← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2020:6212

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/031841-19 Datum uitspraak : 23 november 2020 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats 1] , z.v.w.o.v.p.h.t.l. Raadsman: mr. C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 juni 2020, 1 oktober 2020, 7 oktober 2020, 26 oktober 2020 en 9 november 2020. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2018 tot en met 8 februari 2019, in Vlissingen, Etten-Leur en/of in Rotterdam, althans in Nederland en/of in Guayaquil en/of in Puerto Bolivar en/of in Quito althans in Ecuador en/of in Santa Marta en/of Bogota, althans in Colombia en/of in Paita, althans in Peru en/of in Willemstad, althans in Curaçao en/of in Puerto Rico, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer: - 70 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [schip 1] ’), - 100 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [schip 2] ’), - 59,89 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [schip 3] ’) en/of - 50,07 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [schip 4] ’), in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2018 tot en met 8 februari 2019, in Vlissingen, Etten-Leur en/of in Rotterdam, althans in Nederland en/of in Guayaquil en/of in Puerto Bolivar en/of in Quito althans in Ecuador en/of in Santa Marta en/of Bogota, althans in Colombia en/of in Paita, althans in Peru en/of in Willemstad, althans in Curaçao en/of in Puerto Rico, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van - 70 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [schip 1] ’), - 100 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [schip 2] ’), - 50 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [luchtvaartmaatschappij] ’), - 59,89 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [schip 3] ’) en/of - 50,07 kilogram cocaïne (Zaaksdossier ‘ [schip 4] ’), in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(

  1. en)te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededaders, - afspraken gemaakt en/of bemiddeld met betrekking tot de transporten van voornoemde middelen, - voornoemde middelen besteld, gekocht en/of betaald, - aan personen verzocht en/of gevraagd en/of opdracht gegeven om voornoemde middelen van het schip/de schepen af te halen, -informatie gegeven over de (beste) plaats om voornoemde middelen te verstoppen, - voornoemde middelen verstopt, - Informatie over voornoemde middelen gedeeld via versleutelde berichten en/of apparaten, - investeerders voor de transporten van voornoemde middelen gezocht en/of benaderd, - informatie gedeeld over de vindplaats van voornoemde middelen, - geld aan investeerders terugbetaald en/of - Plannen gemaakt, besproken en/of gedeeld over het, al dan niet met gebruik van geweld, in handen krijgen en/of terug krijgen van voornoemde middelen; 3. hij in of omstreeks de periode tussen 1 januari 2018 tot en met 8 februari 2019, in Vlissingen, Ede, Arnhem, Rotterdam, Amsterdam en/of Den Haag , althans in Nederland en/of in Guayaquil en/of in Puerto Bolivar en/of in Quito althans in Ecuador en/of in Santa Marta en/of Bogota, althans in Colombia en/of in Paita, althans in Peru en/of in Willemstad, althans in Curaçao en/of in Puerto Rico, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit - hem, verdachte, - [medeverdachte 1] , - [medeverdachte 2] , - [medeverdachte 3] , - [medeverdachte 4] , - [medeverdachte 5] , - [medeverdachte 6] , - [medeverdachte 7] en/of - [medeverdachte 8] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten: - opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A van de Opiumwet gegeven verbod, en/of - een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voorbereiden of bevorderen door te trachten een ander te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen of uit te lokken, en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, en/of door te trachten zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen, en/of door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit en/of - bedreiging, - gijzeling en/of - zware mishandeling, terwijl hij, verdachte, (mede) oprichter en/of leider en/of bestuurder van die organisatie was. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Aanleiding onderzoek Door de Dienst Regionale Recherche van de politie eenheid Oost-Nederland werd in 2011 een strafrechtelijk financieel onderzoek [naam 1] gestart onder leiding van het Arrondissementsparket Oost-Nederland. Het betrof een onderzoek naar grootschalige internationale en professionele kweek van hennep(stekken) en de verkoop van hennep. De feiten zouden zijn gepleegd in de periode 2004 tot 14 oktober 2014. Onderdeel van dit onderzoek was een afpersing die verband zou houden met het verlies van een grote partij hasj van Pakistan naar Canada die in september 2010 door de Canadese autoriteiten in beslag werd genomen. Hiervoor zou het slachtoffer van de afpersing verantwoordelijk zijn gehouden door onder andere [naam 2] . Uit dit onderzoek kwamen aanwijzingen naar voren dat er sprake zou zijn van een crimineel samenwerkingsverband van een groep betrokkenen die al tientallen jaren actief zouden zijn in het hoogste segment van de criminaliteit waarbij zowel nationaal als internationaal wordt geopereerd. Dit crimineel samenwerkingsverband (waarin ook [naam 2] een grote rol zou hebben) zou zich bezig houden met de im- en export van hard- en softdrugs en witwassen middels underground banking. Naar aanleiding van die aanwijzingen in combinatie met beschikbare informatie uit Nederlandse politiesystemen, werd door de Dienst regionale Recherche van de politie eenheid Oost-Nederland een onderzoek naar deze betrokkenen gestart onder de naam [naam 3] . Dit onderzoek richtte zich op verdachte en onder meer medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 9] . Het standpunt van de officier van justitie Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat in het einddossier uitvoering verantwoording is afgelegd over de start van het onderzoek en de inzet van (alle) bijzondere opsporingsbevoegdheden. Op basis van de onderzoeksbevindingen zijn keuzes gemaakt in de opsporing en vervolging. Er is geen sprake van enige vormfout, dus resultaten kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Het openbaar ministerie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat met betrekking tot de [schip 1] slechts voorbereidingshandelingen kunnen worden bewezen. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat sprake is van verschillende vormverzuimen die op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) moeten leiden tot bewijsuitsluiting. Ten eerste zijn de rechtbank en de verdediging onjuist en onvolledig geïnformeerd door het openbaar ministerie. Het onderzoek is niet volledig en transparant geweest, in elk geval is de verslaglegging van de politie onjuist en onvolledig geweest. Het onderzoek tegen [naam 2] is namelijk de facto eerder van start gegaan dan het proces-verbaal van verdenking van 4 juli 2016 doet vermoeden want de eerste onderzoekshandelingen zijn van oktober 2015. Het is daarom onduidelijk op basis waarvan de eerdere bevoegdheden (tegen [naam 2] ) zijn toegepast en die zijn, omdat ze niet toetsbaar zijn, onrechtmatig ingezet. Ten tweede heeft de raadsman aangevoerd dat het onderzoek onrechtmatig is voortgezet, eerst op [naam 2] en vervolgens op [verdachte] . De verdenking tegen [verdachte] is gebaseerd op verouderde informatie en de onderliggende stukken ontbreken. Het ontbreken van nieuwe belastende informatie of bevestiging van het redelijke vermoeden ten aanzien van [naam 2] , maakt dat de bijzondere opsporingsmiddelen jegens hem niet meer hadden mogen worden ingezet. Onderzoek [naam 3] had op dat moment moeten worden gestaakt. In elk geval hadden de bevindingen naar aanleiding van deze onderzoekshandelingen niet ten grondslag gelegd mogen worden aan de toepassing van de bijzondere opsporingsmiddelen die tegen [verdachte] zijn ingezet. De opsporingsbevoegdheden zijn dus niet rechtmatig ingezet. Daaruit volgt dat de resultaten van die opsporingsbevoegdheden en al het verkregen materiaal uit daaropvolgend onderzoek, ingevolge artikel 359a Sv van het bewijs moeten worden uitgesloten. Het betreffen onherstelbare vormverzuimen, waardoor een aanzienlijke schending van een belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel heeft plaatsgevonden. Er is sprake van een ernstige inbreuk op de grondrechten van [verdachte] , te weten de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het briefgeheim. Ook is er sprake van een inbreuk op het huisrecht en is hij in zijn persoonlijke vrijheid aangetast door de vrijheidsbenemende maatregelen die zijn ingezet. [verdachte] heeft nadeel ondervonden doordat vertrouwelijke communicatie onrechtmatig is afgeluisterd en hij stelselmatig is geobserveerd. Hierdoor is zijn privéleven volledig geopenbaard en zijn persoonlijke en vertrouwelijke gesprekken bekend geworden bij derden. Subsidiair heeft de raadsman ten aanzien van elke ingezette bijzondere opsporingsbevoegdheid aangevoerd dat er sprake is van onherstelbare vormverzuimen, waar op grond van artikel 359a Sv bewijsuitsluiting op moet volgen. De bevelen tot het opnemen van (tele)communicatie ex artikel 126t Sv zijn ten onrechte afgegeven, omdat er geen redelijk vermoeden bestond dat [verdachte] betrokken was bij een crimineel georganiseerd verband. Het aanvraag proces-verbaal d.d. 5 juli 2017 verwijst naar eerdere processen-verbaal; hieruit volgt geen redelijk vermoeden van betrokkenheid bij een georganiseerd verband. Volgens het dossier wordt [verdachte] pas op 19 december 2017 als betrokkene hierbij aangemerkt. Ook is niet gebleken dat [naam 2] rechtsreeks via (tele)communicatie contact had met [verdachte] . Subsidiair is er niet voldaan aan het wettelijke vereiste dat ‘het onderzoek het opnemen van telecommunicatie dringend vordert’. Er had kunnen worden volstaan met een minder ingrijpend middel, te weten stelselmatige observatie. De resultaten van de opgenomen telecommunicatie hadden ten slotte niet gebruikt mogen worden als grondslag voor het bevel stelselmatige observatie, ook het bevel stelselmatige observatie is daarmee onrechtmatig afgegeven. Nog los daarvan waren er voor het bevel stelselmatige observatie onvoldoende redengevende feiten en omstandigheden aanwezig. Er zijn geen aanknopingspunten of feitelijke constateringen in het dossier waaruit kan volgen dat er sprake is van de in de aanvraag van 27 oktober 2017 genoemde criminele contacten. Voor het raadplegen van de kentekengegevens van de [merk auto 1] kenteken [kenteken 1] zijn geen bevelen in het procesdossier aangetroffen. Hieruit volgt dat het bevel stelselmatige observatie onrechtmatig is gegeven. Ook de bevelen tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) zijn onrechtmatig gegeven. Er waren onvoldoende redengevende feiten en omstandigheden en eerdere bevindingen hadden niet gebruikt mogen worden. Elke activiteit van [verdachte] is weggeschreven onder het mom van een criminele activiteit, terwijl hiervan niets is gebleken. Ten tijde van de verlenging van het bevel zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden gebleken waaruit kan worden afgeleid dat het onderzoek de inzet van de OVC in de auto dringend vorderde. [naam 2] is immers sinds 3 januari 2018 niet meer beeld en verblijft vermoedelijk in het buitenland. Er zijn geen aanwijzingen dat de inzet van OVC zal bijdragen aan het zicht op het omschreven georganiseerd verband. De raadsman heeft geconcludeerd dat de inzet van het eerst ingezette opsporingsmiddel onrechtmatig was en dat daarmee ook alle daaropvolgende toegepaste opsporingsmiddelen en de vruchten daarvan onrechtmatig zijn. Er is sprake van een ernstige inbreuk op de grondrechten van [verdachte] , te weten de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het briefgeheim. Ook is er sprake van een inbreuk op het huisrecht en is hij in zijn persoonlijke vrijheid aangetast door de vrijheidsbenemende maatregelen die zijn ingezet. [verdachte] heeft hierdoor nadeel ondervonden, doordat vertrouwelijke communicatie onrechtmatig is afgeluisterd en hij is stelselmatig geobserveerd. Hierdoor is zijn privéleven volledig geopenbaard en zijn gesprekken bekend geworden bij derden. Nu alle onderzoeksresultaten moeten worden uitgesloten van het bewijs, moet [verdachte] worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de OVC-gesprekken heeft de raadsman aangevoerd dat deze niet gebruikt mogen worden voor het bewijs voor zover die niet volledig dan wel letterlijk zijn uitgewerkt, maar waarin wel een vermoeden of een suggestie wordt weergegeven waarover gesproken zou zijn. Ten aanzien van feit 1 en 2 bepleit de verdediging vrijspraak. Daartoe is – samengevat – het volgende aangevoerd. Met betrekking tot de [schip 1] : Uit de opgenomen OVC-gesprekken blijkt niet van enige betrokkenheid van verdachte bij het transport met de [schip 1] . Verdachte heeft ook geen handelingen verricht die op betrokkenheid duiden. Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking met anderen of dat verdachte daartoe voorbereidingshandelingen heeft verricht. Subsidiair moet vrijspraak volgen omdat er geen sprake is van buiten het Nederlands grondgebied brengen. Met betrekking tot de [schip 2] : Uit de OVC-gesprekken kan niet worden geconcludeerd dat daadwerkelijk 100 kilo cocaïne op het schip verborgen zijn geweest, naast de aangetroffen 350 kilo. Dat er een pallet is verdwenen wordt weerlegd door een proces-verbaal van de douane. Subsidiair dient vrijspraak te volgen omdat verdachte geen feitelijke handeling heeft verricht waaruit betrokkenheid kan blijken, ook niet in de zin van voorbereidingshandelingen. Met betrekking tot [luchtvaartmaatschappij] : Nu hiervan geen stukken in het dossier zijn aangetroffen, is het maar de vraag of er überhaupt cocaïne is vervoerd in het vliegtuig van [luchtvaartmaatschappij] . Voor zover dit wordt aangenomen, bevat het dossier onvoldoende handvatten om te concluderen dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. Met betrekking tot de [schip 3] : Niet kan worden uitgesloten dat de in beslag genomen partij aan een andere groep toebehoorde en door hen is ingevoerd, nu de inbeslagname plaatsvond in het kader van het onderzoek [naam 4] . Uit de OVC-gesprekken blijkt ook niet dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. Met betrekking tot de [schip 4] : Uit de OVC-gesprekken kan niet worden afgeleid dat verdachte betrokken is bij het transport met de [schip 4] . Hoogstens kan uit die gesprekken volgen dat verdachte weet had van het transport. Het handelen van verdachte, te weten met anderen praten en het ontvangen van berichten en foto’s zijn onvoldoende om te spreken van medeplegen. Ten aanzien van feit 3 bepleit de verdediging ook vrijspraak. Daartoe is, naast het pleidooi voor vrijspraak van de feiten 1 en 2, aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat er sprake was van een duurzame samenwerking tussen personen waarbij verdachte een rol zou hebben gespeeld, en verderdat er geen sprake is van gebruik van geweld. Er lijkt sprake te zijn geweest van min of meer toevallige ontmoetingen tussen verschillende personen, die nergens hebben geleid tot enige concrete activiteit. Beoordeling door de rechtbank Vormverzuimen De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld (kort gezegd) dat alle bewijsmiddelen moeten worden uitgesloten van het bewijs wegens vormfouten in de zin van artikel 359a Sv aan het begin van het onderzoek. