vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 8708768 \ CV EXPL 20-7797 \ 512 \ 918 uitspraak van vonnis in de zaak van [eisende partij] wonende te [woonplaats] eisende partij gemachtigde mr. D. Dekker procederende krachtens toevoegingsnummer 2FY7169 tegen de besloten vennootschap Verkeersregelaar Nederland B.V. gevestigd te Est gedaagde partij gemachtigde Rechtshulp Nederland B.V. Partijen worden hierna [eisende partij] en VKN genoemd. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 4 november 2020 en de daarin genoemde processtukken; - de brief van 24 december 2020 met productie 27 en 28 van de gemachtigde van [eisende partij] ; - de mondelinge behandeling van 19 maart 2021. 2De feiten 2.1. [eisende partij] is door de Gemeente Wijchen in 2018 aangemeld voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling door het Werkbedrijf Rijk van Nijmegen (hierna: het Werkbedrijf). 2.2. Bij ‘beschikking scholing’ van 30 april 2018 heeft het Werkbedrijf [eisende partij] onder meer als volgt bericht: “U bent door de Gemeente Wijchen aangemeld voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling door het WerkBedrijf. Besluit aanbod scholingsvoorziening Het WerkBedrijf heeft besloten u scholing aan te bieden. Het gaat om de scholing Opleiding tot Verkeersregelaar voor de periode van 14 mei 2018 tot en met 13 juli 2018. Deze scholing wordt door het WerkBedrijf noodzakelijk geacht voor uw arbeidsinschakeling. De kosten van deze scholing bedragen €1500. De kosten van deze scholing voor de genoemde periode worden door het WerkBedrijf rechtstreeks aan het opleidingsinstituut vergoed (…).” 2.3. [eisende partij] heeft van 14 mei 2018 tot en met 13 juli 2018 de opleiding tot verkeersregelaar gevolgd. 2.4. [eisende partij] is op 1 augustus 2018 voor een periode van zes maanden bij VKN in dienst getreden in de functie van verkeersregelaar. 2.5. Bij e-mailbericht van 21 december 2018 heeft VKN [eisende partij] onder meer als volgt bericht: “(…) We hebben met elkaar besproken dat je dienstverband per 1 februari 2018 afloopt. Aangezien de periode van 1 februari tot 1 april een erg rustige periode is hebben we met elkaar afgesproken dat uiterlijk met ingang van 1 april je opnieuw in dienst gaat treden tegen nader te bepalen voorwaarden voor een termijn van minstens 6 maanden. Mocht het werk aanbod gedurende die tijd wijzigen zullen wij het dienstverband eerder aanvangen. We nemen dan contact met je op. Dit doen wij omdat je de afgelopen tijd je op een meer dan voortreffelijke wijze hebt ingezet in de functie van Beroeps verkeersregelaar. Ook je persoonlijke collegiale houding wordt door ons zeer gewaardeerd. We hebben afgesproken dat in de periode van 1 februari 2019 tot 1 april 2019 je gaat deelnemen aan onze opleiding BRL (Verkeersmaatregelen op de weg) om ook in het nieuwe jaar optimaal opgeleid te kunnen functioneren. De kosten voor de opleiding worden door Verkeersregelaar Nederland BV vergoed. (…)” 2.6. [eisende partij] is op 1 april 2019 opnieuw bij VKN in dienst getreden in de functie van verkeersregelaar op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 31 december 2019. 2.7. In beide arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd is onder meer het volgende opgenomen: “(…) Werktijden en plaats werkzaamheden (…) De werknemer werkt variabele dagen. (…) Aanvullende afspraken Aanvullende afspraken zullen in tweevoud schriftelijk worden vastgelegd en worden toegevoegd aan het personeelsdossier. Afschrift overeenkomst De werknemer verklaart op de hoogte te zijn en stemt hiermee in, van de werkgever desgewenst te hebben ontvangen: het huishoudelijk reglement (personeelsgids) van de werkgever; (…)” 2.8. In de personeelsgids is onder meer het volgende opgenomen: “(…) Artikel 1.4 Werktijden 1. De gebruikelijke werktijden zijn gelegen op maandag tot en met zondag. De werknemers zijn ten alle tijden 24 uur bereikbaar en oproepbaar. 2. De individuele werktijden worden op grond van de gemiddelde arbeidsduur in overleg met de werkgever en de werknemer overeengekomen in artikel 6 van de arbeidsovereenkomst. De normen Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit worden hierbij in acht genomen. 3. In voorkomende gevallen kan de werknemer worden verplicht overwerk te verrichten. (…) Artikel 2.4 Overwerk 1. Medewerkers zijn in voorkomende gevallen verplicht over te werken. Overwerk geschiedt op uren die door de werkgever worden vastgesteld. Met de persoonlijke omstandigheden van de medewerker wordt zoveel mogelijk rekening gehouden. Overwerk dient binnen redelijke grenzen te blijven en mag geen structureel karakter dragen. 2. De overuren worden gecompenseerd in tijd tegen 100%. (…) Artikel 2.8 Opleiding 1. De tijd die nodig is voor functie en / of overige opleidingen of zelfstudie, wordt niet gecompenseerd in geld, noch in tijd. 2. Voor de totale kosten van een functie opleiding of overige opleiding bestaat de mogelijkheid bij werkgever tot een studiekostenregeling waarbij de medewerker gedurende een nader vast te leggen periode het vastgestelde bedrag terug betaalt in termijnen. Dit wordt vastgelegd in een studieovereenkomst. 