vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/388543 / KG ZA 21-173 Vonnis in kort geding van 9 juli 2021 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. A.E. Klomp te Nijmegen, tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. W.J.M. van Ophuizen te Ochten. Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 11 juni 2021 met producties 1 tot en met 13 de brief van 24 juni 2021 van de zijde van [gedaagde] met bijgevoegd producties 1 tot en met 7 de brief van 24 juni 2021 van de zijde van [eisers] met bijgevoegd productie 14 de mondelinge behandeling de pleitnota van [eisers] de pleitnota van [gedaagde] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eisers] is eigenaar van de woning aan de [adres] . 2.2. [gedaagde] is de dochter en enig erfgenaam van de heer [gedaagde] (hierna: [naam 3] ) en mevrouw [naam] (hierna: [naam] ). [naam] is in 1998 overleden. Tot de huwelijksgoederengemeenschap van [naam 3] en [naam] behoorde de woning aan de [adres] (hierna: de woning), gelegen aan de achterzijde van de woning van [eisers] 2.3. [gedaagde] heeft na het overlijden van [naam] blijkens een op 28 september 1998 gedateerde verklaring van erfrecht, opgesteld door [naam 2] , notaris te [vestigingsplaats], aanspraak gemaakt op haar legitieme portie ter grootte van 1/4e deel van de nalatenschap van [naam] , zijnde 1/8e deel van de huwelijksgoederengemeenschap. 2.4. Bij brief van 23 oktober 2007 heeft het Kenniscentrum Geriatrie Geheugendagcentrum van het Universitair Medisch Centrum te Nijmegen aan de huisarts van [naam 3] onder meer het volgende laten weten: ‘(…) Onderwerp Dhr. [naam 3] (…) Bovengenoemde patiënt zagen wij op 14-09-2007 op het Geheugendagcentrum van de polikliniek Geriatrie voor analyse van geheugenklachten. In aanvulling op ons schrijven d.d. 21-09-2007 berichten wij u over de resultaten van de aanvullende onderzoeken die zijn verricht. AANVULLEND ONDERZOEK MRI-cerebrum: milde gegeneraliseerde atrofie. Hippocampus atrofie graad 1. Enige periventriculaire leukoaraiose, diffuus enig witte stofafwijkingen. Neuropsychologisch onderzoek: geen aanwijzingen voor evidente cognitieve stoornissen. Geen aanwijzingen voor een geheugenstoornis. Cues helpen bij het opdiepen van informatie. Geen woordvindstoornissen geobjectiveerd. Geen aanwijzingen voor MCI of dementie, eerder persoonlijkheidstrekken in combinatie met een laag intellectueel uitgangsniveau. Consult ergotherapeut: geen duidelijke stoornissen in planning en overzicht. Handelen is voldoende doelgericht en overzicht wordt behouden bij complexe dubbeltaak. Mogelijk zijn er in de thuissituatie meer afleidende factoren. Geen aanwijzingen voor cognitieve stoornissen. 2.5. De woning is in opdracht van [naam 3] op 24 maart 2016 getaxeerd. In het op 31 maart 2016 gedateerde taxatierapport is de woning gewaardeerd op een marktwaarde van € 225.000,00. 2.6. Bij koopovereenkomst van 9 augustus 2016 heeft [naam 3] de woning aan [eisers] verkocht voor een bedrag van € 200.000,00 (hierna: de koopovereenkomst). De koopovereenkomst is opgemaakt door notaris D.L. [naam 8] uit [vestigingsplaats] (hierna: de notaris). De koopovereenkomst bevat, voor zover thans van belang, de volgende bepalingen: ‘(…) Feitelijke levering, staat van het verkochte Artikel 5 (…) 3. De verkoper krijgt het persoonlijk recht van gebruik van het verkochte, onder de volgende bepalingen: (…) b. De verkoper hoeft voor het gebruik geen vergoeding te betalen. c. De kosten voor nutsvoorzieningen en belastingen die ten laste van gebruikers worden geheven, komen voor rekening van de verkoper. Alle kosten van onderhoud en de belastingen die ten laste van eigenaren worden geheven, komen voor rekening van de koper. d. De koper zal aan de verkoper de zorg verlenen die van goede buren verwacht mag worden. e. Het recht van gebruik zal eindigen bij overlijden van de verkoper, metterwoon verlaten van het verkochte door de verkoper, alsmede zodra voortgezet gebruik redelijkerwijs niet langer mogelijk is, mede gezien de gezondheidstoestand van de verkoper. f. Na het overlijden van de verkoper zal de woning ontruimd worden opgeleverd binnen twee maanden na dit overlijden. (…) 4. De feitelijke levering van het verkochte zal geschieden bij de ondertekening van de notariële akte van levering. (…)’ 2.7. De woning is bij notariële akte van 13 september 2016 aan [eisers] geleverd. Voorafgaand aan de levering heeft [eisers] de koopsom voor de woning en de kosten koper op de kwaliteitsrekening van de notaris voldaan. De notaris heeft de koopsom vervolgens aan [naam 3] overgemaakt. 