beschikking RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 9194288 \ HA VERZ 21-70 \ 42693 \ 32268 uitspraak van 11 augustus 2021 beschikking in de zaak van [verzoekende partij] wonende te [verzoekende partij] verzoekende partij gemachtigde mr. D.F. de Hamer en de besloten vennootschap [verwerende partij] . gevestigd te [vestigingsplaats] verwerende partij gemachtigde mr. J. Nederlof Partijen worden hierna [verzoekende partij] en [verwerende partij] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van 20 april 2021; - het verweerschrift van 2 juli 2021; - de mondelinge behandeling van 14 juli 2021. 1.2. Vervolgens is beschikking bepaald op heden. 2De feiten 2.1. [verwerende partij] is actief in de maritieme sector en levert, repareert en onderhoudt koel- en waterbehandelingsinstallaties. 2.2. [verzoekende partij] is op 1 januari 1991 bij [verwerende partij] in dienst getreden in de functie van medewerker bij de afdeling waterbehandeling in de assemblagegroep. 2.3. Op 24 april 1995 heeft [verzoekende partij] zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 juni 1995, omdat hij een andere dienstbetrekking had aanvaard. [verwerende partij] heeft de beëindiging met finale kwijting van [verzoekende partij] bevestigd. 2.4. Twee weken later was [verzoekende partij] weer terug bij [verwerende partij] in dienst en is direct weer aan het werk gegaan. In het dossier van [verzoekende partij] is opgenomen “Originelen zijn verscheurd omdat [verzoekende partij] binnen 2 dagen had gebeld dat hij terug wilde komen. Is gelijk weer begonnen. Afgesproken dat alles normaal doorloopt” 2.5. Eind november 2011 heeft [verzoekende partij] de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] opgezegd tegen 31 december 2011, omdat hij een andere dienstbetrekking had aanvaard. 2.6. Op 8 december 2011 heeft [verwerende partij] schriftelijk bevestigd dat de arbeidsovereenkomst per 31 december 2011 eindigt tegen finale kwijting over en weer. In de brief staat onder meer: Hierbij bevestigen wij de ontvangst van uw brief gedateerd 28 november 2011, waarin u verzoekt om uw arbeidskontrakt met [verwerende partij] , met in acht name van een opzegtermijn van 1 maand, te beëindigen per 31 december 2011. U wenst uw arbeidsovereenkomst te beëindigen, omdat u een functie heeft aanvaard bij het bedrijf Bosch Rexroth. Hierbij bevestigen wij dat [verwerende partij] in stemt met uw verzoek en uw arbeidsovereenkomst beëindigt per 31 december 20112 tegen finale kwijting over en weer. (…) Hoewel wij uw keuze voor Bosch Rexroth begrijpen, vanwege de technische uitdaging die daar voor u ligt zoals u dat aangeeft, vinden wij het desalniettemin uitermate jammer dat u [verwerende partij] gaat verlaten. Wij hebben u altijd als een zeer bekwamer vakman en betrouwbare en loyale medewerker beschouwd, een visitekaartje voor [verwerende partij] . (…) 2.7. Begin maart 2012 zijn partijen weer met elkaar in contact gekomen. [directeur] (directeur van [verwerende partij] ) en [verzoekende partij] hebben met elkaar gesproken over de mogelijkheid dat [verzoekende partij] weer bij [verwerende partij] zou gaan werken. 2.8. Tussen partijen is vervolgens een op 8 maart 2012 op schrift gestelde arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand gekomen, waarin staat dat [verzoekende partij] in de functie van Senior Service Engineer per 1 juni 2012 in dienst treedt bij [verwerende partij] . 2.9. Vanaf 22 maart 2012 is [verzoekende partij] werkzaamheden gaan verrichten voor [verwerende partij] . Vanaf 1 april 2012 heeft [verzoekende partij] loon ontvangen. Ook het vakantiesaldo is vanaf die dagen berekend. [verzoekende partij] is per 1 april 2012 aangemeld als nieuwe werknemer bij de pensioenverzekeraar en collectieve verzekeringen. 2.10. Als gevolg van een algehele bedrijfssluiting heeft [verwerende partij] per 1 februari 2021, na verkrijging van een ontslagvergunning van het UWV, de arbeidsovereenkomst met [verzoekende partij] (en de andere werknemers bij [verwerende partij] ) opgezegd per brief van 18 december 2020 op basis van bedrijfseconomische redenen. 2.11. Vanaf november 2020 ontstond tussen partijen een discussie over de hoogte van de transitievergoeding en de berekening daarvan. [verwerende partij] berekende de vergoeding over de periode 1 april 2012 – 1 februari 2021 en [verzoekende partij] over de periode 1 oktober 1990 – 1 februari 2021. 2.12. [verzoekende partij] heeft op 1 maart 2021 de eindafrekening ontvangen met daarin een transitievergoeding van € 15.202,17 bruto van [verwerende partij] (berekend over de periode 1 april 2012 – 1 februari 2021). 3Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoekende partij] verzoekt dat [verwerende partij] , bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, wordt veroordeeld tot betaling van: a. het verschuldigde gedeelte van de wettelijke transitievergoeding van € 21.706,81 bruto aan [verzoekende partij] onder overlegging van een deugdelijke specificatie; b. de wettelijke rente over het onder sub a gevorderde bedrag aan [verzoekende partij] vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling; c. de buitengerechtelijke incassokosten van € 992,11; d. de kosten en nakosten van deze procedure. 3.2. [verzoekende partij] legt het volgende aan zijn verzoek ten grondslag. [verzoekende partij] is op 1 oktober 1990 in dienst getreden bij [verwerende partij] en is twee keer uit dienst getreden, maar beide keren is hij binnen een termijn van drie maanden weer bij [verwerende partij] in dienst getreden. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst is [verwerende partij] ten onrechte uitgegaan van 1 april 2012 als aanvangsdatum van het dienstverband voor de berekening van de transitievergoeding. [verzoekende partij] heeft namelijk al op 22 maart 2012 werkzaamheden voor [verwerende partij] verricht. Nu er een tussenpoos van minder dan drie maanden is geweest tussen de arbeidsovereenkomsten, is sprake van opvolgend dienstverbanden en dient [verwerende partij] , op grond van artikel 7:673 lid 4 sub b BW en artikel XXII lid 8 WWZ, de voorafgaande arbeidsovereenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.