3. Bij het volgen van overige opleidingen beslist de directie over de hoogte van vergoeding van de studiekosten. Voor vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt gelet op: De opleidingsvorm; Welke bijdrage met de opleiding, seminar of cursus wordt geleverd aan de kennis en vaardigheden van de medewerker , die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van zijn functie; Wat is het wederzijds belang voor de medewerker en werkgever. 4. Als de medewerker een langdurige opleiding wil volgen, wordt de vergoeding voor de duur van maximaal 1 jaar goedgekeurd. Jaarlijks beoordeelt de werkgever de aanvraag opnieuw. 5. Als de medewerker zonder overleg met de werkgever de studie voortijdig beëindigt, zonder goede reden frequent lessen verzuimt of anderszins onvoldoende aan de studie-eisen voldoet dient het gehele studiebedrag volgens de studieovereenkomst terug te worden betaald aan werkgever. 6. Als de medewerker de arbeidsovereenkomst werkgever opzegt tijdens de studie, of binnen 2 jaar na het voltooien van de studie, dienen de studiekosten naar evenredigheid worden terugbetaald. (…)” 2.9. [Bedrijf] heeft op 29 oktober 2018 een factuur van € 828,16 en op 22 juli 2019 een factuur van € 1.065,07 aan VKN gezonden in verband met werkzaamheden aan de auto van [eisende partij] . Deze facturen zijn door VKN aan het autobedrijf voldaan. 2.10. Tussen [eisende partij] en VKN is een overeenkomst van geldlening tot stand gekomen, waarbij [eisende partij] van VKN een bedrag van € 600,00 heeft geleend. In de door partijen ondertekende overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen: “Terugbetaling geschiedt door middel van maandelijks een bedrag € 50,00 ingehouden op het salaris, ingaande vanaf September 2019 in termijnen van 12 maanden. (wordt verrekend met eventueel km kosten, of overuren.)” 2.11. Nadat tussen partijen een discussie is ontstaan over het werkrooster van [eisende partij] over de periode 14 tot 21 oktober 2019 heeft [eisende partij] VKN bij e-maillbericht van 13 oktober 2019 bericht ontslag te willen nemen. 2.12. Bij brief van 14 oktober 2019 heeft VKN [eisende partij] vervolgens onder meer bericht de loon doorbetaling met ingang van 14 oktober 2019 te zullen staken vanwege werkweigering, waarbij voorts aanspraak is gemaakt op betaling van diverse posten. 2.13. Gedurende de periode tussen 8 november 2019 en 6 april 2020 is door de gemachtigden van beide partijen gecorrespondeerd over de financiele afwikkeling van het dienstverband, in het bijzonder over betaling/verrekening van het restant salaris, de vakantietoeslag en overuren, kilometervergoeding, terugbetaling van studiekosten, betaling van reparatiekosten van de auto van [eisende partij] en terugbetaling van een verstrekte geldlening. 3De vordering en het verweer 3.1. [eisende partij] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de veroordeling van VKN om binnen veertien dagen na dit vonnis aan hem te betalen: a. het achterstallig salaris, bestaande uit regulier salaris met betrekking tot de maand oktober 2019 en salaris voor overwerk over de periode 24 juli 2018 tot en met 13 oktober 2019, minus het bedrag dat VKN hiermee mag verrekenen, volgens [eisende partij] na verrekening te begroten op € 2.963,17; b. de vakantietoeslag over het achterstallig salaris als bedoeld onder a., volgens [eisende partij] te begroten op € 306,10; c. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% over het achterstallig salaris als bedoeld onder a. en de vakantietoeslag over dit salaris als bedoeld onder b., volgens [eisende partij] te begroten op € 1.634,64; d. de wettelijke rente over het achterstallig salaris als bedoeld onder a., de vakantietoeslag over dit salaris als bedoeld onder b. en de wettelijke verhoging over dit salaris en de toeslag als bedoeld onder c. vanaf 24 december 2019, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag van volledige betaling; e. de kilometervergoeding ter zake de maanden september en oktober 2019, volgens [eisende partij] te begroten op € 447,07; f. de proceskosten en de nakosten. 3.2. [eisende partij] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. [eisende partij] is tot en met 13 oktober 2019 bij VKN in dienst is geweest en heeft tot en met die datum werkzaamheden voor VKN verricht. Hij heeft echter nooit een juiste eindafrekening ontvangen. Zo heeft hij niet zijn volledige loon, vakantietoeslag, kilometervergoeding en uitbetaling van zijn overuren ontvangen en zijn er ten onrechte reparatiekosten voor zijn auto en studiekosten met het door hem te ontvangen loon verrekend. VKN is daarom over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke verhoging en de wettelijke rente verschuldigd. 