beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats: Zutphen Zaakgegevens: C/05/379918 / FZRK 20-3283 Datum mondelinge uitspraak: 27 november 2020 Beschikking machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling inzake het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd), ten aanzien van: [cliënt] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , verblijfadres: Sensire Den Ooiman te Doetinchem, op grond van een inbewaringstelling geldend tot en met 26 november 2020, hierna te noemen: cliënt, advocaat: mr. S.A.H. Kool te Doetinchem. 1Procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 24 november
- 1.
- De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 27 november
- 1.
- Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord: cliënt, bijgestaan door zijn advocaat; dhr. [naam 1] , als specialist ouderengeneeskunde verbonden aan Sensire; mw. [naam 2] , als afdelingsteamhoofd verbonden aan Sensire; mw. [naam 3] , dochter van cliënt (die telefonisch is gehoord). 2Beoordeling 2.
- Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het landelijk beleid van de Rechtspraak dat het niet is toegestaan de accommodatie waar cliënt verblijft te bezoeken. Dit levert voor cliënt en de medebewoners en verzorgers een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Datzelfde geldt voor de medewerkers van de rechtbank, alsook voor bewoners en verzorgers van overige accommodaties indien van dit beleid zou worden afgeweken. Om die reden is besloten cliënt via beeldbellen te horen. 2.
- Op 23 november 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Doetinchem ten behoeve van de cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven. 2.
- De advocaat van cliënt heeft (subsidiair) bepleit dat het verzoek vanwege een formeel gebrek moet worden afgewezen, nu de door de burgemeester op 23 november jl. afgegeven inbewaringstelling niet binnen 24 uur is tenuitvoergelegd. Cliënt is namelijk pas op 26 november jl. opgenomen bij Sensire, een Wzd-aangemerkte accommodatie. Tot die tijd verbleef cliënt bij GGNet in een niet Wzd-aangemerkte accommodatie. De inbewaringstelling is vanwege het niet tijdig tenuitvoerleggen van rechtswege komen te vervallen. Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling kan om die reden niet worden toegewezen. 2.
- Tijdens de mondelinge behandeling heeft de specialist ouderengeneeskunde bevestigd dat cliënt, vanwege plaatsingsproblematiek, pas op 26 november jl. is overgebracht naar Sensire, terwijl de inbewaringstelling al op 23 november jl. door de burgemeester is verleend. 2.
- Ingevolge artikel 33 lid 1 Wzd moet er binnen 24 uur na afgifte van de inbewaringstelling over worden gegaan tot de tenuitvoerlegging van de inbewaringstelling. Nu is gebleken dat de inbewaringstelling niet tijdig ten uitvoer is gelegd, is deze van rechtswege komen te vervallen. De rechtbank kan dan ook niet anders dan concluderen dat het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling dient te worden afgewezen, een inbewaringstelling die is vervallen kan immers niet worden voortgezet. 3Beslissing De rechtbank: 3.
- wijst af het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van: [cliënt] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2020 door mr. A.J.J.M. Weijnen, rechter, in tegenwoordigheid van L. Stoevenbelt, griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 december
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.