vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/390236 / KG ZA 21-229 Vonnis in kort geding van 30 juli 2021 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. L. van der Wijngaart te Rotterdam, tegen de naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Apeldoorn, gedaagde, advocaat mr. A.P.E. de Ruiter te Arnhem. Partijen zullen hierna [eiser] en Achmea genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 tot en met 24; de brief van 20 juli 2021 van Achmea met bijgevoegd producties 1 tot en met 5 het e-mailbericht van 22 juli 2021 van [eiser] met bijgevoegd producties 7 en 23 (getekend) en productie 25; de aantekeningen van de mondelinge behandeling, gehouden op 23 juli 2021, waar partijen, bijgestaan door hun advocaten, zijn verschenen en waar beide advocaten hebben gepleit overeenkomstig hun pleitaantekeningen welke zijn overgelegd. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] drijft een eenmanszaak onder de naam SteedsVoldoende.nl. 2.2. [eiser] heeft, in zijn hoedanigheid van eigenaar van zijn eenmanszaak, op 28 december 2019 een Audi A3 gekocht met kenteken [kenteken auto] (hierna: de auto) bij [naam autobedrijf] . De koopprijs bedroeg € 30.000,00 inclusief btw. [eiser] heeft in totaal € 9.500,00 voor de auto aanbetaald en met betrekking tot de resterende koopsom een financial leaseovereenkomst met een looptijd van 36 maanden met Dutch Finance gesloten. 2.3. [eiser] heeft voor de auto een (zakelijke) autoverzekering afgesloten bij Achmea waarop de polisvoorwaarden van Achmea van toepassing zijn. Uit de artikelen 6 en 8 van de polisvoorwaarden volgt dat Achmea de verzekering zonder opzegtermijn mag opzeggen als de verzekerde fraude pleegt en dat Achmea in geval van fraude uitkeringen en kosten mag terugvorderen, de fraude mag melden bij de politie en de fraude mag registreren. 2.4. [eiser] heeft op 14 januari 2021 om 15.53 uur met Achmea gebeld om diefstal middels braak te melden. 2.5. [eiser] heeft aangifte van diefstal middels braak gedaan bij de politie. Het proces-verbaal van aangifte vermeldt dat [eiser] de aangifte op woensdag 13 januari 2021 om 23:00 uur zou hebben gedaan. De aangifte vermeldt voorts dat [eiser] de inbraak op 14 januari 2021 omstreeks 14.00 uur ontdekte. 2.6. [eiser] heeft vervolgens een schadeclaim ingediend bij Achmea. Op het digitaal ingevulde en op 20 januari 2021 getekende ‘Diefstal partieel Inlichtingenformulier’ (hierna: inlichtingenformulier) van Achmea heeft [eiser] bij de vraag, wie de diefstal heeft ontdekt, zijn eigen naam ingevuld. Bij de vraag wanneer hij de diefstal heeft ontdekt heeft [eiser] ‘14 januari 2021, omstreeks 14:00’ ingevuld. 2.7. Op 12 februari 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en de heer [registerexpert] , registerexpert toedrachtonderzoek bij Achmea, ter zake de inbraak in de auto. Van dit gesprek is een verslag opgemaakt door [registerexpert] dat [registerexpert] bij e-mailbericht van diezelfde datum aan [eiser] heeft gezonden. [eiser] heeft bij e-mailbericht van 14 februari 2021 aan [registerexpert] laten weten het niet eens te zijn met de (gehele) inhoud van de verklaring en een aantal wijzigingen voorgesteld. In reactie hierop heeft [registerexpert] bij e-mailbericht van 19 februari 2021 aan [eiser] een gewijzigde verklaring gestuurd met het verzoek de verklaring getekend te retourneren. 2.8. Achmea heeft de heer [expert] van Post-Crash Voertuig Diagnose verzocht om te beoordelen of aan de hand van de uit te lezen storingsinformatie de gemelde diefstal kan hebben plaatsgevonden onder de door [eiser] verklaarde omstandigheden. In zijn rapport van 12 maart 2021 komt [expert] tot de volgende conclusie: ‘(…) V. Conclusie Op basis van het onderzoek en analyse wordt het volgende geconcludeerd: • De hoofdunit van het infotainmentsysteem en de bedieningsschakelaar van de handrem werden getuige de storingsinformatie pas 1,5 uur na de gemelde diefstalperiode elektronisch onderbroken dan wel als zodanig geregistreerd. • Volgens de registraties in het boordnetgeheugen van de Audi werd het contactslot van de Audi op 13-01-2021 om 23:54 uur voor het laatst uitgeschakeld. Dit tijdstip komt niet overeen met het tijdstip achtergelaten omstreeks 23:00 uur zoals vermeld in de aangifte en verklaard door de heer [eiser] . • Verder volgt uit de registraties in het