RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/780041-14 Datum uitspraak : 15 december 2020 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , gevestigd aan het [adres] , Raadsman: mr. I.A. van Stralen, advocaat in 's-Gravenhage. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 januari 2018, 5 december 2019, 29 januari 2020, 16 en 17 november 2020 en 1 december
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2010 tot en met 17 juni 2012, te Apeldoorn en/of te Laren, gemeente Laren, in elk geval Nederland, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten 170.000 Euro en/of 61.500 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld, heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten 170.000 Euro en/of 61.500 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld, (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld, dan wel verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende(n) van de geld is en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat voornoemd geld (telkens), geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde hoeveelheid/heden geld (telkens) per bank uitgeleend aan [naam 1] en/of voornoemd geld (telkens) contant terugontvangen. 2De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 25.000,
- De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs Voor het feit op deze tenlastelegging is de vertegenwoordiger van verdachte, [naam 2] , eveneens vervolgd (parketnummer 06/950642-12). In die strafzaak is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat niet kan worden bewezenverklaard dat bij de aflossing van onder meer de door verdachte verstrekte leningen met contante geldbedragen sprake was van opzet- dan wel schuldwitwassen. Met inachtneming van hetgeen in dat vonnis is overwogen, komt de rechtbank ook in deze zaak niet tot een bewezenverklaring. Verdachte zal worden vrijgesproken. 4De beslissing De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. P.J.C. Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2020.