RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/000000-21 (voorheen 08-952367-19) Datum uitspraak : 1 april 2021 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] . Raadsvrouw: mr. D.N.A. Brouns, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in de periode van 14 februari 2019 tot en met 15 augustus 2019 te Arnhem, althans in Nederland, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door -op zijn Apple gegevensdragers (Apple MacBook M1706 en/of Apple MacBook A1466) de applicaties BlackBullet en OpenBullet geïnstalleerd te hebben/aanwezig te hebben, -van deze applicaties plug-ins voor de websites van (onder andere) [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] geïnstalleerd te hebben/aanwezig te hebben met het oogmerk om zich toegang te verschaffen tot gebruikersaccounts op genoemde websites door lijsten met combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden in genoemde applicaties te laden en door middel van de genoemde plug-ins deze combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden door de genoemde websites te laten controleren op geldigheid; 2. hij in de periode van 14 februari 2019 tot en met 15 augustus 2019 te Arnhem, althans in Nederland, een computerwachtwoord, toegangscode en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht werd gepleegd, door 3.778.732, althans een grote hoeveelheid, email-adressen met wachtwoorden van derden, ten behoeve van het inloggen op onder andere de websites van [naam 2] en [naam 3] en/of andere web-winkels, verworven en/of voorhanden te hebben op zijn Apple gegevensdragers (Apple MacBook M1706 en/of Apple MacBook A1466) en/of in de iCloud behorende bij zijn Apple-account ' [naam 1] '; 3. hij in of omstreeks de periode 14 februari 2019 tot en met 7 juli 2019 te Arnhem, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de website en/of webserver van [naam 2] , 13.762 keer, althans zeer veel keren, is binnengedrongen -door het doorbreken van een beveiliging, -door een technische ingreep, -met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door lijsten met combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden in de applicaties BlackBullet en OpenBullet en daarbij gemaakte plug-ins voor de website van [naam 2] te laden en door middel van de genoemde plug-ins deze combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden door de genoemde website te laten controleren op geldigheid en zich zo (middels BlackBullet 4911 keer en middels OpenBullet 8851 keer) toegang heeft verschaft tot gebruikersaccounts op de website en/of webserver van [naam 2] en/of -door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als de gebruiker(
(2019)afgeleverd op het afhaalpunt COOP te Arnhem en is om13.32 uur afgetekend door [naam 18] . In de contacten in de Nokia 002 die onder verdachte in beslag is genomen stond het nummer [telefoonnummer 1] onder vermelding van ‘ [naam 18] ’. In de politiesystemen is dat nummer gekoppeld aan [naam 18] . [naam 18] is op 11 september 2018 aangehouden nadat zij in of nabij Arnhem pakketjes hadden afgehaald die besteld waren bij [naam 5] of [naam 2] . Haar opdrachtgever maakte gebruik van het e-mailadres [account] . Bestelling op naam van [slachtoffer 4] Aangeefster [slachtoffer 4] , wonende op een adres met postcode [postcode 2] , heeft aangifte gedaan van (illegaal) gebruik van haar identiteitsgegevens. Via haar account bij de [naam 2] waren twee iPhones en een iPad besteld. Zij kreeg rekeningen voor bestellingen die zij niet had geplaatst van [naam 8] en [naam 5] . Bij de bestelling van [naam 5] was als afleveradres de Albert Heijn in Arnhem opgegeven. Verder was aan haar e-mailadres [naam 19] het forwardmailadres dat begon met [account] gekoppeld. Op de iPhone 003 is een tekstbestand aangetroffen ten aanzien van deze bestelling. Vermeld stond: “ [naam 19] : amerique besteld 2 iPhones en iPad ook bol ook [naam 8] 2/6 (…) [postcode 2] ” Bestelling op naam van [slachtoffer 5] Aangeefster [slachtoffer 5] , echtgenote van [naam 20] , wonende te Zeewolde, heeft verklaard dat er bij diverse webshops voor veel geld aan artikelen is gekocht, waarbij gebruik is gemaakt van haar naam en adres. Aangeefster had deze artikelen niet besteld. Er zijn bestellingen gedaan bij [naam 2] , [naam 5] en [naam 6] . [naam 6] heeft in totaal vier paar schoenen afgeleverd op het PostNL adres bij de Gamma in Arnhem. Op de iPhone 003 is een notitie met bestelinformatie aangetroffen van deze bestelling. Vermeld stond: “Adres PostNL-locatie Gamma [adres 8] Mevr. [slachtoffer 5] Zeewolde 1 pakket [naam 6] ” Bestelling op naam van [slachtoffer 6] Aangever [slachtoffer 6] heeft verklaard dat op zijn naam meerdere bestellingen waren geplaatst bij [naam 2] en [naam 5] , welke bestellingen aangever niet had geplaatst. De bestelling bij [naam 5] is op 5 juli 2019 opgehaald bij de Gamma in Arnhem. De man die de bestelling had opgehaald, legitimeerde zich als [naam 11] . Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [naam 11] twee keer heeft gevraagd om een pakketje voor hem op te halen. Bestelling op naam van [slachtoffer 7] Aangeefster [slachtoffer 7] , wonende in Assen, heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude, omdat een persoon haar persoonlijke gegevens heeft misbruikt om bestellingen te plaatsen bij de webshops van [naam 5] , [naam 6] , [naam 9] .nl en [naam 2] . Bij [naam 6] waren twee bestellingen gedaan. De bestellingen bij [naam 6] zijn afgehaald bij de Primera aan de [adres 9] in Arnhem. Aangeefster ontving een afhaalbevestiging van deze bestellingen met de barcode [code 1] . De bestellingen zijn opgehaald door voornoemde [naam 11] . Op de iPhone 003 is een notitie met bestelinformatie aangetroffen van deze bestelling. Vermeld stond: “ [slachtoffer 7] [naam 21] [adres 10] [slachtoffer 7] (…) Assen [code 1] 2 pakketen.” Bestelling op naam van [slachtoffer 8] Aangever [slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij werd gebeld door [naam 8] over een bestelling die hij niet had geplaatst. Het pakje zou naar de COOP in Arnhem worden gestuurd. Tevens zag aangever op zijn PostNL app dat er nog een pakketje onderweg was van [naam 5] , een playstation, die onderweg was naar de Coop in Arnhem. Aangever heeft contact gelegd met de Coop en met de politie. Verdachte heeft bevestigd dat hij op 7 augustus 2019 heeft gebeld met de Coop over deze bestelling. In afgeluisterde gesprekken (telefoonnummer [telefoonnummer 2] ) is gehoord dat verdachte zich Meneer [slachtoffer 8] noemt en dat zijn huisnummer 39 zou zijn. Verdachte informeert over een pakketje van [naam 5] . Voornoemde [naam 11] is aangehouden terwijl hij dit pakketje wilde ophalen bij de COOP. In de telefoon van [naam 11] is een chatgesprek zichtbaar waarin instructies met betrekking tot dit pakketje worden gegeven door de persoon van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . In de iPhone 003 is ditzelfde chatgesprek aangetroffen. Verdachte heeft bevestigd dat hij [naam 11] heeft gevraagd het pakketje op te halen. Bestelling op naam van [slachtoffer 9] De heer [slachtoffer 9] heeft verklaard dat hij door de [naam 2] was gebeld over bestellingen die niet door hem waren geplaatst. Verdachte heeft verklaard dat hij met gebruikmaking van de naam [slachtoffer 9] heeft gebeld met afhaalcentrum De Buren over het ophalen van een pakketje en dat hij toen op de locatie de Blaak in Rotterdam was. Bij het afluisteren van dat telefoongesprek is gehoord dat verdachte zich kenbaar maakt als ‘ [slachtoffer 9] ’. De mastlocatie ten tijde van het telefoongesprek was [adres 11] . Op de iPhone 003 is een notitie met bestelinformatie aangetroffen van deze bestelling. Vermeld stond: “ [slachtoffer 9] (…): (…) [code 2] ” Beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van het gebruik van de beide in beslag genomen iPhones en de in beslag genomen MacBooks 006 en 007 Verdachte heeft ter terechtzitting te kennen gegeven dat de beide zwarte iPhones en MacBook 006 van hem zijn. Niemand anders dan hijzelf maakte daarvan gebruik. Ook heeft verdachte verklaard dat [naam 1] zijn iCloud-account is. Ten aanzien van MacBook 007 heeft hij verklaard dat deze niet van hem is maar door een ander in zijn woning is achtergelaten. Hij heeft deze MacBook wel eens “opengemaakt en dingen bekeken”, maar er geen “dingen opgezet of instellingen veranderd”. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de voormelde onderzoeksbevindingen ten aanzien van de MacBooks echter worden aangenomen dat niet alleen MacBook 006 maar ook MacBook 007 van verdachte was en dat hij daarvan ook de enige gebruiker was. Verdachte heeft immers, terwijl dat wel van hem had mogen worden verwacht, geen enkele feitelijke onderbouwing gegeven voor zijn stelling dat MacBook 007 van een ander was en niet of nauwelijks door hem is gebruikt, maar het gelaten bij niet concrete, laat staan verifieerbare stellingen. Ten aanzien van IP-adres [IP-adres] en het iCloud-account Het in het dossier beschreven gebruik van het IP-adres [IP-adres] en iCloud-account rekent de rechtbank eveneens enkel aan verdachte toe. Niet gebleken is, en ook verdachte gaat daar niet vanuit, dat [naam 13] betrokken is geweest bij de aan verdachte verweten gedragingen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard “dat in de loop der jaren mensen op bezoek zijn geweest, dat hij hen zijn wifi-gegevens heeft gegeven en dat die personen waarschijnlijk zittend voor zijn voordeur op internet zaten en dingen deden”. Ook hier heeft verdachte slechts algemene stellingen betrokken, zonder enige feitelijke onderbouwing en de rechtbank gaat daaraan dan ook voorbij. Het is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat anderen dan verdachte gebruik hebben gemaakt van het IP-adres en iCloud-account. Dat die “anderen” dat dan “zittend voor zijn voordeur” zouden hebben gedaan, is ook overigens ongeloofwaardig. Ten aanzien van e-mailadres [account] Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij nooit gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres [account] . Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de voormelde onderzoeksbevindingen, meer in het bijzonder die bevindingen waarin dit e-mailadres naar voren komt, worden aangenomen dat verdachte de gebruiker van dit e-mailadres was. Verdachte heeft tegenover die bevindingen volstaan met een blote ontkenning en geen (aannemelijke) verklaring gegeven voor de omstandigheid dat het e-mailadres meerdere malen te linken is aan andere onderzoeksbevindingen die direct in verband kunnen worden gebracht met verdachte, te weten onder andere de link met hetIP-adres [IP-adres] en het Dropbox-account. Ten aanzien van feit 1 De rechtbank zal zich allereerst uitlaten over de vraag of de applicaties BlackBullet en OpenBullet aangemerkt kunnen worden als een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in, voor zover in de onderhavige zaak van belang, artikel 138ab, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), te weten computervredebreuk. Hiervóór is opgenomen wat de gebruiksmogelijkheden zijn van de applicatie OpenBullet en de plug-ins waarmee deze applicatie kan worden uitgebreid. Hetzelfde geldt voor de voorganger van OpenBullet, zijnde BlackBullet. Aan de raadsvrouw kan worden toegegeven dat deze software op zichzelf is ontworpen met als doel legale toepassing daarvan. De vraag die zich dan voordoet is of software die niet als zodanig hoofdzakelijk ontworpen is tot het plegen van computervredebreuk, maar daarbij wel een belangrijke rol kan spelen, aangemerkt kan worden als technisch hulpmiddel in voornoemde zin en als bedoeld in artikel 139d, tweede lid, aanhef en sub a, Sr. Onder verwijzing naar inmiddels gevormde jurisprudentie op dit punt (bijvoorbeeld ECLI:NL:GHDHA:2020:1559) merkt de rechtbank op dat uit de wetsgeschiedenis van laatstgenoemd artikel kan worden opgemaakt dat de wetgever de eis heeft gesteld dat met het betreffende technisch hulpmiddel daadwerkelijk computervredebreuk of andere computermisdrijven als bedoeld in dat artikel zullen worden gepleegd. Ook kan daaruit worden opgemaakt dat de wetgever niet een dusdanig strikte uitleg heeft willen hanteren dat de eis wordt gesteld dat een technisch hulpmiddel gemaakt en/of ontworpen moet zijn om als zelfstandig computerprogramma computermisdrijven mee te plegen. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de applicaties BlackBullet en OpenBullet, en de plug-ins waarmee deze applicatie kunnen worden uitgebreid, daarom worden aangemerkt als technisch hulpmiddel als bedoeld in artikel 139, tweede lid, aanhef en sub a, Sr. Deze applicaties worden immers, zoals hiervóór weergegeven en zoals ook in de onderhavige zaak aan de orde is -waarover hierna meer-, ook worden gebruikt om te controleren of een combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord geldig is. Met deze informatie kan vervolgens het misdrijf in artikel 138ab, eerste lid, Sr, computervredebreuk, worden gepleegd. Uit de hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, en uit hetgeen hierna nog zal worden overwogen over de feiten 3 en 5, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte de applicaties BlackBullet en OpenBullet en de diverse plug-ins voorhanden heeft gehad met het oogmerk van het plegen van computervredebreuk. Dat verdachte, zoals gesteld, de plug-ins niet heeft geïnstalleerd vindt weerlegging in de hiervóór weergegeven bewijsmiddelen en de door de rechtbank gedane vaststelling dat hij de enige gebruiker was van MacBook 007 en het iCloud-account. De rechtbank concludeert dat het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ten aanzien van feit 2 Verdachte heeft verklaard dat hij Telegram gebruikte en dat hij met [naam 15] heeft gechat en hem betaald heeft voor lijsten met wachtwoorden. Deze lijsten werden opgeslagen op zijn iCloud-account. Verdachte betaalde met Bitcoins.. Gelet op deze verklaring van verdachte, gevoegd bij de hiervóór weergeven bewijsmiddelen, acht de rechtbank het onder feit 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, waaronder het in de tenlastelegging opgenomen aantal van 3.778.732. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen aanleiding om dit aantal drastisch naar beneden bij te stellen. Gezien hetgeen hierna nog zal overwogen over de feiten 3 en 5, had verdachte het oogmerk om door middel van gebruikmaking van de verkregen e-mailadressen met wachtwoorden computervredebreuk te plegen. Ten aanzien van feit 3 Zoals blijkt uit de hiervóór weergegeven bewijsmiddelen zijn er 8851 succesvolle inlogs, ofwel hacks, geweest via OpenBullet en 4911 succesvolle inlogs/hacks via BlackBullet, en wel door middel van de plug-in ten aanzien van [naam 2] . Ook het tenlastegelegde onder feit 3 kan naar het oordeel van de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen worden. Het ten aanzien van dit feit door de verdediging gevoerde verweer vindt weerlegging in de bewijsmiddelen en in de door de rechtbank gedane vaststelling dat verdachte de enige gebruiker was van MacBook 007 en het iCloud-account. Ten aanzien van feit 4 De officier van justitie heeft ten aanzien van dit feit, in reactie op het verweer van de verdediging, naar voren gebracht dat na de inbeslagname onder verdachte van de gegevensdragers het iCloud-account op haar verzoek ontoegankelijk is gemaakt door wijziging van het wachtwoord. Een dag later is het account echter weer geactiveerd, wat alleen mogelijk is met gebruikmaking van het eigen Apple ID, en zijn er nieuwe lijsten/nieuwe leads met inloggegevens van anderen geplaatst. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat hieruit kan worden opgemaakt dat verdachte na 15 augustus 2019 (naar de rechtbank het standpunt begrijpt: met gebruikmaking van een andere computer/telefoon) is doorgegaan met zijn criminele handelen. De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte het iCloud-account na 15 augustus 2019 opnieuw heeft geactiveerd, naar in dat geval zou moeten worden aangenomen met gebruikmaking van een andere computer/telefoon en zijn eigen Apple ID. Dat dit op zichzelf mogelijk zou zijn, en dan alleen via het eigen Apple ID, mag zo zijn, maar blijkt niet uit bijvoorbeeld een ter zake opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, noch een ander bewijsmiddel, en kan ook niet worden aangemerkt als een feit van algemene bekendheid. Voorts kan uit het dossier evenmin voldoende worden opgemaakt dat de aangetroffen lijsten/leads na 15 augustus 2019 in de iCloud zijn geplaatst. Ten aanzien van feit 5 Op grond van de hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, te weten de in relatie tot de genoemde bestellingen verkregen onderzoeksgegevens, alsook gezien de door de rechtbank gedane vaststelling dat het e-mailadres [account] bij verdachte in gebruik was, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 5 tenlastegelegde. Ook hier vindt het verweer van de verdediging weerlegging in die bewijsmiddelen en de vaststelling van de rechtbank. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. Waar het gaat om de bestellingen op naam van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , heeft verdachte samengewerkt met [naam 18] . Zij heeft in opdracht van verdachte beide keren de door verdachte bestelde pakketjes opgehaald. En waar het gaat om de bestellingen op naam van [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] heeft verdachte alle keren samengewerkt met [naam 11] . Hij heeft in opdracht van verdachte de door verdachte bestelde pakketjes opgehaald. Nog afgezien van de vraag of hier kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking met [naam 18] en [naam 11] (die veeleer de rol van medeplichtige lijken te hebben gehad), stuit een bewezenverklaring van het medeplegen reeds af op de omstandigheid dat enkel ten laste is gelegd het binnendringen van de accounts van de in de tenlastelegging genoemde personen. Dat [naam 18] , [naam 11] of andere personen daarbij betrokken zijn geweest is niet gebleken. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder de feiten 1, 2, 3 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in de periode van 14 februari 2019 tot en met 15 augustus 2019 te Arnhem, althans in Nederland, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee dat misdrijf werd gepleegd, door -op zijn Apple gegevensdragers (Apple MacBook M1706 en/of Apple MacBook A1466) de applicaties BlackBullet en OpenBullet geïnstalleerd te hebben/aanwezig te hebben, -van deze applicaties plug-ins voor de websites van (onder andere) [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] geïnstalleerd te hebben/aanwezig te hebben met het oogmerk om zich toegang te verschaffen tot gebruikersaccounts op genoemde websites door lijsten met combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden in genoemde applicaties te laden en door middel van de genoemde plug-ins deze combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden door de genoemde websites te laten controleren op geldigheid; 2. hij in de periode van 14 februari 2019 tot en met 15 augustus 2019 te Arnhem, althans in Nederland, een computerwachtwoord, toegangscode en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, door 3.778.732, althans een grote hoeveelheid, e-mail-adressen met wachtwoorden van derden, ten behoeve van het inloggen op onder andere de websites van [naam 2] en [naam 3] en/of andere web-winkels, verworven en/of voorhanden te hebben op zijn Apple gegevensdragers (Apple MacBook M1706 en/of Apple MacBook A1466) en/of in de iCloud behorende bij zijn Apple-account ' [naam 1] '; 3. hij in of omstreeks de periode 14 februari 2019 tot en met 7 juli 2019 te Arnhem, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de website en/of webserver van [naam 2] , 13.762 keer, althans zeer veel keren, is binnengedrongen -door het doorbreken van een beveiliging, -door een technische ingreep, -met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door lijsten met combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden in de applicaties BlackBullet en OpenBullet en daarbij gemaakte plug-ins voor de website van [naam 2] te laden en door middel van de genoemde plug-ins deze combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden door de genoemde website te laten controleren op geldigheid en zich zo (middels BlackBullet 4911 keer en middels OpenBullet 8851 keer) toegang heeft verschaft tot gebruikersaccounts op de website en/of webserver van [naam 2] en/of -door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als de gebruiker(
- s)van het/de betreffende gebruikersaccount(s); 5. hij in of omstreeks de periode van 8 december 2018 tot en met 28 september 2019 tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, te Arnhem, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten in de gebruikersaccounts op de website en/of webserver van [naam 2] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] van - [slachtoffer 1] , - [slachtoffer 2] , - [slachtoffer 3] , - [slachtoffer 4] , - [slachtoffer 5] , - [slachtoffer 6] , - [slachtoffer 7] , - [slachtoffer 8] en/of - [slachtoffer 9] is binnengedrongen -door het doorbreken van een beveiliging, -door een technische ingreep, -met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door e-mailadressen, gebruikersnamen en/of wachtwoorden van bovengenoemde personen in te voeren op de website van [naam 2] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] en/of -door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als bovengenoemde gebruiker(
- s)van het/de betreffende gebruikersaccount(s). Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: Het met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijkgeschikt gemaakt is tot het plegen van een zodanig misdrijf voorhanden hebben; feit 2: Het met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een computerwachtwoord, toegangscode of een daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, verwerven en voorhanden hebben; feit 3: Computervredebreuk, meermalen gepleegd; feit 5: Computervredebreuk, meermalen gepleegd. 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden en tot een geldboete van € 10.000,00. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de tijd dat verdachte op het politiebureau heeft gezeten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur en een taakstraf. Verdachte heeft zich gedistantieerd van de sociale omgeving waarbinnen de feiten zijn gepleegd en heeft zijn leven op orde. Hij heeft zijn opleiding bijna afgerond, heeft een baan en heeft onlangs een huis gekocht. Door een gevangenisstraf zou verdachte alles kwijtraken en in de schulden komen. Verder zijn de feiten al twee jaar oud en is artikel 63 Sr van toepassing. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, zoals daarvan uit het dossier en ter terechtzitting is gebleken, waaronder de justitiële documentatie van verdachte, gedateerd 28 januari 2021. Daaruit blijkt dat verdachte vaker in beeld is geweest bij justitie voor vermogensdelicten. In 2016 is verdachte veroordeeld voor een straatroof tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf en in 2014 voor heling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven en voorhanden hebben van een zeer grote hoeveelheid, ruim 3,7 miljoen, combinaties van gebruikersnamen/e-mailadressen en wachtwoorden voor verschillende webwinkels. Door middel van meerdere technische hulpmiddelen op zijn computer heeft verdachte geautomatiseerd getest of deze combinaties van gebruikersnamen/e-mailadressen en wachtwoorden juist waren. Bij 13.762 van deze combinaties bleek dit het geval en is hij succesvol binnengedrongen in accounts van derden bij die webwinkels. Er vond in die gevallen dus een succesvolle hack plaats. Via verschillende van die accounts heeft verdachte bestellingen geplaatst voor veelal luxe kostbare goederen, waarna hij die goederen heeft ontvangen. Daarvoor heeft hij onder andere gebruik gemaakt van katvangers die de bestellingen voor hem ophaalden. In een aantal gevallen heeft verdachte zich ook de toegang verschaft tot het e-mailaccount van de slachtoffers en er voor gezorgd dat de e-mailberichten van deze personen doorgestuurd werden naar het e-mailadres dat hij gebruikte voor zijn criminele activiteiten. Daardoor raakten de slachtoffers pas op de hoogte van de bestellingen die via hun account waren gedaan, nadat de betreffende webwinkels daarover met hen contact opnamen. Als gevolg van de hacks door verdachte, de bestellingen die hij vervolgens op naam van anderen heeft gedaan en de administratieve rompslomp die dit met zich bracht, hebben de webwinkels grote financiële schade geleden. Ook de slachtoffers heeft het veel tijd en moeite gekost om te achterhalen wat er gebeurd was en om weer toegang te krijgen tot hun account bij de webwinkels. Verdachte heeft door zijn gedragingen bovendien inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat mensen hebben in het winkelen via het internet, terwijl dit vertrouwen juist voor deze manier van handelen zo belangrijk is. De zeer grote hoeveelheid van combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden van Nederlandse webwinkels die verdachte in zijn bezit had, maakt de kans groot dat de al dan niet verouderde inloggegevens van het account van een willekeurige Nederlander in het bezit waren van verdachte. Dit leidt tot onrust in de samenleving. De grootschaligheid van de gedragingen van verdachte, puur uit eigen financieel gewin, rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Hij heeft zich niet bekommerd om de vergaande gevolgen voor de gedupeerde webshops en particulieren. De rechtbank ziet, anders dan de verdediging, geen aanleiding om in strafmatigende zin rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte zich gedistantieerd heeft van zijn criminele verleden/contacten en dat hij zijn leven nu op orde heeft. Verdachte heeft ter terechtzitting slechts beperkt verantwoording afgelegd voor zijn handelen en zichzelf een kleine rol aangemeten. Hij heeft gewezen naar andere personen, die volgens hem het brein zijn van de hacks en bestellingen op naam van anderen. Wie die andere personen zijn en wat zij precies hebben gedaan heeft hij echter niet willen zeggen. De rechtbank acht, gelet op de ernst van de feiten en de ingrijpende gevolgen daarvan, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur de enige passende sanctie en neemt de eis van de officier van justitie hierbij als uitgangspunt. Met de officier van justitie acht de rechtbank daarnaast een forse geldboete op zijn plaats, gelet op het grote financiële gewin van verdachte. In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met het feit dat zij verdachte zal vrijspreken van feit 4, het medeplegen onder feit 5 en met het feit dat artikel 63 Sr van toepassing is (verdachte is op 6 november 2019 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen waarvan 204 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren). De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden en een geldboete van € 10.000,00 passend en geboden. 8De beoordeling van het beslag Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de twee iPhones, de twee MacBooks, het geldbedrag van € 6.040,00 en de cryptocurrency, de rechtbank begrijpt de Bitoins verbeurd te verklaren. Deze goederen zijn volgens de officier van justitie gebruikt voor het plegen van de strafbare feiten of daaruit verkregen. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de iPhones, MacBooks, het geld en de Bitcoins moeten worden teruggegeven aan verdachte. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank beslist dat de voorwerpen die aan verdachte toebehoren voor verbeurdverklaring in aanmerking komen, te weten: 2 Apple iPhones (A.01.01.001 en A.01.01.003) Apple MacBook ( [code 3] ) Apple MacBook ( [code 4] ). Deze voorwerpen waren allen gekoppeld aan het iCloud-account van verdachte waarop de lijsten met combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden stonden. De data op deze apparaten synchroniseerden bovendien met elkaar. Op één van de MacBooks is daarnaast de software OpenBullet en Blackbullet geïnstalleerd en gebruikt voor de hacks en hackpogingen. Verder werden de apparaten gebruikt voor communicatie met betrekking tot de gepleegde feiten. De rechtbank heeft rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. Nu geen (in)directe relatie kan worden vastgesteld met de bewezenverklaarde feiten, bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen grond tot het verbeurdverklaren dan wel het onttrekken aan het verkeer van het inbeslaggenomen geld en Bitcoins. Daarom zal de rechtbank beslissen tot teruggave aan verdachte. Hierbij wordt opgemerkt dat op dit geldbedrag en deze Bitcoins conservatoir (boete)beslag rust, zodat daadwerkelijke teruggave niet aan de orde is, omdat de rechtbank aan verdachte tevens een geldboete zal opleggen. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 23, 24c, 33, 33a, 55, 57, 63, 138ab en 139d van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder feit 4 tenlastegelegde; verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden; veroordeelt verdachte tevens tot een geldboete van € 10.000,00 (tienduizend euro), te vervangen door 85 (vijfentachtig) dagen hechtenis als verdachte deze geldboete niet voldoet; verklaart verbeurd de voorwerpen: twee Apple iPhones Apple MacBook ( [code 3] ) Apple MacBook ( [code 4] ) gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen geldbedrag groot € 6.040,00 en 0,14 Bitcoins. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Wasmann (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof enmr. L.F. Bögemann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 april 2021. Mr. L.F. Bögemann en mr. C. Aalders zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal met nummer PVB0483, gesloten op 20 februari 2020, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte namens [naam 2] , p. 44 en 46. Gebruikersgegevens Microsoft, p. 55-56. Proces-verbaal van verdenking, p. 409. Stamproces-verbaal, p. 16. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 maart 2021. Proces-verbaal van bevindingen, p. 70. E-mail van aangever [aangever 1] aan de politie d.d. 23 januari 2018, p. 316. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 maart 2021. Proces-verbaal van bevindingen, p. 107 en 108. Proces-verbaal van aanvraag doorzoeking ter inbeslagname, p. 125. Proces-verbaal van binnentreden, p. 129 en 131, en Lijst van inbeslaggenomen goederen. Proces-verbaal van bevindingen, p. 141. Proces-verbaal van binnentreden, p. 131. Proces-verbaal van bevindingen, p. 142 t/m 143. Proces-verbaal van bevindingen, p. 177. Proces-verbaal van bevindingen, p. 178 en 179. Proces-verbaal van bevindingen, p. 180 t/m 182. Proces-verbaal van bevindingen, p. 182. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 230, 231 en 234. Proces-verbaal van bevindingen, p. 225. Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 2] , p. 239. Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. 243 en 244. Proces-verbaal van bevindingen, p. 225. Proces-verbaal van bevindingen, p. 225. Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens, p. 246. Stamproces-verbaal, p. 32. Stamproces-verbaal, p. 31. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , p. 250 en 251, stamproces-verbaal, p. 32. Stamproces-verbaal, p. 33. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , p. 261. Stamproces-verbaal, p. 33. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] , p. 263. Mutatierapport, p. 265 en proces-verbaal van bevindingen, p. 269. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 maart 2021. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 7] , p. 270 en 271. Proces-verbaal van bevindingen, p. 280. Stamproces-verbaal, p. 35. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 8] , p. 301. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 maart 2021, en Proces-verbaal van bevindingen, p. 286. Proces-verbaal van bevindingen, p. 287 en 288. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 maart 2021. Proces-verbaal van bevindingen, p. 309. Proces-verbaal van bevindingen, p. 303-304, en Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzittingd.d. 18 maart 2021. Stamproces-verbaal, p. 37. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 maart 2012. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 maart 2021.