boordnetgeheugen dat de verbrandingsmotor en/of de elektromotor en het contactslot na de gemelde diefstalperiode nog vier keer werden in- en uitgeschakeld. Het in- en uitschakelen van de verbrandingsmotor en/of de elektromotor en het contactslot is alleen mogelijk met een werkende start/stop schakelaar, én een in de Audi bekende dan wel geprogrammeerde sleutel. (…)’ 2.9. Bij e-mailbericht van 18 maart 2021 heeft de fraudecoördinator van Achmea, mevrouw [fraudecoördinator] , [eiser] geïnformeerd over de voorlopige uitkomst van het onderzoek naar de schade aan de auto. De brief bevat onder meer de volgende inhoud: ‘(…) Uit ons onderzoek blijkt het volgende: Wij hebben uw auto op 21 januari 2021 technisch laten onderzoeken door Post-Crash Voertuig Diagnose en op 12 februari 2021 heeft de heer [registerexpert] een interview via Microsoft teams afgenomen. Op 17 maart 2021 heb ik u telefonisch gesproken en de uitkomt van het onderzoek met u doorgenomen. Uit de storingsinformatie blijkt dat de stuurwielbediening op 14-01-2021 is onderbroken, het hoofdunit van het informatiesysteem om 15:29 uur en de bedieningsschakelaar handrem om 15:44 uur. Dit komt niet overeen met uw verklaring uit het politierapport en interview waarin u aangeeft de auto om 14:00 uur aantrof met de diefstalschade. In het interview verklaart u dat u de auto aantrof en dat de startknop niet werkte. Uit de registratie van het boordnetgeheugen blijkt dat de auto om 23:54 uur werd uitgeschakeld. Dit is in tegenstelling tot uw verklaring dat u de auto om 23:00 uur op slot heeft gezet. De verbrandingsmotor en/of elektromotor is na de gemelde diefstalperiode om 14:26 uur, 14:28 uur, 15:06 uur en 15:23 uur ingeschakeld geweest. Dit betekent dat de start/stop schakelaar pas na deze motor inschakel momenten defect is geraakt. Dit is alleen mogelijk met een werkende start/stop schakelaar en een in de Audi bekende dan wel geprogrammeerde sleutel. Wat ook opvalt is dat de auto tijdens uw eigenaarschap via een advertentie bij autowereld voor de verkoop wordt aangeboden door [naam autobedrijf] . In de bijlage het volledige rapport van het technisch onderzoek en het interview. Wat doen wij met uw reactie? Uw reactie nemen wij mee in onze beslissing. Dit kan betekenen dat: • De onduidelijkheden zijn weggenomen. In dat geval sluiten wij het onderzoek en wordt uw schade verder in behandeling genomen door de schadeafdeling. • De onduidelijkheden zijn nog niet weggenomen. Wij gaan uw schade verder onderzoeken. • Wij constateren dat er sprake is van onregelmatigheden. In dat geval kunnen wij maatregelen nemen. Denk daarbij bijvoorbeeld het niet betalen van de schade, het stoppen van uw verzekering(en), registreren van uw persoonsgegevens en verhalen van gemaakte kosten. Als u niet reageert, nemen wij een standpunt in op basis van de uitkomst van ons onderzoek. (…)’ Bij het e-mailbericht zijn het volledige rapport [expert] en het interview met [registerexpert] gevoegd. 2.10. Bij e-mailbericht van 30 maart 2021 heeft [eiser] aan Achmea laten weten dat het politierapport niet correct is. Zo heeft hij niet op 13 januari 2021 om 23.00 uur aangifte gedaan maar op 15 januari 2021 overdag en constateerde hij de diefstal tussen 14.00 uur en 16.00 uur en niet rond 14.00 uur. Ook betwijfelt [eiser] of de registraties van het boordnetgeheugen betrouwbaar zijn omdat deze niet in chronologische volgorde zijn geregistreerd. Verder schrijft [eiser] dat hij een (andere) deskundige heeft gevraagd hoe het kan dat de verbrandings-/elektromotor is ingeschakeld zonder dat [eiser] erbij was, waarop de deskundige hem heeft laten weten dat het mogelijk is om de auto te ontgrendelen en te starten op afstand omdat de auto een ‘keyless entry en start’ systeem heeft. Verder heeft [naam autobedrijf] aan [eiser] laten weten dat de auto van [eiser] door een interne fout in het advertentiesysteem online is gebleven, zo schrijft [eiser] . 