vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team Insolventies Zittingsplaats Zutphen Rekestnummer: Rek 21/333 va Uitspraakdatum: 8 juli 2021 Vonnis in de zaak tussen[verzoeker] , geboren op [datum 1970] te [plaats] , wonende te [adres] , [plaats] , verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] , en 1Stichting Kleurrijk Wonen,gevestigd en kantoorhoudende te Laan van Westeroijen 6, 4003 AZ Tiel, verweerster, hierna te noemen Kleurrijk Wonen,2. [verweerder 2],wonende te [adres] , [plaats] , verweerder, hierna te noemen [verweerder 2] . [verweerders] worden hierna gezamenlijk verweerders genoemd. Samenvatting De rechtbank zal verweerders niet bevelen om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Verweerders hebben in redelijkheid kunnen weigeren om in te stemmen met dit aanbod. De schuldregeling is namelijk niet deugdelijk door de schuldhulpverlener voorbereid. Ook houdt de aangeboden schuldregeling niet het maximale in dat [verzoeker] financieel kan dragen. Bij het bepalen van de hoogte van het aanbod is namelijk ten onrechte geen rekening gehouden met hetgeen al gespaard was bij de beschermingsbewindvoerder vóór de start van het minnelijk traject. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure bestaat uit: - het verzoek met bijlagen van [verzoeker] om verweerders te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling, ingediend samen met een schuldsaneringsverzoek;- het verweerschrift van [verweerder 2] van 18 juni 2021, ingediend via advocaat mr. P.G.Th.M. [Visser - van Daal] ; - het verweerschrift van Kleurrijk Wonen van 22 juni 2021, ingediend door DigiDeur Incasso & Gerechtsdeurwaardersdiensten; - de zitting van 24 juni, waarbij aanwezig waren: [verzoeker] en de heer M.S. Oomen, beschermingsbewindvoerder. 1.2. Ten slotte is aangekondigd dat de rechtbank op 8 juli 2021 uitspraak zal doen. 2De feiten 2.1. [verzoeker] heeft volgens het verzoekschrift een totale schuld van € 39.440,04. Om hiervan af te komen heeft [verzoeker] aan al zijn schuldeisers een schuldregeling aangeboden. 2.2. De schuldregeling houdt, volgens de brief waarin het aanbod aan de schuldeisers wordt gedaan, het volgende in: “een prognose van 3,45% van uw vordering van € (…) in de periode van 36 maanden. Dit tegen finale kwijting en ontheffing uit de hoofdelijke aansprakelijkheid.” 2.3. Van de elf schuldeisers hebben er negen met de aangeboden schuldregeling ingestemd. Alleen verweerders hebben niet ingestemd. Zij hebben samen € 17.817,43 te goed van [verzoeker] . Verweerders vertegenwoordigen 45,18% van de totale schuld van [verzoeker] . 3Het verzoek 3.1. [verzoeker] verzoekt de rechtbank om verweerders te dwingen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. 3.2. [verzoeker] voert onder meer aan dat het belang dat [verzoeker] en de overige schuldeisers hebben bij de totstandkoming van de schuldregeling veel groter is dan het belang dat verweerders hebben bij hun weigering. Via de schuldregeling kan [verzoeker] een schuldenvrije toekomst bereiken en kan een deel van de schulden worden afgelost. Er is voorlopig geen ander alternatief voor [verzoeker] . Omdat [verzoeker] eerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: wsnp) heeft gezeten (van 22 mei 2015 tot 15 februari 2016) zou hij pas weer kunnen worden toegelaten tot de wsnp in februari 2026. Dat traject zou dan gepaard gaan met hoge kosten. De schuldhulpverlener heeft berekend dat op grond van de aangeboden schuldregeling naar verwachting € 1.800,- verdeeld kan worden onder de schuldeisers. 4Het verweer 4.1. Verweerders hebben de rechtbank verzocht het verzoek van [verzoeker] af te wijzen. 