RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/837 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst, verweerder(gemachtigde: mr. L.J. Oude Lenferink). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij], [derde-partij], te [woonplaats]. Procesverloop Bij besluit van 23 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om handhavend op te treden afgewezen. Bij besluit van 9 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juni 2021. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Derde-partij is niet verschenen. Overwegingen Feiten 1. Sinds 2004 exploiteert derde-partij op het perceel [locatie] te [woonplaats] een dierenpension onder de naam ‘[naam]’. Op het perceel bevinden zich onder meer een bedrijfsruimte, drie afzonderlijke buitenruimtes voor in totaal 50 honden en een terrein waar een vijver is aangelegd. De vijver wordt gebruikt door honden die in het dierenpension verblijven. 1.1 Eiser woont op het adres [locatie], op ongeveer 200 meter van het dierenpension. De afstand tussen de woning van eiser en de buitenverblijven voor de honden bedraagt ongeveer 250 meter. Eiser heeft vanuit zijn woning een (nagenoeg) onbelemmerd zicht op de buitenverblijven voor de honden, de bedrijfsruimte en de vijver. 1.2 Op 19 november 2018 heeft eiser verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen (het gebruik van) de vijver, het uitblijven van een milieumelding, het overschrijden van geluidsvoorschriften en de uitgebreide bedrijfsvoering van het dierenpension op doordeweekse dagen. De hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie 2. Eiser betoogt dat aan de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie, die op 21 oktober 2019 heeft plaatsgevonden, onrechtmatigheden kleven. Daartoe stelt eiser dat een van de secretarissen ten onrechte in de samenstelling zat van de bezwaarschriftencommissie. Blijkens de brief van de voorzitter van 17 september 2019, bij welke belanghebbenden en verweerder zijn opgeroepen om te verschijnen, was de secretaris immers niet uitgenodigd. Ook wijst eiser erop dat verweerder twee secretarissen heeft aangewezen, wat volgens eiser ertoe heeft geleid dat de mening van de voorzitter met een meerderheid van stemmen terzijde kon worden geschoven en in feite is geadviseerd over eigen besluitvorming. Verder wijst eiser erop dat het aanwijzen van twee secretarissen ertoe heeft geleid dat de ene secretaris kon notuleren, terwijl de andere actief kon deelnemen aan de hoorzitting. Volgens eiser is de taak van een secretaris enkel om te notuleren en treedt een secretaris buiten zijn bevoegdheid wanneer hij actief deelneemt aan de hoorzitting. Daarbij wijst eiser er nog op dat de secretaris die actief deelnam ook het verslag van de hoorzitting heeft ondertekend. 2.1 De rechtbank ziet in het betoog van eiser geen grond voor het oordeel dat aan de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie van 21 oktober 2019 onrechtmatigheden kleven. Eisers beroep op het ontbreken van een uitnodiging voor één van de secretarissen die aanwezig was tijdens de hoorzitting, kan hem niet baten. Artikel 10, eerste lid, van de Verordening Commissie Bezwaarschriften Gemeente Bronckhorst (hierna: Verordening) bepaalt dat de voorzitter de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uitnodigt. De voorzitter heeft dus niet de verplichting om ook een schriftelijke uitnodiging te versturen aan een secretaris van de bezwaarschriftencommissie. Deze kunnen zonder uitnodiging aan de hoorzitting deelnemen. Ook eisers stelling dat de mening van de voorzitter door de aanwezigheid van twee secretarissen kon worden overstemd, is onjuist. In artikel 16, eerste lid, onder a, van de Verordening staat dat de commissie bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies beslist. Uit artikel 3 van de Verordening volgt verder dat de commissie bestaat uit een voorzitter en leden. In artikel 4 van de Verordening worden de secretarissen genoemd. Hieruit volgt dat de secretarissen geen leden van de commissie zijn en dus geen stem hebben bij het uitbrengen van het advies. Omdat de secretaris dus geen stem heeft, kan deze de voorzitter ook niet overstemmen. De secretaris ondersteunt de commissie alleen bij de uitvoering van zijn taken. Verder leidt eisers stelling dat een secretaris onbevoegd is om actief deel te nemen aan een hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie ook niet tot het door hem gewenste resultaat. In de wet of in de Verordening wordt actieve deelname van een secretaris tijdens de hoorzitting niet aan banden gelegd. Dat het verslag van de hoorzitting door een secretaris wordt ondertekend, zoals volgt uit artikel 14, vijfde lid, van de Verordening, maakt dit niet anders. Dit zegt immers niets over de rol die de secretaris moet innemen tijdens de hoorzitting. Het betoog van eiser slaagt niet. Het verslag van de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie 3. Eiser betoogt dat het verslag van de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie van 21 oktober 2019 onvolledig en op diverse punten onjuist is. Volgens eiser blijkt dit uit de geluidsopnamen waarover hij beschikt. Eiser verzoekt de rechtbank dan ook om deze opnamen te beluisteren. 3.1 In artikel 7:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat van het horen een verslag wordt gemaakt. Artikel 14 van de Verordening luidt als volgt: “1 Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2 Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3 Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4 Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5 Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.” 3.2 De rechtbank stelt vast dat van de hoorzitting, die op 21 oktober 2019 heeft plaatsgevonden, een verslag is gemaakt. Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 7:7 van de Awb. Ook is voldaan aan de eisen van artikel 14, tweede lid, van de Verordening. Aan de specifiek op het verslag betrekking hebbende rechtsregels is dus voldaan. De omstandigheid dat het verslag, naar eiser stelt, een onvolledige en onjuiste weergave is van wat is gezegd tijdens de hoorzitting, kan als zodanig niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank ziet daarom, anders dan eiser graag wil, geen reden om de geluidsopnamen die eiser van de hoorzitting heeft gemaakt op te vragen.Het betoog van eiser slaagt niet. Integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid 4. Eiser betoogt dat verweerder en de bezwaarschriftencommissie niet integer, onafhankelijk en onpartijdig zijn. Dit blijkt volgens eiser uit de geluidsopnamen waaruit kan worden opgemaakt dat ambtenaren die aanwezig waren tijdens de hoorzitting van 21 oktober 2019 hebben gezegd dat ‘men zich niet aan de voorschriften hoeft te houden tijdens de hoorzitting’, ‘Weustenenk eigenlijk wel gelijk heeft’ en ‘zij hun tong er bijna afbijten’. Daarnaast zijn complimenten gegeven over de inbreng van één van de ambtenaren tijdens de hoorzitting bij welke is uitgesproken: ‘dat heb je goed gezegd’. 4.1 De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder dan wel de bezwaarschriftencommissie niet integer, onafhankelijk of onpartijdig is. Zelfs niet als ervan wordt uitgegaan dat de ambtenaren die aanwezig waren tijden de hoorzitting van 21 oktober 2019 de woorden hebben uitgesproken waarvan eiser hen beticht. Hiervoor zijn de door eiser aangehaalde uitspraken, zonder weergave van de context waarin deze uitspraken zijn gedaan, onvoldoende. Eiser heeft niet geconcretiseerd over welke voorschriften werd gesproken, op welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.