2.8. De woning staat sinds 14 september 2016 op naam van [eisers] in de openbare registers van het kadaster. 2.9. [naam 3] is op 22 februari 2021 overleden. Hij is tot aan zijn overlijden in de woning blijven wonen. 2.10. Blijkens een op 18 maart 2021 gedateerde verklaring van erfrecht, opgesteld door mr. [naam 4] , notaris te Tiel, is [gedaagde] enig en algeheel erfgenaam van [naam 3] en heeft zij de nalatenschap zuiver aanvaard. 2.11. Bij brief van 12 april 2021 heeft [gedaagde] aan [eisers] bericht dat [eisers] vooralsnog geen recht heeft om de woning te betreden nu er een ontruimingstermijn geldt van twee maanden na het overlijden van [naam 3] . Voorts stelt [gedaagde] dat [eisers] herhaaldelijk huisvredebreuk heeft gepleegd door de woning vooruitlopend op de ontruiming te betreden. Tot slot verzoekt [gedaagde] [eisers] een hangslot te verwijderen en verwijderd te houden en zij laat weten te kunnen instemmen met het voorstel van [eisers] om op 22 april 2021 een ronde door de woning te maken in verband met de overeengekomen ontruiming. In reactie hierop heeft [eisers] bij brief van 13 april 2021 onder meer aan [gedaagde] geschreven dat hij de woning niet (voortijdig) heeft betreden. 2.12. Bij brief van 19 april 2021 heeft [gedaagde] aan [eisers] laten weten dat bij nadere bestudering van het dossier is gebleken dat de overdracht van de woning niet aan de wettelijke vereisten voldoet en daarom nietig is nu [naam 3] alleen samen met [gedaagde] bevoegd was de woning te vervreemden. Volgens [gedaagde] is de koopovereenkomst bovendien vernietigbaar omdat [naam 3] wilsonbekwaam was ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst dan wel omdat [eisers] misbruik heeft gemaakt van omstandigheden. [gedaagde] heeft [eisers] in de brief verder gesommeerd zijn medewerking te verlenen aan het herstel van de rechtspositie van [gedaagde] met betrekking tot de woning in de openbare registers. 2.13. In reactie hierop heeft [eisers] bij brief van 12 mei 2021 samengevat aan [gedaagde] bericht dat de koopovereenkomst niet nietig of vernietigbaar is en [gedaagde] als erfgenaam van [naam 3] treedt in de rechten en plichten van [naam 3] zodat zij gehouden is koopovereenkomst tussen [eisers] en [naam 3] na te komen. [eisers] heeft [gedaagde] voorts verzocht dan wel gesommeerd om binnen vijf werkdagen schriftelijk te bevestigen dat zij op eerste afroep verschijnt op het kantoor van de notaris om medewerking te verlenen aan de bekrachtiging van de levering van de woning aan [eisers] met terugwerkende kracht tot 13 september 2016. 2.14. Bij brief van 26 mei 2021 heeft [gedaagde] aan [eisers] laten weten niet bereid te zijn mee te werken aan de bekrachtiging van de levering en opgemerkt dat zij de notaris bij brief van 19 april 2021 aansprakelijk heeft gesteld voor de gevolgen van de door de notaris gemaakte beroepsfout ter zake de verkoop en levering van de woning. 2.15. Bij de stukken in dit geding bevindt zich een chronologisch overzicht van de medische voorgeschiedenis van [naam 3] vanaf begin 2004 en medicatieoverzicht van [naam 3] vanaf medio 2016. 