4.2. Kleurrijk Wonen heeft in haar verweerschrift, voor zover van belang, het volgende aangevoerd. Kleurrijk Wonen heeft bij brief van 2 juli 2014 van de gemeente Tiel al eens eerder een voorstel tegen finale kwijting ontvangen. De vordering bedroeg toen € 4.673,71. Omdat Kleurrijk Wonen toen ook niet akkoord ging met het voorstel is er een aanvraag voor de wsnp ingediend bij de rechtbank en deze is op 22 mei 2015 toegekend. De wsnp is echter vroegtijdig en zonder schone lei in februari 2016 beëindigd. De schuld aan Kleurrijk Wonen is daarna alleen maar verder opgelopen en [verzoeker] heeft zelf geen enkele betalingen verricht op de achterstanden. De schuld bedraagt thans € 9.093,65 en niet € 6.955,73, zoals de schuldhulpverlener in het verzoekschrift heeft aangegeven. De mutatiekosten (eindinspectiekosten van de woning die in rekening zijn gebracht in verband met een verwaarloosde en vervuilde tuin) van € 2.016,56 zijn niet door de schuldhulpverlener in de totale vordering opgenomen. Verder heeft Kleurrijk Wonen aangevoerd dat het voorstel te laag is en dat de vorderingen van de weigerende schuldeisers circa 50% van de totale schuldenlast omvat, waardoor zij een aanzienlijk belang hebben bij hun weigering. Ten slotte heeft Kleurrijk Wonen aangegeven dat er een standaard betaalvoorstel is gedaan door de schuldhulpverlener, zonder een uitgebreide toelichting over de persoonlijke en financiële situatie van [verzoeker] . 4.3. [verweerder 2] heeft in zijn verweerschrift, voor zover van belang, het volgende aangevoerd. [verweerder 2] is de voormalige verhuurder geweest van een woning van [verzoeker] en [verweerder 2] heeft zich grote moeite moeten getroosten en aanmerkelijke kosten moeten maken om zijn schuld te innen. [verzoeker] heeft geen enkele poging gedaan om de schuld te betalen. [verzoeker] is ook niet bereid geweest destijds zelf financiële orde op zaken te stellen en hij heeft de huurovereenkomst niet zelf tijdig beëindigd. Verder heeft [verweerder 2] aangevoerd dat hij de enige particuliere schuldeiser is van [verzoeker] en hij een hoge vordering heeft op [verzoeker] , in vergelijking met de overige schuldeisers. [verweerder 2] heeft zelf ook verplichtingen jegens derden die hij moet nakomen en kan dan ook niet akkoord gaan met het lage prognosevoorstel van 3,4% tegen finale kwijtschelding. [verweerder 2] acht het voorstel in strijd met het systeem van de wet en de redelijkheid en billijkheid. 5De beoordeling 5.1. De rechtbank wijst het verzoek af. De redenen daarvoor zijn als volgt. 5.2. Volgens de wet kan een schuldeiser alleen gedwongen worden om in te stemmen met een schuldregeling als hij in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling heeft kunnen komen. Daarbij moet in aanmerking worden genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij de weigering en de belangen van verzoeker of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. Van een dergelijke onredelijke weigering is hier geen sprake. 5.3. Ten eerste heeft de schuldhulpverlener de schuldregeling niet goed voorbereid. Kleurrijk Wonen heeft aangevoerd dat de schuldhulpverlener de hoogte van haar schuld niet goed heeft opgenomen. De mutatiekosten zijn niet in de totale vordering meegenomen door de schuldhulpverlener, waardoor het aangeboden percentage niet juist is berekend en niet behaald kan worden. In verband met de afwezigheid van de schuldhulpverlener ter zitting heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat de schuld, zoals die is meegenomen in de berekening van het voorstel en opgenomen in het verzoekschrift, correct is. Derhalve gaat de rechtbank uit van de juistheid van de stelling van Kleurrijk Wonen. Verder is het minnelijk voorstel onduidelijk, in die zin dat onbekend is wat er precies wordt aangeboden. Blijkens de brief van 22 oktober 2020 van de gemeente Buren aan de concurrente schuldeisers wordt het volgende voorgesteld: “ Voorstel Op verzoek van cliënt(e)(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.