhem bevoegd is om kennis te nemen van geschillen die voortvloeien uit de tussen partijen gesloten overeenkomst. Plastika heeft dit niet bestreden. 2.
- In beginsel dient Plastika te worden opgeroepen voor een gerecht van de lidstaat waar zij woonplaats heeft (art. 4 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012). Als partijen echter een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft (art. 25 Verordening (EU) nr. 1215/2012). Nu Plastika niet heeft betwist dat partijen de rechtbank Gelderland hebben aangewezen als bevoegd gerecht om van dit geschil kennis te nemen en ook niet heeft aangevoerd dat de overeenkomst nietig is, heeft de rechtbank rechtsmacht en is zij bevoegd om van de hoofdzaak en dit incident kennis te nemen. 3De beoordeling in het incident 3.
- Plastika vordert dat haar wordt toegestaan AG Insurance N.V. in vrijwaring op te roepen. Hop Activa refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 3.
- De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. 3.
- De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist. 4De beoordeling in de hoofdzaak 4.
- De rechtbank zal Plastika in de gelegenheid stellen om een conclusie van antwoord te nemen. 4.
- De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden. 5De beslissing De rechtbank in het incident 5.
- staat toe dat AG Insurance N.V. door Plastika wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 2 september 2020, 5.
- houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan, in de hoofdzaak 5.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 september 2020 voor conclusie van antwoord, 5.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2020.