2.16. In het dossier bevinden zich tevens verklaringen van [gedaagde] , de heer [naam 5] , de familie [naam 6] en de heer [naam 7] omtrent onder meer het verleden en de persoon van [naam 3] en de situatie rondom de verkoop van de woning aan [eisers] 3Het geschil 3.1. [eisers] vordert, na vermeerdering van eis ter zitting, bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair I. [gedaagde] te veroordelen om binnen 15 dagen na betekening van dit vonnis te verschijnen op het kantoor van notaris [naam 8] te [vestigingsplaats] en medewerking te verlenen aan de notariële akte tot bekrachtiging van de levering van de woning aan [eisers] met terugwerkende kracht tot 13 september 2016 en te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de notariële akte tot bekrachtiging indien [gedaagde] haar medewerking weigert, althans voor zover de voorzieningenrechter niet bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de notariële akte tot bekrachtiging indien [gedaagde] haar medewerking weigert, zulks onder verbeurte van een dwangsom; II. [gedaagde] te veroordelen de woning binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis geheel leeg en ontruimd (met uitzondering van de goederen die in eigendom toebehoren aan [eisers] ) en onder afgifte van alle sleutels ter beschikking van [eisers] te stellen en met alle daarin aanwezige personen en goederen te verlaten en te ontruimen, met machtiging van [eisers] om, indien [gedaagde] niet binnen die termijn aan het vonnis voldoet en met de ontruiming in gebreke blijft, deze zelf te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie, op kosten van [gedaagde] en [gedaagde] te veroordelen deze kosten op vertoon van de daatoe benodigde bescheiden aan [eisers] te voldoen; subsidiair III. [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisers] te betalen een bedrag van € 200.000,00 op grond van onverschuldigde betaling vanwege de ten onrechte betaalde koopsom voor de woning, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; primair en subsidiair IV. een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren en die in het belang is van [eisers] ; V. [gedaagde] te veroordelen in de (na)kosten. 3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eisers] in de (na)kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Heeft [eisers] een spoedeisend belang? 4.1. [gedaagde] betwist allereerst dat [eisers] spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen. Hierin kan [gedaagde] niet worden gevolgd. Vast staat dat [eisers] thans niet over de woning kan beschikken terwijl hij de koopprijs voor de woning reeds heeft voldaan en (in ieder geval) de eigenaarslasten voor de woning betaalt. Indien geoordeeld zou worden dat tussen [eisers] en [naam 3] een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand is gekomen en [eisers] van [gedaagde] nakoming van deze koopovereenkomst kan verlangen, heeft [eisers] dan ook recht en belang bij zijn vorderingen in dit kort geding. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dan ook met de aard van het gevorderde en het daaraan ten grondslag gelegde het spoedeisend belang bij de vorderingen van [eisers] gegeven. Leent de vordering van [eisers] zich voor behandeling in kort geding? 4.2. [gedaagde] voert voorts kortgezegd aan dat de vorderingen van [eisers] zich niet lenen voor behandeling in kort geding omdat toewijzing van die vorderingen zou leiden tot een declaratoir dan wel constitutief vonnis. Gelet op de stellingen van partijen over en weer ligt in dit kort geding de vraag voor of de koopovereenkomst tussen [eisers] en [naam 3] rechtsgeldig is en of [gedaagde] thans gehouden kan worden uitvoering te geven aan die koopovereenkomst door mee te werken aan de (rechtsgeldige) levering van de woning aan [eisers] Anders dan [gedaagde] stelt kan binnen het bestek van dit kort geding worden beoordeeld of het voorshands geoordeeld aannemelijk is dat sprake is van een rechtsgeldige koopovereenkomst en of [gedaagde] deze koopovereenkomst dient na te komen op de door [eisers] gevorderde wijze. Van een declaratoire dan wel constitutieve beslissing is geen sprake. Is de koopovereenkomst nietig? 