2.11. Bij brief van 16 april 2021 heeft ( [fraudecoördinator] namens) Achmea [eiser] geïnformeerd over de uitkomst van het onderzoek naar de schade aan de auto. In haar brief heeft Achmea toegelicht dat de door [eiser] geclaimde schade niet zal worden vergoed. Achmea schrijft in haar brief verder dat zij een tweetal punten uit de reactie van [eiser] van 30 maart 2021 heeft voorgelegd aan [expert] , wiens reactie daarop (gedateerd op 9 april) bij de brief is gevoegd. Het commentaar van [expert] laat volgens Achmea aan duidelijkheid niets te wensen over zodat [eiser] de onregelmatigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen niet heeft kunnen wegnemen. Hieraan verbindt Achmea, voor zover thans van belang, de volgende conclusie: ‘U heeft ons opzettelijk verkeerde informatie gegeven Het kan niet anders dan dat een deel van de gestolen onderdelen na de door u genoemde diefstalperiode uit de auto zijn gehaald. Hierbij is de verbrandingsmotor en/of elektromotor en het contactslot na de gemelde diefstalperiode nog vier keer in- en uitgeschakeld. Het in- en uitschakelen van de verbrandingsmotor en/of elektromotor en het contactslot is alleen mogelijk met een werkende start/stop schakelaar en een in de Audi bekende dan wel geprogrammeerde sleutel. Bovendien is het totaal ongeloofwaardig dat de diefstal plaats vindt op klaarlichte dag en meerdere keren de motor van de Audi inschakelt met de zg. SARA-methode.’ Achmea laat [eiser] verder weten dat de autoverzekering van [eiser] zal worden beëindigd, [eiser] de kosten van de fraudecoördinator en de onderzoekskosten van in totaal € 3.553,88 moet betalen en dat deze kosten worden geïncasseerd door de Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (hierna: SoDa). Ook laat Achmea aan [eiser] in de brief weten dat zijn persoonsgegevens voor een periode van acht jaar worden opgenomen in het (interne) Incidentenregister van Achmea en het Externe Verwijzingsregister (hierna: EVR) van Stichting Centraal Informatie Systeem (hierna: Stichting CIS) en dat het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit op de hoogte is gebracht. 2.12. Bij brief van 4 mei 2021 heeft de advocaat van [eiser] namens [eiser] betwist dat sprake is van fraude en het opzettelijk verstrekken van foutieve informatie en Achmea gesommeerd dekking te verlenen en de vastgestelde schade uit te keren, de persoonsgegevens van [eiser] te verwijderen en verwijderd te houden uit de frauderegisters, aan CBV te laten weten dat het bericht van Achmea omtrent [eiser] niet correct is en de polis van [eiser] in kracht te herstellen. 2.13. De advocaat van [eiser] heeft bij e-mailbericht van 4 mei 2021 aan SoDa laten weten dat [eiser] de vordering betwist en niet over zal gaan tot betaling. 2.14. Bij brief van 19 mei 2021 heeft Achmea aan de advocaat van [eiser] laten weten dat zij haar standpunt met betrekking tot de door haar geconstateerde fraude handhaaft. 2.15. SoDa heeft [eiser] op enig moment aangesproken en aangemaand om de kosten van de fraudecoördinator te voldoen. 2.16. Bij e-mailbericht van 2 juni 2021 heeft de advocaat van [eiser] onder meer aan Achmea laten weten dat een kort geding procedure zal worden opgestart en Achmea verzocht de invordering van de door Achmea geclaimde kosten ‘on hold’ te zetten. 2.17. In het dossier bevindt zich een taxatierapport van ‘Luca Car Service’ van 15 januari 2021 waarin de schade aan de auto wordt begroot op € 12.249,79. 2.18. In het dossier bevinden zich verder een aantal facturen voor binnenverlichting, een ‘navigatie bedieningspaneel’, een ‘Audi A3 facelift’ en voor een ‘frame middenconsole navigatie’. De facturen zijn gesteld op naam van [eiser] en SteedsVoldoende.nl en belopen samen een bedrag van € 1.205,31. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad: I. Achmea te veroordelen om uiterlijk binnen twee dagen na dit vonnis alle persoonsgegevens van [eiser] te verwijderen en verwijderd te houden uit het Interne verwijzingsregister, het Externe Verwijzingsregister en alle eventuele overige (fraude) registers waarin Achmea deze gegevens heeft geregistreerd zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of deel daarvan dat Achmea daarmee in gebreke blijft; II. Achmea te veroordelen om uiterlijk binnen twee dagen na dit vonnis de verzekeringsovereenkomst tussen Achmea en [eiser] in kracht te herstellen, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of deel daarvan dat Achmea daarmee in gebreke blijft; III. primair: Achmea te veroordelen om uiterlijk binnen twee dagen na dit vonnis SoDa te gebieden de incassomaatregelen voor de vermeende vordering voor kosten te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of deel daarvan dat Achmea daarmee in gebreke blijft; subsidiair: Achmea te veroordelen tot terugbetaling aan [eiser] van al datgene dat [eiser] aan SoDa heeft betaald c.q. zal betalen; IV. Achmea te veroordelen om binnen twee dagen na dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag als voorschot op schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente; V. Achmea te veroordelen om binnen twee dagen na dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.058,75 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente; VI. Achmea te veroordelen in de proceskosten. 