RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05.046569.20 Datum uitspraak : 1 oktober 2020 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. W.E. van Veldhuizen, advocaat te Apeldoorn. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 september 2020. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 15 september 2019 te Epe, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [naam 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam 1] , door één of meer vinger(
- s)in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [naam 1] te brengen en/of in de nek/hals en/of op de mond van die [naam 1] te kussen/zoenen en/of de borsten van die [naam 1] te betasten en/of zijn (ontblote) geslachtsdeel langs/tegen het been van die [naam 1] te wrijven/duwen, en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte - die [naam 1] met twee armen heeft vastgepakt/gehouden en/of - die [naam 1] heeft omgedraaid en/of (vervolgens) tegen de muur heeft geduwd/gedrukt en/of - zijn hand(
- en)onder de bovenkleding van die [naam 1] heeft gebracht en/of - zijn hand(
- en)in de broek en/of onder de string van die [naam 1] heeft gebracht en/of - ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [naam 1] en/of (hierop) heeft gezegd ‘dit wil jij ook wel’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (aldus) voor die [naam 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 15 september 2019 te Epe, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [naam 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de vagina van die [naam 1] en/of het kussen/zoenen van de nek/hals en/of de mond van die [naam 1] en/of het betasten van de borsten van die [naam 1] en/of het duwen/wrijven van zijn (ontblote) geslachtsdeel tegen/op het been van die [naam 1] en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld of die één of meer andere feitelijkheden hierin dat verdachte - die [naam 1] met twee armen heeft vastgepakt/gehouden en/of - die [naam 1] heeft omgedraaid en/of (vervolgens) tegen de muur heeft geduwd/gedrukt en/of - zijn hand(
- en)onder de bovenkleding van die [naam 1] heeft gebracht en/of - zijn hand(
- en)in de broek en/of onder de string van die [naam 1] heeft gebracht en/of - ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [naam 1] en/of (hierop) heeft gezegd ‘dit wil jij ook wel’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (aldus) voor die [naam 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hij heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. Beoordeling door de rechtbank Vastgesteld kan worden dat er een ontmoeting is geweest tussen verdachte en [naam 1] (hierna: [naam 1] ) op de tenlastegelegde datum, waarbij seksuele handelingen bij [naam 1] zijn verricht. Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken heeft de rechtbank echter onvoldoende de overtuiging gekregen dat daarbij ook handelingen tegen de wil van [naam 1] zijn verricht, dan wel dat het voor verdachte tijdens de handelingen kenbaar was dat die handelingen tegen haar wil waren. Gelet hierop komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring en zal zij verdachte vrijspreken van al het tenlastegelegde. 3De beslissing De rechtbank spreekt verdachte vrij van al het tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. T.N. Ritzer, voorzitter, mr. D.S.M. Bak en mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2020. Mr. Ritzer is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.