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Zoals is aangehaald onder aanleiding van het onderzoek, is er in eerste instantie een onderzoek gestart naar [naam 2] . Het openbaar ministerie heeft dit beschreven in het dossier en er zijn ook relevante onderzoeksresultaten in dit dossier opgenomen. In het relaas staat op pagina 10 ook duidelijk beschreven wanneer het onderzoek is gestart. Dat het proces-verbaal van verdenking (pagina 2477) pas op 4 juli 2016 is opgemaakt, maakt niet dat er eerder geen onderzoek plaatsgevonden kan of mag hebben. De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vastlegging of de transparantie van het (begin van het) onderzoek tegen [naam 2] . De verdediging heeft verder aangevoerd dat (de voorzetting van) de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden onrechtmatig is geweest. Nog los van het feit dat hiervan niets is gebleken – het enkele feit dat [naam 2] niet getraceerd kon worden maakt immers niet dat het onderzoek tegen hem gestaakt had moeten worden – overweegt de rechtbank dat gelet op de Schutznorm een eventuele onrechtmatige inzet van opsporingsmiddelen tegen [naam 2] , niet kan leiden tot bewijsuitsluiting ten aanzien van [verdachte] . [verdachte] wordt namelijk niet in zijn belangen getroffen door de inzet van opsporingsmiddelen op [naam 2] . De rechtbank verwerpt daarom de verweren van de verdediging voor zover deze zien op de opsporingsmiddelen die op [naam 2] zijn ingezet. De rechtbank is verder van oordeel dat de resultaten van het onderzoek naar [naam 2] ook gebruikt mogen worden in en als begin voor het onderzoek naar verdachte. Ten aanzien van de opsporingsmiddelen die zijn ingezet tegen [verdachte] , is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten en daarmee dat er sprake is van een rechtmatige inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden. De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bevindingen genoemd in het proces-verbaal van bevindingen op pagina 1778 e.v. van het dossier: [naam 2] is zeer actief in het plegen en beramen van criminele activiteiten en heeft een sleutelpositie in een crimineel samenwerkingsverband; Tussen 21 maart 2017 en 18 april 2017 hebben meerdere contacten (ontmoetingen en (tele)communicatie) plaatsgevonden tussen [naam 2] en [verdachte] , waarbij [naam 5] vermoedelijk fungeerde als de tussenpersoon; Op 15 april 2017 heeft er een ontmoeting plaatsgevonden op de parkeerplaats van de [bedrijf 1] te Veenendaal tussen [naam 2] en [verdachte] . [naam 2] is toen mogelijk ingestapt en weggereden in de [kleur 1] [merk auto 1] , voorzien van het kenteken [kenteken 1] , destijds in gebruik bij [verdachte] ; Op 13 april 2017 en 22 april 2017 hebben er ontmoetingen plaatsgevonden in Hoofddorp tussen [naam 2] en [verdachte] . Voorafgaand aan de ontmoeting van 22 april 2017 spreekt [naam 2] met een onbekend gebleven persoon. [naam 2] bespreekt op 21 april 2017 dat hij twee Blackberry’s om speciaal mee te praten heeft besteld en hij bespreekt dat hij, [naam 2] , morgen skunk van goede kwaliteit mag geven, waarvoor hij een prijs van € 3.000,- of € 3.500,- per kilo zal afspreken. Op 22 april 2017 zijn de auto’s van [naam 2] en [verdachte] tegelijkertijd in een parkeergarage in Hoofddorp; Op 24 april 2017 stapte [verdachte] bij [naam 2] in de auto aan de Bellestein in Ede. Zij reden samen weg; Op 21 juni 2017, de dag dat [naam 2] terug keerde vanuit het buitenland, had hij dezelfde avond een ontmoeting met [verdachte] bij winkelcentrum de Bellestein te Ede; Tijdens de ontmoeting tussen [naam 2] en [verdachte] op 3 juli 2017 in Hoofddorp heeft [naam 2] een (telefoon)gesprek gevoerd met twee onbekend gebleven mannen. In dit gesprek wordt gesproken over transporten van 3.000 tot 4.000, waarvan [naam 2] er 1.000 wil afnemen, over het vervoeren van 4 ton naar het Verenigd Koninkrijk en dat zijn vriend Afrikaans gras (hasj) voor 300 euro per kilo wil verkopen; Op 10 juli 2017 wordt het eerste bevel tot het opnemen van (tele)communicatie ex artikel 126t Sv afgegeven (pagina 631-632); Op 31 juli 2017 is [naam 2] gecontroleerd door de politie, hierbij werden ook zijn mobiele telefoons gecontroleerd. De volgende dag bespraken [naam 2] en [verdachte] , terwijl zij in de auto van [naam 2] zaten, dat [verdachte] zijn mobiele telefoon heeft weggegooid. [verdachte] zegt verder dat hij en [medeverdachte 1] zijn gevolgd toen zij in een auto reden die op naam van zijn zoon staat. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] dat in gebruik was bij [verdachte] , is sinds 1 augustus 2017 niet meer in gebruik. Sindsdien gebruikten [naam 2] en [verdachte] nieuwe telefoonnummers; Op 15 augustus 2017 belt [naam 2] met [naam 6] en zegt dat hij tien moet ontvangen. In een volgend telefoongesprek zegt hij dat hij handelswaar heeft gekocht en een voorschot moet betalen, [naam 6] moet daarom geld vragen aan een ander. In de nacht van 15 augustus 2017 op 16 augustus 2017 vertelde [naam 2] aan [naam 6] dat hij het geld morgen krijgt. Op 16 augustus 2017 werd gezien dat [naam 2] en [verdachte] kort na elkaar een winkelcentrum in gingen. [naam 2] liep weer naar buiten en kreeg een tasje (ter grootte van een toilettasje) van iemand en [naam 2] legde dit tasje vervolgens in de kofferbak van de [merk auto 2] kenteken [kenteken 2] , waarmee [verdachte] kwam aanrijden en mee vertrok. Vermoedelijk heeft er dus een geldoverdracht plaatsgevonden; De [merk auto 3] in gebruik [naam 2] , heeft in de periode van 18 april 2017 tot en met 24 april 2017 en van 27 juni 2017 tot en met 31 augustus 2017 in totaal 39 keer stilgestaan aan [adres 1] waar [verdachte] woonde. Deze [merk auto 3] heeft in dezelfde periode tien keer stilgestaan in Hoofdorp waar mogelijk ook ontmoetingen met [verdachte] plaatsvonden; op 27 oktober 2017 is de aanvraag gedaan voor de machtiging stelselmatige observatie (pagina 4500-4507) op 11 januari 2018 wordt een bevel afgegeven voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie (pagina 4818-4820), welk bevel op 21 januari 2018 is verlengd. Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank het volgende vast. [verdachte] had veelvuldig contact met [naam 2] , terwijl [naam 2] bekend stond bij de politie vanwege het plegen van strafbare feiten in georganiseerd verband. [naam 2] sprak met [verdachte] af op dezelfde dag dat hij terugkwam in Nederland, kennelijk was [verdachte] dus een belangrijk contact van [naam 2] . Er werd door [naam 2] ook gesproken over het transporteren van veel ‘stuks’ en het verkopen van hasj terwijl hij een ontmoeting had met [verdachte] . Daarbij komt dat [verdachte] verschillende antecedenten op het gebied van de Opiumwet op zijn naam heeft. Op basis van deze informatie is er een bevel tot het opnemen van (tele)communicatie afgegeven. Vervolgens is een overdracht van vermoedelijk geld waargenomen waar [verdachte] bij aanwezig was. Opvallend is ook dat [verdachte] zijn mobiele telefoon weggooide nadat [naam 2] werd gecontroleerd door de politie en hij dacht dat hij zelf achtervolgd werd. Het raadplegen van de kentekengegevens was toegestaan op basis van artikel 3 van de Politiewet en hiervoor was geen voorafgaand bevel nodig. Vervolgens zijn er bevelen tot stelselmatige observatie afgeven. Deze opsporingsbevoegdheden zijn ingezet nadat de benodigde toestemming van de officier van justitie c.q. een machtiging van de rechter-commissaris was verkregen. De rechtbank stelt vast dat de feiten en omstandigheden op het moment van het afgeven van de verschillende machtigingen en bevelen voldoende waren voor een redelijk vermoeden van betrokkenheid van [verdachte] bij het in georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven. Dat [verdachte] pas op 19 december 2017 in het derde proces-verbaal van verdenking concreet is aangemerkt als betrokkene bij het criminele samenwerkingsverband, maakt niet dat deze verdenking er eerder nog niet was. Ook het feit dat [naam 2] vermoedelijk al langere tijd in het buitenland verblijft, maakt dit oordeel niet anders. Door de wijze waarop [verdachte] in beeld is gekomen en de bevindingen die ten aanzien van hem in het onderzoek zijn gedaan was de verdenking van betrokkenheid van [verdachte] bij een crimineel samenwerkingsverband voldoende sterk en materieel dat een onderzoek op hem vanaf dat moment zonder meer gerechtvaardigd was. De rechtbank is verder van oordeel dat de rechter-commissaris en de officier van justitie mochten oordelen dat de inzet van deze middelen nodig was voor het onderzoek. De inzet van de bijzondere opsporingsmiddelen voldeed dus aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de inzet van de opsporingsbevoegdheden rechtmatig was. Er is geen sprake van vormfouten. Het verweer van de verdediging wordt verworpen. OVC gesprekken De rechtbank overweegt dat behoedzaam moet worden omgegaan met de interpretatie en bewijswaarde van de OVC-gesprekken waarin versluierd taalgebruik wordt gebruikt. Deze voorzichtigheid brengt mee dat verslagen van de gesprekken alleen voor het bewijs zullen worden gebruikt wanneer de inhoud en het onderling verband daarvan en het verband met andere te bezigen bewijsmiddelen daartoe voldoende basis bieden. Meer in het bijzonder zal de rechtbank nagaan of de gesprekken, gezien hun inhoud, chronologie en kring van deelnemers aan die gesprekken in een betekenisvolle samenhang kunnen worden geplaatst. Verder overweegt de rechtbank dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld alle opnames te beluisteren en eventueel te betwisten. Dat laatste hebben verdachte en de verdediging niet gedaan. Daarmee verwerpt de rechtbank ook het verweer dat de (deels) niet uitgewerkte OVC-gesprekken waarin een vermoeden of suggestie van de politie is weergegeven, niet voor het bewijs mogen worden gebruikt. Identificatie verdachten In het onderzoek [naam 3] kwamen door het opnemen van vertrouwelijke communicatie, de interceptie van telecommunicatiemiddelen en door middel van observatie verschillende personen in beeld als potentiële verdachten. Onder meer zijn gesprekken afgeluisterd die werden gevoerd in een [merk auto 1] met kenteken [kenteken 1] en een [merk auto 4] met kenteken [kenteken 3] . Uit de bewijsmiddelen hieronder blijkt dat dit voornamelijk gesprekken tussen de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] waren. Soms waren anderen bij de gesprekken aanwezig. Veel van de later in beeld gekomen verdachten werden aangeduid met een bijnaam. Door de recherche zijn op basis van de navolgende aanwijzingen deze personen “veredeld”, dat wil zeggen dat is vastgesteld wie het betreft. Ten aanzien van de verdachten in onderzoek [naam 3] vond die veredeling als volgt plaats. [verdachte] is op 24 april 2017 herkend als de bestuurder van een [kleur 1] [merk auto 1] met kenteken [kenteken 1] , op naam van zijn zoon [naam 7] . Hij had die dag een ontmoeting met [naam 2] . Een verbalisant herkende [verdachte] van een politiefoto. [medeverdachte 1] / [medeverdachte 1] Uit tapgesprekken en OVC-gesprekken valt op te maken dat [medeverdachte 1] ook [medeverdachte 1] wordt genoemd: Op 11 augustus 2017 vindt er een tapgesprek plaats tussen [verdachte] en [naam 8] met de volgende inhoud: [verdachte] (
  2. sh)belt uit met [naam 8] (
  3. sh)[verdachte] zegt dat hij straks langskomt. [verdachte] vraagt of [medeverdachte 1] nog heeft gebeld. [naam 8] vraagt, [medeverdachte 1] of [medeverdachte 1] (fon) [verdachte] zegt, Ja die! die is ook [medeverdachte 1] ! OVC-gesprek Sessie 160718-121303 01:11 gesprek over bedrijfsnamen [medeverdachte 1] vertelt over de namen van zijn bedrijven: [bedrijf 2] (FON), [bedrijf 3] (FON), [bedrijf 4] (FON) [medeverdachte 1] zegt dat zijn naam [medeverdachte 1] , [bedrijf 2] is. Sessie: 070219-224839 [verdachte] en [medeverdachte 1] zitten in de auto. Auto is rijdende. Radio staat aan. 00:00 min. [medeverdachte 1] over zijn schulden, dat hij schulden heeft. Dat hij nu deze schulden allang had kunnen afbetalen en dat als hij nu faillissement aanvraagt dat hij dan 7 jaar niets meer kan doen. [verdachte] geeft aan dat zij geen geluk hebben gehad dat ze constant pech hebben gehad, dat ze meerdere malen met hoop voortgeschreden zijn en het niet gelukt is. [medeverdachte 1] vertelt dat als hij faillissement zou aanvragen dat hij dan geen inkomsten meer zou hebben, als hij dat zou doen dan zou men onderzoek doen naar hem, [medeverdachte 1] en dat alles naar boven zou komen en dat hij al zijn huizen kwijt zou raken. [medeverdachte 1] zegt dat men hem nu bij zijn ballen heeft en dat hij zich niet kan bewegen. Verder is door een verbalisant de stem van de persoon die in verschillende gesprekken wordt aangeduid als [medeverdachte 1] vergeleken met de stem uit een gesprek van 1 februari 2019 (sessie 010219-120233) waarin [medeverdachte 1] aan zijn gesprekpartner uitlegt dat hij in het echt [medeverdachte 1] heet. Op basis hiervan zijn stemherkenningen gedaan met als resultaat dat de stem van de persoon die wordt aangeduid als [medeverdachte 1] honderd procent overeenkomt met de stem van degene die zich in het gesprek van 1 februari 2019 [medeverdachte 1] noemt. Tot slot hebben zowel [naam 9] als [naam 10] verklaard dat [medeverdachte 1] wordt genoemd. [medeverdachte 5] Uit uitgewerkte tapgesprekken is gebleken dat [verdachte] veelvuldig contact heeft met telefoonnummer [telefoonnummer 2] op naam van [naam 11] , geboren [geboortedatum 1] en ingeschreven aan [adres 2] . Uit onderzoek is gebleken dat ene [medeverdachte 5] gebruik maakt van dit telefoonnummer. In een gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] op 