Rechtbank Gelderland – ECLI:NL:RBGEL:2021:2129
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Belastingrecht zaaknummer: AWB 20/379 uitspraak van de meervoudige belastingkamer van in de zaak tussen [naam eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop Verweerder heeft met dagtekening 23 november 2018 aan eiser voor het jaar 2016 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd (aanslagnummer: [aanslagnummer] ), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.150, alsmede een beschikking belastingrente van € 252.
Bij uitspraak op bezwaar van 8 november 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 40.907.
Eiser heeft daartegen op 4 december 2019 bij de rechtbank Overijssel, na doorzending door de rechtbank Gelderland ontvangen op 20 januari 2020, digitaal beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden via beeldbellen op 21 oktober 2020. Eiser heeft deelgenomen. Namens verweerder hebben [naam 1] en [naam 2] deelgenomen.
De rechtbank heeft het onderzoek heropend en de zaak verwezen naar een meervoudige kamer. Desgevraagd hebben partijen aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat uitspraak wordt gedaan zonder nadere zitting.
De rechtbank heeft op 24 december 2020 een tussenuitspraak gedaan. In deze uitspraak heeft de rechtbank met toepassing van de zogenoemde bestuurlijke lus (artikel 8:51a van de Awb) verweerder in de gelegenheid gesteld nader te motiveren dat het hebben van een dubbele nationaliteit door eiser in deze zaak geen rol heeft gespeeld. Verweerder heeft daar bij brief van 22 januari 2021 gebruik van gemaakt. Eiser heeft zijn zienswijzen daarover aan de rechtbank toegezonden bij e-mail van 16 februari 2021. De stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.
Vervolgens heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:51c, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 8:57, tweede lid onder c, van de Awb besloten uitspraak te doen zonder nadere zitting en heeft zij het onderzoek gesloten.
Overwegingen 1. De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak van 24 december 2020 het volgende overwogen en geoordeeld: “(…) Feiten 1. Eiser heeft een dubbele nationaliteit, namelijk de Nederlandse en Marokkaanse.
Geschil 9. In geschil is of eiser recht heeft op een hogere aftrek wegens specifieke zorgkosten dan de bedragen die zijn vastgesteld bij uitspraak op bezwaar. Bovendien stelt eiser dat in dit geval sprake is van etnisch profileren waardoor hij ongunstiger wordt behandeld dan personen zonder dubbele nationaliteit.
Beoordeling van het geschil Aftrek specifieke zorgkosten 10. Belastingplichtigen komen in aanmerking voor aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan. Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn onder meer de uitgaven van genees- en heelkundige hulp, farmaceutische hulpmiddelen verstrekt op voorschrift van een arts en uitgaven voor extra kleding en beddengoed (artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onder a, c en g, van de Wet IB 2001).
Dubbele nationaliteit 15. De rechtbank begrijpt uit het beroep verder dat eiser vermoedt dat hij aan controle is onderworpen vanwege etnisch profileren als gevolg van zijn dubbele nationaliteit. Hierbij heeft eiser verwezen naar berichten in de media van mei 2020 over etnisch profileren door de Belastingdienst.
Op 29 april jongstleden zijn persvragen gesteld over deze passage. Het beantwoorden van deze vragen heeft geleid tot de constatering dat de passage in de brief niet volledig correct is. (...) Onjuiste passage Voortgangsrapportage Toeslagen Ten eerste wordt in de Voortgangsrapportage Toeslagen aangegeven dat de eerste nationaliteit alleen nog wordt gebruikt als daar een wettelijke grondslag voor bestaat en het noodzakelijk is om de taken uit te voeren. Er blijkt echter nog één selectieregel (onderdeel van de selectiemodule voorlopige aanslag inkomensheffing) het criterium eerste nationaliteit te bevatten waarvoor geen expliciete wettelijke grondslag bestaat. Dit gebruik wordt per 15 mei aanstaande stopgezet.
In de Voortgangsrapportage Toeslagen wordt daarnaast aangeven dat in de rest van de Belastingdienst (niet-Toeslagen) de tweede nationaliteit uit de risicomodellen en selectieregels is verwijderd n.a.v. een doorlichting (in 2019). De tweede nationaliteit werd niet meer gebruikt in centrale risicomodellen2 en selectieregels3 sinds de Basisregistratie Personen (BRP) deze gegevens vanaf 31 januari 2015 niet meer verstrekt.4 Als sprake is van een Nederlandse nationaliteit in de BRP (naast een eventuele andere nationaliteit) wordt namelijk uitsluitend de Nederlandse nationaliteit doorgegeven.
