vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/383843 / HZ ZA 21-62 Vonnis van 23 juni 2021 in de zaak van [eisende partij] , wonende te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. M.A. Hupkes te Amsterdam, tegen de stichting VRIENDEN VAN DE MOLENBERG, gevestigd te Groenlo, gedaagde, advocaat mr. P.F. Schepel te Deventer. Partijen zullen hierna [eisende partij] en Vrienden van de Molenberg genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 21 april 2021, de brief zijdens Vrienden van de Molenberg van 30 april 2021 met daaraan gehecht de ruimschootsverklaring van de executeur, de brief zijdens Vrienden van de Molenberg van 4 mei 2021 met daaraan gehecht het arrest van het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden van 30 maart 2021 in de procedure tussen [eisende partij] en de executeur mr. [executeur] , productie 22 zijdens [eisende partij] , het proces-verbaal van mondelinge behandeling ter zitting van 31 mei 2021, waarvan onderdeel uitmaken de door mr. Schepel voorgedragen spreekaantekeningen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 20 april 2019 is overleden mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster) zonder achterlating van nakomelingen. Erflaatster was weduwe van [betrokkene1] ; een broer van de grootmoeder van [eisende partij] . [eisende partij] is aldus het achternichtje van erflaatster via de familiaire band van erflaatsters overleden echtgenoot. 2.2. Vrienden van de Molenberg heeft blijkens haar statuten (productie 8, [eisende partij] ) ten doel: “(…) a. het bevorderen van het welzijn van de bewoners van het woonzorgcentrum en verpleeghuis “de Molenberg” te Groenlo, zowel direct als indirect, voor zover hierin niet op andere wijze kan worden voorzien; b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. (…)”. 2.3. Erflaatster heeft de laatste jaren van haar leven verbleven in het verzorgingshuis “De Molenberg” te Groenlo (hierna; het verzorgingshuis). 2.4. Het verzorgingshuis wordt blijkens een uittreksel van het Handelsregister (productie 1, Vrienden van de Molenberg) geëxploiteerd door Stichting Zorgcombinatie Marga Klompé. 2.5. De bestuurders van Vrienden van de Molenberg zijn niet tevens bestuurder van het verzorgingshuis of de stichting die dit verzorgingshuis exploiteert noch zijn zij in loondienst bij deze stichting. 2.6. Op 1 januari 2010 had erflaatster een bedrag van € 491.363,33 op haar bankrekening staan. Op 31 december 2014 had erflaatster een bedrag van € 31.098,82 op haar bankrekening staan. 2.7. Op 25 mei 2010 heeft erflaatster een hersenbloeding gehad ten gevolge waarvan zij niet langer zelfstandig kon blijven wonen en halfzijdig verlamd is geraakt. 2.8. Op 1 juli 2010 heeft erflaatster een notariële volmacht laten verlijden (productie 2, [eisende partij] , hierna de volmacht) ten gunste van [eisende partij] op basis waarvan zij een algemene volmacht verschafte aan [eisende partij] zoals bedoeld in artikel 3:62 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Op basis van deze volmacht heeft [eisende partij] de financiën van erflaatster verzorgd. 2.9. De bankafschriften van de bankrekening van erflaatster zijn vanaf 1 juli 2010 aan [eisende partij] toegezonden. 2.10. Op 23 december 2010 heeft erflaatster een testament laten verlijden (productie 3, [eisende partij] ) waarin zij [eisende partij] als enig erfgename heeft benoemd (hierna: het oude testament). 2.11. In of omstreeks september 2014 zijn door een verzorgende van het verzorgingshuis voor en namens erflaatster bij de Rabobank bankafschriften opgevraagd van de bankrekening van erflaatster. 2.12. Per 1 oktober 2014 heeft erflaatster de volmacht via de notaris ingetrokken. 2.13. Bij brief van 6 oktober 2014 heeft de notaris de afschriften van de spaarrekening van erflaatster vanaf begin 2013 tot dat moment namens erflaatster opgevraagd bij de bank. 2.14. Op 3 november 2014 heeft de notaris een concept testament en toelichting daarop verzonden aan erflaatster. 2.15. Op 19 november 2014 heeft erflaatster een testament laten verlijden (productie 4, [eisende partij] , hierna: het testament) waarin zij haar eerdere wilsbeschikkingen herroept en Vrienden van de Molenberg heeft benoemd als enig erfgename en notaris mr. [executeur] heeft benoemd tot executeur (hierna: de executeur). 2.16. Bij beschikking van de rechtbank van 27 juli 2015 (productie 13, [eisende partij] ) is erflaatster op eigen verzoek onder bewind gesteld met benoeming van de heer [bewindvoerder] tot bewindvoerder (hierna: de bewindvoerder). 