vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Nijmegen zaakgegevens 8365309 \ CV EXPL 20-686 \ 42693 \ 636 uitspraak van vonnis in de zaak van de commanditaire vennootschap Voogd & Voogd Verzekeringen gevestigd te Middelharnis eisende partij gemachtigde LAVG Groningen tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde partij gemachtigde mr. I. van Bekkum Partijen worden hierna Voogd & Voogd en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 juli 2020 en de daarin genoemde processtukken - de conclusie van repliek met producties - de conclusie van dupliek 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Met ingang van 4 juli 2015 heeft [gedaagde] via zijn assurantietussenpersoon Minos Assurantiën bij Voogd & Voogd een motorrijtuigenverzekering, genaamd AutoPrismaPolis, afgesloten met WA- en beperkt cascodekking voor zijn Audi A4 met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). 2.2. Op de verzekeringsovereenkomst zijn de Polisvoorwaarden AutoPrismaPolis van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. Artikel 11 van de polisvoorwaarden luidt, voor zover hier van belang, als volgt: Artikel 11. Verplichtingen verzekeringnemer Wij verwachten van u als verzekeringnemer dat: - U eerlijk bent in de informatie die u aan ons verstrekt; - (…) Komt u deze verplichtingen niet of niet goed na, dan kan dit gevolgen hebben voor uw dekking of voor het voortzetten van deze overeenkomst. Wij kunnen mogelijk om die reden: - De verzekering beëindigen - Bij een schade minder of niets uitkeren - Eventueel betaalde schade op u verhalen 2.3. Op 28 februari 2016 is er in de avond brand uitgebroken in de auto. 2.4. Op 4 maart 2016 is op verzoek van [gedaagde] door de politie een proces-verbaal van aangifte van brandstichting in de auto opgemaakt. Een eerdere aangifte van [gedaagde] op 1 maart 2016 via internet was niet gelukt. 2.5. Op 16 maart 2016 is aan [gedaagde] een bedrag ter hoogte van € 3.206,00 uitgekeerd. Dit bedrag was opgebouwd uit € 2.990,00, zijnde de dagwaarde van de auto vóór de brand min de restwaarde van de auto na de brand (zoals vastgesteld door CED in een schaderapport van 30 maart 2016) en € 216,00, zijnde een vergoeding per dag dat [gedaagde] de auto moest missen (in dit geval 18 dagen maal € 12,00). De auto was ‘total loss’ verklaard. 2.6. Op 26 mei 2016 heeft EMN Forensic een rapport uitgebracht naar aanleiding van een toedrachtsonderzoek in opdracht van Voogd & Voogd. In de samenvatting van dat rapport staat het volgende: - Door de opkoper van de Audi werd geklaagd over motorschade. Hij maakte bekend schade te hebben opgelopen doordat hij niet kreeg wat hij had gekocht. - In een technisch onderzoek door CED Automotive Zwaar Materieel en Techniek werd vastgesteld dat de klacht van de opkoper gegrond was. - Dat de motor van de auto stuk was en niet meer kon functioneren. - Dat dit geen gevolg was van de brand. - Dat deze gebreken voor de brand al aanwezig waren. - Dat de bestuurder van dit voertuig dit gemerkt moet hebben. - Uw verzekerde verklaarde niet wist hoe de brand ontstond. - Uw verzekerde de motorschade verzweeg. 2.7. Op 12 september 2016 heeft EMN Forensic een aanvullend rapport uitgebracht naar aanleiding van het toedrachtsonderzoek in opdracht van Voogd & Voogd. In de samenvatting van dat rapport staat, naast een herhaling van de samenvatting van het eerdere rapport: - De vader verklaarde in het weekend van de schade niet met de auto te hebben gereden en niet thuis te zijn geweest. - Dat met de verklaring van de vader de verklaring van de zoon/uw verzekerde over het gebruik hiervan niet klopt. Door uw verzekerde werd eerder meegedeeld dat hij de verzekerde auto bij de woning van zijn vader parkeerde en vervolgens de sleutel aan zijn vader gaf. De auto zou hierbij in goede staat verkeren met een goed functionerende motor. Uit het onderzoek is gebleken dat de motor van de auto stuk is en dit geen gevolg was van de brand in de auto en voor de brand aanwezig moet zijn geweest. Tevens werd duidelijk dat het stuk gaan van de motor aan een berijder van de auto bekend moet zijn. Uit de verklaring van de vader werd bekend dat deze niet met de auto gereden heeft maar ook in het bedoelde weekend in het geheel niet thuis was. Uw verzekerde moet dus bekend zijn geweest met de motorschade omdat hij volgens zijn verklaring de auto zelf reed naar de plek waar de auto later verbrandde. 2.8. Bij brief van 29 september 2016 heeft Nationale Nederlanden van [gedaagde] de schade-uitkering teruggevorderd. De brief heeft een bijlage met de volgens de verzekeraar relevante polisvoorwaarden, waaronder artikel 7:941 BW over de verplichtingen tussen verzekeraar en verzekeringnemer. In de brief staat (onder meer): “U misleidde onze gevolmachtigde met onjuiste informatie over de feiten en omstandigheden rond uw claim. U heeft daarom geen recht op schadevergoeding. Onze gevolmachtigde vordert daarom de uitkering van u terug. Wij beëindigen uw verzekering (…) Als gevolg van de onware opgave heeft onze gevolmachtigde extra kosten moeten maken. Deze extra gemaakte onderzoekskosten vordert zij van u terug. U ontvangt hier nog een brief over. (…) Uw naam komt in verschillende registers”. 2.9. Bij brief van 30 september 2016 heeft Voogd & Voogd, onder verwijzing naar de brief van een dag eerder van Nationale Nederlanden, het volgende aan [gedaagde] geschreven: “Onze volmachtgever heeft u geïnformeerd over de conclusies uit het uitgevoerde onderzoek. Op grond daarvan kunt u geen rechten ontlenen aan de verzekeringsovereenkomst. Dat betekent dat u het eerder door ons uitgekeerde bedrag moet terugbetalen. Op 16 maart hebben wij een bedrag aan u overgemaakt van € 3.206,00. Dit bedrag vorderen wij van u terug. Tevens vorderen wij de door ons gemaakte kosten terug die wij gemaakt hebben voor het doen van onderzoek. Wij betaalden daarvoor een bedrag van € 2.460,25. In totaal vorderen wij een bedrag van € 5.666,25. Wij ontvangen uw betaling graag door overschrijving op IBAN (…) Wij verzoeken u dit bedrag binnen vier weken na dagtekening terug te betalen.(…)” 2.10. [gedaagde] heeft dit bedrag, ondanks diverse aanmaningen, niet betaald. 3De vordering en het verweer 3.1. Voogd & Voogd vordert dat de kantonrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [gedaagde] zal veroordelen: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.