04 mei 2018 in de [merk auto 1] met kenteken [kenteken 1] , vraagt [medeverdachte 1] aan [verdachte] of dat het huis van [medeverdachte 5] is. Waarop [verdachte] antwoord dat dit zou kunnen. Aan de hand van de plaatsbepalingsgegevens bleek dat de auto op de volgende plekken reed ten tijde van het gesprek: 13.05.26 uur: Erasmusplein Den Haag 13.06.16 uur: Melis Stokellaan 318 Den Haag 13.07.03 uur: Veluweplein Den Haag 13.07.55 uur: De la Reyweg 520 Den Haag. Uit politiesystemen blijkt voorts dat [naam 12] melding heeft gemaakt dat ze last had van haar ex [medeverdachte 5] . Zij gaf aan dat [medeverdachte 5] ruim 7 jaar in de gevangenis heeft gezeten voor moord. Nu zou [medeverdachte 5] haar blijven bellen met telefoonnummers [telefoonnummer 2] . De beëdigd Turkse tolken, die de opgenomen (tele)communicatiegesprekken en de OVC-gesprekken hebben uitgeluisterd, herkenden de stem van de gebruiker van het telecommunicatienummer [telefoonnummer 2] als dezelfde persoon die [medeverdachte 5] werd genoemd in het OVC-gesprek met sessienummer 090918-225548 (gesprek met [medeverdachte 1] ) en de overige OVC-gesprekken waaraan hij deelnam. [medeverdachte 3] Op 25 april 2018 heeft er een observatie plaatsgevonden van [verdachte] . Tijdens deze observatie is waargenomen dat [verdachte] een ontmoeting had met meerdere personen. Zichtbaar voor het observatieteam was dat [verdachte] onder andere onder andere contact had met een man in [Café] aan [adres 3] . Tijdens de observatie is waargenomen dat deze onbekende man na de ontmoeting in een [kleur 2] [merk auto 5] met kenteken [kenteken 4] stapte en vervolgens wegreed. Van deze observatie zijn foto’s gemaakt. De auto bleek op naam te staan van [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 2] . Van [medeverdachte 3] waren foto’s beschikbaar in het politiesysteem. Vergelijking van de foto’s van de observatie met de foto’s uit het politiesysteem en een foto van [medeverdachte 3] identiteitskaart leidde tot de conclusie dat de man inderdaad [medeverdachte 3] was. [verdachte] en [medeverdachte 1] spreken meerdere malen over [medeverdachte 3] . In OVC-gesprek sessie 130318-191940 zegt [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 3] een zoon van 20 jaar heeft. In sessie 280318-192937 zegt [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 3] in [geboortejaar] geboren is. Die gegevens kloppen met de leeftijd van [medeverdachte 3] en zijn zoon. [medeverdachte 2] / [medeverdachte 2] Op 10 oktober 2018 vond een OVC-gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] , met onder andere de volgende inhoud: Sessie 101018-073027 [verdachte] maakt een opmerking ‘‘vervolgens om 13.30 uur Akersloot”. Sessie 101018-091027 Vervolgens stelt [verdachte] voor om ergens iets te gaan eten en daarvoor naar Den Haag te gaan. [medeverdachte 1] vraagt of zij dan [medeverdachte 2] niet zullen ontmoeten. [medeverdachte 1] stelt voor om naar Amsterdam te gaan omdat zij maar twee uur de tijd hebben omdat zij dan in Akersloot moeten zijn. 01:30: Strekking onduidelijk. In het gesprekken vallen de termen “ [medeverdachte 2] ”, “10, 20 stuks”, “Akersloot”, “de baas heeft gezegd ‘elke week 100 stuks’.". Sessie 101018-093527 04:57: [medeverdachte 1] : De auto van [medeverdachte 2] is precies zo., precies zoals die [kleur 3] auto. Sessie 101018-144027 01:20: [medeverdachte 1] merkt op dat [medeverdachte 2] [getal] jaar oud is. Uit de bakengegevens van de [merk auto 4] voorzien van kenteken [kenteken 3] bleek dat het voertuig op woensdag 10 oktober 2018 tussen 13:29 uur en 14:26 uur stil heeft gestaan op [adres 4] . Omdat op dat adres [hotel 1] is gevestigd, zijn er camerabeelden van het [hotel 1] uitgekeken om te zien met wie [verdachte] en [medeverdachte 1] een afspraak hadden. Op de beelden is te zien dat zij een gesprek hadden met een onbekende man. Na het gesprek verliet de man de parkeerplaats in een [kleur 4] [merk auto 6] met kenteken [kenteken 5] . De tenaamgestelde van dit voertuig op 24 juli 2018 bleek te zijn: [medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 2] . Op 15 november 2018 vinden er een OVC gesprek plaats en uit dit gesprek blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] weer een afspraak hebben met [medeverdachte 2] . Sessie 151118-101656 00:24 - Engels (Hebben een afspraak met [medeverdachte 2] ; omdat [medeverdachte 2] niet te veel mensen wil zien vragen ze [medeverdachte 10] uit te stappen en op hun te wachten). 00:50 [medeverdachte 10] verlaat kennelijk de auto. Auto rijdt verder. Sessie 151118-102156 t/m 151118-110156 Geen gesprekken. Auto staat stil. Sessie 151118-110656 04:45 Portieren gaan open. [medeverdachte 1] aka [medeverdachte 1] en [verdachte] stappen. [medeverdachte 1] zegt “Zie je wat voor een auto! [kenteken 5] (fon.). Hij rijdt altijd luxe auto’s!”. Kenteken [kenteken 5] Uit het systeem Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) blijkt dat het kenteken [kenteken 5] een personenauto van het merk [merk auto 6] type [type] , [kleur 4] van kleur is. Dit voertuig is op 24 juli 2018 te 10:11 uur op naam gezet van [medeverdachte 2] . Het voertuig heeft tot en met 7 augustus 2018 te 16:06 uur op naam gestaan van [medeverdachte 2] en is vervolgens op naam gezet van Autobedrijf [bedrijf 5] . Op dezelfde dag om 16:11 uur is het voertuig vervolgens op naam gezet van het bedrijf [bedrijf 6] Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel (KvK) blijkt dat [bedrijf 6] op 24 juli 2018 bij de KvK is ingeschreven. Het bedrijf is opgericht op 20 juli 2018 door [medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 2] , die enig aandeelhouder en bestuurder blijkt te zijn. Gelet op het vorenstaande concludeert de rechtbank dat met “ [medeverdachte 2] ” [medeverdachte 2] wordt bedoeld. [medeverdachte 6] / [medeverdachte 6] Op 1 juni 2018 vindt een OVC-gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] in de [merk auto 1] : [medeverdachte 1] Oom gaan we naar de woning van [medeverdachte 6] ? Engels: [verdachte] Ik hoop datje goed nieuws hebt vriend? [medeverdachte 1] : [medeverdachte 6] ? [verdachte] : Ja. Uit bakengegevens van de [merk auto 1] blijkt dat ze naar de [adres 5] rijden. In die straat woont [medeverdachte 6] . Op 31 juli vindt een OVC gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] : Sessie 310718-185025 00:05 - 00:15 Engels [medeverdachte 1] zegt toe morgen een fonkelnieuwe “encro” te kopen; een voor [medeverdachte 4] en een voor de baas. 00:22 - 00:40 Turks: ( [medeverdachte 1] : [medeverdachte 6] zal wel Encro regelen voor de baas of niet?) Onder de [merk auto 7] van [medeverdachte 6] is een baken geplaatst. Dat baken is meerdere malen gesignaleerd op de [adres 6] . Daar is [bedrijf 7] gevestigd, gespecialiseerd in onder andere encrypted telefoons (Encro), waaronder op 31 juli 2018. Op 1 augustus 2018 zegt [medeverdachte 1] in een OVC-gesprek nu eerst samen met [naam 27] naar [medeverdachte 6] (fonetisch) te gaan. (OVC-Sessie 010818-113844) Uit bakengegevens van de [merk auto 4] die wordt gebruikt door [verdachte] en [medeverdachte 1] en de [merk auto 7] die wordt gebruikt door [medeverdachte 6] blijkt dat beide voertuigen op 1 augustus 2018 rond hetzelfde tijdstip in Hoofddorp zijn geweest. Dezelfde dag zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 4] in een OVC-gesprek: :’’...(04:00)..Mijn vriend,...elke keer dat jij gevlogen hebt, he?!.„Deze “encro”,...Poetsen.....Wissen, ...wissen,...wissen!!.„Alles!!... Oke?!! ...Foto’s , berichten,...weggooien!!... Want ik ga zeer goed beveiligd op stap! (OVC sessie 010818-154125). Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat met [medeverdachte 6] wordt bedoeld. [medeverdachte 8] / [medeverdachte 8] Uit observaties is gebleken dat op 28 juni 2018 [verdachte] en [medeverdachte 1] een ontmoeting hadden met een man die reed in een [merk auto 8] met kenteken [kenteken 6] . [verdachte] rijdt na die ontmoeting met de man weg in de [merk auto 8] . Op 29 juni 2018 vindt het volgende OVC-gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] (sessie 290618-103846): [medeverdachte 1] vertelt dat er gisteren een ongeluk was waardoor de weg afgezet was. [medeverdachte 1] vertelt hoe zij toen moesten rijden. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 8] ook verkeerd had gereden door de ring Amsterdam te nemen. Het kostte ons een uur uit die ring te komen, voegt [verdachte] eraan toe. [medeverdachte 1] zegt dat hij op de radio had gehoord, toen hij het geld ging sturen, dat er 16 km file was. [medeverdachte 1] zegt dat hij uiteindelijk om halfzeven vanuit Hoofddorp was vertrokken. Op 9 september 2018 vindt het volgende uitgaande OVC-gesprek plaats van [verdachte] : [verdachte] vraagt NNM toch even [medeverdachte 8] te bellen en samen met [medeverdachte 8] naar het [eetgelegenheid 2] te komen. NNM zegt dat anders zowel [verdachte] als ook hijzelf [medeverdachte 8] een bericht moeten sturen. [verdachte] zal dat doen. Bij [verdachte] op de achtergrond zegt een derde persoon dat hij [medeverdachte 8] wel het adres zal sturen. [verdachte] vraagt NNM om samen met [medeverdachte 8] snel te komen. Van de ontmoeting bij [eetgelegenheid 2] die dag zijn camerabeelden gevorderd, waarop dezelfde man staat die op 29 maart 2018 een ontmoeting had met [verdachte] en [medeverdachte 1] . Bij een controle op 13 maart 2019 van de [merk auto 8] met kenteken [kenteken 6] bleek de bestuurder [medeverdachte 8] te zijn, geboren op [geboortedatum 4] te [geboorteplaats 3] . Van foto’s van het toen overgelegde rijbewijs herkennen verbalisanten de persoon die op 28 juni 2018 en 9 september 2018 ontmoetingen had met [medeverdachte 1] en [verdachte] . Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat met [medeverdachte 8] wordt bedoeld. [medeverdachte 10] / [medeverdachte 10] Uit opgenomen vertrouwelijke communicatie (OVC) uit de auto van [verdachte] bleek dat er vaak een Engels sprekende man in de auto bij [verdachte] aanwezig was. Deze Engelsman werd door [verdachte] genoemd. Wanneer deze man niet in de auto aanwezig was dan had [verdachte] het meestal over [medeverdachte 10] , wanneer ze over hem ( [medeverdachte 10] ) spraken. Op 17 mei 2018 is bij een verkeerscontrole [medeverdachte 10] aangetroffen in een auto samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] . Op 25 augustus wordt een gesprek opgenomen tussen [verdachte] en “ [medeverdachte 10] ”. [medeverdachte 10] zegt in dat gesprek: [medeverdachte 10] : Zie, [ntv] wil deze te pakken krijgen/hebben, dit zijn mijn initialen, [initialen] , [medeverdachte 10] , de naam van de goederen hebben dezelfde naam als ik ... Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 10] is. [medeverdachte 7] Uit diverse mutaties in het politiesysteem BVH blijkt dat [medeverdachte 7] in [woonplaats 1] woont. [medeverdachte 7] heeft op 28 december 2017 daar tegenover de politie verklaard dat hij actief is in de drugswereld. Zijn hobby vissen kwam ter sprake en [medeverdachte 7] liet op zijn telefoon foto’s zien van zijn boot, speciaal ingericht om te vissen. Tijdens een observatie-inzet op 27 juni 2018 is in Rotterdam een ontmoeting waargenomen tussen [medeverdachte 3] en onder meer een man die vertrok op een scooter met kenteken [kenteken 7] . Op die dag vond met deze scooter een aanrijding plaats. De bestuurder was [medeverdachte 7] . Het signalement van [medeverdachte 7] kwam overeen met de man die dezelfde dag in Rotterdam de ontmoeting met [medeverdachte 3] had. Uit opgenomen vertrouwelijke communicatie onder [verdachte] en [medeverdachte 1] blijkt dat zij regelmatig spreken over een persoon die zij zowel (in het Nederlands) ‘ [medeverdachte 7] ’ (of in het Turks: [medeverdachte 7] ), ‘ [medeverdachte 7] ' en ‘ [medeverdachte 7] ’ noemen. Deze persoon is, blijkens diverse tap- en OVC-gesprekken, een contact van [medeverdachte 3] . Dat met zowel ‘ [medeverdachte 7] ’ als ‘ [medeverdachte 7] ’ dezelfde persoon wordt bedoeld blijkt uit op 7 juli 2018 opgenomen vertrouwelijke communicatie onder [verdachte] en [medeverdachte 1] . Hierin wordt gesproken over het verdelen van winst (geciteerd): [medeverdachte 1] geeft aan dat zij er wel wat aan kunnen overhouden als zij samen met de [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 7] ) (deze wordt in dezelfde zin ook [medeverdachte 7] (man uit [medeverdachte 7] ) genoemd). Daarbij zouden ze samen 30% moeten pakken waarvan 23% voor [medeverdachte 7] en 7% voor [medeverdachte 1] en [verdachte] is (Sessie 040718-175030). Een OVC-gesprek van 4 februari (sessie 040219-175415) duidt er op dat [medeverdachte 7] en [medeverdachte 7] dezelfde persoon zijn: [medeverdachte 1] : We zijn hier eerder geweest, we hebben er toch met de neef van [medeverdachte 7] gezeten.. [medeverdachte 3] : ..ntv.. [medeverdachte 1] : ..ntv.. Die jongen is gek hoor! Als ik had geweten wat voor een klootzak hij was, had ik niets met hem te maken willen hebben! [verdachte] : Wie bedoel je joh? [medeverdachte 1] : Die [medeverdachte 7] .. Hij is gek! Andere aanwijzingen: - [verdachte] zegt dat [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 7] ) heeft gezegd, kom maar naar Pernis (Sessie 070718-103158). - [medeverdachte 1] : Alles afstemmen. Daarop zei ik die ehh.. uithalers... [medeverdachte 3] zegt toch ‘Hem is 25 duizend lira (lees euro) gegeven., morgen moet er nog eens 25 duizend worden gegeven. [verdachte] : Ja.. [medeverdachte 1] : Aan die ehh.. aan [medeverdachte 7] . Vervolgens dinges.. [medeverdachte 7] zou gezegd hebben ‘Laat hun dat/die 10 maar brengen ..ntv.. gegarandeerd/zeker in de ..ntv.. doen..’ (Sessie 290618-183715) - [medeverdachte 1] : Heb je aan [medeverdachte 3] gevraagd over wanneer [medeverdachte 7] ..ntv.. ? Het wordt waarschijnlijk maandag toch? [verdachte] : Ja, maandag (Sessie 250518-184408). - [verdachte] : Ja, die [medeverdachte 7] is er. Hij is ons mannetje; een toffe gozer. [medeverdachte 1] : Ja die [medeverdachte 7] is een toffe gozer maar hij kan soms ook een klootzak/achterbaks zijn, ja hoe zal ik zeggen ehhh... [medeverdachte 3] : Hij kan soms arrogant zijn. [verdachte] : .. .ntv... ja hij kan soms inderdaad arrogant zijn. [medeverdachte 3] : Ja arrogant ehh. [verdachte] : Dat is beetje link... klopt, hij kan soms arrogant zijn. [medeverdachte 3] : Ja. Maar ik zorg ervoor dat hij weer zacht wordt haha. Wat moet ik anders, ik zing dan een toontje lager. [verdachte] : Joh als ik zou willen... [medeverdachte 3] : Ik zeg dan tegen hem van, “doe je geen zaken met oom?" hij zegt, “ik doe geen zaken met oom”. Ik zeg dan, “als je geen zaken met oom wil doen doe dan met mij... Dit wordt mijn eerste opening na jaren...” (Sessie 050418-145101). Conclusie: [medeverdachte 7] is een contact van [medeverdachte 3] . Zijn hobby is vissen. Hij woont in [woonplaats 1] . Hij is actief in de drugswereld. ‘ [medeverdachte 7] ’ is een contact van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 7] en [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 7] ) zijn dezelfde persoon. [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 7] ) laat [verdachte] en [medeverdachte 1] naar Pernis komen. Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 7] zowel [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 7] ) als [medeverdachte 7] wordt genoemd. De omstandigheid dat, hoewel uitvoerig is geobserveerd, niemand anders in beeld is gekomen die ‘ [medeverdachte 7] ’ zou kunnen zijn draagt bij aan de overtuiging op dit punt. [medeverdachte 4] Uit onderzoek van de opgenomen vertrouwelijke communicatie (OVC) uit de [merk auto 1] (t/m 11-07- 2018) en de [merk auto 4] (vanaf 13-07-2018) bleek dat [verdachte] en [medeverdachte 1] vanaf 6 juli 2018 tot en met 02 augustus 2018 dagelijks in het gezelschap waren van een Spaanstalige man. Deze Spaanstalige man werd door hun [medeverdachte 4] genoemd. Uit een gesprek van 2 augustus 2018 tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] (Sessie 020818-200831) [verdachte] : hij vond zijn naam wel mooi: [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] : wat was zijn achternaam? [verdachte] : [medeverdachte 4] (FON) (…) [verdachte] : [medeverdachte 4] (fon) ehh [medeverdachte 1] : [medeverdachte 4] .. [medeverdachte 4] (fon) [verdachte] : [medeverdachte 4] ehh hij is (ook) [medeverdachte 4] .. [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] : [medeverdachte 4] , ja het past heel mooi, toch? Precies voor hem gemaakt/bedacht! Uit opgenomen communicatie bleek dat [medeverdachte 4] op 2 augustus 2008 via Schiphol zou terugreizen naar Ecuador. Bij controle van het paspoort van de man bleek het te gaan om [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum 5] te [geboorteplaats 4] . De rechtbank concludeert uit het vorenstaande dat [medeverdachte 4] de persoon is die [medeverdachte 4] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 4] wordt genoemd. [schip 1] Het containerschip [schip 1] is op 23 juni 2018 vanuit Curaçao vertrokken en zou verschillende havens aandoen, waaronder Rotterdam. Door het Hit and Run Cargoteam (HARC) werd de informatie met het onderzoeksteam in deze zaak gedeeld dat in de [schip 1] door de Colombiaanse marine drie tassen met onbekende inhoud zijn aangetroffen. Uit het dossier van de Colombiaanse autoriteiten blijkt dat op 28 juni 2018 op de [schip 1] in container [nummer 2] drie koffers/tassen zijn aangetroffen. In drie met zwarte tape omwikkelde balen zaten in totaal 69 rechthoekige vacuüm verpakte pakketjes. De uitslag van de indicatieve test op de inhoud van die pakketjes was positief op cocaïne. Het netto gewicht van de pakketten was ruim 69,828 kilogram. Uit het onderzoek van Nationaal Forensisch Instituut van Colombia bleek dat alle monsters cocaïne bevatten. Op 19 juli 2018 is de container met kenmerk [nummer 2] afkomstig van de [schip 1] onderzocht door de douane in Rotterdam. Eén verdovende middelen hond gaf een positieve reactie bij deze container en een andere verdovende middelen hond gaf een positieve reactie in de container. Volgens het manifest was de container beladen met een zending “personal affects” in Curaçao, de begeleiders van de honden zagen dozen, bankstellen, stoelen en tafels. De inhoud van de container is later onderzocht en er bleek onder andere een matras/bed en een bank in te zitten. Na aankomst van de container is deze gedurende 14 dagen niet verplaatst en er zijn geen aanwijzingen dat de ontvangende partij de inhoud wilde laten bezorgen en/of ophalen. Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het schip [schip 1] op 23 juni 2018 is vertrokken uit Curaçao en onder ander de bestemming Rotterdam had. In Colombia zijn in het schip op 28 juni 2018 vervolgens 69 pakketten cocaïne aangetroffen, met een totaal gewicht van ruim 69 kilogram. De cocaïne werd vervoerd in drie koffers/tassen en was verstopt tussen huisraad, waaronder dozen, een matras/bed en een bank. De cocaïne is in Colombia van het schip gehaald door de Colombiaanse autoriteiten. De huisraad is na aankomst in Rotterdam niet opgehaald door de ontvanger. De rechtbank gebruikt de volgende OVC-gesprekken voor het bewijs. Uit de aard, samenhang en onderwerp van die gesprekken concludeert de rechtbank dat deze gesprekken betrekking hebben op het hier ten laste gelegde transport. Gesprek op 5 april 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] , [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ): [medeverdachte 3] : [medeverdachte 7] zei dat hij het al had gekregen, ik weet niet of het waar is. [verdachte] : Ik heb ze wel... ik nam toch die dinges telefoon mee? daar staan ze in. (..) [medeverdachte 3] : Ik zei, “Er zouden drie bakken zijn”, toen zei hij, “zijn er drie stuks?”. Hij wist het eigenlijk wel/niet, hahaha (…) [medeverdachte 3] : Wij gaan de overkant (fon) [“ [naam 13] ”] toch live (fon) [‘ [naam 13] ’] zien. Voordat die ons ‘is’ [werk] laat vertrekken... “Luister eens, doe eens Facetime ehh? Laten we kijken of die man daar aan het werk is of niet. Doe eens Facetime aan! Kijken wat die doet!”, snap je? [verdachte] : Ja.. die van mij is niet via een tussenpersoon; ik doe zaken rechtstreeks met de eigenaar, ik doe geen zaken met tussenpersonen.(…) (..) [medeverdachte 3] : Ik zei laatst tegen deze mensen, “die kant is geheel in onze handen” [verdachte] : Ja die kant geheel... [medeverdachte 3] : Colombia, Peru. [verdachte] : Costa Rica, Peru, overal is voor ons De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] bespraken dat ‘die kant’, volgens [medeverdachte 3] Colombia en Peru, geheel in hun handen is. Ook spraken ze over drie stuks en dat ze hun werk zelf gaan zien aan de overkant. Gesprek op 7 mei 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [verdachte] . Ik zeg tegen [medeverdachte 3] “Het is beter als jij het eruit haalt”. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] wil dat [medeverdachte 3] het eruit haalt. Gesprek op 5 juni 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [verdachte] : De tassen in de verhuisdozen doen en zo proberen [medeverdachte 1] : Wie zegt dat? [verdachte] : [medeverdachte 3] . Je hebt toch verhuisdozen, zodat het een beetje gecamoufleerd wordt. [medeverdachte 1] : Het kan wel gecamoufleerd worden, dat kan ook maar als men de container opent, De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken dat de tassen gecamoufleerd moesten worden door dozen en dat de dozen in een container zaten. Gesprek op 13 juni 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [medeverdachte 1] : Maar heeft hij dat 'is' [werk] ..ntv.. als hij het in dit schip doet, gaat dit eerst naar Curaçao en dan pas naar Santa Marta. Dat betekent dat hij het heeft gemist. Oom? [verdachte] : Dat zou kunnen ..ntv.. [medeverdachte 1] : Is die [naam 14] soms een dwaas of zo? (…) [verdachte] : De container ligt in de haven, zegt hij. [medeverdachte 1] : Heeft hij erin gedaan? [verdachte] : Ehh dinges... niets erin gedaan... het zou volgeladen de haven binnenkomen en hij zou het daar erin doen. Gesprek op 13 juni 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [verdachte] : 'Vandaag gaan we zwanger maken'. Moet ik dit naar [medeverdachte 3] doorsturen? Gesprek op 13 juni 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [verdachte] : ‘De man van douane is zijn familie’. Hij zou familie zijn van [naam 14] . (…) [medeverdachte 1] : Tussen ons.. ..hij zegt zelf, ik heb een vriend, ik kan daar zetten, de man van douane is zijn familie, De rechtbank leidt uit deze gesprekken af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] te horen kregen dat de container op 13 juni 2018 in de haven lag en [naam 14] “het” (de rechtbank neemt aan: de cocaïne) erin zou doen in de haven. [naam 14] kon het erin doen omdat de man van de douane familie van hem is. [verdachte] liet aan [medeverdachte 3] weten dat ze ‘zwanger gaan maken’, de rechtbank begrijpt dat als: de cocaïne in de container gingen doen. Verder leidt de rechtbank af dat het gaat om een schip dat vertrok vanuit Curaçao naar Santa Marta (Colombia), wat overeenkomt met de [schip 1] . Gesprek op 15 juni 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [verdachte] : [naam 14] zegt dat het tussen de sofa ligt. (…) [medeverdachte 1] : Tja, ik weet het niet. Over het algemeen is het een bank. Bank in het Duits... [verdachte] : “Wanneer de deur geopend wordt ligt er een bed, gelijk achter dat bed ligt het', zegt hij... “er is een matras”, zegt hij... “eindelijk hebben we het gedaan”, zegt hij. “Als je dingen, als ze de bak openmaken zie je dat grote bed, matras, grote matras, achter de matras zit er een sofa”. [medeverdachte 1] : Sofa, ja hier, een bank. [verdachte] : “ligt tussen de sofa’s" [medeverdachte 1] : Hoeveel dozen zijn het oom? 2 stuks? 3 stuks? [verdachte] : 3 stuks... één., waarschijnlijk., twee, drie. En dit is het bed hel... de matras. [medeverdachte 1] : Hmm [verdachte] : Het lijkt ook een beetje op verhuizing van huisraad, weet je! De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken dat drie stuks/dozen tussen de sofa/bank zaten, gelijk achter een matras. Het lijkt op de verhuizing van huisraad volgens [verdachte] . Dit komt overeen met wat is aangetroffen door de douane in Nederland, in de container zijn verhuisdozen, een matras en een bank aangetroffen. De cocaïne is in Colombia aangetroffen in drie tassen/koffers; Gesprek op 15 juni 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [medeverdachte 1] : Die man zal sowieso 10 st... Je snapt er niets van he!...Van die 69 stuks neemt die man zelf 10 stuks, die [medeverdachte 7] [verdachte] : [medeverdachte 7] ? [medeverdachte 1] : Ja., dan blijft er 59 over. Over die 59 (stuks) wordt er 23 procent afgerekend. [verdachte] leest een Nederlands bericht voor: “geld... jullie hebben 120 duizend ..ntv..” [medeverdachte 1] : [Nederlands] “..ntv.. alleen eruit halen... ik haal eruit., hij ..ntv..” [verdachte] leest een bericht voor in het Nederlands: “Wij wachten al te lang” De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken hoe de ‘69 stuks’ verdeeld moesten worden, zij zelf en [medeverdachte 3] zouden een deel krijgen en [medeverdachte 7] zou tien stuks krijgen. Uit de gegevens van de Colombiaanse autoriteiten blijkt dat de cocaïne in 69 pakketten zat. Gesprek op 23 juni 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [medeverdachte 1] : Gisteren is hij/het eruit/vertrokken. Eerst heeft [medeverdachte 3] het naar mij gestuurd. Ik heb het naar [naam 15] (fon) gestuurd en [naam 15] heeft het naar mij gestuurd, tegelijkertijd. De tabel ehh... [verdachte] : Heb je tegen [medeverdachte 3] gezegd dat het eruit/vertrokken is? De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken dat het schip die dag ervoor vertrokken is. De [schip 1] is op 23 juni 2018 vertrokken), in verband met het tijdsverschil was dat in Nederland op 22 juni 2018. Ook moest [medeverdachte 3] op de hoogte worden gebracht dat het schip vertrokken was. Gesprek op 29 juni 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [verdachte] : kennelijk hebben ze ehh, het zou toch vorige week vertrekken, ze zeiden (de hele tijd), “het zal vertrekken...het zal vertrekken... het zal vertrekken” (...) [medeverdachte 1] : Alles afstemmen. Daarop zei ik die ehh.. uithalers... [medeverdachte 3] zegt toch ‘Hem is 25 duizend lira (lees euro) gegeven., morgen moet er nog eens 25 duizend worden gegeven. (…) [verdachte] : laten we eerst een goed gesprek voren met [medeverdachte 7] ..ntv.. geld geven..ntv.. inschrijven ..ntv.. 25 procent ..ntv.. “pak … haal ons ‘is’ [werk] eruit en geef het” [medeverdachte 1] : ..ntv.. [verdachte] : Hij heeft borg betaald, als er geen borg was betaald ..ntv.. (…) [verdachte] : Wat [medeverdachte 7] betreft... ntv... als er geen geld wordt gegeven dan zal de bestelling (fon) als ongeldig worden beschouwd, laat ik je zeggen. Dat ga ik tegen hem zeggen. (..) [medeverdachte 1] . Dan moetje dat bespreken voordat [schip 5] eruit wordt gehaaid., als er onenigheid ontstaat dan zal hij [schip 5] niet eruit halen. [verdachte] : ..ntv.. is er toch? Die gaat [schip 5] eruit halen. [medeverdachte 1] : Ja maar kan [medeverdachte 2] het wel zeker doen? [verdachte] : Dinges, [medeverdachte 8] gaat toch naar hem toe om te praten; [medeverdachte 8] zal hem aan de tafel brengen.(…) (..) [medeverdachte 1] zegt “Ik zei tegen [medeverdachte 3] van, hij zei toch zelf, hij zal 69 duizend geven en dat zal bij jou liggen”. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat een week na het vertrek van het schip [verdachte] en [medeverdachte 1] spraken over uithalen. Zij bespraken ook dat ze tegen [medeverdachte 7] zouden gaan zeggen dat, als de bestelling niet betaald werd, de bestelling ongeldig zou zijn. Ook zou [medeverdachte 8] met [medeverdachte 2] gaan praten over uithalen. Gesprek op 4 juli 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [medeverdachte 1] vindt dat in deze klus hemzelf, [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] bij elkaar minstens 10 a 12 stuks hoort toe te komen omdat zij hun best hebben gedaan. Dan zouden ze samen 2 a 3 honderdduizend verdienen. (…) Sessie 040718-175030 (UTC+0) [medeverdachte 1] zegt “ als je er geen 10 stuks kunt krijgen.. 2 stuks [medeverdachte 3] , 2 a 3 stuks ik, 2 a 3 stuks [medeverdachte 10] , 2 a 3 stuks [medeverdachte 6] en ook nog voor jou minstens 5, 6 a 7 stuks., waar ben je mee bezig.. Met deze Antillianen is het altijd hetzelfde liedje.. (…) [verdachte] : Joh als hij 69 stuks (…) [verdachte] : Hoeveel stuks is 23% daarvan? [medeverdachte 1] : Dat zijn er 13. [verdachte] : 13 stuks.. Dan moet je 13 stuks geven!(…) (…) Voortzetting gesprek over de 69 stuks: [verdachte] : Die [medeverdachte 7] kan ook niet meer zeggen van ‘ik haal het er niet uit’ ofzo. Hij heeft een borgsom/voorschot gepakt toch! [medeverdachte 1] : ..ntv.. [verdachte] : Wat? [medeverdachte 1] : 69 ..nt.. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken hoe de 69 stuks verdeeld zouden worden. [medeverdachte 1] vond dat hen minstens 10 a 12 stuks toekomen, waarmee zij samen 200.000 tot 300.000 duizend zouden verdienen. [medeverdachte 3] krijgt twee stuks, [medeverdachte 6] krijgt drie stuks. [medeverdachte 7] heeft een borgsom gekregen en kan er daarom niet meer van afzien om het (de rechtbank begrijpt de cocaïne) eruit te halen. Gesprek op 8 juli 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): Die man [medeverdachte 7] heeft gezegd dat hij eerst die van [verdachte] en [medeverdachte 1] eruit zal halen en daarna van andere mensen die voorrang hadden (…) De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [medeverdachte 7] eerst het deel van [verdachte] en [medeverdachte 1] eruit zou halen. Gesprek op 17 juli 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [verdachte] : wacht aan de zijde van het schip, wanneer het schip geopend wordt .. .. [stilte] [medeverdachte 1] : [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 7] ) heeft ook een douanier anders … ..ntv..ntv.. hij had toch gezegd van geldhond werd gebracht.. dit en dat.. (…) [medeverdachte 1] : Ik ben benieuwd, was …ntv.. de boot [schip 1] ? [verdachte] : [schip 1] ..ntv.. komt morgen pas/al aan. Uit dit gesprek blijkt ondubbelzinnig dat [verdachte] en [medeverdachte 1] spraken over de [schip 1] en dat [medeverdachte 7] een douanier ‘heeft’, dat wil zeggen dat hij naar de rechtbank aanneemt gebruik maakte van een medewerker van de douane. Gesprek op 19 juli 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [medeverdachte 1] citeert iemand die kennelijk heeft gezegd hoe honden gingen snuiven en hoe er “No cocaïne!” werd geroepen. De rechtbank constateert dat [medeverdachte 1] op dezelfde dag dat door de Douane in Rotterdam de container werd onderzocht met behulp van drugshonden en er geen cocaïne meer in de container werd aangetroffen, zei dat de drugshonden gingen snuiven en dat er werd geroepen “No cocaïne!”. Gesprek op 19 juli 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [medeverdachte 1] : Ik heb het niet begrepen, heeft het schip nou wel of niet aangedockt? [verdachte] : Binnen 6 uur na de aankomst moet het in dinges... eeh het is om drie (fon) uur aangekomen en als het om negen uur gaat aandocken... kennelijk ..ntv.. werkt het. [medeverdachte 1] : Werkt hij/het nu? [verdachte] : Dat zou kunnen... we weten het dus niet. Hij geeft geen informatie. [medeverdachte 1] : Wie geeft geen informatie? [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 7] )? [verdachte] : Ja, wie anders! Hij geeft wel (informatie) maar niet dinges., hij trekt die neef van [naam 15] voor boven iedereen (…) [verdachte] : Of zal hij er ook wat in hebben gedaan zoals jij aangeeft maar ik denk het niet... Maar als het Harcteam er is ..[stilte]., maar ik denk... als het Harcteam er zou zijn... dat Harcteam he! Die kan de container direct uit de boot halen en aan dinges zetten. [medeverdachte 1] : Ja, zouden ze dat doen? [verdachte] : Ja dat doen ze. Ze kunnen zelfs op de boot naar binnen gaan. [medeverdachte 1] : Ze komen ..ntv.. ze zitten dan ergens achteraan. [verdachte] : Ze kunnen zelfs op de boot naar binnen gaan. [medeverdachte 1] : Ja, ze kunnen naar binnen. (…) [medeverdachte 1] zegt dat Harcteam een apart team is binnen de douane maar dat het qua bevoegdheden hoger is dan de douane. [verdachte] : Die [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 7] ) is ook heel sluw, weet je! De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat op 19 juli 2018 het kennelijk nog onduidelijk was voor [verdachte] en [medeverdachte 1] of het schip al was aangedokt en al werd gelost. Ze hebben het dan ook over het HARC team en het feit dat dat team de container van de boot/het schip kon halen. De rechtbank constateert dat het HARC team de cocaïne daadwerkelijk heeft onderschept in Colombia. Ook werd [medeverdachte 7] weer genoemd, hij is volgens [verdachte] ‘heel sluw’. Gesprek op 19 juli 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [medeverdachte 1] : ..ntv.. [medeverdachte 3] wandelt (daar) dagelijks maar wandelt hij vandaag niet maakt geen foto’s? ..ntv.. je hebt ook niets aan die [medeverdachte 3] he! [verdachte] : Als ik [medeverdachte 3] was zou ik een paar foto's gaan maken. Wat kan er gebeuren? [medeverdachte 1] : Tegenover ..ntv.. heel helder ..ntv.. ja (hij) kan van een afstand zien of ze het aan het legen zijn en of de kranen al werken. Laten wij anders daar even gaan rondtoeren. Joh, laat maar, jij moet niet meegaan... laat mij met [medeverdachte 3] daar even gaan rondtoeren. Waarom doet hij zoveel dinges ..ntv.. vanuit Pernis kan je alles heel helder zien, alles. Waar hij vorige keer ging, tegenover de kade (fon). daar bedoel ik het niet, daar is wel gevaarlijk. Als je daar wil gaan om echt te vissen dan kan je wel gaan. Dan is het niet erg, maar voor ..ntv.. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] wilden dat [medeverdachte 3] ging kijken of ze het schip al aan het legen waren. Dit zou goed te zien zijn vanuit Pernis. [medeverdachte 1] wilde eventueel samen met [medeverdachte 3] gaan kijken. De telefoons met nummers 07, 008, 036, 053, 067, 068 en 079 zijn crypto encrochat telefoons. Deze telefoons zijn blijkens de beslagcode aangetroffen op de locaties B, D, E en F. Dit betreft de locaties: - B is [adres 1] (verblijfplaats [verdachte] en [medeverdachte 1] ), - D is [adres 7] (verblijfplaats [medeverdachte 3] ), - E is [adres 2] (verblijfplaats [medeverdachte 5] ), - F is [adres 8] (verblijfplaats [medeverdachte 2] ). Overwegingen [verdachte] heeft verklaard dat hij en [medeverdachte 1] spraken over deze zaken naar aanleiding van berichten op de crimesite. Deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig, omdat veel informatie al werd besproken voordat dit bekend kon zijn bij anderen. De rechtbank overweegt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op de hoogte waren van concrete feiten en omstandigheden ten aanzien van het transport. Zij hadden deze wetenschap voorafgaand aan of zeer kort nadat de feiten plaatsvonden. Ook staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] en [verdachte] niet alleen deze wetenschap hadden, maar dat zij de organistoren van het transport zijn. Zij bespraken waar de cocaïne in verborgen moest worden, kregen de concrete locatie te horen nadat de cocaïne in het schip zat en zij regelden vervolgens de uithalers. Ook regelden zij hoe de 69 pakketten verdeeld zouden worden. [medeverdachte 3] werd door [verdachte] en [medeverdachte 1] op de hoogte gehouden, moest samen met [medeverdachte 1] gaan kijken of het schip al werd uitgeladen en hij kreeg een aandeel omdat hij kennelijk ook heeft meegewerkt (‘zijn best heeft gedaan’). [medeverdachte 7] zorgde voor het uithalen van de cocaïne, hield [verdachte] en [medeverdachte 1] op de hoogte van de aankomst in Rotterdam van het schip, heeft een douanier ‘in handen’ en zou tien ‘stuks’ krijgen. Kwalificatie [schip 1] Vastgesteld kan worden dat de cocaïne van Curaçao naar Colombia is vervoerd en daar in beslag is genomen. Dat betekent dat er geen sprake is van in- of uitvoer van cocaïne in of uit Nederland, want Curaçao valt niet onder Nederland in de zin als hier bedoeld. Daarom moet vrijspraak ten aanzien van de import dan wel de export van 69 kilogram cocaïne voor feit 1 volgen. Dit is anders voor de onder feit 2 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] nauw en bewust hebben samen gewerkt om ervoor te zorgen dat cocaïne werd ingevoerd in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan hun handelen worden gekwalificeerd als voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet. Deze voorbereidingshandelingen zijn zelfstandig strafbaar gesteld. Dat de cocaïne in Colombia in beslag is genomen staat weliswaar in de weg aan de daadwerkelijke invoer van de cocaïne, maar dat ontneemt niet het zelfstandige strafbare karakter van deze voorbereidingshandelingen. De rechtbank zal verdachte daarom ten aanzien van deze 69 kilogram cocaïne veroordelen voor de onder feit 2 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. [schip 2] De rechtbank gebruikt de volgende OVC-gesprekken voor het bewijs. Uit de aard, samenhang en onderwerp van die gesprekken concludeert de rechtbank dat deze gesprekken betrekking hebben een drugstransport dat plaatsvond met een schip genaamd [schip 2] . Gesprek op 24 augustus 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] , [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 10] ( [medeverdachte 10] ) [medeverdachte 10] : Hij kan wel zeggen dat hij het een miljoen procent zeker kan doen..., het is allemaal onzin [ntv] is een fucking leugenaar .. [medeverdachte 1] : Wie? [medeverdachte 10] : [medeverdachte 2] ..,die heeft wel 30 leugens verteld .. hij heeft wel 50 keer gelogen .. de hele weg door de fucking .. [ntv] nu vertrokken en proberen de spullen mee te krijgen , [ntv] moet/moeten proberen. (…) [medeverdachte 1] : Zal ik dat van [medeverdachte 2] even lezen.. Is het [merknaam] ? Heb je hem dat geschreven? [verdachte] : Ja. [medeverdachte 1] : Wat raar! [verdachte] : Dat merk (fon.) heeft [medeverdachte 2] ons gegeven/verteld joh! Maar hij weet niet of het is aangekomen en wat voor schip het is en zo. [medeverdachte 1] : Laat mij even kijken.. [verdachte] : Schip en zo ..ntv.. Die doos ..ntv.. Hij zegt ‘Ik ken die merk' (…) [medeverdachte 1] : Hij zei dat het maar 103 pallets zijn en als [medeverdachte 2] slechte mensen heeft..., en als ze zien dat dit op straat is.... is dat erg slecht... Je moet tegen [medeverdachte 2] zeggen dat hij het merk niet moet noemen, alleen [ntv], als hij het merk kent. [medeverdachte 10] : Het zijn allemaal tekenen dat ze de spullen gaan stelen, man. [medeverdachte 1] ; Met dit.. voor [medeverdachte 2] .., het is nu op straat.. [medeverdachte 10] : Dit is wat ze gaan doen, man, iedereen gaat ..[wordt onderbroken] [medeverdachte 1] : Maar weetje ..., wanneer meer dan één groep dit weet, dan kun je nooit iemand d schuld geven. En de Albanees ... die is erg slim ..., die zal tegen de jongens zeggen dat er al anderen bij hem zijn geweest die hetzelfde zeiden. En dan zegt hij, later, dat hij het niet weet maar dat ze het misschien zelf hebben gestolen en dat hij het niet weet, dat veel mensen het wisten. [medeverdachte 10] ;Ja, dat bedoel ik. Uiteindelijk wordt het gestolen, dat gaat ermee gebeuren. [medeverdachte 1] : Ja [medeverdachte 10] ; Het wordt weer gestolen, we worden weer bestolen., zoals is gedaan .. We hebben spullen in een ding, maar geen fucking ding. [medeverdachte 1] : Je moet zeggen dat [medeverdachte 2] wel heeft geholpen ... geholpen .. ons... ze hebben controle in de loods waar de pallets staan ... [medeverdachte 10] : Kunnen we op de werkvloer komen ... [medeverdachte 1] ; ..[ntv] .. [medeverdachte 2] wat heb je, hij heeft gezegd dat hij beveiliging heeft, de mobiele scan .. alles [ntv].., dan moet je zeggen: “oke, dan moet je alle pallets ophalen ..[ntv]” en als hij dan ja zegt, dan moetje zeggen : Oké, ik heb een klus voor je, kom aan tafel, face-to-face’. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat een schip verwacht wordt met 103 pallets. Het merk is [merknaam] . Dat is doorgegeven door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] heeft geholpen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] vermoeden dat hun lading wordt gestolen. Gesprek op 25 augustus 2015 tussen [medeverdachte 10] ( [medeverdachte 10] ) en [verdachte] ( [verdachte] ) [medeverdachte 10] legt aan [verdachte] uit hoe [naam 28] en de zijnen [de ‘ratten’] aan het geld zijn gekomen waarmee ze nu hierin investeren. (…) [verdachte] heeft met iemand afgesproken in de [Bar] [fon], [medeverdachte 10] gaat parkeren en zal daar lopend naartoe komen. Hij zal de naam van het schip even opschrijven en dan even kijken op ‘MarineTraffic. com’ naar de naam van het schip. [verdachte] zegt dat hij ook even een screen foto moet maken. [medeverdachte 10] : .. ja , zeg het maar ...[alsof hij iets opschrijft] [verdachte] : [schip 2] [fon] Gesprek op 25 augustus 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 10] ( [medeverdachte 10] ) [verdachte] : Allemaal C-trade [medeverdachte 10] : C-trade, man, het is allemaal C-trade, al die schepen, ze hebben een grote vloot. [medeverdachte 10] : Het is net [ntv] [verdachte] : C-trade [medeverdachte 10] : En het gebeurt vandaag. Wanneer het naar Engeland komt, dan krijgt het zijn fucking . . ., dan gaat het naar zijn bestemming, na Engeland, he? [verdachte] : Ja [medeverdachte 10] : Het is maar een dag werk om het bij ons te krijgen [verdachte] : Ja, maar het is hier.., ook vandaag ..[ntv] [medeverdachte 10] : Het gaat zeker naar Holland, ze moeten verdomme zeggen waar het is, toch? [verdachte] : Ja [medeverdachte 10] : We hebben de mensen nodig die in het noorden zitten [verdachte] : Komt in Holland, he? [medeverdachte 10] : Komt in Holland terecht... Vlissingen ...