2.17. De bewindvoerder heeft namens erflaatster op 7 oktober 2015 aangifte gedaan tegen [eisende partij] wegens verduistering. Deze aangifte heeft geresulteerd in een strafzaak tegen [eisende partij] waarin op 26 maart 2020 uitspraak is gedaan bij vonnis van de politierechter waarbij [eisende partij] wegens verduistering, meermaals gepleegd, is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden. Tegen deze uitspraak heeft [eisende partij] hoger beroep ingesteld dat thans aanhangig is. 2.18. De bewindvoerder is namens erflaatster een civiele procedure gestart jegens [eisende partij] waarbij de bewindvoerder betaling vorderde van een bedrag van [eisende partij] aan erflaatster omdat [eisende partij] toerekenbaar tekort geschoten zou zijn in de uitvoering van de beheersovereenkomst met erflaatster dan wel dat zij gelden zonder rechtsgrond van erflaatster had besteed voor zichzelf dan wel dat zij misbruik heeft gemaakt van omstandigheden. 2.19. Op 6 september 2017 (productie 15, [eisende partij] ) heeft de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen vonnis gewezen in de in r.o. 2.18 genoemde civiele procedure en heeft [eisende partij] onder meer veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 357.910,43. [eisende partij] heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis bij het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden (hierna: het hof). 2.20. In een e-mail van de advocaat van de bewindvoerder aan de advocaat van [eisende partij] van 14 september 2017 (productie 16, [eisende partij] ) in de civiele procedure is, onder meer, het volgende geschreven: “(…) Daarnaast spelen er bij mevrouw [erflaatster] ook cognitieve beperkingen die er toe leiden dat [erflaatster] moeite heeft met veranderingen. Mevrouw [erflaatster] heeft niet zonder reden een bewindvoerder en een mentor. De door de Mentor beschreven geestelijke gesteldheid van mevrouw [erflaatster] is typerend: Mevrouw leeft, samen met haar knuffelhond [naam hond] , in een heel klein wereldje en is daar tevreden mee”. “(…)”. 2.21. Hangende de civiele procedure in hoger beroep is erflaatster overleden. De procedure is – nadat het hof een door [eisende partij] opgeworpen schorsing heeft verworpen - voortgezet door de executeur. 2.22. Het hof heeft op 30 maart 2021 tussenarrest gewezen in de civiele procedure (nagezonden ongenummerde productie Vrienden van de Molenberg) tussen de executeur en [eisende partij] waarbij de executeur bewijs wordt opgedragen ten aanzien van de overboeking van een bedrag van € 120.000,00. Voor het overige heeft het hof de vorderingen van de executeur, waartoe reeds in eerste aanleg was veroordeeld zoals genoemd in r.o. 2.13. toewijsbaar geacht. 2.23. Vrienden van de Molenberg heeft de nalatenschap aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Blijkens een door Vrienden van de Molenberg in het geding gebrachte ruimschootsverklaring van de executeur behoeft de nalatenschap niet te worden vereffend. 2.24. In een e-mail van de notaris (executeur) aan de advocaat van Vrienden van de Molenberg van 18 maart 2021 (productie 3, Vrienden van de Molenberg) is onder meer het volgende geschreven: “(…) Inzake de totstandkoming van het testament van mevrouw [erflaatster] (overleden op 20 april 2019) kan ik u het volgende bevestigen. Vooraf kan ik u melden dat testatrice sinds september 2009 bij mij bekend is. Testatrice woonde destijds in verzorgingstehuis De Zonnekamp in Zelhem. Omdat zij ook toen niet mobiel was heb ik haar in haar appartement een paar keer bezocht en ook bij haar thuis de benodigde stukken samen met haar gepasseerd. Vervolgens is mevrouw [erflaatster] verhuisd naar de [adres] . Ook daar heb ik haar verschillende keren bezocht. Voor het eerst omstreeks december 2010. Samen met haar hebben wij toen enkele zaken geregeld en getekend. Vervolgens heb ik samen met testatrice haar laatste testament gepasseerd op 19 november 2014. Ter zake van de totstandkoming van dit laatste testament kan ik u bevestigen dat ik haar op vrijdag 26 september 2014 in Groenlo heb bezocht voor het bespreken van de beoogde inhoud. Mevrouw [erflaatster] kon mij duidelijk vertellen dat het bestaande testament zo snel mogelijk moest komen te vervallen en zij vertelde mij kort en krachtig hoe de inhoud van haar testament voortaan zou moeten luiden. Testatrice vertelde mij en liet mij blijken dat zij erg boos was op haar nichtje, wie zij zo goed had vertrouwd. Het vertrouwen was geschaad en omgeslagen in wantrouwen. Mevrouw [erflaatster] liet mij zeer duidelijk weten dat zij inmiddels haar testament wilde regelen. Zij was boos en strijdbaar. Voorts liet zij mij daarbij weten dat de aan het nichtje verleende volmacht moest worden ingetrokken en dat ik voor haar een oplossing zou zoeken voor het beheer van haar bankrekening/administratie. Op 3 november 2014 heb ik het concept-testament aan haar per post doen toekomen. Vervolgens heb ik haar op 19 november 2014 in Groenlo bezocht voor het passeren van haar testament. Naar mijn overtuiging kon mevrouw [erflaatster] bij het bespreken en passeren van haar laatste testament steeds goed haar wil aan mij verklaren. “(…)”. 