vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/368054 / HZ ZA 20-142 Vonnis van 11 augustus 2021 in de zaak van 1 [eisende partij 1] ,
(4)van de verwerkingsvoorschriften van Unidek wordt onder “Attentie” gesteld dat een kwalitatief goed dak, voldoet aan voldoende sterke, stijve en stabiele draagconstructie. Zoals we reeds gezien hebben voldoen de gordingen niet aan deze voorwaarde. De koppelankers dragen bij aan een stijve en stabiel dakconstructie. Daarom is het noodzakelijk dat deze worden aangebracht.”In zijn rapport had [bedrijf betrokkene1] in dit verband reeds opgemerkt dat de gordingen moeten worden doorgekoppeld om de benodigde stabiliteit in de kapconstructie te waarborgen, alsook dat een kopgevel bij het ontbreken van die doorkoppeling bij een hevige storm geheel of gedeeltelijk kan worden weggezogen.Hiermee heeft [eisende partijen] voldoende aannemelijk gemaakt dat het aanbrengen van koppelankers op de gordingslassen nodig is voor het verkrijgen van een sterke, stijve en stabiele dakconstructie, die (ook op grond van de verwerkingsvoorschriften van Unidek) essentieel is om het knallen in de woning tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. [gedaagde partijen] heeft de juistheid van de stellingen van [eisende partijen] onvoldoende betwist. Met de stelling dat het ontbreken van koppelankers niet tot een gevaarlijke situatie leidt, is niet weersproken dat de dakconstructie door het ontbreken van die koppelankers onvoldoende sterk, stijf en stabiel is. De werkzaamheden ten aanzien van het aanbrengen van koppelankers op de gordingslassen komen derhalve voor vergoeding in aanmerking. 2.
- In het tussenvonnis van 21 april 2021 is opgemerkt dat de in de begroting van [bedrijf betrokkene1] opgenomen kostenpost voor bouwvoorzieningen van bijna € 8.500,00 (inclusief toeslag en btw) de rechtbank hoog voorkomt. In die post zijn onder meer inbegrepen loonkosten voor het afvoeren van de meubels naar een container (16 uur), het afdekken van de vloer (12 uur), het halen, brengen, meermalen opbouwen en verplaatsen van een kamersteiger (16 uur), schoonmaken en opruimen (8 uur), alsmede een post onvoorzien (€ 1.000.00 exclusief toeslag en btw) en een post toezicht (€ 1.000,00 exclusief toeslag en btw). [eisende partijen] heeft over deze kostenpost opgemerkt dat in het bedrag tevens de gebruikelijke opslagen voor algemene kosten (5%), winst en risico (8%), CAR-verzekering (0,05%), alsmede 21% btw verdisconteerd zijn. Hij heeft tevens aangevoerd dat in aanmerking dient te worden genomen dat de dakpannen verwijderd moeten worden en de binnenkant van de woning daardoor tijdelijk (enkele dagen/weken) ‘bloot’ zal komen te liggen, waardoor het afdekken van bijvoorbeeld vloeren extra belangrijk is en dus meer tijd vergt.[bedrijf betrokkene1] heeft over de post bouwvoorzieningen het volgende verklaard:“- Van 1974 tot 1994 ben ik zelfstandig aannemer geweest. In die tijd heb ik alle voorkomende en mogelijke situaties moeten calculeren en uitvoeren. - Op onderstaande foto is te zien dat een container en/of vrachtwagen niet recht voor de voordeur kan worden geplaatst. Hierdoor wordt de looptijd = transport langer en kost meer tijd. Ook materialen die vanuit de bus of vrachtwagen moeten worden geladen en naar boven moeten worden gebracht heeft hierdoor meer tijd nodig. - De post onvoorzien van € 1000 is voor het geval dat er nog werkzaamheden zich voordoen die niet bekend waren of meer werk vragen. - Op de grote slaapkamer zijn meerdere kamersteigers nodig die opgebouwd en afgebroken en verplaatst moeten worden. - Toezicht op uitvoering is noodzakelijk om de vereiste kwaliteit te verkrijgen en niet (bewust of onbewust) binnendoor gewerkt wordt. - Uiteindelijk komen daar de opslagpercentages nog overheen.” 2.
- Met deze duidelijke toelichting heeft [eisende partijen] , mede gegeven de expertise en ervaring van [bedrijf betrokkene1] , de kostenpost voor bouwvoorzieningen voldoende onderbouwd. Dit geldt evenwel niet voor de daarin opgenomen post onvoorzien, nu nergens uit blijkt dat in dit verband daadwerkelijk kosten zullen worden gemaakt en in de kostenraming van [bedrijf betrokkene1] rekening is gehouden met een opslag voor winst en risico. [gedaagde partijen] heeft onvoldoende onderbouwd dat voor de in de post voor bouwvoorzieningen opgenomen herstelwerkzaamheden met minder uren kan worden volstaan. Hij is ervan uitgegaan dat de werkzaamheden alleen bestaan uit het weghalen van enkele dakplaten en het verstevigen van de platen met schroeven. Zoals reeds is overwogen, zijn voor het herstel echter verdergaande maatregelen nodig, waaronder het stabiliseren van de dakconstructie door middel van het verzwaren van de gordingen en het aanbrengen van koppelankers op de gordingslassen. 2.
