proces-verbaal RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/384402 / KG RK 21-154 proces-verbaal van de mondelinge beslissing van 19 april 2021 van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] wonende te [woonplaats] hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. I.C.J.I.M. van Dorp, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het schriftelijke wrakingsverzoek van 17 februari 2021; de schriftelijke reactie van de rechter van 24 februari 2021; de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 19 april 2021, waarvan de pleitnota van verzoeker onderdeel uitmaakt. 1.
- Ter zitting heeft de wrakingskamer mondeling uitspraak gedaan, die in uitgewerkte vorm, met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen, als volgt luidt. 2De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af. 3De beoordeling 3.
- De wrakingskamer geeft hiervoor de volgende motivering. 3.
- Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke wrakingsverzoek en zoals toegelicht tijdens de mondelinge behandeling – kort samengevat – het volgende aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd. De rechter heeft na de mondelinge behandeling van het kort geding geweigerd om kennis te nemen van de nadien ingediende stukken van verzoeker. 3.
- Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.
- De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker de rechter heeft gewraakt naar aanleiding van de procesbeslissing van de rechter om stukken, die verzoeker na de mondelinge behandeling van het kort geding heeft ingediend, buiten beschouwing te laten. Een procesbeslissing kan echter in beginsel geen grond vormen voor wraking. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. Naar het oordeel van de wrakingskamer haalt hetgeen verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd en ter zitting nader heeft toegelicht deze hoge drempel niet. 3.
- Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen. Deze mondelinge beslissing is gegeven door mr. D.S.M. Bak, voorzitter, mr. R.M.H. Pennings en mr. E.J. Davids, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N.J.H. Klomp en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2021 en vastgelegd op 23 april
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.