← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2021:2473

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/257882-20 Datum uitspraak : 18 mei 2021 Verstek vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] (Soedan); zonder vaste woon- of verblijfplaats. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 mei

  1. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 2 februari 2020 te Doetinchem, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door zijn penis in haar vagina en/of anus te brengen en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte (onverhoeds) - ( meermalen, althans eenmaal) de billen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft getrokken en/of - ( toen die [slachtoffer] was opgestaan) haar op bed heeft geduwd en/of - die [slachtoffer] heeft vastgehouden en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht t.o.v. die [slachtoffer] en/of - ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.
  2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. De beoordeling door de rechtbank Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte in de nacht van 2 februari 2020 in haar woning in Doetinchem was en dat zij samen in bed lagen. Zij hadden seks gehad met elkaar. Dat voelde fijn en goed. Op enig moment lag aangeefster op haar buik en zat verdachte achter haar. Verdachte drukte de billen van aangeefster opzij en drukte zijn penis heel hard in haar vagina, waarbij hij haar billen ook omhoog duwde. Aangeefster riep dat verdachte op moest houden, dat zij dit niet wilde en dat hij haar pijn deed. Verdachte ging toen nog drie à vier keer met zijn penis in de vagina van aangeefster, terwijl zij bleef herhalen dat zij dit niet wilde, dat hij haar pijn deed en dat hij moest stoppen. Ook probeerde aangeefster verdachte van zich af te duwen. Even later werd aangeefster weer wakker omdat verdachte haar billen uit elkaar trok. Aangeefster voelde de harde penis van verdachte tegen haar billen en voelde dat verdachte heel hard zijn penis in haar anus probeerde te drukken. Aangeefster voelde pijn, werd hysterisch en ging uit bed. Verdachte kwam achter aangeefster staan en duwde haar voorover op bed. Aangeefster kwam op het matras terecht en probeerde verdachte van haar af te duwen. Verdachte duwde toen zijn penis drie à vier keer hard in de anus van aangeefster. Aangeefster schreeuwde en gilde dat zij niet wilde en dat verdachte moest stoppen. Het deed haar veel pijn. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in de nacht van 2 februari 2020 bij aangeefster was. Zij hebben seks gehad. Dat was in de vagina van aangeefster. Verdachte is daarna in slaap gevallen. Later werd hij wakker. Toen hebben ze nogmaals seks gehad. De anus van aangeefster is bemonsterd (ZAAD1752NL) en de bemonstering is onderworpen aan een DNA-onderzoek. Een deskundigenrapport in het dossier houdt in dat uit de bemonstering een DNA-mengprofiel is verkregen van minimaal twee personen waarvan zeker één man (ZAAD1752NL#02). Het DNA in dit mengprofiel kan afkomstig zijn van aangeefster en verdachte. Door de deskundige wordt geconcludeerd dat de resultaten van het onderzoek aan de bemonstering extreem veel waarschijnlijker (een likelihood ratio groter dan een miljoen) zijn wanneer de bemonstering DNA bevat van aangeefster en verdachte, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van aangeefster en een willekeurig onbekende, niet verwante persoon. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het DNA dat in de anus van aangeefster is aangetroffen, het DNA van verdachte is. Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Met het oog op de waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, mag de rechter daarom niet tot een bewezenverklaring komen als de feiten en omstandigheden waarover die één getuige heeft verklaard op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Aangeefster heeft een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd over hetgeen op 2 februari 2020 heeft plaatsgevonden. Zij heeft beschreven dat zij en verdachte (gewenste) vaginale seks met elkaar hebben gehad en dat zij daarna door verdachte vaginaal en anaal is verkracht. Verdachte heeft verklaard dat hij met aangeefster twee maal seks heeft gehad en dat dit vanuit aangeefster en hemzelf vrijwillig was en dat dit in de vagina van aangeefster was. Verdachte zegt dat hij nog nooit met iemand anale seks heeft gedaan, omdat hij dat vies vindt. Het door aangeefster beschreven scenario vindt steun in de resultaten van het DNA-onderzoek en past niet bij de verklaring die verdachte heeft afgelegd. Nu deze steun betrekking heeft op een zeer wezenlijk onderdeel van de verklaring van aangeefster is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 2 februari 2020 te Doetinchem, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door zijn penis in haar vagina en/of anus te brengen en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte (onverhoeds) - (meermalen, althans eenmaal) de billen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft getrokken en/of - ( toen die [slachtoffer] was opgestaan) haar op bed heeft geduwd en/of - die [slachtoffer] heeft vastgehouden en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht t.o.v. die [slachtoffer] en/of - ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: “verkrachting, meermalen gepleegd”. 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van de straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting. De verkrachting vond plaats in de woning van het slachtoffer; een plek waar zij zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Verdachte heeft enkel oog gehad voor zijn eigen gevoelens van lust en zich niet bekommerd om de schade die hij aanrichtte bij het slachtoffer. Met zijn handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden langdurig of zelfs blijvend last van de herinnering daaraan. Hoe ingrijpend de gevolgen voor het slachtoffer zijn geweest, blijkt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring. Hieruit komt naar voren dat het feit veel impact op haar heeft gehad en nog steeds heeft. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 23 februari
  3. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Wat betreft de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de LOVS en straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, omdat zij geen aanleiding ziet om naar boven of beneden af te wijken van deze uitgangspunten. De rechtbank komt daarom tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist en is van oordeel dat een gevangenisstraf van 2 jaar passend en geboden is. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren. Dit vonnis is gewezen door mr. T. Bertens, voorzitter, mr. W.LF. Prisse en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 mei
  4. mr. W.L.F. Prisse en mr. G.L.C. van den Bosch zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de politie Oost-Nederland, team Zeden, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRBC20615, documentcode 2009211501.AMB gesloten op 12 oktober 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 10-
  5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p.
  6. Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 6-
  7. Het rapport van The Maastricht Forensic Institute d.d. 12 maart 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.