3.2. Achmea voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. [eiser] vordert in dit kort geding (onder meer) Achmea te veroordelen de registratie van de persoonsgegevens van [eiser] uit het EVR, het Interne verwijzingsregister (hierna: IVR) en alle overige (fraude) registers waarin Achmea deze gegevens heeft geregistreerd te verwijderen, Achmea te veroordelen tot her-acceptatie van [eiser] als verzekerde en Achmea te veroordelen tot het betalen van een voorschot op de door [eiser] geleden schade. 4.2. Uit de pleitaantekeningen van Achmea is gebleken dat Achmea de persoonsgegevens van [eiser] in haar (interne) Gebeurtenissenadministratie heeft geregistreerd. Aan Gebeurtenissenadministratie is het IVR gekoppeld. Ook heeft Achmea de persoonsgegevens geregistreerd in haar Incidentenregister en het EVR. De vordering van [eiser] zal daarom zo worden begrepen dat [eiser] verwijdering van zijn persoonsgegevens uit de voornoemde registers vordert. Registratie Gebeurtenissenadministratie/IVR en Incidentenregister 4.3. Achmea heeft allereerst betwist dat [eiser] spoedeisend belang heeft bij zijn vordering tot verwijdering van persoonsgegevens uit andere registers dan het EVR, nu het alleen deze registratie is die afsluiting van een verzekering elders voor [eiser] bemoeilijkt. Voorop moet worden gesteld dat de registratie in het Incidentenregister een beperkte externe werking heeft. De gegevens in het Incidentenregister zijn alleen toegankelijk voor de afdeling veiligheidszaken van Achmea en op aanvraag beschikbaar voor de afdeling veiligheidszaken van andere verzekeraars. De melding in het Incidentenregister op zich is dus niet zichtbaar voor een andere verzekeraar. De registratie in de Gebeurtenissenadministratie/het IVR is in het geheel niet zichtbaar voor andere verzekeraars dan Achmea. 4.4. [eiser] heeft in zijn dagvaarding met name benadrukt dat de registratie van zijn persoonsgegevens in het EVR verstrekkende gevolgen heeft voor het afsluiten van enige andere verzekering of het verkrijgen van een hypotheek. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiser] daarmee het spoedeisend belang ten aanzien van zijn vordering tot verwijdering van de registratie in de Gebeurtenissenadministratie/het IVR en het Incidentenregister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Deze registraties zijn niet (zonder meer) zichtbaar voor andere verzekeraars en hebben dus een beperkte externe werking. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] enkel als gevolg van deze registraties wordt belemmerd in het zich verzekeren bij een andere verzekeraar dan Achmea. [eiser] heeft in dit verband geen afwijzing van een andere verzekering overgelegd. Ook staan deze registraties het verkrijgen van een hypotheek niet in de weg. Gelet hierop is onvoldoende gebleken van een spoedeisend belang van [eiser] bij verwijdering van de registraties in de Gebeurtenissenadministratie/het IVR en het Incidentenregister van Achmea zodat de daartoe strekkende vorderingen zullen worden afgewezen. Registratie EVR 4.5. Met betrekking tot de vordering tot verwijdering van de persoonsgegevens van [eiser] uit het EVR wordt als volgt overwogen. De vraag die partijen in dit verband verdeeld houdt is of [eiser] opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt aan Achmea omtrent de diefstal door braak aan zijn auto en in het verlengde hiervan of Achmea de persoonsgegevens van [eiser] op goede gronden in het EVR heeft opgenomen c.q. laten opnemen. Voor het rechtmatig registreren van (persoons)gegevens in het Extern Verwijzingsregister gelden op grond van artikel 5.2.1. van het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2013 (PIFI) drie cumulatieve criteria, die er samengevat op neerkomen dat i. de gedraging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.