3.3. VKN betwist nog een bedrag aan [eisende partij] verschuldigd te zijn. Zij betwist dat er sprake is van overuren die nog betaald moeten worden. Zij heeft een correcte eindafrekening gemaakt waarbij het salaris over 1 tot en met 13 oktober 2019, het vakantiegeld over deze periode en de kilometervergoeding over september en oktober 2019 is verrekend met de geldlening, de studiekosten en de kosten voor de reparatie van de auto van [eisende partij] . Op haar verweer wordt bij de beoordeling, waar nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter zal de diverse geschilpunten hieronder achtereenvolgens bespreken. Salaris 1 tot en met 13 oktober 2019 4.2. Tussen partijen staat vast dat VKN aan [eisende partij] het salaris over de periode 1 tot en met 13 oktober 2019 ten bedrage van € 621,44 bruto dient te voldoen. Kilometervergoeding over september en oktober 2019 4.3. Eveneens staat tussen partijen vast dat VKN over de periode september en oktober 2019 aan kilometervergoeding een bedrag van € 447,07 aan [eisende partij] verschuldigd is. Overuren 4.4. Tussen partijen is in geschil of sprake is van overuren die nog uitbetaald dienen te worden. Beide partijen hebben ter onderbouwing van hun standpunt een overzicht met een berekening van de overuren in het geding gebracht. Uit het door VKN in het geding gebrachte overzicht blijkt dat zij de overuren over de periode van beide contracten heeft gesaldeerd met minderuren. Eerst tijdens de mondelinge behandeling heeft VKN aangevoerd dat dit voor aanvang van het aangaan van de eerste arbeidsovereenkomst mondeling zo met [eisende partij] is afgesproken, vanwege de fluctuaties in de te verrichten werkzaamheden. Deze afspraak is door [eisende partij] betwist. 4.5. De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ligt in beginsel op de weg van VKN als werkgever om de (over)uren te registreren. Dit heeft zij blijkens het door haar in het geding gebrachte overzicht ook gedaan. Als uitgangspunt heeft verder te gelden dat eventuele periodes van minder werk voor rekening en risico van de werkgever komen. De door VKN gestelde – en door [eisende partij] betwiste – nadere mondelinge afspraak staat komt niet overeen met wat daarover in de arbeidsovereenkomst en personeelsgids is opgenomen en strookt bovendien niet met de feitelijke gang van zaken. In de arbeidsovereenkomst en personeelsgids is immers geen saldering van de overuren opgenomen (zie r.o. 2.7. en 2.8.). Wel is in de arbeidsovereenkomst opgenomen dat andere afspraken schriftelijk worden opgesteld en in het personeelsdossier worden gevoegd (zie r.o. 2.7.). Dat dat is gebeurd is gesteld noch gebleken. Gelet op de feitelijke gang van zaken waarbij tijdelijke arbeidsovereenkomsten zijn aangegaan voor de drukkere periodes en VKN ervoor heeft gekozen een periode van twee maanden tussen de eerste en de tweede arbeidsovereenkomst te laten ontstaan (zie r.o. 2.5.), is een dergelijke afspraak ook niet aannemelijk. Daar komt nog bij dat bedoelde afspraak op geen enkele wijze is onderbouwd. Dat met andere werknemers eveneens een dergelijke afspraak is gemaakt, zoals VKN ter zitting heeft gesteld en waarvan zij bewijs heeft aangeboden, is eveneens niet onderbouwd. Bovendien volgt uit een eventuele afspraak met derden niet dat deze afspraak ook met [eisende partij] is gemaakt. Het daartoe aangeboden bewijs, nog daargelaten dat gelet op het gebrek aan onderbouwing niet aan bewijslevering wordt toegekomen, wordt daarom gepasseerd. Aldus dient het feit dat [eisende partij] in sommige weken minder is ingezet dan zijn contracturen voor rekening en risico van VKN als werkgever te blijven. Dat [eisende partij] minder werkte omdat hij zelf niet beschikbaar was om meer uren te maken, zoals door VKN nog is aangevoerd, is niet gebleken. Sterker nog, VKN heeft tijdens de mondelinge behandeling aangeven dat [eisende partij] tot september 2019 altijd voor haar klaar stond en dat in de periode daarna discussie over zijn inzetbaarheid is ontstaan. Tussen partijen staat vast dat [eisende partij] van september 2019 tot en met 13 oktober 2019 heeft gewerkt. Dat [eisende partij] al dan niet door eigen toedoen vanaf september 2019 zijn contracturen niet meer heeft gemaakt is daarbij niet gesteld of gebleken. Gelet op het voorgaande kan niet worden uitgegaan van de registratie van VKN ten aanzien van de overuren. Partijen zijn het erover eens dat voor de registratie van de gewerkte uren normaliter uitgegaan dient te worden van de door een werknemer aan te leveren werkbriefjes. Voor de bepaling van het aantal overuren zullen de overgelegde werkbriefjes daarom als uitgangspunt worden genomen. 4.6. Op grond van artikel 5:4 lid 2 van de Arbeidstijdenwet dient de werkgever de arbeid zodanig te organiseren dat als de werknemer (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.