RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/276674-20 Datum uitspraak : 1 juni 2021 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats] (Turkije), wonende aan de [adres] , Raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat in Putten. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 mei
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 2 mei 2015 te Zutphen, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door zijn penis in haar anus te brengen en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte (onverhoeds) - ( meermalen) (met kracht) de hand van die [slachtoffer] heeft gepakt en/of naar/in de richting van zijn penis heeft gebracht/gehouden en/of - ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. 2De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De verdediging heeft vrijspraak bepleit. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs Verdachte is op 2 mei 2015 bij aangeefster op bezoek geweest. Zij hebben toen seks met elkaar gehad. Volgens aangeefster heeft verdachte haar gedwongen. Verdachte ontkent dat sprake is geweest van dwang van zijn kant. De rechtbank constateert dat er, zoals vaker in zedenzaken, naast aangeefster en verdachte geen directe getuigen zijn van het gebeurde. Alleen als de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen kan de rechtbank bewezen achten dat verdachte aangeefster tot de seksuele handelingen heeft gedwongen. Naast de verklaring van aangeefster bevat het dossier verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Daarnaast bevat het dossier medische gegevens waaruit blijkt dat aangeefster zich in mei 2015 heeft laten testen op soa’s en hiv en dat zij in behandeling is bij een psycholoog. De rechtbank stelt voorop dat de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] te herleiden zijn tot dezelfde bron, namelijk aangeefster. Hun verklaringen zijn immers weergaven van wat aangeefster hun heeft verteld. Die verklaringen vormen op zichzelf daarom onvoldoende bewijs om de verklaring van aangeefster te ondersteunen. In aanvulling daarop heeft [getuige 1] verklaard dat hij in mei 2015 bruine vlekken op de bedsprei van aangeefster heeft gezien. Deze verklaring past weliswaar bij de verklaring van aangeefster waarin zij zegt anaal gepenetreerd te zijn, maar dat kan naar het oordeel van de rechtbank ook worden gezegd als wordt uitgegaan van de verklaring van verdachte, temeer daar verdachte niet bestrijdt dat er na de seks ontlasting op de bedsprei lag. Voor zover de verklaring van aangeefster hiermee door een andere bron wordt ondersteund, volgt uit deze verklaring nog niet dat sprake was van dwang. Daarnaast zeggen ook de medische gegevens niets over de vraag of verdachte aangeefster heeft gedwongen tot seks. Aangeefster liep immers al langere tijd bij een psycholoog en uit die gegevens valt het causaal verband tussen de behandelingen en het gebeuren op 2 mei 2015 niet af te leiden. Ook het doen van een soa- en een hiv-test sluiten het scenario van verdachte niet uit. Gelet op het bovenstaande kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte het tenlastegelegde heeft gepleegd. Om die reden zal zij verdachte vrijspreken. 4De beslissing De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. T. Bertens, voorzitter, mr. C.J.M. van Apeldoorn en mr. I.W.M. Olthof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni
- mr. T. Bertens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.