vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 8746248 \ CV EXPL 20-8471 uitspraak van vonnis in de zaak van [eiseres] wonende te [woonplaats] eisende partij gemachtigde mr. M.E. Beukers procederende krachtens toevoegingsnummer 4OB6008 tegen de naamloze vennootschap VGZ Zorgverzekeraar N.V. gevestigd te Arnhem gedaagde partij gemachtigde mr. I.M.C.A. Reinders Folmer Partijen worden hierna [eiseres] en VGZ genoemd. 1De procedure 1.
(2018)die is opgesteld door de Nederlandse Internisten Vereniging, het Nederlands Huisartsen Genootschap, het Nederlands Instituut van Psychologen, de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie, de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, met ondersteuning van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. De doelstelling van de Kwaliteitsstandaard is het geven van criteria waar goede transgenderzorg aan dient te voldoen. Bij het opstellen van de Kwaliteitsstandaard is, net zo als bij de Werkwijzer, aangesloten bij internationale richtlijnen, waaronder de Standards of Care van de WPATH. Uit de polisvoorwaarden volgt dus dat de plastisch-chirurgische behandeling (begeleiding, operatie en nazorg) van een transgender multidisciplinair dient te worden uitgevoerd door een gespecialiseerd genderteam. 4.
- De door [eiseres] ondergane operatie is uitgevoerd in het Kamol Hospital in Bangkok, Thailand. Voordat [eiseres] de operatie onderging heeft zij een traject doorlopen (hormoonbehandeling) bij het Amsterdam UMC, waarna op 15 augustus 2019 akkoord is gegeven voor een operatie (vaginaplastiek) als volgende stap in het genderbevestigende traject. Vervolgens heeft [eiseres] op 7 oktober 2019 een geslachtsveranderende operatie in Thailand ondergaan. [eiseres] heeft verklaard dat zij voorafgaand aan de operatie in Thailand heeft gesproken met twee psychologen, dat zij na de operatie zeven dagen in het ziekenhuis moest blijven en dat zij vervolgens drie weken in een zorghuis heeft verbleven alwaar 24 uur per dag zorg mogelijk was. Vervolgens mocht [eiseres], na controle, naar Nederland terug vliegen en heeft zij daar verder kunnen herstellen. Hoewel de kwaliteit van de operatie en zorg in Thailand niet wordt betwist, is aan [eiseres] na haar terugkomst in Nederland vanuit Thailand, al dan niet in samenwerking met Nederlandse artsen/zorginstelling(en), geen zorg meer verleend. Dit wordt ook met zoveel woorden bevestigd in het e-mailbericht van Amsterdam UMC van 6 februari 2020, waarin is vermeld dat zij geen patiënten verwijst naar het buitenland en dus niet samenwerkt met, zoals in het onderhavige geval, een ziekenhuis in Thailand. Dit terwijl de Werkwijzer en de Kwaliteitsstandaard regievoering eisen vanuit een multidisciplinair team, zowel in de fase van de operatie als in de nazorg. Een dergelijke eis is opgenomen vanuit het oogpunt van bescherming van de transgender, teneinde hem/haar zo goed mogelijk in het hele proces van geslachtsverandering te begeleiden en daarbij vanuit diverse disciplines de juiste zorg én nazorg te bieden. Regievoering en multidisciplinaire behandeling zijn daarbij kernwaarden. Geconcludeerd kan dan ook worden dat onvoldoende is komen vast te staan dat in/vanuit Thailand een multidisciplinaire behandeling (met centrale regie) heeft plaatsgevonden of nog plaatsvindt. [eiseres] heeft nog een uitdraai van een pagina van de website van het ziekenhuis in Thailand overgelegd, waarop onder ‘our accreditation’ het logo van WPATH is vermeld. Een onderbouwing of toelichting van wat dit precies inhoudt, ontbreekt, zodat [eiseres] op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Bovendien laat dit onverlet dat regievoering vanuit een multidisciplinair team in het geval van [eiseres] niet heeft plaatsgevonden. Het voorgaande maakt dat niet is voldaan aan hetgeen in de polisvoorwaarden (artikel 20 jo artikel 1.1 (redelijkerwijs aangewezen op de zorg en doelmatige zorg)) is bepaald en dat de vordering ook daarom niet toewijsbaar is. 4.
- [eiseres] heeft nog een beroep gedaan op het recht op vrije artsenkeuze en artikel 13 Zvw. Indien [eiseres] de behandeling door een arts van haar keuze (in dit geval de operatie in Thailand) volledig vergoed had willen hebben, had zij een restitutieverzekering moeten afsluiten. [eiseres] heeft echter een naturapolis op grond waarvan zij terecht kan bij zorgverleners met wie VGZ een overeenkomst heeft gesloten (gecontracteerde zorgverlener). Weliswaar wordt bij een naturapolis een behandeling bij een zorgverlener naar eigen keuze (niet-gecontracteerde zorgverlener) ook vergoed, maar op grond van de polisvoorwaarden van VGZ tot maximaal 75% van het gemiddeld gecontracteerde tarief dan wel het Wmg-tarief. Uiteraard geldt daarbij wel als voorwaarde dat is voldaan aan de toepasselijke polisvoorwaarden. Het hinderpaalcriterium ziet op de hoogte van de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg (zie ook Hoge Raad 7 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:853 en Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1646) en niet zoals [eiseres] kennelijk betoogt op het stellen van bepaalde voorwaarden aan de zorg(verlening). Tot slot heeft [eiseres] nog verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2018:1049). Ook deze uitspraak ziet enkel op de hoogte van de door de verzekeraar uit te keren vergoeding en niet, zoals in het onderhavige geval aan de orde is, op het al dan niet voldoen aan de polisvoorwaarden. 4.
- De vordering zal dus worden afgewezen. 4.
- [eiseres] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van VGZ begroot op € 322,00 (2 punten x € 311,00) aan salaris voor de gemachtigde; 5.
- verklaart de veroordeling onder 5.
- uitvoerbaar bij voorraad; Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S. Kropman en in het openbaar uitgesproken op