Buiten de voornoemde centrale risicomodellen en selectieregels zijn er binnen de verschillende directies van de Belastingdienst (bijvoorbeeld Particulieren en MKB), nog tal van methoden om (door) te selecteren, bijvoorbeeld door middel van query’s.5 Van deze methoden is op dit moment geen volledig en accuraat beeld of eerste nationaliteit nog voorkomt wanneer daar geen expliciete wettelijke grondslag bestaat. (...) Selectiemodule voorlopige aanslag inkomensheffing De eerdergenoemde selectieregel, die onder meer het criterium nationaliteit gebruikt, is voor het eerst gebruikt in 2012. De selectieregel bestond uit in totaal vijf criteria, waarbij de overige criteria onder meer betrekking hadden op de grootte van aftrekposten en loongegevens. Van 2012 t/m eind januari 2015 werden beide (indien aanwezig) nationaliteiten doorgegeven vanuit de BRP en in de selectieregel gebruikt (naast vier andere criteria). In 2012 en 2013 werden respectievelijk 3.403 en 7.644 verzoeken om een voorlopige aanslag geraakt door deze selectieregel. In 2014 waren het er nog 189. Na januari 2015 werd de tweede nationaliteit niet meer doorgegeven vanuit de BRP.
Voordat een voorlopige aanslag uiteindelijk eventueel wordt bijgesteld, vindt er altijd een controle door een behandelaar plaats. Dit is de zogenoemde menselijke tussenkomst. De behandelaar krijgt uitsluitend een globale beschrijving op basis waarvan de selectie plaatsvindt, maar niet de selectiecriteria te zien op basis waarvan een aangifte is geselecteerd. Wanneer daar aanleiding toe is, wordt vervolgens een (vragen)brief verzonden aan belanghebbende. Pas daarna wordt besloten of de voorlopige aanslag (al dan niet gedeeltelijk) kan worden verleend.
Verzoek vaste Commissie voor Financiën Op woensdag 6 mei jongstleden is tijdens de procedurevergadering van de vaste Commissie voor Financiën onder meer het verzoek gedaan om de risicomodellen en selectieregels te delen met de Tweede Kamer. Gezien de toezichtsvertrouwelijke aard van deze informatie kunnen wij deze niet openbaar maken. Graag zouden wij u wel een technische briefing aanbieden over de werking en het totstandkomingsproces van zowel risicomodellen als selectiemodules. (...) [Voetnoten] 1 Brief van de staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane van 28 april 2020, Kenmerk 2020-82842, www.rijksoverheid.nl.
2 Een risicomodel schat de kans op een correctie van bijvoorbeeld aangiftes, gebaseerd op een set van variabelen die correcties van historische aangiftes zo goed mogelijk verklaren.
3 Selectieregels als onderdeel van een selectiemodule worden vastgesteld op basis van de kennis en expertise van medewerkers van de Belastingdienst. Hierbij kan gedacht worden aan vakkennis, kennis van wet- en regelgeving of ervaringen uit voorgaande jaren. Met deze selectieregels worden specifieke onderdelen van de aangifte getoetst, bijvoorbeeld of een specifieke aftrekpost hoger is dan een bepaald normbedrag.
4 Bij nieuwe inschrijvingen registreert de BRP al sinds 6 januari 2014 geen vreemde nationaliteit meer bij personen met een Nederlandse nationaliteit, en geeft dit bij deze nieuw ingeschreven personen niet meer door aan afnemers zoals de Belastingdienst.
5 Query’s zijn een verzameling van gegevens die uit meerdere gegevensbronnen komen. "
Uit de brief van de staatssecretarissen van Financiën volgt dat niet is uit te sluiten dat dubbele nationaliteit (ook) in het verleden een rol kan hebben gespeeld bij de uitworp. De rechtbank acht het van belang om in dit geval uit te kunnen sluiten dat dubbele nationaliteit heeft geleid tot (een grotere kans op) selectie en/of uitworp in dit jaar of in een eerder jaar. Uitworp in een eerder jaar kan namelijk als gevolg hebben gehad dat de kans op selectie en/of uitworp in het latere jaar groter is geworden, waardoor eiser dus indirect in een ongunstiger positie kwam te verkeren dan andere belastingplichtigen die geen dubbele nationaliteit hebben en bij wie op vergelijkbare wijze is afgeweken van de ingediende aangifte.
In casu heeft belanghebbende aangiften ingediend en een aantal daarvan is op basis van selectieregels uitgeworpen voor behandeling. Nationaliteit kwam niet voor binnen de selectieregels voor het beoordelen van de ingediende aangifte.
De aangiften van belanghebbende kunnen derhalve niet zijn uitgeworpen vanwege zijn dubbele nationaliteit.
Uitworp 2016 en eerdere jaren Iedere ingediende aangifte inkomstenbelasting wordt in het Aanslagbelastingensysteem (hierna ABS) door de selectiemodule behandeld.6 Op grond van deze behandeling wordt bepaald welke aangiften voor inhoudelijke behandeling in aanmerking komen.
