← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2020:5187

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 8593222 \ CV EXPL 20-5864 \ 42693 \ 32568 uitspraak van 7 oktober 2020 vonnis in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[Eiser] gevestigd te Gorredijk eisende partij gemachtigde mr. J.A.W. van Beuningen tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[Gedaagde] gevestigd te Dieren gedaagde partij procederend in persoon Partijen worden hierna [Eiser] en [Gedaagde] genoemd. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding 15 juni 2020 met producties - de conclusie van antwoord met producties - de mondelinge behandeling (via Skype) van 9 september

  1. 2De feiten 2.
  2. Op 20 september 2019 heeft [Eiser] van [Gedaagde] een auto, type Ford, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) gekocht voor € 12.500,00 (inclusief btw). Op de koopovereenkomst staat: “ZO BEREDEN ALS GEZIEN AKOORD BEVONDEN ZONDER GARANTIE” 2.
  3. Op 18 oktober 2019 heeft [Eiser] de auto aan een klant van haar (hierna: de koper) verkocht en geleverd. 2.
  4. De koper meldt zich in januari 2020 bij [Eiser] met schade aan de auto. 2.
  5. Op 20 februari 2020 heeft [Eiser] een factuur voor reparaties aan de auto met een te betalen bedrag van € 3.294,48 aan [Gedaagde] gestuurd. 3De vordering en het verweer 3.
  6. [Eiser] vordert dat de kantonrechter [Gedaagde] veroordeelt om aan haar te betalen € 3.294,48, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 20 februari 2020, en € 454,45, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 februari
  7. Alles met veroordeling van [Gedaagde] in de proceskosten en nakosten. 3.
  8. [Eiser] baseert haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende – zakelijk weergegeven – stellingen. De koper kwam binnen een half jaar na de verkoop van de auto terug bij [Eiser] met een gebrek, namelijk een gescheurde cilinderkop. Gebleken is dat de afdichting van de cilinderkop, voordat de auto bij [Eiser] is geleverd, door een modificatie is vervangen. Blijkbaar is dat te laat gebeurd, waardoor al te veel koelvloeistof is weggelekt, de motor te heet is geworden en een scheurtje is ontstaan in de cilinderkop. Uiteindelijk heeft het doorrijden met het scheurtje tot een grotere scheur geleid. [Eiser] heeft [Gedaagde] op de hoogte gesteld van het gebrek en haar de mogelijkheid gegeven het gebrek te verhelpen. Nu [Gedaagde] daar niet mee instemde, heeft [Eiser] zelf het gebrek verholpen en de factuur aan [Gedaagde] verstuurd. Op grond van het in artikel 7:25 BW bepaalde, is [Gedaagde] gehouden de schade (de kosten van de factuur) te vergoeden die [Eiser] heeft door het gebrek. Ondanks aanmaningen heeft [Gedaagde] de factuur niet voldaan, zodat zij ook rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. 3.
  9. [Gedaagde] voert gemotiveerd verweer waarop, voor zover van belang voor de beoordeling, wordt ingegaan. 4De beoordeling 4.
  10. Het geschil gaat om de vraag of [Eiser] regres heeft op de voorman [Gedaagde] . In artikel 7:25 BW is bepaald dat de verkoper ( [Eiser] ), als aan de in lid 1 gestelde voorwaarden is voldaan, in beginsel verhaal heeft op haar contractuele voorschakel ( [Gedaagde] ). 4.
  11. Aannemende dat sprake is van een tekortkoming dan is in dit geval in beginsel voldaan aan de vereisten uit artikel 7:25 lid 1 BW. Zo heeft de koper een recht ter zake van een tekortkoming in de zin van artikel 7:24 BW uitgeoefend jegens [Eiser] , waardoor [Eiser] kosten heeft gemaakt (en daardoor schade heeft geleden). Daarbij handelende [Gedaagde] in uitoefening van haar bedrijf toen zij de auto aan [Eiser] verkocht. In beginsel is [Gedaagde] daarom gehouden de schade van [Eiser] te vergoeden. 4.
  12. [Gedaagde] doet echter terecht een beroep op artikel 7:25 lid 4 BW. In dat artikellid staat: Indien aan de zaak een eigenschap ontbreekt die deze volgens de verkoper bezat, is het recht van de verkoper op schadevergoeding krachtens lid 1 beperkt tot het bedrag waarop hij aanspraak had kunnen maken indien hij de toezegging niet had gedaan. Dit komt er op neer dat [Eiser] geen aanspraak heeft op [Gedaagde] als [Eiser] aan haar koper een eigenschap heeft toegezegd die door [Gedaagde] niet aan [Eiser] is toegezegd. Beslissend is dus of verschil bestaat tussen de verwachtingen die de koper zonder en met de toezegging van de verkoper ( [Eiser] ) had. [Eiser] heeft de auto ‘rijklaar’ aan de consument verkocht. [Eiser] had de auto van [Gedaagde] op haar beurt juist zonder garantie gekocht, waardoor [Eiser] ook een lagere prijs heeft betaald. Het als ‘rijklaar’ verkopen van de auto leidt er daarom toe dat [Eiser] meer eigenschappen heeft toegedicht aan de auto dan [Gedaagde] heeft gedaan. Zonder de toezegging van [Eiser] had de koper niet zonder meer bij [Eiser] terug kunnen komen met de auto wegens non-conformiteit. Er is daarom voldaan aan de beperking van artikel 7:25 lid 4 BW.De schadevergoeding waar [Eiser] zonder de toezegging aanspraak op had kunnen maken jegens [Gedaagde] wordt, mede gelet op de voorwaarden waaronder de auto door [Eiser] is gekocht, op nihil geschat. Dit heeft tot gevolg dat [Eiser] op grond van het in artikel 7:25 lid 4 BW bepaalde, geen aanspraak kan maken op een (hogere) schadevergoeding. De vordering wordt daarom afgewezen. 4.
  13. [Eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  14. wijst de vordering af; 5.
  15. veroordeelt [Eiser] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [Gedaagde] begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.