beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/390431 / KG RK 21-509 Beslissing van 20 juli 2021 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats]. hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. J.H. van Breda, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het schriftelijke wrakingsverzoek van 9 april
- 2Het wrakingsverzoek 2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de verzetzaak met nummer 20/2859 V (de hoofdzaak) van verzoeker. 2.2 Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van constitutionele vooringenomen van de rechter. 3De beoordeling 3.
- Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.2 Op 7 april 2021 heeft de rechter in de hoofdzaak de einduitspraak gedaan. Het verzoek tot wraking is op 9 april 2021 om 13.41 uur gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank: - verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door de mr. P.J.C. Cremers, voorzitter, mr. A.M.P.T. Blokhuis en mr. M.J.C. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier […] en in openbaar uitgesproken op 20 juli
- De griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.