De selectiemodule is gevuld met selectieregels die voor dat jaar van toepassing zijn op de ingediende aangiften. Bij het grootste deel van de selectieregels wordt gebruik gemaakt van vergelijkingen van de velden in de aangifte met bijvoorbeeld loon-, bank- en hypotheek- en verzekeringsgegevens of met gegevens uit het voorgaande jaar. Andere selectieregels vergelijken de gegevens in een aangifte uitsluitend met een parameter (bedrag).
Daarnaast kan een behandelvoornemen worden opgevoerd.
Een behandelvoornemen wordt niet automatisch opgevoerd, maar vereist menselijk handelen. Dit heet een AKI. Met een AKI kan een inspecteur een behandelvoornemen opvoeren voor aangiften over de daaropvolgende belastingjaren. Bijvoorbeeld wanneer in een aangifte zorgkosten waren opgevoerd die gedeeltelijk niet aftrekbaar zijn gebleken of wanneer bepaalde kosten juist niet opnieuw uitgevraagd hoeven te worden. Tevens kan middels een AKI de aangifte ter beoordeling naar het aangewezen team of de aangewezen medewerker worden geleid.7 De aangifte van belanghebbende is uitgeworpen op grond van een proces waarbij jaarlijks aangiften op basis van query's door analisten bij binnenkomst worden geanalyseerd.8 De (objectieve) criteria en parameters die aan de basis liggen van deze query's worden ontleend aan reeds bekende patronen van onregelmatigheden in combinatie met nieuwe ontwikkelingen die zich voordoen.
Als de analyse van een aangifte leidt tot een vermoeden van een verhoogd risico op systeemfraude kan een zogenaamde AKI 1043 met uitworpbewering H912 worden opgevoerd.9 Door deze opgenomen AKI worden de aangiften herkend door de selectiemodule en kunnen ze voor behandeling worden opgeleverd aan de Intensief Toezicht Teams van de directie Particulieren. Hierbij wil ik benadrukken dat de aangiften niet worden uitgeworpen als frauduleus, maar slechts vanwege een verhoogd risico.10 Wanneer een aangifte wordt behandeld, beoordeelt de inspecteur of de aangifte juist is. Hierbij maakt de inspecteur gebruik van de informatie die hij tot zijn beschikking heeft. Indien nodig kan de inspecteur ervoor kiezen om een vragenbrief te sturen naar de belastingplichtige om aanvullende informatie en stukken op te vragen die van belang kunnen zijn voor de beoordeling door de inspecteur.
De opgevoerde AKI's 1043 met uitworpbewering H912 worden voor het huidige en de volgende vijf jaar opgevoerd, zodat de aangiften de volgende vijf volgende belastingjaren uitgeworpen kunnen worden voor analyse.11 De resultaten van een voorafgaand jaar worden door analisten meegenomen in hun jaarlijkse analyse. Indien de aangifte geen risico's bevat die intensief toezicht vereisen, wordt de AKI 1043 met uitworpbewering H912 verwijderd. De behandeling op kantoor door de inspecteur is een zwaarwegende factor hierbij. Als de uitgeworpen aangifte behandeld is door de inspecteur en er zijn geen correcties aangebracht, is dat een aanleiding de AKI 1043 met uitworpbewering H912 uit de selectiemodule te verwijderen. Uiteraard kan er in een later jaar aanleiding zijn om opnieuw een (andere) AKI op te voeren op basis van een nieuwe check.
De aangifte 2013 van belanghebbende heeft een AKI 1043 met uitworpbewering H912 gekregen. Zoals aangegeven heeft de dubbele nationaliteit van belanghebbende hierin geen rol gespeeld. De aangiften 2013 en 2014 zijn behandeld door een medewerker van een Intensief Toezicht Team van de directie Particulieren. De aangifte 2013 is gecorrigeerd, de aangifte 2014 niet. De aangifte 2015 is niet op basis van deze of een andere selectieregel voor behandeling uitgeworpen. De aanslag is vastgesteld overeenkomstig de aangifte. Hieruit volgt dat de AKI 1043 met uitworpbewering H912 die in 2013 is opgevoerd, verwijderd is.
De aangifte 2016 van belanghebbende is uitgeworpen op basis van een andere, nieuwe AKI en 3 selectieregels die gebaseerd zijn op parameters en (contra-)informatie die in 2017 beschikbaar waren. Aangezien we in 2017 niet meer beschikten over informatie met betrekking tot de dubbele nationaliteit van belanghebbende, is uitgesloten dat dit een rol heeft gespeeld bij de uitworp van de aangifte. De uitworp van 2016 staat los van de uitworp van 2013 en er is een andere AKI opgevoerd dan in 2013.