[ntv] weet het, hij zegt via [medeverdachte 2] , hij zegt dat het naar hun [ntv] gaat.. [verdachte] : Waar is dat? [medeverdachte 10] : Garage [verdachte] : Garage ? [medeverdachte 10] : [ntv] [verdachte] : Het schip is nu in de Caribische zee [medeverdachte 10] : Ja, [ntv] [verdachte] : Het schip is nu in de Caribische zee. (…) [verdachte] : [medeverdachte 2] zei, [merknaam] [fon] , ze hebben een barcode [medeverdachte 10] : Wat? [verdachte] : [medeverdachte 2] zei vandaag dat [merknaam] [wordt onderbroken] [medeverdachte 10] : Ze hebben geen barcodes, hij weet dat ze geen barcodes hebben, maar hij zei dat hij die nog wel kan krijgen [verdachte] : Ja, [ntv] markeren [ntv] hij zei dat er een markering op de pallets moet staan. [medeverdachte 10] : Zie, [ntv] wil deze te pakken krijgen/hebben, dit zijn mijn initialen, [initialen] , [medeverdachte 10] , de naam van de goederen hebben dezelfde naam als ik ... [verdachte] : [merknaam] , [merknaam] komt met barcodes, ze moeten alleen de pallets markeren. De rechtbank leidt hieruit af dat het betreffende schip van rederij [rederij] is en de naam “ [schip 2] ” heeft. Het schip ging naar Engeland en dan naar Nederland. [medeverdachte 2] heeft Vlissingen gezegd, maar [verdachte] en [medeverdachte 10] weten dat niet zeker. Er zijn geen barcodes, [medeverdachte 2] weet dat en zegt dat de pallets een markering hebben. Gesprek op 1 september 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [medeverdachte 1] : 10 pallets., van de 103 pallets, op 10 pallets staat VTR 138 geschreven, van die 10 pallets waar VTR 138 staat is één pallet gemarkeerd. (…) [medeverdachte 1] : Je verdiept je teveel in details, als je dat zo aan tafel vertelt dan zullen de mensen onzeker worden., alsof ze een heel moeilijk werk gaan doen., alsof het een speld in een hooiberg is.. Het is zo op 10 pallets is een stempel aanwezig met VTR, een pallet is een pallet.. ..ntv.. dozen zijn dan één. Het is getapet, Een pallet is een geheel. [verdachte] : Op elk pallet 48 dozen ..ntv.. [medeverdachte 1] : Dat is niet belangrijk.. [verdachte] : Niet op elk pallet hebben ze 48 dozen gestempeld misschien hebben ze op elk pallet maar een paar dozen met VTR gestempeld., dat moeten we uitleggen..ntv.. [medeverdachte 1] : Dat heb ik tegen je gezegd.. ..ntv.. [verdachte] : ..De persoon kan op pallet kijken als er op een pallet geen VTR is, oke daar zit niets op., dan gaat hij naar de volgende pallet kijken en als daar een paar VTR op staat., dat moeten we goed uitleggen aan hem. [medeverdachte 1] : Als er op één pallet een stempel is aan de voor of achterzijde of aan de rechter of linker zijde dan is dat een van de 10 pallets.. Eén van de 10 pallets is gemarkeerd. [verdachte] : Eén of twee kan., hoeveel dozen.. [medeverdachte 1] : ..ntv.. [verdachte] : Hoeveel lagen heeft elk pallet., dat weten we ook niet., elk pallet.. [medeverdachte 1] : Oke oom zeg dat maar tegen hun dan zullen zij zeggen dan willen wij 5 procent meer., alsof ..ntv.. Oom denk erover na 48 dozen, als je alle 48 dozen gestempeld hebt dan valt dat toch op in de loods, ze hebben het heel mooi gedaan, bijvoorbeeld een rechts., twee rechts en twee links., zo hebben ze het gestempeld, vermoedelijk is er aan de voorzijde helemaal niets (geen stempels)., of eentje of helemaal niet, het valt helemaal niet op.. [medeverdachte 1] : ..ntv.. ..ntv.. hoe het ook is, ik heb vertrouwen in [medeverdachte 2] . Ze spreken om als nog te kijken wanneer het er is.. [verdachte] zegt dat ze morgen kunnen kijken omdat het morgen daar is. [medeverdachte 1] stelt voor om morgenavond te gaan kijken of maandag ochtend te gaan kijken. [medeverdachte 1] zegt we moeten kijken misschien dat hij een haven niet aandoet maar na Hamburg komt het hierheen. Gesproken over waarom het schip via Hamburg vaart. Via Hamburg naar England en dan hiernaar toe, vanuit hier gaat het non stop terug dan gaat het in 16 of 17 dagen terug. [verdachte] : Maandag komen [merknaam] mensen, maandag ..ntv.. ntv.. ..ntv.. als het op de 2de in Dover is... als het op de 2de van de maand in Dover is en dan moet het nog naar Hamburg .. 1 dag .. en dan hiernaar toe ook een dag dan zal het op de 5de van de maand, 6 de van de maand hier zijn. [medeverdachte 1] : Je kunt er niet op aan, het kan ook een dag eerder komen. De rechtbank leidt hieruit het volgende af. Op tien pallets is een stempel op de dozen aanwezig met VTR. De stempels zijn onopvallend gezet. Het schip gaat via Dover naar Hamburg en zal rond 6 september 2018 in Nederland komen. Naar aanleiding van de informatie verkregen uit de OVC-gesprekken is op 7 september 2018 in Vlissingen de lading van het schip [schip 2] gecontroleerd door de douane en de politie. In dozen op één pallet trof men daarbij in dozen met [merknaam] bananen pakketten omwikkeld met tape aan. Een indicatieve narcotest gaf een positieve reactie op cocaïne. In totaal werden 350 pakketten aangetroffen. Uiteindelijk trof men in de lading 95 pallets aan met [merknaam] -bananen, de pallet met drugs meegerekend. Uit het opgevraagde manifest van de [schip 2] stond vermeld dat er 96 pallets waren. Dit betekent dat één pallet was verdwenen voordat men over was gegaan tot het controleren. Alle dozen op een pallet waren voorzien van stempels. Er waren drie soorten stempels, waaronder een stempel ‘VTR-138’. De rechtbank leidt daar uit af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] , gezien hun gesprek op 1 september 2018, op de hoogte waren van de stempel op de dozen met drugs. Gesprek op 8 september 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [verdachte] : Laat ik hem vragen, “..ntv.. daar binnen doosjes aangeven " [hele zin fonetisch] [medeverdachte 1] : [medeverdachte 2] ? “Maar kan hij ehh, heeft hij de sleutels van alle depots (loods)?., bijna drie vier depots... en hoe zit het met ..ntv.." (…) [verdachte] : ik denk dat het wel gepakt is ..ntv.. [medeverdachte 1] : Zal ik je zeggen wat er gebeurd is: er is een tip binnengekomen, toen kwam het Harcteam, 350 stuks ..ntv.. ze hebben 350 stuks gevonden en meegenomen ..ntv.. een paar pallets... hebben ze daarvoor gescand en toen ze die 350 hebben gevonden ..ntv.. dit zal lang voor die van ons gevonden zijn [hele zin fonetisch] [verdachte] : hoe bedoel je met, ‘lang van te voren’? [medeverdachte 1] : Want deze moest in de ochtend al gevonden zijn want het stond gelijk in de krant, die van ons was nog aan het lossen om twee uur. Ze hebben gevonden wat ze wilden hebben en zijn toen vertrokken. Dat is wat ik denk... Maar het mannetje van [medeverdachte 2] ... er is een mannetje binnen ..ntv.. De rechtbank leidt hier uit af dat de 350 pakketten niet van [medeverdachte 1] en [verdachte] en consorten waren. De pakketten waarop zij zaten te wachten zijn niet gevonden en liggen wellicht ‘binnen’. [medeverdachte 2] heeft misschien sleutels van de depots. [medeverdachte 2] heeft een ‘mannetje binnen’. Het gesprek gaat verder: [verdachte] : [leest een bericht voor] “Hij kan niet in ..ntv.. gaan” [medeverdachte 1] : wat zegt hij? [verdachte] : “Kan niet binnen in de ..ntv.. gaan”, zegt hij... [medeverdachte 8] zegt dat. [medeverdachte 1] : Waarom? [verdachte] : “geen bevoegdheid daar”, “hij kan op de kade, op de ..ntv.. zelf en op ..ntv... haven kan hij ..ntv..” De rechtbank leidt hier uit af dat [medeverdachte 8] een taak had met betrekking tot het transport maar niet bij de lading kan komen omdat hij geen bevoegdheid heeft het terrein of het schip te betreden. Gesprek op 8 september 2018 tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [medeverdachte 1] : Ten eerste, het is naar een verkeerde plek gegaan maar er blijkt dat daar een bekende van ons te zijn, toch? Daarvoor mogen we in onze handen knijpen. Ten tweede, ze kwamen scannen en zo, ook daarbij moeten we in onze handen knijpen dat die van hun... Laten we zeggen dat die van ons 103... Stel dat ik de tekening verkeerd heb gelezen... gelukkig hebben ze het gelijk gevonden. Als er sprake is van een tip dan zegt die tip “daar komt honderd procent 350 binnen”. Ze weten dus niets van deze 100 af. Anders hadden ze hier.. De rechtbank leidt hier uit af dat de 100 die voor de organisatie van [medeverdachte 1] en [verdachte] was, kennelijk niet is gevonden. Gesprek op 9 september 2018 tussen [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) [medeverdachte 5] : (…)Joh hij kan ons 'WERK' niet afpakken [medeverdachte 1] ! (…) : Er is 350 gekomen van hun zijde maar die is gepakt. [medeverdachte 5] : Ja oké... [medeverdachte 1] : En zoals ik het begrijp wordt die 350 aan de andere door deze [Naam] erin gedaan. Dat wil zeggen dat hij dat regelt samen deze lui hier. Begrijp je? [medeverdachte 5] : Ja oké. [medeverdachte 1] : En nu ehh.. Hij heeft zijn werk hier niet goed gedaan en er is getipt. Hij hier zegt weliswaar 'Nee ik stuur veilig/gegarandeerd zonder dat er getipt wordt en dergelijke', maar hij heeft het toch niet veilig gestuurd.. ..ntv... En zij hier., men heeft informatie gegeven aan hier en zij hier hebben meteen die pallet geopend en zij hebben die 350 aangetroffen.. [medeverdachte 5] : Ja.. [medeverdachte 1] : Ze hebben speciaal een scanner gebracht! [medeverdachte 5] : Ja [medeverdachte 1] : En nadat ze die 350 hadden gevonden zijn ze er niet meer.. [medeverdachte 5] : ..ntv.. [medeverdachte 1] : ja er niet meer mee verdergegaan., met die anderen.. Ze hebben dus die 350 gepakt en zijn weggegaan.. Ze hebben er nog een paar bekeken. Maar die van ons zat helemaal aan het einde en daar hebben ze niet naar gekeken. [medeverdachte 5] : Oké. [medeverdachte 1] : En die is naar de loods gegaan. En hij hier weet alles. En hij hier wil nu die pallet pakken, begrijp je. En jij zegt nu "Tja die 350 stuks zijn gepakt.. Ik ehh.. dinges". Hij zou tegen deze vriend/persoon hebben gezegd "Ik ga beslag leggen op die 100 stuks".. Hij zou dat soort dingen hebben beweerd, begrijp je. [medeverdachte 5] : Hoe kan hij nou beslag leggen op die van ons!? [medeverdachte 1] : en hij heeft deze lui hier klappen gegeven en gezegd "Niemand mag op mijn lijn erin doen!" en zo. [medeverdachte 5] : Maar eigenlijk zit de fout bij deze lui hier! Hebben ze het erin gedaan zonder 'zijn' [ [Naam] ] medeweten? [medeverdachte 1] : Wat? [medeverdachte 5] : Hebben ze het erin gedaan zonder 'zijn' medeweten? [medeverdachte 1] : Nee joh zij zitten samen in die 350. Deze 200 stuks hebben wij erin gedaan! Ook zij weten daar niets van! [medeverdachte 5] : O! Dus zij., niemand weet ervan!? [medeverdachte 1] : Nee nee inderdaad. Het zou eigenlijk hierheen komen maar het is toch per ongeluk daarheen gegaan! [medeverdachte 5] : Ja. Die van ons.. Ja nee is nu duidelijk. Hij heeft nu de controle in handen en wil dat er beslag wordt gelegd op die 100.. Hoe wil die klootzak dat gaan doen dan? [medeverdachte 1] : Hij zegt un weer "nee ehh...". [medeverdachte 5] : Hij is aan het terugkrabbelen/draaien [medeverdachte 1] : Hij is inderdaad aan het terugkrabbelen/draaien zo van "Nee ik..". [medeverdachte 5] : Klopt., hij kan ons onmogelijk iets afpakken! Ik zweer je ik bind ze allemaal vast hier en ..ntv.. Hij zal wel hier zijn., in Den Haag De rechtbank leidt hier uit af dat de personen van wie de 350 pakketten zijn gevonden (waaronder “ [Naam] ”) dreigen beslag te leggen op de 100 pakketten van de groep [verdachte] en [medeverdachte 1] . Het gesprek gaat verder: [medeverdachte 5] : Ja. [medeverdachte 7] (de man uit [medeverdachte 7] ) ..ntv.. Als [naam 16] hem niet ophaalt, dan ga ik ook hem ophalen.. Ook hij is ..ntv.. mij. Als [naam 16] hem niets kan maken., als [naam 16] niets kan doen zal ik ook hem laten ophalen. [medeverdachte 1] : Dat zeg je nou wel maar heb je betrouwbare/degelijke mannen dan? [medeverdachte 5] : Ja joh zeker.. Wat denk je. [medeverdachte 5] vertelt [medeverdachte 1] dat hij jongens om zich heen heeft die hij kan vertrouwen. [medeverdachte 1] zou die ook een keer hebben gezien in het centrum. [medeverdachte 1] vraagt of die wel zo sterk zijn dan. [medeverdachte 5] bevestigt dat en zegt dat die uit hetzelfde dorp komen als hij. Die jongens zouden aan incasso en zo doen. De rechtbank leidt hieruit af dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] met de gedachte spelen om incasso in te zetten in het conflict met degenen die de 100 pakketten opeisen. Gesprek op 10 september 2018 tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ). [medeverdachte 1] : En ik ga morgen nog iets tegen hem zeggen., ik zal zeggen "Mijn beste man, naar welk bedrijf gaat., als het dus ..ntv.. welk vrachtwagen gaat het brengen, naar welk bedrijf gaat het. Geef mij snel het adres. Ik zal de jongens daarheen laten komen. Die gaan ook het bedrijf in en halen die pallet daar op! Als het nodig is zullen ze ook wel gewapend gaan. Zij zullen die gewapend ophalen en komen. Met wie denk je dat je spelletjes aan het spelen bent!? Kijk de jongens zullen daarheen gaan., als je dan spelletjes gaat spelen, dan loop het heel slecht voor je af! Ik bedoel echt heel slecht! Dan moet je hiervandaan vertrekken. Dan delf je je eigen graf! Doe jezelf dat niet aan. Geef het op transport en parkeer het. Maar je intentie is om het te stelen.. Je zou sowieso al gezegd hebben van 'ik ga er beslag op leggen en dergelijke'.. Maar dit 'Werk' is niet van je vriend he! Dit 'werk' is van ons!" De rechtbank leidt hier uit af dat [medeverdachte 1] wil gaan dreigen tegen hun concurrenten om het ‘werk’ van zijn groep niet op te eisen of te stelen. Gesprek op 13 september 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ). [medeverdachte 1] : Joh dit kan niet zo! We blijven zitten ..ntv.. zo kan er niets opgelost worden, laat ik je zeggen! [verdachte] : Pff [medeverdachte 1] : Als wij die pooier niet meenemen zullen we dat 'werk' kwijtraken, laat ik je zeggen! [stilte] [medeverdachte 1] : Ik zeg/ik zal zeggen, " [medeverdachte 5] , breng maar een wapen zodat we daar een inval kunnen gaan doen", "Ja, wacht maar af, ja wacht maar af!" [verdachte] : Joh waar is die [medeverdachte 5] dan? [medeverdachte 1] : Laat hem mij een wapen geven en laat mij daar de hele dag gaan zitten in het cafe/theehuis. In [plaats 1] . Zal hij niet opduiken? De rechtbank leidt hier uit af dat de 100 pakketten nog steeds niet terecht zijn, de groep bang is het “werk” kwijt te raken en dat men desnoods gewapend een inval wil doen. [medeverdachte 5] zou dan het wapen moeten leveren. Gesprek op 19 oktober 2018 tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ): [medeverdachte 1] en [verdachte] praten verder over [naam 17] en de Surinamers. [medeverdachte 1] zegt “Die 100 van ons dat gepakt is., dat gestolen is he., eigenlijk is het de verantwoordelijkheid van hun hier.. Vanwege hun fout zouden we nog de man gaan neerschieten ook.. ..ntv.. het is hun verantwoordelijkheid! Eigenlijk horen zij achter [Naam] aan te gaan en niet wij!”. De rechtbank leidt hier uit af dat de lading van 100 pakketten of kilo bedoeld was voor de groep van [medeverdachte 1] en [verdachte] maar is gestolen door een ander of anderen. Dat de schuldige zou moeten worden neergeschoten maar dat men de verantwoordelijkheid daarvoor bij anderen neerlegt die dan maar achter “ [Naam] ” aan moeten gaan. Overwegingen De algehele conclusie van de rechtbank uit bovenstaande OVC-gesprekken is de volgende: De groep rond [medeverdachte 1] en [verdachte] heeft een transport van cocaïne opgezet via het schip [schip 2] . De rechtbank twijfelt er niet aan dat het cocaïne betrof, gelet op de omstandigheid dat in het hele dossier slechts transporten van cocaïne voorkomen en in dit schip ook andere cocaïne is aangetroffen. [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn de personen die als spin in het web fungeren, de contacten leggen en de logistiek regelen. In Vlissingen is een partij van 350 kilo cocaïne aangetroffen in het schip, die niet van de groep rond [verdachte] en [medeverdachte 1] was. De pallet met de 100 kilo van de groep is eerder van het schip gehaald, maar wordt gestolen, zodat de groep met lege handen achterblijft. Er ontstaat een conflict met de ‘eigenaars’ van de inbeslaggenomen 350 kilo cocaïne, waarbij [medeverdachte 5] zich erg zorgen en boos maakt dat die “hun” 100 kilo opeisen. Er worden plannen gemaakt om de 100 kilo alsnog in bezit te krijgen, al dan niet met ‘incasseerders” en wapens. [medeverdachte 5] zou daarvoor moeten zorgen. In de samenhang van de gevoerde gesprekken moet het om een illegale drug, komende uit Zuid Amerika dus cocaïne gaan. [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) heeft zaken in Nederland geregeld, heeft de anderen verteld dat “ [merknaam] ” op de dozen zou staan, heeft mensen/mannetjes in de haven en daardoor misschien sleutels van depots. [medeverdachte 2] geeft ook inlichtingen wanneer en waar het schip aankomt. Hij is de ‘regisseur’ waar het betreft de handelingen op Nederlandse bodem. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben vertrouwen in [medeverdachte 2] . [verdachte] heeft verklaard dat hij en [medeverdachte 1] spraken over deze zaken naar aanleiding van berichten op Crimesite. Deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig, omdat veel informatie al werd besproken voordat dit bekend kon zijn bij anderen. Conclusie Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] nauw en bewust hebben samen gewerkt om ervoor te zorgen dat cocaïne zou worden ingevoerd in Nederland. [medeverdachte 1] en [verdachte] organiseerden het transport. [medeverdachte 2] gaf de details voor de aankomst in Nederland en het uithalen van de cocaïne en regelde de zaken in Nederland. [medeverdachte 5] was de persoon die de gestolen lading terug zou halen. Naar het oordeel kan hun handelen worden gekwalificeerd als medeplegen van invoer van cocaïne en voorbereidingshandelingen daartoe in de zin van artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet. Dat de 100 kilo uiteindelijk na aankomst in Nederland niet bij verdachten terecht is gekomen doet niet af aan het feit dat het om een voltooide invoer gaat en dat zij daarvan medepleger zowel wat betreft de invoer als wat betreft de voorbereiding daarvan zijn geweest. [luchtvaartmaatschappij] Naar het oordeel van de rechtbank bevinden zich in het dossier onvoldoende aanknopingspunten om te concluderen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot dit transport. Weliswaar zijn er sterke aanwijzingen dat een (vliegtuig-)transport werd voorbereid. Echter op de OVC-gesprekken over de betreffende vlucht is niet verder gerechercheerd. Er is op dit feit vanuit de Nederlandse kant, voor de rechtbank traceerbaar, helemaal niet gerechercheerd. Er is bovendien geen rechtshulpverzoek naar Luxemburg uitgegaan om wat in het stamproces-verbaal staat met betrekking tot de daar aangetroffen cocaïne en deklading op authentieke bronnen te verifiëren, terwijl dit wel mogelijk was geweest. Enkel op basis van het stamproces-verbaal wil de rechtbank niet de conclusie trekken dat verdachte en zijn medeverdachten een transport van 50 kilo cocaïne, zoals ten laste gelegd, met dit vliegtuig hebben voorbereid. Bewijsmateriaal moet door de rechter zelf zo goed als mogelijk is kunnen worden geverifieerd. En in deze zaak was veel meer aan onderzoek mogelijk geweest. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. [schip 3] Het schip [schip 3] is omstreeks 5 januari 2019 vertrokken uit Santa Marta, Colombia. De geplande aankomstdatum van de [schip 3] in Vlissingen was 21 januari 2019 en 22 januari 2019 in Rotterdam. De [schip 3] is het enige schip van de [naam lijn 1] van de [rederij] rederij dat in deze periode is vertrokken vanuit Santa Marta. is onderdeel van een nieuwe lijn die nog niet eerder de haven van Vlissingen had aangedaan. De [schip 3] ligt te diep voor de terminal in de Bijleveldhaven. Daarom moest het schip die eerste keer bij de Verbrugge terminal gelost worden. De Verbrugge terminal wordt voornamelijk gebruikt voor schepen die bulklading vervoeren. Op 21 januari 2019 omstreeks 10:36 uur is het schip [schip 3] aangekomen in Vlissingen bij de Verbrugge terminal. Er zijn ongeveer 80 containers met bananen afkomstig uit Santa Marta gelost en verder vervoerd per vrachtwagen naar overslagbedrijf [bedrijf 8] in de [adres 9] . De containers zijn gecontroleerd op tassen met daarin verdovende middelen bij het overslag bedrijf. Deze controle heeft twee dagen geduurd. Er zijn tijdens de controle geen verdovende middelen aangetroffen, maar er is niet gekeken of er verdovende middelen in de pallets zijn geplaatst. Op 29 januari 2019 is bij het distributiecentrum van [supermarkt] in [plaats 2] uit een vrachtwagen een pallet met nummer 5150189 in beslag genomen en onderzocht. Deze pallet met nummer 5150189 was afkomstig uit container [nummer 1] van de [schip 3] en was op 21 januari 2019 gelost in Vlissingen. De pallet met nummer 5150189 bestond uit elf lagen banendozen. Vanaf de derde laag van onderen waren er banendozen alleen aan de rand gevuld met bananen en verder met een pakket, dat weer bestond uit tien pakketten. In de bananendozen zaten in totaal 60 pakketten, samengevoegd tot zes verpakkingen, met daarin vermoedelijk cocaïne. De pakketten werden in beslag genomen met nummer E.L.01 tot en met E.L.11. In de in beslag genomen 60 pakketten met nummer E.L.01 tot en met E.L.11 zat steeds een witte poederachtige substantie. Van de 60 in beslag genomen pakketten zijn zes willekeurige pakketten geselecteerd voor nader onderzoek. Die pakketten zijn gewogen en van die pakketten zijn monsters genomen. Het netto gewicht van de 6 pakketten was 5989,5 gram, het totale gewicht van de 60 pakketten is vervolgens bekerend op 59,89 kilogram. Van deze monsters met bijbehorende SIN-nummers is een foto gemaakt. Het onderzochte materiaal met SIN-nummers AAKQ8957NL, AAKQ8956NL, AKQ8955NL, AAKQ8954NL, AAKQ8953NL en AAKQ8952NL bevatte cocaïne. De aangetroffen cocaïne zat verstopt in een pallet met bananen afkomstig van een plantage genaamd [naam plantage] . in Colombia. Op de telefoon die is aangetroffen in de woning aan de [adres 1] , waar [verdachte] en [medeverdachte 1] verbleven en zijn aangehouden, stond een foto van het vaarschema van [naam lijn 1] waar de [schip 3] onderdeel van uitmaakt. Op het schema is te zien dat de [schip 3] op 21 januari 2019 aankomt in Vlissingen en op 22 januari 2019 in Rotterdam. De rechtbank gebruikt de volgende OVC-gesprekken voor het bewijs. Uit de aard, samenhang en onderwerp van die gesprekken concludeert de rechtbank dat deze gesprekken betrekking hebben op het hier ten laste gelegde transport. Gesprekken tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 9 januari 2019: Vervolgens praten [medeverdachte 1] en [verdachte] over een partij die volgens [medeverdachte 1] in tassen op een pallet is verstopt en dat de pallet weer op zijn beurt met andere pallets in een container zit. [medeverdachte 1] zegt “Maar misschien zit het meteen in de eerste rij. Als ze het geld ervoor geven, dan halen we het er wel uit!” [medeverdachte 1] zegt iets onduidelijks over mannen die het ook eruit zouden kunnen halen door het schip op te gaan. Het zou gaan om 60 stuks. [medeverdachte 1] zegt “Zeg maar ’Can you give me some more info.. I don’t need containernumber or palletnumber.. only how is., how they send’.[Vertaling: kun je me wat meer info geven ...ik hoef niet het containernummer of het palletnummer te hebben......alleen maar hoe [het] is ...hoe ze het versturen] dus hoe ze het gestuurd hebben weetje. ..ntv.. Niet dat het weer anders blijkt te zijn nadat wij met de man hebben gesproken.” [medeverdachte 1] zegt “ze hebben het op het schip gezet”. Er zijn meerdere keren trommelgeluiden [medeverdachte 1] : “ Ik moet alleen weten hoe de [ntv] is ... is het tassen en pallets ... is het de eerste rij, is het de tweede rij....” [verdachte] : Zal ik hem naar de naam van het schip vragen? [medeverdachte 1] : Ja Trommelgeluid [verdachte] : In the boxes.. [Vertaling: in de dozen..] [medeverdachte 1] : [Engels] Dozen... heel goed! [verdachte] : Kunnen wij die 60 stuks er uithalen? 50%. [medeverdachte 1] : Hebben jullie tegen hem hier gezegd dat men daarvoor 50% zal vragen. [verdachte] : Nee. Het is risicovol.. Stel hij gaat en pakt het eruit en gaat weg.. Stel dat hij tegen ons komt zeggen ‘er was niets voor jullie!’.. Wat kun je er dan van zeggen!? Maar nu zal zijn eigen vriend een barcode.. Alles moet er zijn., de barcode en zo moet er zijn.. [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] anders aan [naam 18] moet vragen of ze iets kunnen doen met de [rederij] [naam lijn 1] naar [bedrijf 9] of [bedrijf 10] . De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] kennelijk berichten verstuurden met een derde persoon, want uit het tromgeroffel blijkt dat er berichten binnenkomen en uit het feit dat zij Engels spreken blijkt ook dat zij met iemand anders aan het communiceren zijn. Ze wilden van dit contact weten waar de 60 stuks verstopt zaten, dit bleek in dozen in pallets zijn. Ook hoorden zij op 9 januari 2019 dat ‘het’ (de rechtbank begrijpt de cocaïne) in het schip zat. Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 11 januari 2019: [medeverdachte 1] : Maar hij zegt wel ‘Jullie moeten inschrijven., als jullie niet in schrijven dan..’ [verdachte] : Hij zegt ‘ik zal 400 stuks in doen!’ Hij zegt ‘Als deze lui hier 100 stuks erin doen, dan kunnen we er misschien wel meer in doen., ik kan er ook 1000 in doen., als zij hier 100 stuks doen [medeverdachte 1] : Deze lui? [verdachte] : [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] : Weet je wat hij eigenlijk zegt? [verdachte] : Nou? [medeverdachte 1] : Hij zegt “Als jullie deze 60 eruit weten te halen. Laten we dan een pallet met 400 stuks vullen en sturen vanuit Santa. Zoals jullie het willen., welke merk, welke ..ntv.. welke ehh.. zoals jullie het willen hebben’. De man zegt toch aan de telefoon dat ie meteen zal sturen, wij hoeven niet in te schrijven, begrijp je. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken hoeveel stuks er gestuurd zouden worden. En als het eruit halen van 60 stuks lukt, dat [medeverdachte 4] ( [medeverdachte 4] ) de volgende keer meer stuks zou sturen. Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 12 januari 2019: [medeverdachte 1] : Als je bij 6 dozen 10 kilo eruit haalt., en er 5 a 6 kilo bananen bij doet van de pallets daar., er staan daar toch een heleboel pallets.. Pak van elk eentje en doe het er boven op., weet je., als je van elk een ..ntv.. pakt dan zal die paar kilo helemaal niet opvallen. [verdachte] : Joh wat kan het voor kwaad als je er een lege neerzet. [medeverdachte 1] : Ik geef maar een voorbeeld.. Zij werken daar in die loods toch., als ik daar zou werken en dat ligt daar en in die loods zit geen camera.. Ik zou dat in 5 minuten doen.. Echt maar 5 minuten, begrijp je. Zeg dat het met uithalen, in tassen doen en die bananen er weer bovenop doen in totaal 10 minuten is! Zij doen het niet in hun eentje., als het een team is.. 2 a 3 mensen., binnen 5 a 10 minuten hup hup hup.. Misschien gaat de man eerst de bananen klaarleggen.. 60 kilo bananen klaarleggen, begrijp je., daar vanaf een andere dinges.. [verdachte] : [medeverdachte 1] hij zal geen bananen of wat dan ook erop leggen joh! Wat nou bananen man! [medeverdachte 1] : Oom jij hebt een rare gedachtegang hoor! Leg er maar niets op., haal het omver en ga maar weg, dat kan, begrijp je. Maar ik probeer te bereiken dat de lijn niet stuk gaat., dat alles netjes wordt gedaan., dat er geen klachten komen. Misschien zal de man die 60 stuks eruit halen en daarna de pallets laten omvallen en het als schade registreren. Hij zal dus wel wat verzinnen., is geen probleem. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken op welke wijze het uithalen zou gaan, en of er 60 kilogram bananen ter vervanging moest komen of dat er een pallet zou worden omgegooid zodat er schade geregistreerd kon worden. Zij bespraken hoe ervoor gezorgd kan worden dat de lijn niet stuk gaat, hetgeen de rechtbank begrijpt als: niet ontdekt zou worden en dus in gebruik kan blijven voor volgende transporten. Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 12 januari 2019: [verdachte] en [medeverdachte 1] spreken uit dat hopelijk van deze 60 stuks 5 a 6 stuks voor hen zal zijn. [medeverdachte 1] zegt “En de verkoop moet hij voor 24 a 25 doen.. 24. Of niet? Want (de prijs) is nu 27. Er is voor 27 a 28 goed ‘werk’ te krijgen. Er is ook wel voor 28,5 te krijgen maar.. Als we van 27 uitgaan dan verdienen wij er 3 duizend aan.. Welnu 60 keer... nee niet 60.. 30 keer 3 is 180 duizend lira, begrijp je. ..ntv.. We zullen het geld ervan meteen geven. Dat mannetje van [medeverdachte 5] wil het toch hebben., elke week..”. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken hoeveel stuks ze zelf zouden houden en hoeveel ze zouden kunnen verdienen. Ze zeggen ook dat het mannetje van [medeverdachte 5] het wel wil hebben. Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 13 januari 2019: [medeverdachte 1] : Het schip van [rederij] dat van Santa Marta komt, komt niet uit Machala. .. dus het kan niet hetzelfde zijn. [medeverdachte 1] : Wat probeert jij nu te zeggen? [verdachte] : Wat ik nu, ehh... maar goed... op de 21ste komt de boot. Vanuit Santa Marta. [medeverdachte 1] : Ja [verdachte] : 60 stuks goederen/spullen zitten erin. Uit dit gesprek blijkt voor de rechtbank ondubbelzinnig dat [verdachte] en [medeverdachte 1] spraken over de [schip 3] , want zij bespraken dat het schip van [rederij] van Santa Marta afkomstig was en op de 21ste zou arriveren, en ze zeiden dat er 60 stuks in zouden zitten. De [schip 3] is onderdeel van [rederij] rederij, is vanuit Santa Marta vertrokken en is aangekomen in Vlissingen op 21 januari 2019. In een met de [schip 3] vervoerde pallet zijn 60 pakketten cocaïne aangetroffen. Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 17 januari 2019: [medeverdachte 1] : Moet mensen inplannen, dus je moet ze informeren, zij zijn allemaal ..ntv.. [verdachte] : Het merk ... wat is het merk [medeverdachte 1] : [naam plantage] [verdachte] : Ja het is [naam plantage] De rechtbank constateert dat [medeverdachte 1] zei dat hij mensen moet inplannen en moet informeren en hierbij [naam plantage] noemt. De cocaïne is tussen bananen verstopt en deze bananen waren afkomstig van de plantage genaamd [naam plantage] . Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 20 januari 2019: [medeverdachte 1] : Ja maar kijk, die ambtenaar heeft ook gezegd van, Rotterdam ..ntv.. [verdachte] : Naar [bedrijf 10] ... [medeverdachte 1] : hij zei ..ntv.. maar ik zei tegen hem ehh hoe heet die jongen bij [naam 18] ook alweer? [verdachte] : ..ntv.. [medeverdachte 1] : Met bril (fon)......ntv.. ik heb dus tegen hem gezegd ..ntv.. snap je? En ik wist niet dat hij een ambtenaar was ..ntv.. “het schip zal komen toch” .. [schip 3] (fon)... Ik zei van, “komt het ook naar [bedrijf 10] ?”