RECHTBANK GELDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/140484-20 Raadkamernummer : 20/6760 Datum uitspraak : 9 november 2020 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , hierna: ‘verzoeker’, geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] wonende aan de [adres 1] , te dezer zaak woonplaats kiezende aan de [adres 2] , ten kantore van zijn advocaat mr. J. Vlug. De procedure Het verzoekschrift is op 10 augustus 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Vanwege de maatregelen die genomen zijn naar aanleiding van het Coronavirus, waardoor een zitting in aanwezigheid van alle partijen mogelijk lange tijd op zich laat wachten, is na overleg met de advocaat, verzoeker en het Openbaar Ministerie besloten de standpunten schriftelijk uit te wisselen. De officier van justitie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. Het verzoekschrift is in de openbare raadkamer van 26 oktober 2020 behandeld. Verzoeker en zijn advocaat zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Het verzoek In het verzoekschrift heeft verzoeker verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte kosten ten behoeve van de strafzaak, te weten: € 363,00 ter zake kosten rechtsbijstand; PM de forfaitaire vergoeding voor het indienen/behandelen van het onderhavige verzoekschrift. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen nu verzoeker, door zijn handelen, het strafrechtelijk onderzoek over zichzelf heeft afgeroepen. Bovendien is de officier van justitie van oordeel dat het strafdossier van verzoeker voldoende belastend bewijsmateriaal bevat en dat tegen verzoeker met succes een vervolging had kunnen worden ingesteld. Bij mail van 2 september 2020 heeft de advocaat gereageerd op de conclusie van de officier van justitie en het volgende aangevoerd. Dat verzoeker het strafrechtelijk onderzoek over zichzelf heeft afgeroepen is onjuist. De aangetroffen substanties zijn maar zeer gedeeltelijk getest conform d daarvoor geldende richtlijnen. 2 pillen zouden MDMA bevatten. Bij 2 monsters werd geen reactie gezien bij een voorlopige test. Bij 1 monster, 0,17 gram is wel bij de voorlopige test een reactie gezien maar daarvan is geen definitieve test verricht en 2 pillen zouden een positieve voorlopige reactie laten zien maar onduidelijk is wat het precies is. Met uitzondering van de 2 pillen met MDMA zou voor de overige aangetroffen spullen geen veroordeling volgen omdat niet vast staat wat het precies was. De eerste twee pillen, minder dan 1,5 gram, zijn aan te merken als een gebruikershoeveelheid welke bedoeld was voor beide verdachten in deze zaak. Dat valt binnen het gedoogbeleid. Voorts is nauwelijks sprake geweest van een serieuze vervolging. Verzoeker en zijn medeverdachte zijn niet eens gehoord hetgeen past bij het feit wanneer dergelijke hoeveelheden worden aangetroffen. Bij mail van 7 oktober 2020 merkt de officier van justitie, naar aanleiding van bovenstaande reactie van verzoeker, op te persisteren. De beoordeling Artikel 530, tweede lid, Sv bepaalt dat, indien een zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, aan de gewezen verdachte een vergoeding kan worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdsverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting (werkelijk) heeft geleden. Daarnaast kan, met in achtneming van artikel 44a van de Wet op de rechtsbijstand, op grond van deze bepaling een vergoeding worden toegekend in de rechtsbijstandskosten. Het verzoekschrift is tijdig, binnen drie maanden na beëindiging van de zaak, ingediend. De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd met een sepot van 27 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.