Feitelijke uitworpen De persoonsgebonden aftrekposten van de aangifte 2013 zijn vergeleken met onze beschikbare (contra-)informatie en parameters, waaruit een verhoogd risico op onjuistheden bleek. Dat de aangifte 2012 dezelfde onregelmatigheden bevatte, was aanleiding de aangifte een AKI 1043 met uitworpbewering H912 mee te geven, vanwege een vermoeden van een verhoogd risico op systeemfraude. Deze is op dat moment opgevoerd voor de jaren tot en met 2018.
In zijn aangifte 2013 gaf belanghebbende, na toepassing van drempels, een totaalbedrag aan persoonsgebonden aftrekposten op van € 6.204 in de categorieën specifieke zorgkosten, scholingsuitgaven en giften.
In de aanslagregeling zijn alle aftrekposten geschrapt. Na bezwaar van belanghebbende is een bedrag van € 1.550 aan persoonsgebonden aftrekposten toegekend.
De aangifte 2014 is uitgeworpen, vanwege de AKI 1043 met uitworpbewering H912 die in 2013 is opgevoerd en ter beoordeling van de in aftrek gebrachte giften. Door een behandelaar is informatie opgevraagd. De aanslag is conform de aangifte opgelegd. Aan de aangifte 2015 was in beginsel de AKI 1043 met uitworpbewering H912 verbonden. Als gevolg hiervan is de aangifte door analisten op risico's geanalyseerd. Omdat de analisten geen specifieke risico's constateerden is de AKI 1043 met uitworpbewering H912 die in 2013 is opgevoerd, verwijderd. Hierdoor is de aangifte niet voor behandeling uitgeworpen.
De aangifte 2016 is uitgeworpen omdat premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering was opgegeven, waarvan wij niet over contra-informatie beschikten. Tevens was een restant persoonsgebonden aftrek opgegeven dat niet overeenkwam met de informatie in onze systemen. Tenslotte werd op basis van een vergelijking met parameters een verhoogd risico op onjuistheid van de opgegeven persoonsgebonden aftrekposten geconstateerd. Deze drie redenen zijn op zichzelf voldoende om een aangifte uit te werpen en te behandelen.
Omdat de aangifte meerdere uitworpredenen had is hij, nog voordat de aangifte door de selectiemodule ging, nader geanalyseerd voor een behandelvoornemen. Op het moment van analyse beschikte de Belastingdienst niet meer over informatie met betrekking tot een eventuele dubbele nationaliteit van belastingplichtigen. Dit kan derhalve geen rol hebben gespeeld in de analyse. Door de analisten is op 19 april 2017 een AKI 1043 met uitworpbewering H160 opgevoerd vanwege een potentieel individueel risico. Deze AKI is vergelijkbaar met de in 2013 opgevoerde AKI, maar niet dezelfde en wordt ook behandeld door de Intensief Toezicht Teams binnen de directie Particulieren.
De AKI 1043 met uitworpbewering H912 van 2013 houdt immers verband met een vermoeden van een risico op systeemfraude. Door de AKI heeft de selectiemodule de aangifte herkend en voor behandeling verder geleid naar een Intensief Toezicht Team binnen de directie Particulieren.
Conclusie In het voorgaande ben ik ingegaan op de vraag of in dit geval sprake is van etnisch profileren waardoor belanghebbende ongunstiger wordt behandeld dan personen zonder dubbele nationaliteit.
Bij de selectie van aangiften hebben criteria als etniciteit, tweede nationaliteit, buitenlandse achternaam en geboorteplaats nooit een rol gespeeld. Sinds 23 juli 2015 is de tweede nationaliteit uit de persoonsadministratie van de Belastingdienst verwijderd. Bovendien is de nationaliteit in het verleden uitsluitend bij een selectieregel binnen het proces 'verzoeken voorlopige aanslag lopend jaar' gebruikt en niet binnen het proces van de aangifte.
De aangifte 2016 is in 2017 gewogen en uitgeworpen op basis van informatie die op dat moment beschikbaar was. De aangifte 2016 is uitgeworpen op grond van een vergelijking met contra-informatie en parameters. Net als bij de aangifte 2013 zijn na controles verschillende aftrekposten gecorrigeerd.
Hieruit concludeer ik dat dubbele nationaliteit geen rol heeft gespeeld bij de uitworp van de aangifte van belanghebbende. (…) [voetnoten] 1. Antwoord op vraag 7 van de beantwoording Kamervragen over tienduizenden burgers die jaren last hadden van 'fraudevermoedens' van de Belastingdienst, nummer 2020Z13986 (ingezonden 14 juli 2020), www.rijksoverheid.nl.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, voorzitter, mr. F.M. Smit en mr. A.M.F. Geerling, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C.M. Coolen, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep.
Via: Belastingdienst geeft toe: toch sprake van etnisch profileren | RTL Nieuws.
Vergelijk Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3168 en Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2103.