RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: 19/6306 tussenuitspraak van de meervoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. C. Lamuadni), en de korpschef van politie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 20 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder afwijzend beslist op de aanvraag van eiser op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF). Bij besluit van 26 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder werd – via skype – vertegenwoordigd door mr. P.J.C. Garrels. De zaak is gevoegd behandeld met de zaak van eiser onder het nummer 19/6710. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan. Overwegingen 1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiser is sinds 1 februari 2008 werkzaam als secretaris van de klachtencommissie [locatie], sinds 1 maart 2012 als contactpersoon Nationale Ombudsman en sinds 1 november 2016 als ambtelijk secretaris [locatie] . Op 1 januari 2012 is in het kader van de reorganisatie van de Nationale Politie het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) ingevoerd. Eiser is met ingang van 1 juli 2016 geplaatst in de functie van Bedrijfsvoeringspecialist A, schaal 9, bij de eenheid [locatie], [locatie], te [woonplaats]. Op 15 november 2017 heeft eiser een aanvraag op grond van de RAAF ingediend om geplaatst te worden in de functie van Bedrijfsvoeringspecialist B, schaal 10. Bij brief van 13 juni 2018 is eiser in de gelegenheid gesteld om aan de hand van een aantal vragen nader te onderbouwen dat hij met het totaal van de opgedragen werkzaamheden in overwegende mate aan de niveaubepalende elementen van de functie van Bedrijfsvoeringspecialist B voldoet. Bij brief van 18 juni 2018 heeft eiser de gestelde vragen beantwoord en de antwoorden onderbouwd met stukken, waaronder een viertal vacatures voor de functie van secretaris klachtencommissie waarin is aangegeven dat de LFNP-functie van Bedrijfsvoeringspecialist B van toepassing is. Bij brief van 19 september 2018 heeft verweerder eiser het voornemen kenbaar gemaakt om zijn aanvraag af te wijzen. Hierop heeft eiser bij brief van 18 oktober 2018 een zienswijze gegeven. Hij is op 3 december 2018 gehoord door de adviescommissie RAAF. Hierop is de bestreden besluitvorming gevolgd. 2. In artikel 6, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie (Bbp) is bepaald dat de ambtenaar een aanvraag kan indienen bij het bevoegd gezag wanneer zijn feitelijke werkzaamheden ten minste één jaar wezenlijk afwijken van zijn huidige, aan hem opgedragen LFNP-functie, om de feitelijke werkzaamheden overeen te laten komen met een andere LFNP- functie. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld. Deze ministeriële regeling is de RAAF (Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 4 juli 2016, Staatscourant 2016 nr. 38696, gewijzigd op 2 december 2016, Staatscourant 2016 nr. 67383), die op 26 juli 2016 in werking is getreden. Op grond van artikel 1, aanhef en onder i, van de RAAF wordt onder wezenlijk afwijken verstaan: in overwegende mate voldoen aan de niveaubepalende elementen van een andere functie als omschreven in het onderdeel ’kern van de functie’ van de betreffende functie, dan wel overeenkomen met de definitie van het werkterrein, het aandachtsgebied of de specifieke functionaliteit behorende bij de huidige functie opgenomen in de bijlage 4, horende bij artikel 3, vierde lid, van de Regeling vaststelling LFNP. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de RAAF maakt de ambtenaar in de aanvraag aannemelijk dat hij gedurende ten minste één jaar voorafgaand aan zijn aanvraag, feitelijke werkzaamheden heeft verricht die wezenlijk afwijken van zijn huidige functie dan wel overeenkomen met een werkterrein, een aandachtsgebied of een specifieke functionaliteit. Op grond van het tweede lid vangt de periode van één jaar als bedoeld in het eerste lid niet eerder aan dan de dag waarop de ambtenaar de huidige aan hem opgedragen functie feitelijk uitoefent. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de RAAF wijst het bevoegd gezag de aanvraag toe, indien de feitelijke werkzaamheden: zijn opgedragen; gedurende ten minste één jaar voorafgaand aan de aanvraag tot wijziging van de functie dan wel wijziging of toekenning van het werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit zijn verricht; wezenlijk afwijken van de huidige functie dan wel van een werkterrein, een aandachtsgebied of een specifieke functionaliteit van de ambtenaar en niet van kennelijk tijdelijke aard zijn. Op grond van artikel 7 van de RAAF kan het bevoegd gezag een bijzondere voorziening treffen in individuele gevallen waarin de RAAF niet of niet naar billijkheid voorziet (de hardheidsclausule). 3. Ter zitting is gebleken dat niet in geschil is dat voldaan is aan de voorwaarden die zijn beschreven in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, b en d, van de RAAF. Ter zitting is ook gebleken dat eiser niet langer betwist dat niet wordt voldaan aan de voorwaarde die is beschreven in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van de RAAF, inhoudende dat zijn feitelijke werkzaamheden wezenlijk afwijken van de voor hem geldende functiebeschrijving. Eiser doet thans enkel een beroep op de hardheidsclausule. Hij voert aan dat verweerder de hardheidsclausule moeten toepassen, omdat secretarissen klachtencommissie bij andere eenheden zijn geplaatst in de functie van Bedrijfsvoeringspecialist B of C, terwijl zij in de kern dezelfde feitelijke werkzaamheden verrichten. Daar komt volgens eiser bij dat hij feitelijk niet of nauwelijks aan de niveaubepalende werkzaamheden van de functie van Bedrijfsvoeringspecialist B kan voldoen, omdat in de praktijk de differentiërende elementen voor de secretaris klachtencommissie (zo goed als) zijn losgelaten. Voor de functie van secretaris klachtencommissie worden vacatures voor de functie van Bedrijfsvoering-specialist B opengesteld. Het aan eiser als aanvrager op grond van de RAAF stellen van andere functie-eisen dan aan degene die de aangevraagde functie al vervult of gaat vervullen, levert volgens eiser strijd met het gelijkheidsbeginsel op. 4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het beroep op de hardheidsclausule niet kan slagen, omdat de andere secretarissen klachtencommissie vanuit een andere korpsfunctie (van de voormalige politieregio’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.