3De vorderingen en het verweer 3.1. [eisende partij] vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht zal verklaren dat de uiterste wilsbeschikking, opgemaakt op 19 november 2014, nietig is, omdat het testament onder invloed van een stoornis in de geestvermogens tot stand is gekomen, althans om deze uiterste wilsbeschikking te vernietigen; II. voor recht zal verklaren dat Vrienden van de Molenberg een entiteit is die ingevolge artikel 4:59 lid 2 BW geen voordeel kan trekken uit het testament van 19 november 2014; III. voor recht zal verklaren dat de nalatenschap dient te worden afgewikkeld en verdeeld conform het testament van 23 december 2010; IV. Vrienden van de Molenberg zal verbieden het vonnis van de Rechtbank Gelderland van 6 september 2017 in de zaak met nummer C/05/304655 / HZ ZA 16-273 en het nog te wijzen arrest van het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden in de zaak met nummer 200.240.324/01 verder te executeren en de ingevolge dat vonnis en/of arrest gelegde of nog te leggen beslagen op te heffen; V. Vrienden van de Molenberg zal veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen is betaald ter voldoening aan het hiervoor bedoelde vonnis en arrest; VI. Vrienden van de Molenberg zal veroordelen in de kosten van de procedure. 3.2. [eisende partij] legt aan haar vordering tot nietigverklaring ten grondslag dat erflaatster haar wil niet meer kon bepalen ten tijde van het verlijden van het testament. Indien dit niet komt vast te staan vordert [eisende partij] – zo de rechtbank begrijpt en ter zitting is toegelicht – dat het testament wordt vernietigd omdat Vrienden van de Molenberg een zogenaamde “verboden partij” is althans een tussenbeide komende partij, zodat de erfstelling ten gunste van Vrienden van de Molenberg vervalt. In de andere procedures over de nalatenschap van erflaatster zijn reeds vonnissen gewezen en/of is arrest gewezen. Hiervan vordert [eisende partij] schorsing van de executie. 3.3. Vrienden van de Molenberg voert ten verwere aan dat erflaatster weliswaar onder bewind is gesteld in 2015 maar dat zij ten tijde van het verlijden van het testament nog wel zeer degelijk in staat was haar wil te bepalen. Erflaatster heeft [eisende partij] bewust onterfd. Er is geen enkele aanwijzing dat erflaatster niet in staat was haar wil te bepalen. Ten aanzien van de vernietiging voert Vrienden van de Molenberg aan dat [eisende partij] geen belang heeft bij deze vordering. Vorderingen IV en V zijn ingesteld jegens de verkeerde partij; de executeur is immers de wederpartij van [eisende partij] in genoemde procedures. Vrienden van de Molenberg concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [eisende partij] in de kosten en nakosten van deze procedure vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na het vonnis, zulks uitvoerbaar bij voorraad. 4De beoordeling Nietigheid 4.1. [eisende partij] heeft vernietiging gevorderd van het testament. Indien vast komt te staan dat een met de verklaring overeenstemmende wil van iemand wordt geacht te ontbreken omdat deze een geestelijke stoornis had zoals bedoeld in artikel 3:34 lid 1 BW, is het gevolg op grond van artikel 3:34 lid 2 BW dat de rechtshandeling vernietigbaar is, tenzij het om een eenzijdige rechtshandeling gaat die niet tot een of meer bepaalde personen gericht was, deze rechtshandeling wordt door het ontbreken van de wil nietig. Onder deze laatste regel valt een testament. 4.2. Allereerst stelt de rechtbank vast dat geen curatele of bewind was ingesteld op het moment dat het testament is verleden. Erflaatster was dus handelingsbekwaam op dat moment. Of erflaatster ook wilsbekwaam was, moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaf van art. 3:34 lid 1 BW. Art. 3:34 BW volgt op art. 3:33 BW, dat bepaalt dat een rechtshandeling een met de verklaring overeenstemmende wil vereist. Art. 3:34 lid 1 BW bepaalt dat een rechtshandeling aan nietigheid of vernietigbaarheid blootstaat als de betrokkene niet in staat was zijn voor die rechtshandeling vereiste wil te bepalen. Voor toepassing van art. 3:34 BW is vereist dat sprake is van een tijdelijke of blijvende geestelijke stoornis. Is die aanwezig, dan wordt de voor de rechtshandeling vereiste wil geacht te ontbreken indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.