. Hij keek ..ntv.. ..ntv.. “waar komt het vandaan? Uit Costa Rica of Cartegena... dit zal je beter weten... je hebt je mannetjes......ntv.. ..ntv.." ..ntv.. ..ntv.. [naam lijn 1] is een nieuwe lijn ..ntv.. snap je? Ze hebben gezien van “wij hebben die lijn verkeerd gepland, laten we [schip 5] liggen, laten we Hamburg liggen, laten we ..ntv..” want, heb je opgelet oom, [schip 3] , weetje voor wanneer het is? Voor de 21ste! Kijk dan voor wanneer die weer ..ntv.. op de 7de zal het weer in Santa (fon).. zijn. ..ntv.. [verdachte] : ..ntv.. [medeverdachte 1] : ..ntv.. Hamburg ..ntv.. zij hebben het eruit gehaald., kijk oom, het zal op de 21ste hier zijn, op de 22ste in Rotterdam, en op de 7de zal het weer in Santa (fon) zijn ..ntv.. ze werken met 6 schepen. ..ntv.. zo verdienen ze meer geld. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [medeverdachte 1] navraag heeft gedaan over de [schip 3] en vervolgens aan [verdachte] vertelde dat het een nieuwe lijn betreft en dat de [schip 3] de 21ste aan zou komen. De rechtbank constateert dat de [schip 3] inderdaad een nieuwe lijn betrof en voor het eerst naar Vlissingen ging. Op 20 januari 2019 tussen 12:10 uur en 14:30 uur vind er een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en een aantal onbekend gebleven mannen in de [eetgelegenheid 1]. Gesprekken tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 20 januari 2019 om 14:51 uur: [verdachte] : [naam 19] ...ntv.. “echt waar?”.. Joh, ik hoop dat zij dit wel eruit kunnen halen. Welnu... dinges ehh.. hij heeft een ..ntv.. containernummer in handen., dat is heel erg belangrijk (…) [verdachte] : Welnu., de man heeft toch een containernummer., hij zal tegen zijn mannen zeggen ‘jij, jij en jij gaan deze lossen'. [verdachte] : [naam 19] zal het eruit halen en het bij ons inleveren. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [naam 19] de cocaïne – “het” – eruit zou halen en bij [verdachte] en [medeverdachte 1] zou inleveren. Gesprekken tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 21 januari 2019: [medeverdachte 1] : Wat kunnen ze nu doen.. Alles klaar gemaakt, misschien dat ze helemaal niet het depot in gaan maar direct naar het rijpingshuis gaan., want vandaar met een chauffeur naar Vlissingen en in Vlissingen in een depot doen...ntv.. ..ntv.. we geloven het niet. Misschien direct met de containers ... “Jij moet jou man in het rijpingshuis op de hoogte stellen met het baknummer, misschien gaan die bakken dan „misschien gaan ze direct naar het rijpingshuis’. Dat kan he? [verdachte] : Ja. [medeverdachte 1] : Misschien gaan die bakken direct naar rijpingshuis ...ntv.. [verdachte] : het kan zijn dat ze direct door de weg naar rijpingshuis gaan’. [medeverdachte 1] : Daarom kan je je man nu op de hoogte stellen. (…) [medeverdachte 1] : : Zeg tegen hem 'Kun je voor mij proberen uitvinden wat de boot in Verbruggen doet, dat is een bulk terminal'. [verdachte] : Hij zegt 'vandaar gaan ze via de weg’. (…) [medeverdachte 1] over 80 containers die binnen komen en hij vraagt zich af hoe men dan de pallets er af haalt. [verdachte] : Wat zegt [naam 19] nu? [naam 19] zegt dat die nu daar zijn gelost.. ..ntv.. Waar zijn ze vanuit daar naartoe gegaan!?(…) [verdachte] : Weten de mannen daar niet of het wel of niet naar [bedrijf 8] is gekomen ..ntv.. Volgens mij moet het op papier geschreven staan van ‘dit en dit is aangekomen'. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich afvroegen waarom het schip naar de Verbruggen terminal ging, omdat dat een bulk terminal is. De Verbruggen terminal wordt inderdaad meestal voor bulk gebruikt, maar de [schip 3] is daarheen gegaan omdat deze te diep lag voor de andere terminal. [medeverdachte 1] wist ook dat er 80 containers gelost zouden worden. En zij probeerden te volgen waar de containers naartoe gingen nadat deze waren gelost en of het al was aangekomen bij [bedrijf 8] , het overslagbedrijf waar de containers naartoe zijn gebracht. Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 28 januari 2019: [medeverdachte 1] : Reperij.„hij zei “Ik heb mannetjes in Moerdijk” [verdachte] : Joh bij Moerdijk ook [medeverdachte 3] .. hij zegt toch van “Ik heb mijn mannetjes” (…) [verdachte] : Het broertje van die [naam 20] werkt bij Moerdijk. (…) Verderop zegt [medeverdachte 1] , “uiteindelijk is het de chauffeur die het naar [supermarkt] brengt” Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] , [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) op 29 januari 2019 omstreeks 13:23 uur: [verdachte] : [medeverdachte 3] (…) [verdachte] : Je moet even kijken wie er in Moerdijk aan het werk zijn. (…) [medeverdachte 3] : Moerdijk ..ntv.. [verdachte] : Ja.. [medeverdachte 3] : [naam 21] , en een vriend...ntv.. woont in [woonplaats 2] . Is een werknemer., werkt daar. [verdachte] : Werkt daar. (…) [medeverdachte 3] : Beter, te vertrouwen, zal het sneller eruit halen. De rechtbank leidt uit deze gesprekken af dat [medeverdachte 3] kennelijk ‘mannetjes’ had bij het rijpingsbedrijf. [medeverdachte 3] kreeg de opdracht om uit te zoeken wie er in Moerdijk werkten. [medeverdachte 3] zei te weten wie beter te vertrouwen zijn en het er sneller uit zouden halen. Ook wisten zij dat ‘het’ naar de [supermarkt] gebracht zou worden. De rechtbank stelt vast dat de cocaïne inderdaad is aangetroffen bij het distributiecentrum van de [supermarkt] . Gesprek tussen [verdachte] ( [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) op 29 januari 2019 vamaf 16:49 uur: [verdachte] : Joh, het zou getipt zijn (…) [medeverdachte 1] : Wat zegt hij/wat wordt er gezegd? [verdachte] : “De recherche stelde een onderzoek in na informatie over een criminele groepering die in een distributiecentrum zouden gebruiken om cocaïne te smokkelen...". “Na informatie”, iemand heeft dus ‘informatie’ gegeven. [verdachte] : Kennelijk is het getipt, laat ik je dat zeggen. Dit kan van [naam 18] zijn. Sessie 290119-181310 [verdachte] : Hij zegt ‘er is informatie binnengekomen’.. Ik begrijp dat niet., als het zo is dat er informatie is binnengekomen, dan was het er in Vlissingen kennelijk. (…) [verdachte] : Even tussen ons.. [medeverdachte 2] zegt ‘Hoe kan dat nou., die persoon bij hem..’ Hij zegt ‘ [naam 18] werkt samen met een (politie)ambtenaar/de politie.. Die persoon bij [naam 18] werkt samen met een politie)ambtenaar/de politie.. Hoe kan het nou dat zij hem aanhouden en met twee weken weer vrijlaten.. (…) [medeverdachte 1] praat hierin over het krantenbericht met betrekking tot een gepakte partij en vertelt hoe hij denkt dat het gepakt kan zijn. [medeverdachte 1] beweert dat de barcode via whatsapp is doorgegeven. [medeverdachte 1] verdenkt dat soort app's ervan meteen de politie te waarschuwen informatie zoals barcodes en dergelijke wordt doorgegeven. (…) [medeverdachte 1] merkt verder op dat er staat aangegeven dat de recherche informatie heeft gekregen.. Volgens [medeverdachte 1] betekent dat de recherche dan of iemand heeft afgeluisterd of informatie hebben binnengekregen van programma’s/app’s. (…) [verdachte] komt terug op de vraag waar die informatie over de bananen kan zijn gelekt en vraagt zich af waar die gegevens zijn geprint en merkt op dat de informatie via Whatsapp kan zijn verkregen. [medeverdachte 1] zegt dat nu iedereen elkaar probeert te beschuldigen maar dat het ook best kan dat er een kleine fout is gemaakt en het daarom is gepakt. [medeverdachte 1] merkt op dat men immers een foto heeft gemaakt van de bananen doos met het merk en barcode erop. De rechtbank stelt vast dat dit gesprek plaatsvond kort nadat de cocaïne is aangetroffen. [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken dat er getipt is, mogelijk door [naam 18] . Ze speculeerden erover wat de oorzaak kan zijn geweest van het onderscheppen van de cocaïne door de politie. Het maken van een foto van de bananendoos, met het merk en de barcode zou de oorzaak kunnen zijn. Gesprek tussen [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en Nn man op 1 februari 2019: NNm: Hoe is het met alles? Wat hebben ze gedaan met de 60 [zestig]? [medeverdachte 1] : Nee, die zijn we kwijtgeraakt. Ja, wij hebben hetzelfde gezegd, what the fuck is dit.., mijn oom zei het ook, hoe kun je met deze mensen werken. (…) Maar dit, … kijk dit hebben ze er in Colombia in gedaan.., (…) [naam 22] zei: “nee, ik vertrouw jou, jij moet het doen”. Ik zei: “we houden niet van tweede.., van last minute klusjes, maar voor jou gaan we het proberen”, hebben we gezegd. En toen kwam het, het kwam naar Vlissingen en daar is een interne controle, en toen hebben ze alle finca apart gezet, weet je wel, bij de barcode.., aan het eind heb je de finca. (…) Nee, niet aan het eind, aan het begin. De eerste drie cijfers zijn van de finca en de mensen daar zeiden dat het voor interne controle was voor Vlissingen, deze ..ntv.., maar later zei hij dat het erdoor was, dat het oké was, maar er was wel interne controle, geloof me, de politie wist er al van, misschien hadden ze er GPS in geplaatst. Maar weet je wat er is gebeurd, het ging via de rijpingskamer en vandaar, toen het wegging, naar de laatste stap waar we het eruit halen, he, die dag, daar hebben ze het gepakt, toen het op de vrachtwagen werd geladen hebben ze het gepakt. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] op 1 februari 2019 sprak met een onbekend gebleven man over ‘de 60’ en zei “die zijn we kwijtgeraakt”. Hij vertelde verder dat in Vlissingen alles van de finca (de rechtbank begrijpt: plantage) apart is gezet en er een controle is geweest maar dat het toch door is gegaan. Hij heeft gezegd dat het op de dag dat zij het eruit zouden halen, is gepakt toen het op de vrachtwagen werd geladen. Dit komt overeen met de werkelijke gebeurtenissen, namelijk dat er eerst een controle in Vlissingen heeft plaatsgevonden waarbij niets is aangetroffen en dat cocaïne pas later daadwerkelijk is aangetroffen nadat het per vrachtwagen was getransporteerd naar het distributiebedrijf van de [supermarkt] . Overwegingen [verdachte] heeft verklaard dat hij en [medeverdachte 1] spraken over deze zaken naar aanleiding van berichten op Crimesite. Deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig, omdat veel informatie al werd besproken voordat dit bekend kon zijn bij anderen. De rechtbank overweegt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op de hoogte waren van concrete feiten en omstandigheden ten aanzien van het transport. Zij hadden deze wetenschap voorafgaand aan of zeer kort nadat de feiten plaatsvonden. Ook staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] en [verdachte] niet alleen deze wetenschap hadden, maar dat zij de organistoren van het transport zijn. [verdachte] en [medeverdachte 1] wisten al voordat het schip aankwam in Vlissingen dat er 60 ‘stuks’ verstopt zaten in dozen en dat deze dozen op pallets in de container stonden. Zij wisten dat de [schip 3] een nieuwe lijn was en zij waren op de hoogte van het vaarschema. Zij bespraken dat het eruit gehaald moest worden en dat er weer bananen bovenop gelegd zouden worden. Ze wisten dat het ging om bananen van [naam plantage] . Zij regelden en informeerden de uithalers en bespraken wat voor hun de opbrengst zou zijn. Dit alles wisten zij en regelden zij voordat de [schip 3] op 21 januari 2019 aankwam in Vlissingen, terwijl de cocaïne pas op 29 januari 2019 werd aangetroffen. Na de aankomst op 21 januari 2019 zorgden [verdachte] en [medeverdachte 1] er vervolgens voor dat zij ook op de hoogte waren van de route die de pallet aflegde van Vlissingen, via het rijpingsbedrijf in Moerdijk naar het distributiecentrum van de [supermarkt] . Kennelijk hadden zij op de verschillende plekken personen die de benodigde informatie aan hen doorspeelden. Ook speculeerden zij direct na de inbeslagname wat de oorzaak van de vondst door de politie zou kunnen zijn. [medeverdachte 1] zei dat het mogelijk lag aan het maken de foto van de bananendoos met het merk en de barcode erop en zei dat op dat moment iedereen elkaar probeert te beschuldigen. Later sprak [medeverdachte 1] met een onbekend gebleven man en zei over de 60 stuks “die zijn we kwijtgeraakt” en hoe dat is gegaan. Hij heeft gezegd dat het op de dag dat zij het eruit wilden halen, is gepakt. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het voorgaande ondubbelzinnig dat dat de (afgerond) 60 kilogram cocaïne voor (de groep rondom) [verdachte] en [medeverdachte 1] bestemd was. Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat het transport mogelijk door een andere groep is geregeld, overweegt de rechtbank als volgt. De verdediging heeft aangevoerd dat [naam 29] op de hoogte moest zijn geweest omdat hij wist in welk containernummer de cocaïne zat. Uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] het transport hebben georganiseerd en hierbij met verschillende personen samenwerkten. Dat [naam 29] wetenschap had van het containernummer en mogelijk ook betrokken was, maakt dit niet anders. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Conclusie De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] degenen zijn geweest die het transport van de 59,89 kilogram cocaïne naar Nederland hebben geregeld, met de bedoeling om deze cocaïne te bemachtigen. Zij hebben hierbij nauw en bewust samengewerkt met elkaar en met anderen, waaronder in ieder geval [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] is namelijk degene die de uithalers moest regelen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan ten aanzien van deze 59,89 kilogram cocaïne in de [schip 3] . Naar het oordeel van de rechtbank kan dit handelen ook worden gekwalificeerd als voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet. De rechtbank zal verdachte daarom ten aanzien van deze 59,89 kilogram cocaïne ook veroordelen voor de onder feit 2 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. [schip 4] Het vaarschema van het schip [schip 4] was: Puerto Bolivar, Ecuador, op 15 januari 2019; Guayaquil, Ecuador , op 18 januari 2019; Paita, Peru, 20 januari 2019; Dover, Engeland, 4 februari; Hamburg, no call (de rechtbank begrijpt, werd overgeslagen); Flushing (Vlissingen), Nederland 6 februari 2019. Op één bill of lading stond een partij van 69 pallets bananen met de verzender [bedrijf 11] . Op dinsdag 5 februari 2019 zijn op het schip de [schip 4] , gelegen bij het bedrijf [bedrijf 8] te [plaats 3] in de [adres 9] vijftig pakketten aangetroffen met daarin vermoedelijk verdovende middelen. De verbalisant die de pakketten aantrof is eerst naar ruim 2, dek B gegaan maar heeft daar niks aangetroffen. Hij is vervolgens via een trap naar beneden gegaan naar dek C. Daar zag hij naast de ruimte met de bananen, a

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.