- De overige herstelkosten die in de kostenraming van [bedrijf betrokkene1] zijn opgenomen komen de rechtbank, gelet op de aard en omvang van de te verrichten herstelwerkzaamheden, redelijk voor. Uitzondering geldt voor de in de kostenraming opgenomen bedragen voor het vervangen van vijftig stuks kapotte dakpannen (€ 90,00 voor arbeidsloon en € 50,00 voor materiaal (exclusief btw en opslag), waarover [gedaagde partijen] terecht heeft opgemerkt dat deze kosten niet in verband staan met het probleem van de knallende dakplaten.Voorbijgegaan wordt aan het betoog van [gedaagde partijen] dat de in de begroting opgenomen kosten voor isolatie niet toewijsbaar zijn. Hiervoor is van belang dat het aanbrengen en fixeren van de isolerende EPS-platen onder de pannen is genoemd bij de door [bedrijf betrokkene1] in zijn rapport (productie 11 bij dagvaarding, pagina 8) opgesomde werkzaamheden die volgens hem moeten worden uitgevoerd om het kraken en knallen tot een minimum te beperken. Mede gelet op de constateringen van [bedrijf betrokkene1] , heeft [gedaagde partijen] onvoldoende onderbouwd dat de isolatiewerkzaamheden er niet toe strekken de overlast van de knallende dakplaten weg te nemen, althans te beperken. [gedaagde partijen] kan ook niet worden gevolgd in zijn betoog dat bij de begroting van de herstelkosten rekening moet worden gehouden met ‘nieuw voor oud’, nu de herstelwerkzaamheden zien op het aanpassen van de dakconstructie en niet op de vervanging van dakelementen. 2.
- Het voorgaande leidt ertoe dat de herstelkosten zullen worden begroot op een bedrag van € 25.640,00 minus € 1.561,80 (€ 1.000 post onvoorzien en € 140,00 post dakpannen vermeerderd met het in de kostenraming gehanteerde percentage voor opslagen en btw van circa 37%), dit is € 24.078,
- De primaire vordering tot betaling is dus in zoverre toewijsbaar. De over het toe te wijzen bedrag gevorderde wettelijke rente zal worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat [gedaagde partijen] met de nakoming van de ongedaanmakingsverbintenis in verzuim is geraakt. 2.
- In zijn laatste akte heeft [gedaagde partijen] de rechtbank verzocht de primaire vorderingen (de verklaring voor recht dat de overeenkomst partieel ontbonden is en de veroordeling tot betaling van € 25,640,00) af te wijzen en [gedaagde partijen] in staat te stellen het herstel van de knallende dakplaten op zich te nemen. Hij heeft hierbij gesteld dat hij wellicht onder het doen uitgaan van een hoger beroep tegen het vonnis in de vrijwaringszaak (tussen [gedaagde partijen] en [gedaagde vrijwaring] ., hierna: [gedaagde vrijwaring] ) [gedaagde vrijwaring] bereid kan vinden om het herstel op zich te nemen en dat hij aldus de kosten zelf in de hand heeft.Hierover is in het tussenvonnis evenwel reeds een bindende eindbeslissing genomen. Beslist is dat de overeenkomst tussen [eisende partijen] en [gedaagde partijen] vanwege het tekortschieten in de nakoming aan de zijde van [gedaagde partijen] partieel is ontbonden en dat als gevolg daarvan een ongedaanmakingsverplichting op [gedaagde partijen] is komen te rusten die bestaat uit betaling van de (herstel)kosten die noodzakelijk zijn om de woning alsnog geschikt te maken voor een normaal gebruik (randnummers 4.10 en 4.11). Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die maken dat de eisen van een goede procesorde meebrengen dat deze eindbeslissing zou moeten worden heroverwogen teneinde te voorkomen dat op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou worden gedaan. 2.
- Zoals door [eisende partijen] is gevorderd, zal de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Het verzoek van [gedaagde partijen] om de executie op te schorten wordt afgewezen. Hiervoor is van belang dat [gedaagde partijen] dit verzoek pas bij zijn laatste akte heeft gedaan. Voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek is op grond van het beginsel van hoor en wederhoor vereist dat [eisende partijen] in de gelegenheid wordt gesteld om hierop inhoudelijk te reageren. Hiervoor is geen plaats meer in het stadium waarin de onderhavige procedure zich bevindt. Het verzoek is dus tardief. 2.
- In randnummer 4.19 van het tussenvonnis van 21 april 2021 is reeds overwogen dat de gevorderde deskundigenkosten voor vergoeding in aanmerking komen. Over het door [eisende partijen] in dit verband gevorderde bedrag van € 5.872,74 zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 28 december 2019, de dag dat [gedaagde partijen] met de betaling van deze kosten in verzuim is geraakt (productie 12 bij dagvaarding). 2.
- [gedaagde partijen] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, waaronder de kosten in het vrijwaringsincident. De kosten aan de zijde van [eisende partijen] worden begroot op: - dagvaarding € 105,03 - griffierecht 937,00 - salaris advocaat 2.523,50 (3,5 punt × tarief € 721,00 Totaal € 3.565,53 2.
- De nakosten, waarvan [eisende partijen] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. 3De beslissing De rechtbank 3.
- verklaart voor recht dat [eisende partijen] de koopovereenkomst met [gedaagde partijen] op 15 januari 2020 buitengerechtelijk partieel heeft ontbonden, 3.
- veroordeelt [gedaagde partijen] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om vanwege deze partiële ontbinding aan [eisende partijen] te betalen een bedrag van € 24.078,92, 3.
- veroordeelt [gedaagde partijen] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan [eisende partijen] te betalen een bedrag van € 5.872,74 aan deskundigenkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, 3.
- veroordeelt [gedaagde partijen] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van [eisende partijen] tot op heden begroot op € 3.565,53, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde partijen] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, onder de voorwaarde dat [gedaagde partijen] niet binnen veertien dagen na aanschrijving door [eisende partijen] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:- € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,- indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden te vermeerderen met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening, 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus
- GR/PB