4.3. [eisers] stelt ter onderbouwing van zijn vorderingen dat [gedaagde] als erfgenaam van [naam 3] en inmiddels enig eigenaar van de woning op grond van het bepaalde in de artikelen 6:249 lid 1 BW en 4:182 lid 1 BW gehouden is de koopovereenkomst tussen [eisers] en [naam 3] na te komen door mee te werken aan de bekrachtiging van de akte van levering van de woning als bedoeld in artikel 3:58 lid 1 BW. 4.4. [gedaagde] voert hiertegen aan dat [naam 3] slechts samen met haar bevoegd was tot beschikkingshandelingen met betrekking tot de woning. Nu [gedaagde] nooit heeft ingestemd met de verkoop van de woning is de koopovereenkomst ingevolge het bepaalde in artikel 3:40 lid 2 BW nietig. Voor zover zou worden geoordeeld dat de koopovereenkomst niet nietig is, is deze vernietigbaar op grond van wilsonbekwaamheid aan de zijde van [naam 3] dan wel misbruik van omstandigheden door [eisers] , aldus [gedaagde] . 4.5. Gelet op de standpunten van partijen over en weer ligt allereerst de vraag voor of [gedaagde] als erfgenaam van [naam 3] (in beginsel) gehouden is de koopovereenkomst met [eisers] na te komen. Tussen partijen is niet in geschil dat [naam 3] en [eisers] op 9 augustus 2016 een koopovereenkomst ter zake de woning zijn aangegaan terwijl [gedaagde] tot het overlijden van haar vader op 22 februari 2021 voor 1/8e deel naar oud erfrecht eigenaar was van de woning. Gelet hierop was [naam 3] niet volledig beschikkingsbevoegd de woning aan [eisers] te verkopen zodat de levering van de woning op 13 september 2016 niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Verder staat vast dat [gedaagde] na het overlijden van [naam 3] als zijn enige erfgenaam en rechtsopvolger onder algemene titel de volle eigendom van de woning heeft verkregen. 4.6. Overwogen wordt dat uit artikel 4:182 lid 1 BW volgt dat erfgenamen met het overlijden van de erflater van rechtswege de erflater opvolgen in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap. Uit het arrest Erven Gaasbeek (Hoge Raad 23 juni 1989 (ECLI:NL:HR:1989:AD0830) volgt in dit verband met zoveel woorden dat erfgenamen de erflater in zijn volle rechtspositie opvolgen voor wat betreft diens vermogensrechtelijke verhoudingen met derden en dat dit zelfs geldt indien erflater zich tot iets heeft verplicht dat hij niet zelf zou hebben kunnen nakomen maar (samen met) zijn erfgenamen wel (zie ook de conclusie van de advocaat-generaal bij het arrest van de Hoge Raad van 3 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:472). Met artikel 6:249 BW wordt duidelijk gemaakt dat een overeenkomst na het overlijden van een der partijen voortduurt tussen haar erfgenamen en de andere partij en als voorheen bron van verbintenis van vorderingen en verplichtingen blijft. 4.7. Gelet op het voorgaande volgt [gedaagde] [naam 3] op in zijn voor overgang vatbare rechten en verplichtingen. Hieronder vallen ook de verplichtingen die voortvloeien uit de koopovereenkomst tussen [naam 3] en [eisers] Blijkens de genoemde jurisprudentie van de Hoge Raad doet de omstandigheid, dat [naam 3] de woning alleen heeft verkocht terwijl hij daartoe (in 2016) slechts gerechtigd was tezamen met [gedaagde] , niet af aan de geldigheid van de koopovereenkomst en aan de binding van de [gedaagde] als erfgenaam aan deze koopovereenkomst. De koopovereenkomst is dan ook niet nietig, zoals [gedaagde] stelt. Dat [gedaagde] in 2016 niet bij de koopovereenkomst is betrokken terwijl [naam 3] slechts samen met haar bevoegd was de woning te verkopen, doet in haar relatie tot [eisers] dan ook niet ter zake. Dit betekent dat [gedaagde] in beginsel moet meewerken aan de rechtsgeldige levering van de woning aan [eisers] Het verweer van [gedaagde] faalt in zoverre. Is de koopovereenkomst vernietigbaar? 4.8. Ten aanzien van het beroep op wilsonbekwaamheid wordt als volgt overwogen. Voorop moet worden gesteld dat uit artikel 3:34 BW volgt dat indien een koopovereenkomst is aangegaan door een partij die onder invloed van een geestelijke stoornis verkeerde, de koopovereenkomst vernietigbaar is. Evenwel moet degene die zich beroept op die geestelijke stoornis stellen en zo nodig bewijzen dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.